Professionele kinderopvang
Oefentoets
Jaar: 2024-2025
Delen uiteraard verboden
1
, 1. ‘’Vanuit maatschappelijk perspectief werd er gedacht er is een plek
nodig voor kinderen. Gehoorzaamheid, tucht en orde waren de
belangrijkste doelen. Een soort voorloper van de kleuterschool.’’
Deze omschrijving past het beste bij:
A. Matressenschooltjes
B. Bewaarscholen
C. Kinderbewaarplaatsen
D. Kinderdagverblijven
2. Welk onderstaand antwoord beschrijft de 4 pijlers van de Wet
Innovatie Kwaliteit Kinderopvang (IKK)? Meerdere antwoorden
mogelijk
A. De ontwikkeling van het kind staat centraal
B. Veiligheid en gezondheid
C. Stabiliteit en meer ruimte voor pedagogisch maatwerk
D. Kinderopvang is een vak
3. Een horizontale groep bevat kinderen van verschillende leeftijden (0-
4 jaar).
A. Waar
B. Niet waar
4. Welke uitspraak is waar?
I. 55% van de kinderen van 0-4 jaar gaan naar formele opvang.
II. 35% van de ouders van baby’s noemen meer kunnen werken
als belangrijkst reden om formele opvang te gebruiken
A. I is waar
B. II is waar
C. Beide zijn waar
D. Beide zijn niet waar
5. De mate waarin kinderopvang aan het doel beantwoordt (niet alleen
verzorgende maar ook pedagogische functie) noemen we:
A. Structurele kwaliteit
B. Proceskwaliteit
C. Kwaliteit van kinderopvang
D. Pedagogische kwaliteit
6. Wat zijn de vier pedagogische basisdoelen?
2
Oefentoets
Jaar: 2024-2025
Delen uiteraard verboden
1
, 1. ‘’Vanuit maatschappelijk perspectief werd er gedacht er is een plek
nodig voor kinderen. Gehoorzaamheid, tucht en orde waren de
belangrijkste doelen. Een soort voorloper van de kleuterschool.’’
Deze omschrijving past het beste bij:
A. Matressenschooltjes
B. Bewaarscholen
C. Kinderbewaarplaatsen
D. Kinderdagverblijven
2. Welk onderstaand antwoord beschrijft de 4 pijlers van de Wet
Innovatie Kwaliteit Kinderopvang (IKK)? Meerdere antwoorden
mogelijk
A. De ontwikkeling van het kind staat centraal
B. Veiligheid en gezondheid
C. Stabiliteit en meer ruimte voor pedagogisch maatwerk
D. Kinderopvang is een vak
3. Een horizontale groep bevat kinderen van verschillende leeftijden (0-
4 jaar).
A. Waar
B. Niet waar
4. Welke uitspraak is waar?
I. 55% van de kinderen van 0-4 jaar gaan naar formele opvang.
II. 35% van de ouders van baby’s noemen meer kunnen werken
als belangrijkst reden om formele opvang te gebruiken
A. I is waar
B. II is waar
C. Beide zijn waar
D. Beide zijn niet waar
5. De mate waarin kinderopvang aan het doel beantwoordt (niet alleen
verzorgende maar ook pedagogische functie) noemen we:
A. Structurele kwaliteit
B. Proceskwaliteit
C. Kwaliteit van kinderopvang
D. Pedagogische kwaliteit
6. Wat zijn de vier pedagogische basisdoelen?
2