Samenvatting verslavingscursus | Sophie
Hoogesteger
Samenvatting cursus
Wat elke professional over verslaving moet
weten
Dit document bevat een samenvatting van het
boek: Wat Wat elke professional over verslaving
moet weten. En de artikelen die worden getoetst.
De video’s en colleges worden niet samengevat in
dit document.
Gemaakt door: Sophie Hoogesteger
1
, Samenvatting verslavingscursus | Sophie
Hoogesteger
Inhoud
Hoofdstuk 1: Middelen en gedrag – risico’s en problemen.....................................3
1.2 Gebruik van psychoactieve stoffen...............................................................3
1.3 Kenmerken van psychoactieve stoffen..........................................................3
1.4 Risico’s en ongewenste effecten...................................................................4
1.5 Epidemiologische gegevens..........................................................................4
Hoofdstuk 2 Verslavingsstoornissen.......................................................................6
H2 t/H2.3 Begrippen en risicofactoren voor misbruik & verslaving.....................6
H2.4 Medische gevolgen van misbruik en verslaving..........................................7
H2.5 Beloop van verslaving................................................................................. 8
H2.6 Psychobiologie van verslaving....................................................................8
Hoofdstuk 3: Maatschappelijke gevolgen en overheidsbeleid..............................10
3.2 Wettelijke kaders........................................................................................ 10
3.3 Alcoholbeleid............................................................................................... 10
3.4 Drugsbeleid................................................................................................. 10
3.5 Beleid rond kansspelen............................................................................... 11
3.6 Beleid rond behandeling en preventie.........................................................11
Hoofdstuk 4 Behandeling, zorg en herstel bij verslaving......................................13
4.2 Structuur van de verslavingszorg...............................................................13
4.3 Verslavingszorg in cijfers............................................................................. 13
4.4 Werking van de verslavingszorg..................................................................13
4.5 Zorg aan mensen met een verslaving.........................................................14
Artikelen............................................................................................................... 16
2
, Samenvatting verslavingscursus | Sophie
Hoogesteger
Hoofdstuk 1: Middelen en gedrag – risico’s en problemen
De verslavingszorg richt zich op het gebruik van middelen en
gedragsverslavingen. Denk hierbij aan legale en illegale psychoactieve
stoffen die voor sociale- en gezondheidsproblemen zorgen.
Bij een gedragsverslaving gaat het om het óverdreven verrichten van
handelingen waarbij de kans bestaat dat het zich tot een verslaving uitbloeit
(kansspel, gamen, kopen, seks).
1.2 Gebruik van psychoactieve stoffen
Al honderden jaren worden middelen gebruikt om de gemoedstoestand te
beïnvloeden. Het gebruik van middelen is sociaal geaccepteerd. Ter bescherming
tegen middelen zijn door de samenleving allerlei mechanismen als wetten en
regels ontwikkeld. De meeste mensen weten zich te beheersen maar dat lukt niet
iedereen. Dat heeft te maken met zelfbeheersing en het cognitieve
vermogen om het korte termijn genot te kunnen vermijden omdat het lange
termijn doel belangrijker is.
1.3 Kenmerken van psychoactieve stoffen
Psychoactieve stoffen worden gebruikt als genotsmiddel (voor je plezier), om je
beter te voelen of om je in een andere bewustzijnstoestand te brengen (als
roesmiddel).
Een aantal van die stoffen, zoals cannabis en cocaïne, is onder de term ‘drug’
apart gezet in de Opiumwet.
Onder psychoactieve stoffen worden chemicaliën (vaak uit planten)
verstaan die direct of indirect een werken hebben op het centraal
zenuwstelsel.
Ze beïnvloeden de werking van de neuronen, wat er toe kan leiden dat
psychische functies veranderen. Of het zich uit tot een verslaving is
afhankelijk van de dosis en de persoonlijke omstandigheden als leeftijd,
geslacht, genen en toestand.
Ook geneesmiddelen kunnen verslavend werken, deze middelen hebben een
psychoactieve werking. Veel middelen die vroeger als geneesmiddel werden
gebruikt, worden nu als genotsmiddel gebruikt, zoals GHB.
De verschillende werkingen van de verschillende drugs is niet vast te stellen. De
meeste drugs hebben meerdere werkingen. Ook hangt het af van de dosis en
persoonlijke omstandigheden van de gebruiker. Een belangrijke overeenkomst
van de meeste psychoactieve stoffen is de snelheid van de werking.
De middelen verschillen in kans dat een gebruiker er verslaafd aan raakt.
Nicotine is bijvoorbeeld veel verslavender dan LSD.
3
Hoogesteger
Samenvatting cursus
Wat elke professional over verslaving moet
weten
Dit document bevat een samenvatting van het
boek: Wat Wat elke professional over verslaving
moet weten. En de artikelen die worden getoetst.
De video’s en colleges worden niet samengevat in
dit document.
Gemaakt door: Sophie Hoogesteger
1
, Samenvatting verslavingscursus | Sophie
Hoogesteger
Inhoud
Hoofdstuk 1: Middelen en gedrag – risico’s en problemen.....................................3
1.2 Gebruik van psychoactieve stoffen...............................................................3
1.3 Kenmerken van psychoactieve stoffen..........................................................3
1.4 Risico’s en ongewenste effecten...................................................................4
1.5 Epidemiologische gegevens..........................................................................4
Hoofdstuk 2 Verslavingsstoornissen.......................................................................6
H2 t/H2.3 Begrippen en risicofactoren voor misbruik & verslaving.....................6
H2.4 Medische gevolgen van misbruik en verslaving..........................................7
H2.5 Beloop van verslaving................................................................................. 8
H2.6 Psychobiologie van verslaving....................................................................8
Hoofdstuk 3: Maatschappelijke gevolgen en overheidsbeleid..............................10
3.2 Wettelijke kaders........................................................................................ 10
3.3 Alcoholbeleid............................................................................................... 10
3.4 Drugsbeleid................................................................................................. 10
3.5 Beleid rond kansspelen............................................................................... 11
3.6 Beleid rond behandeling en preventie.........................................................11
Hoofdstuk 4 Behandeling, zorg en herstel bij verslaving......................................13
4.2 Structuur van de verslavingszorg...............................................................13
4.3 Verslavingszorg in cijfers............................................................................. 13
4.4 Werking van de verslavingszorg..................................................................13
4.5 Zorg aan mensen met een verslaving.........................................................14
Artikelen............................................................................................................... 16
2
, Samenvatting verslavingscursus | Sophie
Hoogesteger
Hoofdstuk 1: Middelen en gedrag – risico’s en problemen
De verslavingszorg richt zich op het gebruik van middelen en
gedragsverslavingen. Denk hierbij aan legale en illegale psychoactieve
stoffen die voor sociale- en gezondheidsproblemen zorgen.
Bij een gedragsverslaving gaat het om het óverdreven verrichten van
handelingen waarbij de kans bestaat dat het zich tot een verslaving uitbloeit
(kansspel, gamen, kopen, seks).
1.2 Gebruik van psychoactieve stoffen
Al honderden jaren worden middelen gebruikt om de gemoedstoestand te
beïnvloeden. Het gebruik van middelen is sociaal geaccepteerd. Ter bescherming
tegen middelen zijn door de samenleving allerlei mechanismen als wetten en
regels ontwikkeld. De meeste mensen weten zich te beheersen maar dat lukt niet
iedereen. Dat heeft te maken met zelfbeheersing en het cognitieve
vermogen om het korte termijn genot te kunnen vermijden omdat het lange
termijn doel belangrijker is.
1.3 Kenmerken van psychoactieve stoffen
Psychoactieve stoffen worden gebruikt als genotsmiddel (voor je plezier), om je
beter te voelen of om je in een andere bewustzijnstoestand te brengen (als
roesmiddel).
Een aantal van die stoffen, zoals cannabis en cocaïne, is onder de term ‘drug’
apart gezet in de Opiumwet.
Onder psychoactieve stoffen worden chemicaliën (vaak uit planten)
verstaan die direct of indirect een werken hebben op het centraal
zenuwstelsel.
Ze beïnvloeden de werking van de neuronen, wat er toe kan leiden dat
psychische functies veranderen. Of het zich uit tot een verslaving is
afhankelijk van de dosis en de persoonlijke omstandigheden als leeftijd,
geslacht, genen en toestand.
Ook geneesmiddelen kunnen verslavend werken, deze middelen hebben een
psychoactieve werking. Veel middelen die vroeger als geneesmiddel werden
gebruikt, worden nu als genotsmiddel gebruikt, zoals GHB.
De verschillende werkingen van de verschillende drugs is niet vast te stellen. De
meeste drugs hebben meerdere werkingen. Ook hangt het af van de dosis en
persoonlijke omstandigheden van de gebruiker. Een belangrijke overeenkomst
van de meeste psychoactieve stoffen is de snelheid van de werking.
De middelen verschillen in kans dat een gebruiker er verslaafd aan raakt.
Nicotine is bijvoorbeeld veel verslavender dan LSD.
3