Werkcollege 4 – aansprakelijkheid en werk
Opdracht 1
Vincent de Bakker is als uitzendkracht werkzaam in het magazijn van een grote
meubelwinkel genaamd De Houtloods in Breda. Om de grote dozen met meubelonderdelen
te verplaatsen, maken Vincent en zijn collega’s gebruik van vorkheftrucks. Vincent heeft nog
niet eerder met een vorkheftruck gewerkt en wordt om die reden ingewerkt door een ervaren
werknemer van De Houtloods, Rashid Yilmaz. Samen met Rashid gaat Vincent op zijn derde
dag bij De Houtloods aan de slag om een aantal dozen te verplaatsen naar de andere kant
van het magazijn. Terwijl de vorkheftruck, die door Rashid wordt bestuurd, begint met rijden,
springt Vincent op een pallet. Hij negeert daarbij een pictogram waaruit blijkt dat men niet op
de voorkant van de vorkheftruck mag plaatsnemen. Plotseling gaat het mis. Wanneer ze over
een lage drempel rijden, verschuift en kantelt de pallet. Vincent valt achterover van de
vorkheftruck en belandt met zijn rug op de betonnen vloer. Tot overmaat van ramp krijgt hij
de pallet, waarop dozen met meubelonderdelen zijn gestapeld, bovenop zich. Als gevolg van
zijn val heeft Vincent twee rugwervels gebroken. Rashid voelt zich schuldig, maar er staat
vast dat hij niets verkeerd heeft gedaan. Vincent wenst De Houtloods aansprakelijk te stellen
tot vergoeding van de door hem geleden schade.
Vraag 1
Op welke grondslag dient Vincent zijn vordering tot vergoeding van de schade te baseren?
Werk uit of deze vordering kans van slagen heeft. Betrek in uw antwoord de meest voor de
hand liggende verweren die De Houtloods zal voeren en geef aan of deze zullen slagen.
Vincent kan zijn vordering tot schadevergoeding baseren op art. 7:658 lid 1 BW, dat de
zorgplicht van de werkgever regelt. Dit artikel verplicht werkgevers om te zorgen voor
een veilige werkomgeving en maatregelen te nemen om ongevallen te voorkomen.
Vincent kan stellen dat De Houtloods haar zorgplicht heeft geschonden door
onvoldoende toezicht te houden.
Verweren van De Houtloods:
- Eigen schuld van Vincent: De Houtloods kan betogen dat Vincent zelf
verantwoordelijk kis voor het ongeval, want Vincent negeerde het pictogram
dat waarschuwde niet op de vorkheftrecht plaats te nemen.
- Voldoende maatregelen: De Houtloods kan aanvoeren dat zij wel degelijk
adequate veiligheidsmaatregelen heeft getroffen, zoals instructies,
waarschuwingen en het inwerken van Vincent door een ervaren werknemer.
Vincent maakt een redelijke kans op schadevergoeding als hij kan aantonen dat De
Houtloods haar zorgplicht niet heeft nageleefd. Echter, als De Houtloods overtuigend
kan aantonen dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan en dat Vincent bewust de
veiligheidsregels heeft overtreden, kan de schadevergoeding worden verminderd op
grond van eigen schuld. Dit betekent dat Vincent mogelijk wel gedeeltelijke, maar niet
volledige vergoeding van zijn schade ontvangt.
Art. 7:658 BW -> Vincent is werknemer bij de Houtloods. In lid 2 staan de vereisten, in
lid 4 staat dat deze grondslag ook geld voor uitzendkrachten. Vincent is een
uitzendkracht.
Vereisten, art. 7:658 BW:
1. Er moet sprake zijn van een werknemer. Ook een vrijwilliger of uitzendkracht
kan hieronder vallen (lid 4). Vincent valt op basis van lid 4 ook onder een
werknemer.
, 2. Er moet sprake zijn van schade. Vincent heeft twee rugwervels gebroken.
3. In de uitoefening van zijn werkzaamheden. Vincent was aan het werk voor de
werkgever. Vincent werkte in de Loods samen met een collega, wat dozen
verplaatsen.
Tussen conclusie: de werkgever is aansprakelijk, tenzij een beroep wordt gedaan
op de twee verweren (lid 2):
- Verweer 1: de werkgever kan stellen dat hij zijn zorgplicht heeft voldaan (lid 1).
HR Bayar/Wijnen -> kijk naar de klederluik criteria. Dit verweer zal niet slagen,
de werkgever heeft te weinig gedaan om het ongeluk te voorkomen.
- Verweer 2: opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Opzet = willens
en wetens. Bewuste roekeloosheid -> HR Pollemans/Hoondert. Dit verweer zal
niet slagen, het is niet aannemelijk dat Vincent zich bewust was van het gevaar.
De Houtloods is aansprakelijk voor de schade die Vincent heeft geleden, aan de
vereisten van art. 7:658 worden voldaan en de verweren van de Houtloods slagen niet.
Vincent kan ook het uitzendbureau aansprakelijk stellen -> art. 7:658 jo. art. 6:76 BW.
Vraag 2
Maakt het voor de aansprakelijkheidsgrondslag nog verschil als Vincent de Bakker geen
uitzendkracht, maar een zzp’er was geweest? Geef aan waarom wel/niet?
Wanneer Vincent een zzp’er was geweest dat gold art. 7:658 BW niet, dit artikel is in
eerste instantie van toepassing op een arbeidsovereenkomst. Voor een zzp’er kan de
aansprakelijkheid gebaseerd worden op art. 7:658 lid 4 BW. Dit lid bepaalt dat een
opdrachtgever verantwoordelijk is voor een veilige werkomgeving wanneer de zzp’er
werkzaamheden verricht in de uitoefening van het bedrijf of beroep van de
opdrachtgever.
De Houtloods zou nog steeds verplicht zijn om voldoende veiligheidsmaatregelen te
treffen, zoals duidelijke instructies en waarschuwingen, mits Vincent werkzaamheden
uitvoerde die direct verband houden met het bedrijf. Als De Houtloods deze
verplichting heeft geschonden, kan Vincent als zzp’er nog steeds een vordering tot
schadevergoeding baseren op artikel 7:658 lid 4 BW.
HR Parochie en HR Davelaar/Allspan
Het is van belang dat de werkzaamheden uitgevoerd door een uitzendkracht of
vrijwilliger ook zouden kunnen worden uitgevoerd door werknemers van dat bedrijf.
Als dit zo is kunnen de uitzendkrachten of de vrijwilligers worden gezien als
werknemer en vallen dan dus onder art. 7:658 lid 4 BW.
Opdracht 2
Ali is op weg naar de bakker. Wanneer hij aan komt lopen, ziet hij dat het pand naast de
bakker in de steigers staat, omdat het opnieuw geschilderd wordt. Gerard, schilder bij ‘De
Groot Schilderwerken’ is op pad gestuurd om de buitenkozijnen van de bovenste verdieping
van het pand te verven. Hij dient hiervoor een hoge steiger te gebruiken, die in de loods van
het schildersbedrijf staat opgeslagen. Voordat hij vertrekt heeft Gerard twijfels over het
gebruik van de betreffende steiger. Hij vraagt zich af of deze wel stabiel genoeg is.
Bovendien heeft Gerard nog niet eerder in zijn eentje een dergelijke steiger geplaatst. Zijn
werkgever, Peter de Groot, geeft aan dat het de enige hoge steiger is en stuurt Gerard
ermee op pad. Op het moment dat Ali de steiger passeert, gaat het mis. De steiger waarop
Opdracht 1
Vincent de Bakker is als uitzendkracht werkzaam in het magazijn van een grote
meubelwinkel genaamd De Houtloods in Breda. Om de grote dozen met meubelonderdelen
te verplaatsen, maken Vincent en zijn collega’s gebruik van vorkheftrucks. Vincent heeft nog
niet eerder met een vorkheftruck gewerkt en wordt om die reden ingewerkt door een ervaren
werknemer van De Houtloods, Rashid Yilmaz. Samen met Rashid gaat Vincent op zijn derde
dag bij De Houtloods aan de slag om een aantal dozen te verplaatsen naar de andere kant
van het magazijn. Terwijl de vorkheftruck, die door Rashid wordt bestuurd, begint met rijden,
springt Vincent op een pallet. Hij negeert daarbij een pictogram waaruit blijkt dat men niet op
de voorkant van de vorkheftruck mag plaatsnemen. Plotseling gaat het mis. Wanneer ze over
een lage drempel rijden, verschuift en kantelt de pallet. Vincent valt achterover van de
vorkheftruck en belandt met zijn rug op de betonnen vloer. Tot overmaat van ramp krijgt hij
de pallet, waarop dozen met meubelonderdelen zijn gestapeld, bovenop zich. Als gevolg van
zijn val heeft Vincent twee rugwervels gebroken. Rashid voelt zich schuldig, maar er staat
vast dat hij niets verkeerd heeft gedaan. Vincent wenst De Houtloods aansprakelijk te stellen
tot vergoeding van de door hem geleden schade.
Vraag 1
Op welke grondslag dient Vincent zijn vordering tot vergoeding van de schade te baseren?
Werk uit of deze vordering kans van slagen heeft. Betrek in uw antwoord de meest voor de
hand liggende verweren die De Houtloods zal voeren en geef aan of deze zullen slagen.
Vincent kan zijn vordering tot schadevergoeding baseren op art. 7:658 lid 1 BW, dat de
zorgplicht van de werkgever regelt. Dit artikel verplicht werkgevers om te zorgen voor
een veilige werkomgeving en maatregelen te nemen om ongevallen te voorkomen.
Vincent kan stellen dat De Houtloods haar zorgplicht heeft geschonden door
onvoldoende toezicht te houden.
Verweren van De Houtloods:
- Eigen schuld van Vincent: De Houtloods kan betogen dat Vincent zelf
verantwoordelijk kis voor het ongeval, want Vincent negeerde het pictogram
dat waarschuwde niet op de vorkheftrecht plaats te nemen.
- Voldoende maatregelen: De Houtloods kan aanvoeren dat zij wel degelijk
adequate veiligheidsmaatregelen heeft getroffen, zoals instructies,
waarschuwingen en het inwerken van Vincent door een ervaren werknemer.
Vincent maakt een redelijke kans op schadevergoeding als hij kan aantonen dat De
Houtloods haar zorgplicht niet heeft nageleefd. Echter, als De Houtloods overtuigend
kan aantonen dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan en dat Vincent bewust de
veiligheidsregels heeft overtreden, kan de schadevergoeding worden verminderd op
grond van eigen schuld. Dit betekent dat Vincent mogelijk wel gedeeltelijke, maar niet
volledige vergoeding van zijn schade ontvangt.
Art. 7:658 BW -> Vincent is werknemer bij de Houtloods. In lid 2 staan de vereisten, in
lid 4 staat dat deze grondslag ook geld voor uitzendkrachten. Vincent is een
uitzendkracht.
Vereisten, art. 7:658 BW:
1. Er moet sprake zijn van een werknemer. Ook een vrijwilliger of uitzendkracht
kan hieronder vallen (lid 4). Vincent valt op basis van lid 4 ook onder een
werknemer.
, 2. Er moet sprake zijn van schade. Vincent heeft twee rugwervels gebroken.
3. In de uitoefening van zijn werkzaamheden. Vincent was aan het werk voor de
werkgever. Vincent werkte in de Loods samen met een collega, wat dozen
verplaatsen.
Tussen conclusie: de werkgever is aansprakelijk, tenzij een beroep wordt gedaan
op de twee verweren (lid 2):
- Verweer 1: de werkgever kan stellen dat hij zijn zorgplicht heeft voldaan (lid 1).
HR Bayar/Wijnen -> kijk naar de klederluik criteria. Dit verweer zal niet slagen,
de werkgever heeft te weinig gedaan om het ongeluk te voorkomen.
- Verweer 2: opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Opzet = willens
en wetens. Bewuste roekeloosheid -> HR Pollemans/Hoondert. Dit verweer zal
niet slagen, het is niet aannemelijk dat Vincent zich bewust was van het gevaar.
De Houtloods is aansprakelijk voor de schade die Vincent heeft geleden, aan de
vereisten van art. 7:658 worden voldaan en de verweren van de Houtloods slagen niet.
Vincent kan ook het uitzendbureau aansprakelijk stellen -> art. 7:658 jo. art. 6:76 BW.
Vraag 2
Maakt het voor de aansprakelijkheidsgrondslag nog verschil als Vincent de Bakker geen
uitzendkracht, maar een zzp’er was geweest? Geef aan waarom wel/niet?
Wanneer Vincent een zzp’er was geweest dat gold art. 7:658 BW niet, dit artikel is in
eerste instantie van toepassing op een arbeidsovereenkomst. Voor een zzp’er kan de
aansprakelijkheid gebaseerd worden op art. 7:658 lid 4 BW. Dit lid bepaalt dat een
opdrachtgever verantwoordelijk is voor een veilige werkomgeving wanneer de zzp’er
werkzaamheden verricht in de uitoefening van het bedrijf of beroep van de
opdrachtgever.
De Houtloods zou nog steeds verplicht zijn om voldoende veiligheidsmaatregelen te
treffen, zoals duidelijke instructies en waarschuwingen, mits Vincent werkzaamheden
uitvoerde die direct verband houden met het bedrijf. Als De Houtloods deze
verplichting heeft geschonden, kan Vincent als zzp’er nog steeds een vordering tot
schadevergoeding baseren op artikel 7:658 lid 4 BW.
HR Parochie en HR Davelaar/Allspan
Het is van belang dat de werkzaamheden uitgevoerd door een uitzendkracht of
vrijwilliger ook zouden kunnen worden uitgevoerd door werknemers van dat bedrijf.
Als dit zo is kunnen de uitzendkrachten of de vrijwilligers worden gezien als
werknemer en vallen dan dus onder art. 7:658 lid 4 BW.
Opdracht 2
Ali is op weg naar de bakker. Wanneer hij aan komt lopen, ziet hij dat het pand naast de
bakker in de steigers staat, omdat het opnieuw geschilderd wordt. Gerard, schilder bij ‘De
Groot Schilderwerken’ is op pad gestuurd om de buitenkozijnen van de bovenste verdieping
van het pand te verven. Hij dient hiervoor een hoge steiger te gebruiken, die in de loods van
het schildersbedrijf staat opgeslagen. Voordat hij vertrekt heeft Gerard twijfels over het
gebruik van de betreffende steiger. Hij vraagt zich af of deze wel stabiel genoeg is.
Bovendien heeft Gerard nog niet eerder in zijn eentje een dergelijke steiger geplaatst. Zijn
werkgever, Peter de Groot, geeft aan dat het de enige hoge steiger is en stuurt Gerard
ermee op pad. Op het moment dat Ali de steiger passeert, gaat het mis. De steiger waarop