PREVALENTIE EN SOORTEN UITZONDERLIJK GEWELD
Doodslag = opzettelijke beroving van het leven (art. 287, 288 en 290 Sr: doodslag,
doodslag in combinatie met een ander strafbaar feit en kinderdoodslag).
Moord = dood met voorbedachten rade (art. 289 en 291: moord en kindermoord).
- Bezinning, enig beraad moet aantoonbaar kunnen worden gemaakt!
- Door dit laatste aantal moorden gedaald, doodslag gestegen.
Dit zijn levensdelicten waar vanuit de maatschappij veel interesse in is. Ze hebben
veel impact op de samenleving. Echter, het komt veel minder voor dan we denken.
Onderzoek was zeker tot de jaren ’90 lastig. Voor die tijd waren er wel cijfers, maar
was de betrouwbaarheid laag.
- Internationaal: moeilijk! cijfers van VN en WHO, maar verschillende
definities en (daardoor) verschillende registraties (zaken vs slachtoffers).
o VN heeft een juridischere betekenis dan WHO.
- Nederland: moeilijk! slechte registratie t.o.v. andere landen (tot 1992).
o Geen langdurige traditie grootschalig onderzoek naar moord en
doodslag.
o Tekortkomingen in bestaande databanken CBS, rechtbanken en politie.
Vanaf 1992 kwamen er duidelijke databanken NSCR, hoogleraar Criminologie.
- ANP berichten, jaarlijkse overzichten, Elsevier, VICLAS bestand (nationale
recherche), OM, gegevens van alle politieregio’s, strafregister MvJ, WODC.
- Eén database met zaak-, dader-, en slachtofferkenmerken en gevolgen dader.
- Betreft alle zaken gekwalificeerd als moord of doodslag door het OM.
Vanaf 2009 kwam er een combinatie van databanken van Nederland, Nederlandse
Antillen, Zweden, Finland en Zwitserland.
- Zweden: politiegegevens, vonnissen, forensisch psychiatrische data.
- Finland: gegevens uit politieonderzoek.
- Zwitserland: autopsiegegevens, politie- en rechtbankgegevens.
- Er wordt verder / dieper gekeken dan bij de eerste databank.
- Er komen steeds meer landen bij! meer inzicht in omvang van het
probleem.
Ondanks een stijging van het aantal dodelijke risico’s, is er een groter risico om te
overlijden door een val of verkeersongeval De media geeft een vertekend beeld!
- Het aantal levensmisdrijven is veel lager dan alle andere misdrijven die
worden gepleegd.
- Het overgrote deel van de vrouwen worden slachtoffer van hun man, niet
andersom percentage dood door onbekenden kleiner bij vrouwen.
Je wordt eerder vermoord door een partner of iemand uit je directe omgeving dan
door een onbekende. Het ‘stranger danger’ beeld klopt dus niet op basis van de
cijfers.
Modus operandi
- Mannen zijn vaker slachtoffer door lichamelijk geweld of een vuurwapen.
- Vrouwen worden vaker vermoord door wurging of een steek-/slagwapen.
- Verschillen in gender, maar ook binnen gender in typen delicten.
1
, - Vrouwen worden over het algemeen slachtoffer in de familiesfeer.
- Openbare weg vaker plaats delict bij mannen (crimineel milieu).
VERKLAREN VAN DE TRENDS
Er zijn vier typen verklaringen:
- Sociologisch rol van alcohol, economische deprivatie, vuurwapens.
- Psychologisch mensen met geestesziekten.
- Subtypen partner- en kinderdoding met eigen mechanisme.
- Historisch trends in afname van geweld.
Periode 1: 1200 – 2000 (Eisner)
In de Middeleeuwen was het cijfers constant en vrij hoog. Het was meer dan 45 keer
hoger dan in 2000. Sinds 1800 zien we dat het extreem laag wordt.
- Er waren verschillen in Europa, o.a. door politiek klimaat en wet- en
regelgeving.
Verklaringen voor de daling:
- Praktisch: er gingen minder mensen dood door medische verbeteringen.
o Fataal geweld wordt nu veel bewuster toegepast.
o Wel waren er meer medische verbeteringen nadat de daling al was
ingezet.
- Cultureel: verandering van de maatschappij
o Elias: civilisatietheorie
Geweld is een belangrijk doel in de samenleving trial by
combat
Mensen worden steeds afhankelijker van elkaar. Hier veranderde
de maatschappij. Geweld was niet langer een oplossing van
conflicten er kwam meer interne controle van individuen.
Opkomst van staten Staatsmonopolie en economische
afhankelijkheid.
Onderwijs, religieuze verzuiling, meer zelfcontrole.
Type persoonlijkheid affectieve controle, impulsiviteit.
o Durkheim: bevrijding van het individu tegenstrijdig aan Elias!
Geweld is een uiting van collectiviteit.
Geweld neemt af als het individu meer bevrijd wordt.
o Mucchielli: pacificatie hypothese
Stigmatisering en de-legitimisering van geweld.
Politieke en juridische processen van criminalisering van
geweld.
Ver-rechterlijking van het dagelijkse leven.
Periode 2: 1900 – 2000 (historisch bestand slachtoffers moord en doodslag)
Er is een kleine toename zichtbaar in de jaren ’60-’70 door toename van
drugscriminaliteit en de opkomst van vuurwapens.
- Vlak na de oorlog zien we een piek in slachtoffers anomietheorie Durkheim:
chaos in deze tijd. Het werkt als katalysator.
- De geweldscijfers verschillen per woongemeente en geslacht.
- Er is een sterke stijging in grote steden, onder mannen en vanaf de jaren ’60
tot ’90. Dit heeft te maken met de opkomst van drugs, sterke toename van
vuurwapengebruik en georganiseerde criminaliteit.
2
,Periode 3 en 4: 1992 – nu (tot 2021) (monitoren)
Moord en doodslag cijfers nemen gestaag af voor zowel mannen als vrouwen.
- Wel is een fluctuering zichtbaar bij mannelijke slachtoffers.
- De cijfers nemen in het algemeen als trend af.
- Dodelijk geweld in het criminele milieu is de enige type doding die de laatste
jaren een stijging laat zien. Dit komt door de toename van drugshandel.
- De uitsplitsing geeft meer inzicht in waar die stijging zit.
Verklaring voor de daling:
- Gerichter optreden van politie bij huiselijk geweld.
- Vergrijzing zorgt voor minder criminaliteit (moet eigenlijk al eerder zichtbaar
zijn)
- Wellicht toch gewoon een verdere afname van de eerder ingezette trend
(culturele verklaring) lifestyle theory: meer thuis, waardoor RAT wijzigen.
o Verwachting is dan juist dat cijfers stijgen, want thuis is een groot risico.
INTRODRUCTIE
Zuster Ada (Aaltje van der Plaat, 44) werd op 18 augustus 1974 vermoord in Ter Aar.
Na een kerkbezoek was zij naar huis gelopen, waarbij ze onderweg 27 keer werd
gestoken in de buik en borst en haar keel werd doorgesneden. Dit gebeurde door
Willem van Eijk (33), een man op een brommer. Hij werd op 21 augustus opgepakt.
- Hij kwam uit een arm gezin met 6 kinderen, en was onbetrouwbaar,
eigenzinnig, achterdochtig en kil. In zijn jeugd werd hij Gekke Willempie
genoemd. Hij schopte eenden door, verdronk katten en stak een hond in
brand.
Willem bekende ook de moord op Cora Mantel (15) op 20 juni 1971. Zij had de bus
gemist en stond liftend langs de weg, waarna zij werd verkracht en gewurgd. Willem
gaf aan te fantaseren over het oppikken van een lifter. Hier waren de
omstandigheden gunstig: het was laat en donker, ze was alleen en er waren weinig
mensen op straat.
Zijn eerste veroordeling was voor de moord op Aaltje en Cora. Hij kreeg 18 jaar cel
en TBR (1 maar 1976, Van Mesdag). Daar plaatste hij een contactadvertentie in het
landelijk dagblad, via waar hij Adri (gescheiden, 5 kids) leerde kennen. Zij trouwden
in 1982. Op 9 oktober 1990 werd Willem vervroegd vrijgelaten, hoewel de psychiater
beweerde dat hij geen behandeling had gehad en dus ook geen verbetering toonde.
- De relatie met Adri werd wel als goede invloed gezien.
Na zijn vrijlating ging hij met Adri in Harkstede wonen, maar ging de relatie slechter.
Ondertussen worden veel vrouwen in Groningen als vermist opgegeven, waarna zij
dood (en gewurgd) terug worden gevonden. Hier is sprake van een zelfde MO en
wordt een grote beloning uitgegeven, waardoor de politie hem op het spoor komt. Hij
wordt vervolgens veroordeeld voor de moord op Michelle, Annelise en Sasja.
- Het proces loopt van 2002 tot en met 2005 bij de Hoge Raad.
- Er is sprake van een vaste routine (keien in zakken) prostitué, plotseling
wurgen, achterbak auto, parkeren en bij dode slachtoffer zitten, naakte
lichaam in water, dumpen kleding in water.
- Waarom hij dat doet, weet hij zelf niet, geeft hij aan.
Het vonnis werd levenslang. Willem overleed in 2019 in Vught.
Uitzonderlijk geweld moord en doodslag: wat wordt besproken in dit vak:
3
, - Prevalentie, trends en ontwikkelingen door de tijd: Jeugd? Relatie met
moeder?
- Achtergronden en theoretische verklaringen: type slachtoffer, pleegplaats?
- Mediaberichtgeving.
- Bijzondere vormen: binnen familie, meervoudig? Motieven? Bijzonderheden?
- Aanpak, bestraffing en preventie & re-integratie: was een tweede serie te
voorkomen? Hoe was dit te voorkomen?
Casuïstiek: zaak van Humeyra komt de zaak overeen met de statistieken?
De zaak komt overeen in het feit dat zij is vermoord door een ex-partner.
De zaak komt niet overeen voor het feit dat zij op school is vermoord (ipv het eigen
huis) en dat ze met een vuurwapen is vermoord (ipv een slag- of steekwapen).
Achtergronden en verklaringen
Er zijn diverse verklaringsvragen (dit kan op microniveau, maar ook op macro):
- Waarom plegen mensen fataal geweld?
- Waarom hebben personen met bepaalde kenmerken en in bepaalde
omstandigheden meer kans om fataal geweld te plegen?
- Waarom is er meer fataal geweld in de/het ene land/regio/stad/buurt dan in het
andere land?
- Waarom is het aantal zaken van fataal geweld in Nederland de laatste 10 jaar
gedaald?
Daarbij horen diverse theoretische perspectieven:
- Sociologische: invloed van de omgeving en de maatschappij + invloed van
sociale en structurele omstandigheden (strain).
o Micro: doelen niet kunnen bereiken // Macro: economische deprivatie.
- Economische: gedrag is een rationele keuze (gelegenheidstheorie / RAT).
- Biologische en psychologische: gedrag komt voort uit de persoon van de
dader (psycho-evolutionaire theorie – geweld als controlemiddel,
voortplanting).
Strain macro (McCall & Nieuwbeerta, 2012) Onderzoek naar het moordcijfer in
117 Europese steden. Ze maakten een index van de mate van economische
deprivatie.
- Percentage eenoudergezinnen, gezinnen afhankelijk van sociale steun,
gezinnen met een inkomen lager dan 50% gemiddeld inkomen, gemiddeld
jaarlijks inkomen.
- Het was een zeer robuuste voorspeller van het moordcijfer, alsmede de mate
van stedelijkheid en de verdeling van Oost en West Europa (economische
ontwikkeling.
Strain micro (Agnew, 1982) – general strain theorie Strain ontstaat wanneer men
wordt weerhouden in het bereiken van het doel, positieve (beschermende) stimuli
worden verwijderd en negatieve stimuli worden toegevoegd.
- Kloof tussen aspirations en achievements (willen versus kunnen bereiken).
o Dit levert innerlijke spanning = strain op.
- Range of negative experiences: opeenstapeling!
- Strain negatieve emoties druk om te handelen niet-criminele dan wel
criminele respons. Laatste bij zien van onrechtvaardig en grote impact op
leven.
Bij strain is sprake van:
4