Uitwerking Examenmatrijs Belastingen en Verzekeringen
Algemene informatie
Examennaam: Brede kennis belasting- en verzekeringsrecht
Cohort: Business Services 2022 en verder
Profiel: Legal, Insurance & HR Services Specialist
Kerntaak: P5-K1: Ondersteunt bij juridische en HR-adviestrajecten
1. Brede kennis van belastingrecht
1.1 Toetsterm: Benoemen welk overheidsorgaan of welke instantie een gegeven
belasting of heffing kan opleggen.
Uitwerking: Belastingen worden opgelegd door verschillende
overheidslagen, elk met specifieke verantwoordelijkheden. De
rijksoverheid is verantwoordelijk voor de grotere belastingen zoals
inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting en omzetbelasting (btw).
Gemeenten heffen lokale belastingen zoals de onroerendezaakbelasting
(OZB), afvalstoffenheffing, rioolrechten en hondenbelasting. De provincie
rekent opcenten op de motorrijtuigenbelasting, en waterschappen heffen
waterschapsbelastingen die specifiek bedoeld zijn voor het beheer van
water en dijken. Het onderscheid tussen deze overheden is gebaseerd op
hun taakgebieden en de wetgeving die hen bevoegdheden toekent. Dit
alles is geregeld in verschillende belastingwetten zoals de Wet
inkomstenbelasting 2001 en de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
o Bron: Hoofdstuk “Belastingen en indelingen naar heffende
instantie”【6†bron】.
1.2 Toetsterm: Motiveren of iemand inkomstenbelasting verschuldigd is.
Uitwerking: Een natuurlijk persoon is inkomstenbelasting verschuldigd als
hij binnenlands belastingplichtig is, wat betekent dat hij in Nederland
woont en belasting betaalt over zijn wereldinkomen. Buitenlands
belastingplichtigen betalen alleen belasting over inkomsten die zij in
Nederland verdienen. Om te bepalen of iemand binnenlands
belastingplichtig is, kijkt de Belastingdienst naar factoren zoals het sociale
leven, adresregistratie en verblijfsduur. Voor buitenlandse
belastingplichtigen is een dubbele belastingverdrag vaak van toepassing,
zodat belastingheffing niet dubbel plaatsvindt.
o Bron: Hoofdstuk “Inkomstenbelasting –
Belastingsubjecten”【6†bron】.
1.3 Toetsterm: Berekenen hoeveel inkomstenbelasting iemand verschuldigd is
in box 1.
Uitwerking: Inkomstenbelasting in box 1 betreft inkomsten uit werk en
woning en wordt progressief belast. Het tarief in de eerste schijf (tot €
73.031) is 36,93%, terwijl de tweede schijf (boven dit bedrag) 49,50%
bedraagt. Bij de berekening worden heffingskortingen zoals de algemene
heffingskorting en arbeidskorting toegepast. Daarnaast kunnen
, aftrekposten zoals zorgkosten of hypotheekrente de belastbare grondslag
verlagen. Een voorbeeldberekening:
o Bruto inkomen: € 80.000
o Belastbaar in eerste schijf: € 73.031 × 36,93% = € 26.980
o Belastbaar in tweede schijf: (€ 80.000 - € 73.031) × 49,50% = €
3.426
o Totaal belasting: € 30.406 (exclusief heffingskortingen).
o Bron: Hoofdstuk “Inkomstenbelasting – Progressief
tarief”【6†bron】.
1.4 Toetsterm: Uitleggen van het verband tussen loon- en inkomstenbelasting.
Uitwerking: De loonbelasting is een voorheffing op de
inkomstenbelasting. Dit betekent dat werkgevers maandelijks belasting
inhouden op het loon van hun werknemers en dit bedrag afdragen aan de
Belastingdienst. Aan het einde van het belastingjaar wordt bij de aangifte
inkomstenbelasting gecontroleerd of het ingehouden bedrag correct was.
Te veel betaalde loonbelasting wordt terugbetaald, terwijl bij een tekort
aanvullende inkomstenbelasting moet worden voldaan. Dit systeem zorgt
ervoor dat belastingplichtigen gedurende het jaar hun
belastingverplichtingen gedeeltelijk nakomen.
o Bron: Hoofdstuk “Loonbelasting als voorheffing”【6†bron】.
1.5 Toetsterm: Vaststellen welke aftrekpost(en) van toepassing is/zijn.
Uitwerking: Aftrekposten verlagen het belastbaar inkomen en worden
toegepast voordat het belastingtarief wordt berekend. Voorbeelden van
aftrekposten:
o Zelfstandigenaftrek: Voor ondernemers die voldoen aan het
urencriterium.
o Persoonsgebonden aftrek: Niet-vergoede zorgkosten, alimentatie
of giften aan goede doelen.
o Hypotheekrenteaftrek: Voor eigenaars van een eigen woning. De
keuze voor aftrekposten hangt af van de persoonlijke situatie en
moet voldoen aan wettelijke eisen, zoals het leveren van
bewijsstukken. Door de aftrekposten slim toe te passen, kan een
belastingplichtige aanzienlijk besparen.
o Bron: Hoofdstuk “Inkomstenbelasting – Aftrekposten”【6†bron】.
2. Brede kennis van belastingen lagere overheden
2.1 Toetsterm: Benoemen van gemeentelijke belastingen.
Uitwerking: Gemeenten heffen een breed scala aan lokale belastingen
om hun taken te kunnen uitvoeren. De meest voorkomende gemeentelijke
belastingen zijn:
, o Onroerendezaakbelasting (OZB): Verplichte bijdrage voor
eigenaren en gebruikers van onroerende zaken, zoals huizen en
bedrijfspanden.
o Afvalstoffenheffing: Kosten voor inzameling en verwerking van
huishoudelijk afval.
o Rioolrechten: Bijdrage voor onderhoud en aanleg van het
rioleringssysteem.
o Hondenbelasting: Heffing voor het houden van een hond.
Daarnaast zijn er andere heffingen, zoals toeristenbelasting,
precariobelasting (voor gebruik van openbare grond),
parkeerbelasting en forensenbelasting. Gemeentelijke belastingen
worden vastgesteld in de gemeentelijke verordeningen.
o Bron: Hoofdstuk “Gemeentelijke belastingen”【6†bron】.
2.2 Toetsterm: Berekenen van gemeentelijke belastingen.
Uitwerking: Het berekenen van gemeentelijke belastingen hangt af van
de specifieke belasting en de gemeentelijke tarieven. Een voorbeeld is de
berekening van de OZB:
o OZB wordt berekend door de WOZ-waarde van een onroerende zaak
te vermenigvuldigen met het OZB-tarief.
o Stel: een woning heeft een WOZ-waarde van € 250.000 en het
gemeentelijke OZB-tarief is 0,1%. De OZB bedraagt dan € 250
(250.000 × 0,1%). Voor afvalstoffenheffing en rioolrechten worden
vaak vaste bedragen per huishouden gehanteerd. Deze tarieven
worden jaarlijks door de gemeente vastgesteld en gepubliceerd.
o Bron: Hoofdstuk “OZB en andere gemeentelijke
belastingen”【6†bron】.
2.3 Toetsterm: Motiveren of iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding.
Uitwerking: Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen wordt verleend
aan burgers met een laag inkomen en weinig vermogen. Gemeenten
toetsen hierbij de draagkracht van de aanvrager, wat inhoudt dat ze kijken
naar:
o Inkomen: Is dit lager dan de bijstandsnorm?
o Vermogen: Zijn er geen substantiële bezittingen die kunnen worden
aangesproken?
o Uitgaven: Vaste lasten worden in mindering gebracht op het
besteedbaar inkomen. Aanvragers moeten hun financiële situatie
onderbouwen met bewijsstukken, zoals loonstroken, bankafschriften
en huurcontracten. De exacte voorwaarden en procedures
verschillen per gemeente.
o Bron: Hoofdstuk “Kwijtschelding gemeentelijke
belastingen”【6†bron】.
Algemene informatie
Examennaam: Brede kennis belasting- en verzekeringsrecht
Cohort: Business Services 2022 en verder
Profiel: Legal, Insurance & HR Services Specialist
Kerntaak: P5-K1: Ondersteunt bij juridische en HR-adviestrajecten
1. Brede kennis van belastingrecht
1.1 Toetsterm: Benoemen welk overheidsorgaan of welke instantie een gegeven
belasting of heffing kan opleggen.
Uitwerking: Belastingen worden opgelegd door verschillende
overheidslagen, elk met specifieke verantwoordelijkheden. De
rijksoverheid is verantwoordelijk voor de grotere belastingen zoals
inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting en omzetbelasting (btw).
Gemeenten heffen lokale belastingen zoals de onroerendezaakbelasting
(OZB), afvalstoffenheffing, rioolrechten en hondenbelasting. De provincie
rekent opcenten op de motorrijtuigenbelasting, en waterschappen heffen
waterschapsbelastingen die specifiek bedoeld zijn voor het beheer van
water en dijken. Het onderscheid tussen deze overheden is gebaseerd op
hun taakgebieden en de wetgeving die hen bevoegdheden toekent. Dit
alles is geregeld in verschillende belastingwetten zoals de Wet
inkomstenbelasting 2001 en de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
o Bron: Hoofdstuk “Belastingen en indelingen naar heffende
instantie”【6†bron】.
1.2 Toetsterm: Motiveren of iemand inkomstenbelasting verschuldigd is.
Uitwerking: Een natuurlijk persoon is inkomstenbelasting verschuldigd als
hij binnenlands belastingplichtig is, wat betekent dat hij in Nederland
woont en belasting betaalt over zijn wereldinkomen. Buitenlands
belastingplichtigen betalen alleen belasting over inkomsten die zij in
Nederland verdienen. Om te bepalen of iemand binnenlands
belastingplichtig is, kijkt de Belastingdienst naar factoren zoals het sociale
leven, adresregistratie en verblijfsduur. Voor buitenlandse
belastingplichtigen is een dubbele belastingverdrag vaak van toepassing,
zodat belastingheffing niet dubbel plaatsvindt.
o Bron: Hoofdstuk “Inkomstenbelasting –
Belastingsubjecten”【6†bron】.
1.3 Toetsterm: Berekenen hoeveel inkomstenbelasting iemand verschuldigd is
in box 1.
Uitwerking: Inkomstenbelasting in box 1 betreft inkomsten uit werk en
woning en wordt progressief belast. Het tarief in de eerste schijf (tot €
73.031) is 36,93%, terwijl de tweede schijf (boven dit bedrag) 49,50%
bedraagt. Bij de berekening worden heffingskortingen zoals de algemene
heffingskorting en arbeidskorting toegepast. Daarnaast kunnen
, aftrekposten zoals zorgkosten of hypotheekrente de belastbare grondslag
verlagen. Een voorbeeldberekening:
o Bruto inkomen: € 80.000
o Belastbaar in eerste schijf: € 73.031 × 36,93% = € 26.980
o Belastbaar in tweede schijf: (€ 80.000 - € 73.031) × 49,50% = €
3.426
o Totaal belasting: € 30.406 (exclusief heffingskortingen).
o Bron: Hoofdstuk “Inkomstenbelasting – Progressief
tarief”【6†bron】.
1.4 Toetsterm: Uitleggen van het verband tussen loon- en inkomstenbelasting.
Uitwerking: De loonbelasting is een voorheffing op de
inkomstenbelasting. Dit betekent dat werkgevers maandelijks belasting
inhouden op het loon van hun werknemers en dit bedrag afdragen aan de
Belastingdienst. Aan het einde van het belastingjaar wordt bij de aangifte
inkomstenbelasting gecontroleerd of het ingehouden bedrag correct was.
Te veel betaalde loonbelasting wordt terugbetaald, terwijl bij een tekort
aanvullende inkomstenbelasting moet worden voldaan. Dit systeem zorgt
ervoor dat belastingplichtigen gedurende het jaar hun
belastingverplichtingen gedeeltelijk nakomen.
o Bron: Hoofdstuk “Loonbelasting als voorheffing”【6†bron】.
1.5 Toetsterm: Vaststellen welke aftrekpost(en) van toepassing is/zijn.
Uitwerking: Aftrekposten verlagen het belastbaar inkomen en worden
toegepast voordat het belastingtarief wordt berekend. Voorbeelden van
aftrekposten:
o Zelfstandigenaftrek: Voor ondernemers die voldoen aan het
urencriterium.
o Persoonsgebonden aftrek: Niet-vergoede zorgkosten, alimentatie
of giften aan goede doelen.
o Hypotheekrenteaftrek: Voor eigenaars van een eigen woning. De
keuze voor aftrekposten hangt af van de persoonlijke situatie en
moet voldoen aan wettelijke eisen, zoals het leveren van
bewijsstukken. Door de aftrekposten slim toe te passen, kan een
belastingplichtige aanzienlijk besparen.
o Bron: Hoofdstuk “Inkomstenbelasting – Aftrekposten”【6†bron】.
2. Brede kennis van belastingen lagere overheden
2.1 Toetsterm: Benoemen van gemeentelijke belastingen.
Uitwerking: Gemeenten heffen een breed scala aan lokale belastingen
om hun taken te kunnen uitvoeren. De meest voorkomende gemeentelijke
belastingen zijn:
, o Onroerendezaakbelasting (OZB): Verplichte bijdrage voor
eigenaren en gebruikers van onroerende zaken, zoals huizen en
bedrijfspanden.
o Afvalstoffenheffing: Kosten voor inzameling en verwerking van
huishoudelijk afval.
o Rioolrechten: Bijdrage voor onderhoud en aanleg van het
rioleringssysteem.
o Hondenbelasting: Heffing voor het houden van een hond.
Daarnaast zijn er andere heffingen, zoals toeristenbelasting,
precariobelasting (voor gebruik van openbare grond),
parkeerbelasting en forensenbelasting. Gemeentelijke belastingen
worden vastgesteld in de gemeentelijke verordeningen.
o Bron: Hoofdstuk “Gemeentelijke belastingen”【6†bron】.
2.2 Toetsterm: Berekenen van gemeentelijke belastingen.
Uitwerking: Het berekenen van gemeentelijke belastingen hangt af van
de specifieke belasting en de gemeentelijke tarieven. Een voorbeeld is de
berekening van de OZB:
o OZB wordt berekend door de WOZ-waarde van een onroerende zaak
te vermenigvuldigen met het OZB-tarief.
o Stel: een woning heeft een WOZ-waarde van € 250.000 en het
gemeentelijke OZB-tarief is 0,1%. De OZB bedraagt dan € 250
(250.000 × 0,1%). Voor afvalstoffenheffing en rioolrechten worden
vaak vaste bedragen per huishouden gehanteerd. Deze tarieven
worden jaarlijks door de gemeente vastgesteld en gepubliceerd.
o Bron: Hoofdstuk “OZB en andere gemeentelijke
belastingen”【6†bron】.
2.3 Toetsterm: Motiveren of iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding.
Uitwerking: Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen wordt verleend
aan burgers met een laag inkomen en weinig vermogen. Gemeenten
toetsen hierbij de draagkracht van de aanvrager, wat inhoudt dat ze kijken
naar:
o Inkomen: Is dit lager dan de bijstandsnorm?
o Vermogen: Zijn er geen substantiële bezittingen die kunnen worden
aangesproken?
o Uitgaven: Vaste lasten worden in mindering gebracht op het
besteedbaar inkomen. Aanvragers moeten hun financiële situatie
onderbouwen met bewijsstukken, zoals loonstroken, bankafschriften
en huurcontracten. De exacte voorwaarden en procedures
verschillen per gemeente.
o Bron: Hoofdstuk “Kwijtschelding gemeentelijke
belastingen”【6†bron】.