Bedrijf en bedrijfsvoering
Human Resource Management
Vak: Bedrijf en bedrijfsvoering
Opleiding: Human Resource Management
Onderwijsinstelling: Avans Hogeschool, ’s-Hertogenbosch
, Fundamenten van een organisatie
1) Participanten = Wie zijn de medewerkers
2) Doelen = Wat streeft die organisatie na, welk doel willen ze bereiken
3) Technologie = Wat gebruiken ze aan technologie, systemen ect.
4) Formele structuur = Hoe zit de organisatiestructuur eruit
5) Informele structuur = Wat kun je vertellen over de manier waarop de mensen met elkaar omgaan, zie
je dat er teams ontstaan en/of samenwerkingen?
6) De omgeving = Binnen welke omgeving functioneert jouw bedrijf, tastbare dingen die de organisatie
beïnvloeden
Voorbeeld: De watersteeg – Veghel
- Participanten
Verpleegkundige, verzorgende, artsen, psychologen en therapeuten
- Doelen
‘Elke dag zo fijn mogelijk’, zo luid de visie van Brabant Zorg. De zorgvragers iedere dag een zo fijn
mogelijk dag bezorgen. Dit doen we op het gebied van ADL-zorg, gerichte therapie, maar natuurlijk
ook door de zorgbehoevende lekkere maaltijden aan te bieden gedurende de dag.
- Technologie
Binnen Brabant Zorg maken we gebruik van verschillende soorten technologie, zoals; hoog-laag
bedden, een bellensysteem waarop de alarmen binnen komen, tilliften, maar ook leefcirkel sensoren.
Daarnaast maken we ook gebruik van een computersysteem waarin we gegevens van onze
zorgvragers kunnen rapporteren en waarin het zorgdossier en de medische gegevens terug te vinden
zijn.
- Formele structuur
De hoogste functie die ik kan benomen is de regiomanagers, zij zijn gevestigd in de regio’s waarin
Brabant Zorg terug te vinden is. Zij rapporteren aan de lokale managers, zij geven informatie weer
door aan de teammanagers die een team werknemers (verpleegkundige en verzorgende) sturen.
- Informele structuur
Wij kennen binnen Brabant Zorg verschillende teams. Deze teams zijn ingedeeld op verschillende
afdelingen. Er zijn verschillende taken en rollen binnen deze teams om ervoor te zorgen dat alle
handelingen goed verlopen (rooster maken, BIG-handelingen toetsen ect.) De informele structuur
bestaat uit een bijna ‘vriendschappelijke’ relatie met de collega’s. Vanuit mijn (verpleegkundige)
perspectief is de relatie tussen mij en de cliënten natuurlijk altijd op professioneel vlak.
- De omgeving
De organisatie waarbinnen ik werkzaam ben is een zorginstelling. De Watersteeg is een non-profit
organisatie, dit houdt in dat Brabant Zorg geen winst mag maken. De krabde op de arbeidsmarkt kan
invloed hebben op de zorginstelling, daardoor wordt het lastig om alle taken zo goed mogelijk te
kunnen uitvoeren.
Winst of geen winst
1) Profit = Organisatie die winst nastreven, winst willen maken
2) Non-profit = Organisaties die geen winst mogen maken (ziekenhuizen, scholen)
Krijgen geld van de overheid dat ze mogen besteden
3) Not-for-profit = Organisatie die winst mogen maken, maar dat is niet hun primaire doelstelling
(maatschappelijke doelstellingen)
De grootte van de organisatie is in 2 groepen in de delen
1) Groot op basis van werknemers
2) Groot op basis van omzet
Waarop baseer je de grootte van de organisatie
- Groot = 250+ = 50 miljoen en meer
- Middelgroot = 50-250 = 10- 50 miljoen
- Klein = 10-49 = 2-10 miljoen
- Micro = <10 = tot 2 miljoen
Als je een bedrijf hebt van 250 medewerkers, maar een omzet van 2-10 miljoen, dan mag je zelf kiezen waarin
je het bedrijf indeelt, hier zijn geen richtlijnen voor.
Human Resource Management
Vak: Bedrijf en bedrijfsvoering
Opleiding: Human Resource Management
Onderwijsinstelling: Avans Hogeschool, ’s-Hertogenbosch
, Fundamenten van een organisatie
1) Participanten = Wie zijn de medewerkers
2) Doelen = Wat streeft die organisatie na, welk doel willen ze bereiken
3) Technologie = Wat gebruiken ze aan technologie, systemen ect.
4) Formele structuur = Hoe zit de organisatiestructuur eruit
5) Informele structuur = Wat kun je vertellen over de manier waarop de mensen met elkaar omgaan, zie
je dat er teams ontstaan en/of samenwerkingen?
6) De omgeving = Binnen welke omgeving functioneert jouw bedrijf, tastbare dingen die de organisatie
beïnvloeden
Voorbeeld: De watersteeg – Veghel
- Participanten
Verpleegkundige, verzorgende, artsen, psychologen en therapeuten
- Doelen
‘Elke dag zo fijn mogelijk’, zo luid de visie van Brabant Zorg. De zorgvragers iedere dag een zo fijn
mogelijk dag bezorgen. Dit doen we op het gebied van ADL-zorg, gerichte therapie, maar natuurlijk
ook door de zorgbehoevende lekkere maaltijden aan te bieden gedurende de dag.
- Technologie
Binnen Brabant Zorg maken we gebruik van verschillende soorten technologie, zoals; hoog-laag
bedden, een bellensysteem waarop de alarmen binnen komen, tilliften, maar ook leefcirkel sensoren.
Daarnaast maken we ook gebruik van een computersysteem waarin we gegevens van onze
zorgvragers kunnen rapporteren en waarin het zorgdossier en de medische gegevens terug te vinden
zijn.
- Formele structuur
De hoogste functie die ik kan benomen is de regiomanagers, zij zijn gevestigd in de regio’s waarin
Brabant Zorg terug te vinden is. Zij rapporteren aan de lokale managers, zij geven informatie weer
door aan de teammanagers die een team werknemers (verpleegkundige en verzorgende) sturen.
- Informele structuur
Wij kennen binnen Brabant Zorg verschillende teams. Deze teams zijn ingedeeld op verschillende
afdelingen. Er zijn verschillende taken en rollen binnen deze teams om ervoor te zorgen dat alle
handelingen goed verlopen (rooster maken, BIG-handelingen toetsen ect.) De informele structuur
bestaat uit een bijna ‘vriendschappelijke’ relatie met de collega’s. Vanuit mijn (verpleegkundige)
perspectief is de relatie tussen mij en de cliënten natuurlijk altijd op professioneel vlak.
- De omgeving
De organisatie waarbinnen ik werkzaam ben is een zorginstelling. De Watersteeg is een non-profit
organisatie, dit houdt in dat Brabant Zorg geen winst mag maken. De krabde op de arbeidsmarkt kan
invloed hebben op de zorginstelling, daardoor wordt het lastig om alle taken zo goed mogelijk te
kunnen uitvoeren.
Winst of geen winst
1) Profit = Organisatie die winst nastreven, winst willen maken
2) Non-profit = Organisaties die geen winst mogen maken (ziekenhuizen, scholen)
Krijgen geld van de overheid dat ze mogen besteden
3) Not-for-profit = Organisatie die winst mogen maken, maar dat is niet hun primaire doelstelling
(maatschappelijke doelstellingen)
De grootte van de organisatie is in 2 groepen in de delen
1) Groot op basis van werknemers
2) Groot op basis van omzet
Waarop baseer je de grootte van de organisatie
- Groot = 250+ = 50 miljoen en meer
- Middelgroot = 50-250 = 10- 50 miljoen
- Klein = 10-49 = 2-10 miljoen
- Micro = <10 = tot 2 miljoen
Als je een bedrijf hebt van 250 medewerkers, maar een omzet van 2-10 miljoen, dan mag je zelf kiezen waarin
je het bedrijf indeelt, hier zijn geen richtlijnen voor.