Welvaart is het beschikken over goederen en diensten die nodig zijn voor
de bevrediging van de menselijke behoeften.
Middelen zijn de input die wordt gebruikt om goederen en diensten te
produceren. Voorbeelden hiervan zijn grondstoffen, machines en
arbeid.
Schaarste verwijst naar het feit dat middelen in verhouding tot de
behoefte of vraag minder beschikbaar zijn. Middelen zijn alternatief
aanwendbaar of schaars.
Grondstoffen of machines kunnen vaak voor verschillende producten
worden gebruikt, wat de schaarste vergroot.
De economische wetenschap bestaat uit twee delen: het bestuderen
van wat er binnen bedrijven gebeurt en het onderzoeken van de relatie
van bedrijven met hun omgeving.
Hoog conjunctuur: Sterke economische groei, lage werkloosheid, hoge
vraag naar goederen/diensten, mogelijk hogere inflatie.
Laagconjunctuur: Economische stagnatie of krimp, hoge werkloosheid,
lage vraag naar goederen/diensten, mogelijk deflatie.
Bij inflatie worden loonkosten en schaarste aan mensen groter.
Omgeving van een bedrijf wordt verdeeld in 4 zones:
1. Micro en Meso economie
Micro: Omschrijft economie in directe omgeving, bestaande uit
marktpartijen (inkoop en verkoopmarkten) Bedrijf heeft invloed op micro
omgeving.
Meso: Indirecte omgeving bestaat uit werknemers- en
werkgeversorganisaties, overheid, maar ook en technologische factoren.
Bedrijf heeft beperkt invloed op meso omgeving.
2. Macro-economie
Omschrijft economie van een heel land. Bedrijf heeft geen invloed op
macro-economie.
3. Monetaire economie
Houdt zich bezig met geld en de rol van banken in de economie. En houdt
zich bezig met hoogte van de rente omvang van kredietverlening.
4. Internationale Economische Betrekkingen
Dit bestudeert de buitenlandse handel en de internationale
kapitaalstromen.
,H1.2 Bedrijfsomgeving
Het interne proces omvat onderwerpen zoals financiering, kosten en
opbrengsten, en externe verslaggeving.
De vakken die de relatie met de omgeving bestuderen, omvatten
commerciële economie en algemene economie.
De bedrijfsomgeving betreft alle ontwikkelingen in de omgeving van
een onderneming die invloed hebben op de resultaten van het bedrijf.
Voorbeelden van de directe omgeving van een bedrijf zijn toeleveranciers,
afnemers en andere distributieschakels.
De invloed van de publieke opinie op het handelen van een bedrijf kan
bijvoorbeeld zichtbaar zijn wanneer een bedrijf zijn productieproces
aanpast om duurzamer te worden, omdat consumenten en de media druk
uitoefenen voor milieuvriendelijker beleid. Dit valt onder de indirecte
omgeving, omdat het bedrijf beperkte invloed heeft op de publieke
opinie, maar er toch rekening mee moet houden in zijn strategie.
Voor een directeur is het belangrijk om de macro-omgeving in de gaten
te houden, omdat dit inzicht biedt in de bredere economische trends die
de concurrentiepositie van de onderneming beïnvloeden.
In de autosector en nautische sector zijn macro-economische factoren
zoals de rente, het vermogen en vertrouwen van consumenten, de
conjunctuur (economische groei of krimp), kapitaalintensiteit en de prijzen
van grondstoffen van groot belang.
De invloed van technologie is van groot belang in de concurrentiestrijd.
, H1.3 Absolute en relatieve gegevens
Absolute vorm = getallen.
Relatieve vorm = procentuele veranderingen. (Direct inzicht voor het
gevoel van verhouding)
De waardestijging van een variabele is nominale stijging.
De volumeverandering van een variabele is reële stijging.
Bbp = bruto binnenlands product, totaal van alle inkomsten uit
loonarbeid.
Av = vraag naar arbeidskrachten, werknemers of totale werkgelegenheid
ap = arbeidsproductiviteit, de productie per eenheid arbeid per
tijdseenheid
bbp = Av x ap
gbbp = gav + gap
De g voor een variabele duidt op de relatieve groei van deze variabele in
procenten.
(nieuw – oud) : oud x 100%
Oorzaken toename productie:
1. Toename werkenden
2. Toename arbeidsproductiviteit