Sociologie
H1: Wat is sociologie?
1.1 Sociologisch denken
1.1.1 Inleiding
Abstracte vragen:
Waarom gedragen mensen zich volgens bepaalde regels?
Hoe komt het dat bijna overal versch in macht, inkomen en aanzien voorkomen?
Concrete vragen:
Welke invloed heeft onze sociale context op ons zelfbeeld?
Hoe leren kinderen functioneren in een SL?
Is roken cultureel bepaald + is het deviant gedrag of niet?
Waarom zijn er in België minder tienerzwangerschappen dan in Groot-Brittannië?
Is roken cultureel bepaald en is het deviant gedrag of niet?
- Nee niet illegaal, rokers vallen andere mensen niet lastig
- Roken in openbaar niet deviant gedrag (het is wettelijk toegestaan)
- Roken in auto met kinderen wel deviant gedrag (niet wettelijk toegestaan, je overtreedt een wet)
Problemen in de SL gevolgen voor individuen:
- Frustratie
- Ziekte
- Zm
Sociologie ontstaan door: ‘hoe kan je de SL leefbaar maken?’
2 zaken belangrijk om sociologisch te kunnen denken:
1) Beseffen dat alles contingent is, maar niet arbitrair
2) Weten wat sociologische verbeelding inhoudt
1.1.2 Alles is contingent, maar niet arbitrair
Alles is contingent…
=waar, maar niet noodzakelijk
Gewoontes, handelingen, instelling die voor ons vanzelfsprekend zijn, kunnen ergens anders totaal
anders zijn
Besef van ‘contingentie’= het vanzelfsprekende in vraag stellen + eigen referentiekaders in vraag stellen
o Onze gewoontes, afspraken, instituties zijn relatief
Wat een SL als normovertredend / ‘strafbaar’ beschouwt afh van tijd & plaats
o Vb. in Europa doen we aan monogamie, in andere stammen en SLingen doen ze miss aan
polygamie
…maar niet arbitrair
=geen ‘toeval’, willekeurig
Socioloog zoekt naar patronen en naar sociale determinanten daarvan en samenhang
o Vb. is het toevallig dat we een verband zien tussen inkomen en gezondheid?
o Vb. waarom beperken de meeste mensen zich tot 2 kinderen?
sociale determinanten= verklaringen die terug te vinden zin in onze sociale context
patronen: van interactie/ sociaal handelen
De mens maakt zijn eigen geschiedenis is eigen wetgever
SL= door mensen gemaakt, niet door opperwezen, God,..
Men begon te denken volgens Verlichtingsdenken
1
,Jean-Jacques Rousseau: indien wetten slechts conventies zijn, door mensen gemaakt, waarom worden ze dan
nageleefd?
*conventie= overeenkomst, afspraak
Sociologisch denken
Het in vraag stellen van het vanzelfsprekende om zich vervolgens de vraag te stellen hoe de sociale orde
mogelijk is in de maatschappij waarin men beseft dat alles relatief is
1.1.3 Sociologische verbeelding
Sociologische verbeelding:
Band zoeken tussen persoonlijke, dagelijkse ervaringen en de ruimere SL
Het vermogen om afstand te nemen van onze dagelijkse levens en er anders nr kijken, los van de
vertrouwde routines en met een frisse blik
C. Wright Mills een levendig bewustzijn van de band tussen ervaringen en de ruimere SL
de ervaringen van dagelijkse wereld moeten in context geplaatst worden
Kijk cursus pg 10: toepassing, echtscheidingen
Gebeurtenissen in iemands dagelijks leven kunnen we enkel ten volle begrijpen als we niet enkel kijken naar
het individu en zijn kenmerken, maar ook naar de sociale kenmerken en trends waarin die gebeurtenissen
zich afspelen
Definitie sociologische verbeelding
Individuele gebeurtenissen plaatsen en verklaren vanuit een geheel van sociale relaties/ sociale structuur die
zelf een specifieke historische oorsprong hebben
3 componenten:
Historische processen:
o Verleden van SL kennen om te begrijpen wat er vndg gebeurt
o Vb. taalstrijd, schoolstrijd, verzuiling sociale zekerheid
Sociale structuur:
o Welke instituties bepalen ons leven, hoe werken ze, hoe houden ze de maatschappelijke orde
in stand?
o Vb. Kerk, politiek, vakbonden, ondernemingen
Biografie:
o Welke mensen in bepaalde SL, diversiteit
o Rol economische, politieke en demografische factoren
o Gebeurtenissen, interesses,..
Toepassing:
2
, - Een tiener vreest dat ze overgewicht heeft, begint zichzelf uit te hongeren in de hoop dat ze
aantrekkelijker zal gevonden worden.
o Sociale context:
Groepsdruk van de peergroup
Normen van schoonheidsideaal verspreid door de massamedia
De manier waarop ze denkt dat anderen van haar denken (looking glass self)
- Een 55-jarige man, die de laatste 3 jaar niet in staat was om werk te vinden, belandt in een depressie,
nadat hij zijn gezin en thuis verloor
- Een 36-jarige professor pleegt zelfmoord wnr ze verneemt dat haar positie aan de universiteit het
volgende jaar niet kan verlengd worden
persoonlijke gebeurtenissen krijgen een sociale dimensie in de sociologie
Doel van de sociologie:
Fundamenteel onderzoek
Algemene wetmatigheden in het sociale gedrag van mensen ontdekken
Probabiliteitsverbanden
(<-> natuurwetenschappen: 100% voorspelbaarheid)
Toegepast onderzoek
Kennis verwerven die bruikbaar is voor het oplossen of voorkomen van sociale problemen
->op zoek gaan nr oorzaken – gevolgen van vb: criminaliteit, drugsverslaving, veiligheid
1.1.4 De sociale context
1.1.4.1 Drie niveaus: mirco, meso en macro
3 niveaus binnen die ‘sociale context’:
1. MICRO: dagelijkse face-to-face interacties binnen kleine groepen: vriendengroep, gezin, en rolrelaties
hierin (ouder-kind, werkgever-werknemer)
2. MESO: sociale instituties, groeperingen, verenigingen (buurt, organisaties, verenigingen)
3. MACRO: ‘de globale SL’, kenmerken van de maatschappij in zijn geheel (postindutriële SL,
verenigingen)
Centraal: de wijze waarop mensen samen iets doen oefent een invloed uit op het leven van die mensen
sociale omgeving waarin iemand zich bevindt heeft een grote invloed op wat die mensen van hun leven
meemaken
We krijgen een simplistisch beeld vd andere als we te weinig/ geen oog hebben voor de sociale/
maatschappelijke context waarin mensen zich bevinden
Berger (1963) leven als poppentheater
“Een meer adaptieve voorstelling van de sociale realiteit zou nu die van het poppentheater zijn.
We zien de poppen dansen op hun miniatuurtoneel, op en neer bewegend terwijl de touwtjes hen rondtrekken,
de voorgeschreven loop volgend van hun verschillende onderdelen. We leren de logica van dit theater begrijpen
en bevinden ons in de bewegingen ervan.
We plaatsen onszelf in de maatschappij en herkennen zo onze eigen positie terwijl we aan de subtiele touwtjes
hangen. Even zien we onszelf inderdaad als marionetten.
In tegenstelling tot de poppen hebben wij de mogelijkheid om te stoppen in onze bewegingen, omhoog te
kijken en de machinerie waar te nemen waardoor we bewogen worden. In deze handeling ligt de eerste stap
naar vrijheid.”
Wij (de mens) zijn popjes die doen wat de maatschappij voorstelt
Als de mens zijn wij gevangen in onze socialisatie. Klopt dit wel / niet?
- Het klopt niet, wij zijn een staat om na te denken in onze bewegingen
1.1.5 Definitie sociologie
De wetenschap die begaan is met de systematische studie van:
3
, 1. De interactie tussen personen en sociale eenheden
2. De factoren die deze interactie bepalen en
3. De gevolgen daarvan voor het menselijk gedrag
Sociale eenheden: SLngsverband (gezin, vrienden, werkgevers,..)
1.1.4.2 Contextuele factoren
=kenmerken vd sociale context waarin de interactie plaatsvindt die de interactie beïnvloeden
5 soorten:
a) Sociologische factoren
b) Demografische factoren
c) Ecologische factoren
d) Materiële factoren
e) Economische factoren
Interactie:
Als een docent iets op Toledo plaatst interageert ze met de studenten die het te zien krijgen
Als een docent een mail stuurt naar studenten interageert ze met de ontvangers van de mail
a) Sociologische factoren
=resultaat van interacties tussen personen en sociale eenheden
gaan de interacties beïnvloeden
Vb. normen, wettenconflict
Vb. arbeidsspecialisatie verreist samenwerking
Vb. wetgeving tot radicalisering niet afdoend-> conflicten van op lokaal niveau nr federaal niveau
Vb. interactie tussen 2 studenten geeft aanleiding tot ontw van een norm-> zal verdere interacties
tussen studenten beïnvloeden-> kan aanleiding geven tot conflict
b) Demografische factoren
Demografie= bevolking en haar veranderingen
=structurele kenmerken van een bevolkingsgroep
Vb. leeftijdsstructuur, bevolkingsdichtheid, sterfte, huwelijkscijfer, vergrijzing, migratie
Bepaald gedrag van maatschappijleden
Vb. youth bulge / jeugdbult: situatie waarin groot deel van de bevolking van een land bestaat uit
jongeren, meestal mensen tussen 15-29jaar oud. ontstaat door een periode van snelle
bevolkingsgroei
c) Ecologische factoren
Klimatologisch
Klimaat beïnvloed gedrag van mensen
Vb. landen rond Middellandse Zee-> uurtje over de middag platte rust (door de warmte)
Geografisch
Vb. de Alpen die vroeger de totstandkoming van een gecentraliseerd bestuur verhinderden,
waardoor de Zwitserse kantons een sterke bestuurlijke autonomie kregen
d) Materiële factoren
=grondstoffen, technologie, infrastructuur
Alles wat je kan vastnemen
4
H1: Wat is sociologie?
1.1 Sociologisch denken
1.1.1 Inleiding
Abstracte vragen:
Waarom gedragen mensen zich volgens bepaalde regels?
Hoe komt het dat bijna overal versch in macht, inkomen en aanzien voorkomen?
Concrete vragen:
Welke invloed heeft onze sociale context op ons zelfbeeld?
Hoe leren kinderen functioneren in een SL?
Is roken cultureel bepaald + is het deviant gedrag of niet?
Waarom zijn er in België minder tienerzwangerschappen dan in Groot-Brittannië?
Is roken cultureel bepaald en is het deviant gedrag of niet?
- Nee niet illegaal, rokers vallen andere mensen niet lastig
- Roken in openbaar niet deviant gedrag (het is wettelijk toegestaan)
- Roken in auto met kinderen wel deviant gedrag (niet wettelijk toegestaan, je overtreedt een wet)
Problemen in de SL gevolgen voor individuen:
- Frustratie
- Ziekte
- Zm
Sociologie ontstaan door: ‘hoe kan je de SL leefbaar maken?’
2 zaken belangrijk om sociologisch te kunnen denken:
1) Beseffen dat alles contingent is, maar niet arbitrair
2) Weten wat sociologische verbeelding inhoudt
1.1.2 Alles is contingent, maar niet arbitrair
Alles is contingent…
=waar, maar niet noodzakelijk
Gewoontes, handelingen, instelling die voor ons vanzelfsprekend zijn, kunnen ergens anders totaal
anders zijn
Besef van ‘contingentie’= het vanzelfsprekende in vraag stellen + eigen referentiekaders in vraag stellen
o Onze gewoontes, afspraken, instituties zijn relatief
Wat een SL als normovertredend / ‘strafbaar’ beschouwt afh van tijd & plaats
o Vb. in Europa doen we aan monogamie, in andere stammen en SLingen doen ze miss aan
polygamie
…maar niet arbitrair
=geen ‘toeval’, willekeurig
Socioloog zoekt naar patronen en naar sociale determinanten daarvan en samenhang
o Vb. is het toevallig dat we een verband zien tussen inkomen en gezondheid?
o Vb. waarom beperken de meeste mensen zich tot 2 kinderen?
sociale determinanten= verklaringen die terug te vinden zin in onze sociale context
patronen: van interactie/ sociaal handelen
De mens maakt zijn eigen geschiedenis is eigen wetgever
SL= door mensen gemaakt, niet door opperwezen, God,..
Men begon te denken volgens Verlichtingsdenken
1
,Jean-Jacques Rousseau: indien wetten slechts conventies zijn, door mensen gemaakt, waarom worden ze dan
nageleefd?
*conventie= overeenkomst, afspraak
Sociologisch denken
Het in vraag stellen van het vanzelfsprekende om zich vervolgens de vraag te stellen hoe de sociale orde
mogelijk is in de maatschappij waarin men beseft dat alles relatief is
1.1.3 Sociologische verbeelding
Sociologische verbeelding:
Band zoeken tussen persoonlijke, dagelijkse ervaringen en de ruimere SL
Het vermogen om afstand te nemen van onze dagelijkse levens en er anders nr kijken, los van de
vertrouwde routines en met een frisse blik
C. Wright Mills een levendig bewustzijn van de band tussen ervaringen en de ruimere SL
de ervaringen van dagelijkse wereld moeten in context geplaatst worden
Kijk cursus pg 10: toepassing, echtscheidingen
Gebeurtenissen in iemands dagelijks leven kunnen we enkel ten volle begrijpen als we niet enkel kijken naar
het individu en zijn kenmerken, maar ook naar de sociale kenmerken en trends waarin die gebeurtenissen
zich afspelen
Definitie sociologische verbeelding
Individuele gebeurtenissen plaatsen en verklaren vanuit een geheel van sociale relaties/ sociale structuur die
zelf een specifieke historische oorsprong hebben
3 componenten:
Historische processen:
o Verleden van SL kennen om te begrijpen wat er vndg gebeurt
o Vb. taalstrijd, schoolstrijd, verzuiling sociale zekerheid
Sociale structuur:
o Welke instituties bepalen ons leven, hoe werken ze, hoe houden ze de maatschappelijke orde
in stand?
o Vb. Kerk, politiek, vakbonden, ondernemingen
Biografie:
o Welke mensen in bepaalde SL, diversiteit
o Rol economische, politieke en demografische factoren
o Gebeurtenissen, interesses,..
Toepassing:
2
, - Een tiener vreest dat ze overgewicht heeft, begint zichzelf uit te hongeren in de hoop dat ze
aantrekkelijker zal gevonden worden.
o Sociale context:
Groepsdruk van de peergroup
Normen van schoonheidsideaal verspreid door de massamedia
De manier waarop ze denkt dat anderen van haar denken (looking glass self)
- Een 55-jarige man, die de laatste 3 jaar niet in staat was om werk te vinden, belandt in een depressie,
nadat hij zijn gezin en thuis verloor
- Een 36-jarige professor pleegt zelfmoord wnr ze verneemt dat haar positie aan de universiteit het
volgende jaar niet kan verlengd worden
persoonlijke gebeurtenissen krijgen een sociale dimensie in de sociologie
Doel van de sociologie:
Fundamenteel onderzoek
Algemene wetmatigheden in het sociale gedrag van mensen ontdekken
Probabiliteitsverbanden
(<-> natuurwetenschappen: 100% voorspelbaarheid)
Toegepast onderzoek
Kennis verwerven die bruikbaar is voor het oplossen of voorkomen van sociale problemen
->op zoek gaan nr oorzaken – gevolgen van vb: criminaliteit, drugsverslaving, veiligheid
1.1.4 De sociale context
1.1.4.1 Drie niveaus: mirco, meso en macro
3 niveaus binnen die ‘sociale context’:
1. MICRO: dagelijkse face-to-face interacties binnen kleine groepen: vriendengroep, gezin, en rolrelaties
hierin (ouder-kind, werkgever-werknemer)
2. MESO: sociale instituties, groeperingen, verenigingen (buurt, organisaties, verenigingen)
3. MACRO: ‘de globale SL’, kenmerken van de maatschappij in zijn geheel (postindutriële SL,
verenigingen)
Centraal: de wijze waarop mensen samen iets doen oefent een invloed uit op het leven van die mensen
sociale omgeving waarin iemand zich bevindt heeft een grote invloed op wat die mensen van hun leven
meemaken
We krijgen een simplistisch beeld vd andere als we te weinig/ geen oog hebben voor de sociale/
maatschappelijke context waarin mensen zich bevinden
Berger (1963) leven als poppentheater
“Een meer adaptieve voorstelling van de sociale realiteit zou nu die van het poppentheater zijn.
We zien de poppen dansen op hun miniatuurtoneel, op en neer bewegend terwijl de touwtjes hen rondtrekken,
de voorgeschreven loop volgend van hun verschillende onderdelen. We leren de logica van dit theater begrijpen
en bevinden ons in de bewegingen ervan.
We plaatsen onszelf in de maatschappij en herkennen zo onze eigen positie terwijl we aan de subtiele touwtjes
hangen. Even zien we onszelf inderdaad als marionetten.
In tegenstelling tot de poppen hebben wij de mogelijkheid om te stoppen in onze bewegingen, omhoog te
kijken en de machinerie waar te nemen waardoor we bewogen worden. In deze handeling ligt de eerste stap
naar vrijheid.”
Wij (de mens) zijn popjes die doen wat de maatschappij voorstelt
Als de mens zijn wij gevangen in onze socialisatie. Klopt dit wel / niet?
- Het klopt niet, wij zijn een staat om na te denken in onze bewegingen
1.1.5 Definitie sociologie
De wetenschap die begaan is met de systematische studie van:
3
, 1. De interactie tussen personen en sociale eenheden
2. De factoren die deze interactie bepalen en
3. De gevolgen daarvan voor het menselijk gedrag
Sociale eenheden: SLngsverband (gezin, vrienden, werkgevers,..)
1.1.4.2 Contextuele factoren
=kenmerken vd sociale context waarin de interactie plaatsvindt die de interactie beïnvloeden
5 soorten:
a) Sociologische factoren
b) Demografische factoren
c) Ecologische factoren
d) Materiële factoren
e) Economische factoren
Interactie:
Als een docent iets op Toledo plaatst interageert ze met de studenten die het te zien krijgen
Als een docent een mail stuurt naar studenten interageert ze met de ontvangers van de mail
a) Sociologische factoren
=resultaat van interacties tussen personen en sociale eenheden
gaan de interacties beïnvloeden
Vb. normen, wettenconflict
Vb. arbeidsspecialisatie verreist samenwerking
Vb. wetgeving tot radicalisering niet afdoend-> conflicten van op lokaal niveau nr federaal niveau
Vb. interactie tussen 2 studenten geeft aanleiding tot ontw van een norm-> zal verdere interacties
tussen studenten beïnvloeden-> kan aanleiding geven tot conflict
b) Demografische factoren
Demografie= bevolking en haar veranderingen
=structurele kenmerken van een bevolkingsgroep
Vb. leeftijdsstructuur, bevolkingsdichtheid, sterfte, huwelijkscijfer, vergrijzing, migratie
Bepaald gedrag van maatschappijleden
Vb. youth bulge / jeugdbult: situatie waarin groot deel van de bevolking van een land bestaat uit
jongeren, meestal mensen tussen 15-29jaar oud. ontstaat door een periode van snelle
bevolkingsgroei
c) Ecologische factoren
Klimatologisch
Klimaat beïnvloed gedrag van mensen
Vb. landen rond Middellandse Zee-> uurtje over de middag platte rust (door de warmte)
Geografisch
Vb. de Alpen die vroeger de totstandkoming van een gecentraliseerd bestuur verhinderden,
waardoor de Zwitserse kantons een sterke bestuurlijke autonomie kregen
d) Materiële factoren
=grondstoffen, technologie, infrastructuur
Alles wat je kan vastnemen
4