Uitwerking examenmattrijs personen- en familie en erfrecht
Heeft specialistische kennis van personen- en familierecht (62%)
1.1 De kandidaat bepaalt voor een situatie of deze onder het personen- en
familierecht valt. B,1
o Burgerlijk procesrecht: Het deel van het burgerlijk recht dat beschrijft hoe een
burgerrechtelijke procedure verloopt.
o Familierecht: Onderdeel van het burgerlijk recht waarin de regels staan over de
natuurlijke persoon en zijn familierelaties.
o Personenrecht: Onderdeel van het burgerlijk recht waarin familierechtelijke relaties
tussen personen worden beschreven.
o Vermogensrecht: Onderdeel van het burgerlijk recht waarin op geld waardeerbare
rechten worden geregeld.
5 rechtsgebieden
1. Staatsrecht
2. Bestuursrecht
3. Strafrecht
4. Burgerlijk recht
5. Internationaal recht
Burgerlijk recht
Burgerlijk recht beschrijft rechtsrelaties tussen burgers onderling.
Relaties op geld waardeerbaar: zakelijke relaties. Deze vallen onder het
vermogensrecht. (koper/verkoper – huurder/verhuurder) Te vinden in boek 3,6 en 7
BW.
Familierechtelijke relaties: juridische relaties tussen familieleden en echtgenoten.
(geslachtsnaam kind – huwelijk) Te vinden in boek 1 BW.
2 termen in PFE
Natuurlijke personen: mensen van vlees en bloed.
Rechtspersonen: ondernemingen/instellingen die een zelfstandig leven leiden in
het recht: BV, NV, stichting en vereniging. (boek 2 BW)
Rechtsbron Burgerlijk recht
Belangrijke rechtsbron Burgerlijk recht: Burgerlijk Wetboek (BW)
BW beschrijft de rechten en plichten die burgers (en bedrijven) hebben ten
opzichte van elkaar.
BW bestaat uit delen/boeken
Elk boek begint met artikel 1
Afwijkende schrijfwijze artikel = Art. 1:4 BW is artikel 4 van boek 1 BW.
Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (RV)
In dit wetboek staan vooral procedures en vormvoorschriften (formeel recht).
Anders dan het BW wordt er in het Rv gewoon doorgenummerd.
Voor het personen- en familierecht vind je in het Rv bijvoorbeeld de beschrijving
van de procedure voor een echtscheiding en voor een
kinderbeschermingsmaatregel.
,1.2 De kandidaat motiveert voor een situatie of er sprake is van
handelings(on)bekwaamheid of handelings(on)bevoegdheid. T,1
o Handelingsbekwaam: De bevoegdheid om zelfstandig rechtshandelingen te
verrichten.
o Handelingsonbekwaam: Niet zelfstandig rechtshandelingen kunnen verrichten.
o Handelingsonbevoegd: Niet zonder medewerking van een ander bepaalde
rechtshandelingen kunnen verrichten.
Handelingsonbekwaamheid
Rechtshandeling: (juridisch) handelen gericht op een rechtsgevolg.
In sommige situaties mag je geen rechtshandelingen (koopovereenkomsten,
huurovereenkomsten, rechtszaak voeren, huwelijk sluiten, vergunning aanvragen, enz.)
verrichten.
Art. 1:234 BW: minderjarige kan zelfstandig geen juridische handelingen verrichten.
Bijvoorbeeld: een minderjarige kan niet zelfstandig een scooter kopen. En minderjarigen
mogen zonder toestemming van hun ouders geen grote aankopen doen of contracten
afsluiten.
De wettelijke bescherming geldt ook als een minderjarige eigen geld gebruikt. Ouders of
voogden kunnen de overeenkomst alsnog vernietigen.
Gevolgen handelingsonbekwaamheid
Handelingsonbekwame kan een geldige (koop)overeenkomst sluiten.
Alleen:
De (koop)overeenkomst is aantastbaar: ouders minderjarige hebben het recht de
overeenkomst achteraf te vernietigen.
Vernietigen: de overeenkomst is geldig zolang deze niet vernietigd wordt.
Nietig: overeenkomst heeft nooit bestaan en heeft geen rechtsgevolgen.
Opklimmende handelingsbekwaamheid
Regel: Hoe ouder het kind, hoe meer zelfstandig het kan doen.
Voor overeenkomsten waarvan we het normaal vinden dat een kind die zonder
toestemming van zijn ouders sluit, is een kind handelingsbekwaam sokken, t-shirt
15 jarige.
Regels handelingsonbekwaamheid gelden ook ten aanzien van zelf verdienend
geld jongere.
Uitzonderingen op handelingsonbekwaamheid:
Dagelijkse handelingen: Voor rechtshandelingen die passen bij de leeftijd van de
minderjarige, wordt impliciete toestemming van ouders aangenomen (art. 1:234
lid 3 BW).
Handlichting: Minderjarigen kunnen door de kantonrechter handelingsbekwaam
worden verklaard voor specifieke rechtshandelingen (art. 1:235 BW).
Handlichting (art. 1:235 BW)
Kantonrechter verklaart op verzoek van de minderjarige deze handelingsbekwaam
voor bepaalde rechtshandelingen, bijv. vanwege de rol van de minderjarige in een
(familie)bedrijf.
Verzoek om handlichting dient een minderjarige zelf in bij de kantonrechter =
Uitzondering
Gevolg: door handlichting krijgt de minderjarige alvast een aantal bevoegdheden
die alleen een minderjarige heeft.
Rechterlijke uitspraak wordt gepubliceerd in de Staatscourant en twee dagbladen
woonplaats kind.
,Handelingsonbevoegdheid
Handelingsonbevoegdheid betekent dat iemand volgens de wet of een rechterlijke
uitspraak geen rechtshandelingen mag verrichten in een specifiek gebied, ook al is hij
handelingsbekwaam.
Voorbeelden:
Een ouder die door de rechter is ontzet uit het ouderlijk gezag, is
handelingsonbevoegd om namens het kind rechtshandelingen te verrichten.
Iemand die failliet is verklaard, kan zonder toestemming van de curator geen
beheer voeren over zijn eigen vermogen (art. 23 Faillissementswet)
Verschil met handelingsonbekwaamheid:
Handelingsonbekwaamheid: Betreft de algemene bekwaamheid om
rechtshandelingen te verrichten (bijv. minderjarigen).
Handelingsonbevoegdheid: Beperkt iemands vermogen om rechtshandelingen te
verrichten binnen een specifiek juridisch kader.
Vanaf 16 jaar handelingsbekwaam
Arbeidsovereenkomst zelf sluiten vanaf 16 jaar / < 16 jaar: toestemming
ouders. Bij conflict arbeidszaak: kind voert rechtszaak zelf vanaf 16
jaar (art. 7:612 BW)
Medische behandelingsovereenkomst kind maakt zelf afspraken met artsen,
fysio, logopedist/beslist zelfstandig over operaties en medische ingrepen. (vanaf
12 jaar al inspraak zie art. 7:447 en 7:450 BW
Testament maken art. 4:55 BW
1.3 De kandidaat stelt voor een situatie vast welke personen bevoegd en/of
verplicht zijn tot aangifte van een geboorte en binnen welke termijn aangifte
van een geboorte moet plaatsvinden. T,1
o Aangifte van geboorte: Officiële melding van de geboorte van een kind in de
gemeente aan een ambtenaar van de burgerlijke stand.
o Akte van de burgerlijke stand: Officieel document waarin een ambtenaar van de
burgerlijke stand een familierechtelijke gebeurtenis vastlegt, zoals (de aangifte
van) een geboorte of (de aangifte van) een overlijden.
Aangifte van geboorte
Binnen drie dagen na de bevalling bij de burgerlijke stand waar de bevalling heeft
plaatsgevonden. (art. 1:19e lid 7 BW)
Moeder mag aangifte doen (maar is niet verplicht) (art. 1:19e lid 2 BW)
Vader/moeder uit wie het kind niet geboren is moet (is verplicht) aangifte doen.
(art. 1:19e lid 3 BW)
Juridische vader/meemoeder verhinderd: iedereen die bij de geboorte aanwezig
was arts, verloskundige, kraamhulp, familielid, vriendin. (art. 1:19e lid 4 BW)
Niemand bij de geboorte aanwezig? bewoner van het huis of hoofd inrichting
waar de bevalling plaatsvond. (art. 1:19e lid 4 sub b en lid 5 BW)
Er is niemand? dan de burgemeester (art. 1:19e lid 6 BW)
Wat moet de aangever doen?
Identiteit aantonen: De aangever moet een geldig identiteitsbewijs (bijvoorbeeld
een paspoort of identiteitskaart) laten zien.
Medische verklaring: De ambtenaar van de burgerlijke stand kan een verklaring
van de arts of verloskundige vragen als bewijs dat het kind geboren is uit de
opgegeven moeder (art. 1:19e lid 8 en 11 BW).
, Bijzonderheden over ongeboren en levenloos geboren kinderen
Ongeboren kind:
Volgens art. 1:2 BW wordt een ongeboren kind in juridische zaken al als geboren
beschouwd als dat in zijn belang is. Bijvoorbeeld: een ongeboren kind kan erven
van een overleden ouder.
Levenloos geboren kind:
Er wordt een aparte akte van geboorte (levenloos) opgesteld (art. 1:19i
lid 1 BW).
Sinds 1 januari 2022 kan een levenloos geboren kind ook worden
opgenomen in de Basisregistratie Personen (BRP).
1.4 De kandidaat bepaalt voor een situatie wat de procedure van aangifte van
overlijden is. B,1
o Akte van de burgerlijke stand: Officieel document waarin een ambtenaar van de
burgerlijke stand een familierechtelijke gebeurtenis vastlegt, zoals (de aangifte
van) een geboorte of (de aangifte van) een overlijden.
o Rechtsvermoeden van overlijden: Verklaring van de rechtbank, gedaan op verzoek
van een belanghebbende, dat een vermiste persoon zeer waarschijnlijk is
overleden.
o Verklaring van overlijden: Verklaring van een arts dat een persoon door een
natuurlijke oorzaak is overleden.
o Aangifte van overlijden: Officiële melding van het overlijden van een persoon in de
gemeente aan een ambtenaar van de burgerlijke stand.
Aangifte van overlijden
1. Bij de burgerlijke stand waar de persoon is overleden (art. 1:19f BW)
2. Bevoegd is iedereen die op de hoogte is van het overlijden (Meestal wordt dit
gedaan door een begrafenisondernemer, die namens de nabestaanden wordt
gemachtigd.) (art. 1:19h BW)
3. Verklaring van overlijden overhandigen aan ambtenaar burgerlijke stand
verklaring van de arts: natuurlijke oorzaak. (art. 7 lid 1 Wet op de
lijkbezorging)
4. Ambtenaar burgerlijke stand geeft toestemming voor begraven of cremeren.
Zonder verlof begraven/cremeren is strafbaar. (art. 80 Wet op de
lijkbezorging)
Twijfel
natuurlijke doodsoorzaak (bijv. misdrijf, zelfmoord of onduidelijke omstandigheden)
Arts geeft geen verklaring van overlijden af (Wet op de lijkbezorging)
Arts waarschuwt forensisch geneeskundige (vaak GGD-arts)
Indien GGD-arts doodsoorzaak niet kan vaststellen: melding OvJ en burgerlijke
stand.
De officier van justitie doet onderzoek en geeft pas een verklaring van geen
bezwaar af als het lichaam niet langer nodig is voor onderzoek.
Vermissing
Als iemand langdurig vermist is (onbekend of iemand nog leeft of waar hij/zij verblijft),
kan een bewindvoerder worden aangesteld (op verzoek van belanghebbende of vordering
van het OM of door de rechtbank) (art. 1:409 BW) om de zaken (betaalt rekeningen, int.
vorderingen enz.) van de vermiste te regelen.
Na een wachttijd van:
5 jaar (rechtsvermoeden van overlijden) (normaal) of
1 jaar (bij duidelijke omstandigheden, zoals een vliegtuigcrash),
kan de rechtbank een rechtsvermoeden van overlijden afgeven (art. 1:413 BW).
Dit stelt nabestaanden in staat om verder te handelen alsof de persoon is
overleden.
Heeft specialistische kennis van personen- en familierecht (62%)
1.1 De kandidaat bepaalt voor een situatie of deze onder het personen- en
familierecht valt. B,1
o Burgerlijk procesrecht: Het deel van het burgerlijk recht dat beschrijft hoe een
burgerrechtelijke procedure verloopt.
o Familierecht: Onderdeel van het burgerlijk recht waarin de regels staan over de
natuurlijke persoon en zijn familierelaties.
o Personenrecht: Onderdeel van het burgerlijk recht waarin familierechtelijke relaties
tussen personen worden beschreven.
o Vermogensrecht: Onderdeel van het burgerlijk recht waarin op geld waardeerbare
rechten worden geregeld.
5 rechtsgebieden
1. Staatsrecht
2. Bestuursrecht
3. Strafrecht
4. Burgerlijk recht
5. Internationaal recht
Burgerlijk recht
Burgerlijk recht beschrijft rechtsrelaties tussen burgers onderling.
Relaties op geld waardeerbaar: zakelijke relaties. Deze vallen onder het
vermogensrecht. (koper/verkoper – huurder/verhuurder) Te vinden in boek 3,6 en 7
BW.
Familierechtelijke relaties: juridische relaties tussen familieleden en echtgenoten.
(geslachtsnaam kind – huwelijk) Te vinden in boek 1 BW.
2 termen in PFE
Natuurlijke personen: mensen van vlees en bloed.
Rechtspersonen: ondernemingen/instellingen die een zelfstandig leven leiden in
het recht: BV, NV, stichting en vereniging. (boek 2 BW)
Rechtsbron Burgerlijk recht
Belangrijke rechtsbron Burgerlijk recht: Burgerlijk Wetboek (BW)
BW beschrijft de rechten en plichten die burgers (en bedrijven) hebben ten
opzichte van elkaar.
BW bestaat uit delen/boeken
Elk boek begint met artikel 1
Afwijkende schrijfwijze artikel = Art. 1:4 BW is artikel 4 van boek 1 BW.
Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (RV)
In dit wetboek staan vooral procedures en vormvoorschriften (formeel recht).
Anders dan het BW wordt er in het Rv gewoon doorgenummerd.
Voor het personen- en familierecht vind je in het Rv bijvoorbeeld de beschrijving
van de procedure voor een echtscheiding en voor een
kinderbeschermingsmaatregel.
,1.2 De kandidaat motiveert voor een situatie of er sprake is van
handelings(on)bekwaamheid of handelings(on)bevoegdheid. T,1
o Handelingsbekwaam: De bevoegdheid om zelfstandig rechtshandelingen te
verrichten.
o Handelingsonbekwaam: Niet zelfstandig rechtshandelingen kunnen verrichten.
o Handelingsonbevoegd: Niet zonder medewerking van een ander bepaalde
rechtshandelingen kunnen verrichten.
Handelingsonbekwaamheid
Rechtshandeling: (juridisch) handelen gericht op een rechtsgevolg.
In sommige situaties mag je geen rechtshandelingen (koopovereenkomsten,
huurovereenkomsten, rechtszaak voeren, huwelijk sluiten, vergunning aanvragen, enz.)
verrichten.
Art. 1:234 BW: minderjarige kan zelfstandig geen juridische handelingen verrichten.
Bijvoorbeeld: een minderjarige kan niet zelfstandig een scooter kopen. En minderjarigen
mogen zonder toestemming van hun ouders geen grote aankopen doen of contracten
afsluiten.
De wettelijke bescherming geldt ook als een minderjarige eigen geld gebruikt. Ouders of
voogden kunnen de overeenkomst alsnog vernietigen.
Gevolgen handelingsonbekwaamheid
Handelingsonbekwame kan een geldige (koop)overeenkomst sluiten.
Alleen:
De (koop)overeenkomst is aantastbaar: ouders minderjarige hebben het recht de
overeenkomst achteraf te vernietigen.
Vernietigen: de overeenkomst is geldig zolang deze niet vernietigd wordt.
Nietig: overeenkomst heeft nooit bestaan en heeft geen rechtsgevolgen.
Opklimmende handelingsbekwaamheid
Regel: Hoe ouder het kind, hoe meer zelfstandig het kan doen.
Voor overeenkomsten waarvan we het normaal vinden dat een kind die zonder
toestemming van zijn ouders sluit, is een kind handelingsbekwaam sokken, t-shirt
15 jarige.
Regels handelingsonbekwaamheid gelden ook ten aanzien van zelf verdienend
geld jongere.
Uitzonderingen op handelingsonbekwaamheid:
Dagelijkse handelingen: Voor rechtshandelingen die passen bij de leeftijd van de
minderjarige, wordt impliciete toestemming van ouders aangenomen (art. 1:234
lid 3 BW).
Handlichting: Minderjarigen kunnen door de kantonrechter handelingsbekwaam
worden verklaard voor specifieke rechtshandelingen (art. 1:235 BW).
Handlichting (art. 1:235 BW)
Kantonrechter verklaart op verzoek van de minderjarige deze handelingsbekwaam
voor bepaalde rechtshandelingen, bijv. vanwege de rol van de minderjarige in een
(familie)bedrijf.
Verzoek om handlichting dient een minderjarige zelf in bij de kantonrechter =
Uitzondering
Gevolg: door handlichting krijgt de minderjarige alvast een aantal bevoegdheden
die alleen een minderjarige heeft.
Rechterlijke uitspraak wordt gepubliceerd in de Staatscourant en twee dagbladen
woonplaats kind.
,Handelingsonbevoegdheid
Handelingsonbevoegdheid betekent dat iemand volgens de wet of een rechterlijke
uitspraak geen rechtshandelingen mag verrichten in een specifiek gebied, ook al is hij
handelingsbekwaam.
Voorbeelden:
Een ouder die door de rechter is ontzet uit het ouderlijk gezag, is
handelingsonbevoegd om namens het kind rechtshandelingen te verrichten.
Iemand die failliet is verklaard, kan zonder toestemming van de curator geen
beheer voeren over zijn eigen vermogen (art. 23 Faillissementswet)
Verschil met handelingsonbekwaamheid:
Handelingsonbekwaamheid: Betreft de algemene bekwaamheid om
rechtshandelingen te verrichten (bijv. minderjarigen).
Handelingsonbevoegdheid: Beperkt iemands vermogen om rechtshandelingen te
verrichten binnen een specifiek juridisch kader.
Vanaf 16 jaar handelingsbekwaam
Arbeidsovereenkomst zelf sluiten vanaf 16 jaar / < 16 jaar: toestemming
ouders. Bij conflict arbeidszaak: kind voert rechtszaak zelf vanaf 16
jaar (art. 7:612 BW)
Medische behandelingsovereenkomst kind maakt zelf afspraken met artsen,
fysio, logopedist/beslist zelfstandig over operaties en medische ingrepen. (vanaf
12 jaar al inspraak zie art. 7:447 en 7:450 BW
Testament maken art. 4:55 BW
1.3 De kandidaat stelt voor een situatie vast welke personen bevoegd en/of
verplicht zijn tot aangifte van een geboorte en binnen welke termijn aangifte
van een geboorte moet plaatsvinden. T,1
o Aangifte van geboorte: Officiële melding van de geboorte van een kind in de
gemeente aan een ambtenaar van de burgerlijke stand.
o Akte van de burgerlijke stand: Officieel document waarin een ambtenaar van de
burgerlijke stand een familierechtelijke gebeurtenis vastlegt, zoals (de aangifte
van) een geboorte of (de aangifte van) een overlijden.
Aangifte van geboorte
Binnen drie dagen na de bevalling bij de burgerlijke stand waar de bevalling heeft
plaatsgevonden. (art. 1:19e lid 7 BW)
Moeder mag aangifte doen (maar is niet verplicht) (art. 1:19e lid 2 BW)
Vader/moeder uit wie het kind niet geboren is moet (is verplicht) aangifte doen.
(art. 1:19e lid 3 BW)
Juridische vader/meemoeder verhinderd: iedereen die bij de geboorte aanwezig
was arts, verloskundige, kraamhulp, familielid, vriendin. (art. 1:19e lid 4 BW)
Niemand bij de geboorte aanwezig? bewoner van het huis of hoofd inrichting
waar de bevalling plaatsvond. (art. 1:19e lid 4 sub b en lid 5 BW)
Er is niemand? dan de burgemeester (art. 1:19e lid 6 BW)
Wat moet de aangever doen?
Identiteit aantonen: De aangever moet een geldig identiteitsbewijs (bijvoorbeeld
een paspoort of identiteitskaart) laten zien.
Medische verklaring: De ambtenaar van de burgerlijke stand kan een verklaring
van de arts of verloskundige vragen als bewijs dat het kind geboren is uit de
opgegeven moeder (art. 1:19e lid 8 en 11 BW).
, Bijzonderheden over ongeboren en levenloos geboren kinderen
Ongeboren kind:
Volgens art. 1:2 BW wordt een ongeboren kind in juridische zaken al als geboren
beschouwd als dat in zijn belang is. Bijvoorbeeld: een ongeboren kind kan erven
van een overleden ouder.
Levenloos geboren kind:
Er wordt een aparte akte van geboorte (levenloos) opgesteld (art. 1:19i
lid 1 BW).
Sinds 1 januari 2022 kan een levenloos geboren kind ook worden
opgenomen in de Basisregistratie Personen (BRP).
1.4 De kandidaat bepaalt voor een situatie wat de procedure van aangifte van
overlijden is. B,1
o Akte van de burgerlijke stand: Officieel document waarin een ambtenaar van de
burgerlijke stand een familierechtelijke gebeurtenis vastlegt, zoals (de aangifte
van) een geboorte of (de aangifte van) een overlijden.
o Rechtsvermoeden van overlijden: Verklaring van de rechtbank, gedaan op verzoek
van een belanghebbende, dat een vermiste persoon zeer waarschijnlijk is
overleden.
o Verklaring van overlijden: Verklaring van een arts dat een persoon door een
natuurlijke oorzaak is overleden.
o Aangifte van overlijden: Officiële melding van het overlijden van een persoon in de
gemeente aan een ambtenaar van de burgerlijke stand.
Aangifte van overlijden
1. Bij de burgerlijke stand waar de persoon is overleden (art. 1:19f BW)
2. Bevoegd is iedereen die op de hoogte is van het overlijden (Meestal wordt dit
gedaan door een begrafenisondernemer, die namens de nabestaanden wordt
gemachtigd.) (art. 1:19h BW)
3. Verklaring van overlijden overhandigen aan ambtenaar burgerlijke stand
verklaring van de arts: natuurlijke oorzaak. (art. 7 lid 1 Wet op de
lijkbezorging)
4. Ambtenaar burgerlijke stand geeft toestemming voor begraven of cremeren.
Zonder verlof begraven/cremeren is strafbaar. (art. 80 Wet op de
lijkbezorging)
Twijfel
natuurlijke doodsoorzaak (bijv. misdrijf, zelfmoord of onduidelijke omstandigheden)
Arts geeft geen verklaring van overlijden af (Wet op de lijkbezorging)
Arts waarschuwt forensisch geneeskundige (vaak GGD-arts)
Indien GGD-arts doodsoorzaak niet kan vaststellen: melding OvJ en burgerlijke
stand.
De officier van justitie doet onderzoek en geeft pas een verklaring van geen
bezwaar af als het lichaam niet langer nodig is voor onderzoek.
Vermissing
Als iemand langdurig vermist is (onbekend of iemand nog leeft of waar hij/zij verblijft),
kan een bewindvoerder worden aangesteld (op verzoek van belanghebbende of vordering
van het OM of door de rechtbank) (art. 1:409 BW) om de zaken (betaalt rekeningen, int.
vorderingen enz.) van de vermiste te regelen.
Na een wachttijd van:
5 jaar (rechtsvermoeden van overlijden) (normaal) of
1 jaar (bij duidelijke omstandigheden, zoals een vliegtuigcrash),
kan de rechtbank een rechtsvermoeden van overlijden afgeven (art. 1:413 BW).
Dit stelt nabestaanden in staat om verder te handelen alsof de persoon is
overleden.