Tekststructuren
(Les 1 tot 8)
,0. Inleiding
1. Taal als wezenlijk en universeel kenmerk van de mens
- natuurlijke taal (taal van mens -> niet van dieren), <-> formele taal (bv. wiskundesymbolen)
* object taal: onderwerp van studie
* metataal: medium van de studie
- 1. verband tussen taal en handelen
* mens = taalwezen (Aristoteles)
* mens wordt gedefinieerd op basis van taal!
* taaluitingen: geconventionaliseerde termen (bv. thank you!, how do you?, bless you!)
- 2. verband tussen taal en denken
* taal structureert het denken van de mens
* taal is vrij van het hier en nu (creëert eigen werkelijkheid)
-> alles is op basis van taal intersubjectief toegankelijk
= iets bestaat pas als je erover kan spreken
* misbruik van taal
- verhullen onaangename werkelijkheid: ‘huiselijk geweld’, ‘etnische zuivering’, enz.
- avoidance speech (Australië, Afrika): ander taalgebruik van schoonouders
- hate speech (cancel culture, online shaming, dead naming, enz.)
-> dog whistles (langs buiten neutraal), figleaves (“ik ben geen rascist, maar…”), enz.
- 3. verband tussen taal en wetenschap
* kennisoverdracht: ook via taal
2. De plaats van taal in de menswetenschappen
- literatuurwetenschap: taal voor esthetische doeleinden
- wijsbegeerte: filosofische reflectie over taal
- geschiedenis: basisbronnen zijn geschreven en gesproken teksten
- kunstgeschiedenis & kunstkritiek: ook aan de hand van taal
- archeologie: ontcijfering tekens en schriften
- semiotiek: studie van taaltekens
- semantiek: betekenisleer
3. Taalwetenschap
- 1. empirische wetenschap: feitenmateriaal, concrete data
- 2. cultuurwetenschap: taal = product intentionele menselijk handelingen
-> belangrijk verschil: synchroon (bepaald moment) of diachroon (historisch) taalonderzoek
1. Taal
1. Verschillende betekenissen van ‘taal’
- taal als systeem
* taalteken
- definitie en classificatie van tekens (naar de semiotiek)
1. icoon: associatieve relatie
2. index: causale- of contiguïteitsrelatie
3. symbool: willekeurig verband (arbitrair) -> conventie
-> taalteken: behoort tot de symbolen
2
, -> tekens: overbrengen boodschap naar buitentalige werkelijkheid
- indirecte relatie tussen woord en object
1. icoon: ‘associatieve’ overeenkomst, bv. plattegrond, pictogram, enz.
2. index: ‘causale’ relatie, bv. rook, thermometer, wijzende vinger, enz.
3. symbool: berust op conventie, bv. religieuze symbolen, taaltekens, enz.
-> grenzen echter niet zo strikt als het lijkt.
* kenmerken van de betekenisrelatie
- schema grondlegger moderne algemene taalwetenschap (Ferdinand de Saussure):
-> ‘taalteken’ (signe linguistique) bestaat uit ‘taalvorm’ (signifiant) + ‘taalbetekenis’ (signifié) -> verwijst naar ‘iets’ (chose)
- belangrijke kenmerken:
* relatie is noodzakelijk
-> taalvorm zonder betekenis heeft geen werkelijkheid
-> werkelijkheid zonder taalvorm heeft geen betekenis
* arbitraire relatie = conventionele relatie
* arbitraire relatie: basis multifunctionaliteit van het teken
* onomatopeeën/klanknabootsingen: maar gedeeltelijk iconisch
- arbitrariteit en motivatie
* historische evolutie: bv. fr. pigeon ‘duif’ < lat. pipire ‘piepen’
* samenstellingen: bv. blok + hut -> blokhut
* telwoordensysteem: in sommige taal bv. het getal ‘vijf’ voor ‘hand’
* klanksymboliek: experimenteren met klank (poëzie, literatuur)
-> volksetymologie: bv. rotonde -> ‘rontonde’, vroedvrouw -> ‘wroetvrouw’
* de taaleenheden
- tekst – zinnen – woordgroepen – woorden – morfemen – fonemen
* ‘huis’ = woord, ‘huis’ in ‘huisdier’ = morfeem
* afleiding: minstens één gebonden morfeem
* samenstelling: minstens twee vrije morfemen
* de economie van het taalsysteem
- fonemen: gesloten inventaris (30-tal in nl.)
- morfemen en woorden: open (deels productieve) inventaris
-> zelfde voor woordgroepen, zinnen, teksten
-> taal is een economisch systeem (oneindige productie mogelijk)
* van gesloten naar open inventaris
* van betekenisloos naar betekenisvol
* hiërarchie en lineariteit
- taal ≠ losse opeenvolging van elementen -> specifieke afhankelijkheidsrelaties
- bv. “Dit is het door alle leden aanvaarde voorstel”, hiërarchie:
- 1. voorstel
- 2. het voorstel
- 3. het aanvaarde voorstel
- 4. het door leden aanvaarde voorstel
- 5. het door alle leden aanvaarde voorstel
3