Klinisch Redeneren in de Palliatieve (Wijk)Zorg
Simone Bol
Leerwerkplek: Kennemerhart Wijkzorg
Studentnummer: S1217598
Groep: Minor Palliatieve Zorg Windesheim Almere
Klascode: vrm8pza01
Docent: Anja Kapitein
Woorden: 5260
Poging: tweede poging
,Voorwoord
Graag wil ik mij even voorstellen. Mijn naam is Simone Bol, ik ben 57 jaar oud en sinds 1 januari 2024 werk ik
als wijkverpleegkundige in opleiding bij Kennemerhart. Onderdeel hiervan is het team Wijkverpleging Reinalda
in Haarlem. Dit team werkt in de aanleunwoningen gelegen naast het verpleeghuis Reinalda. In deze
aanleunwoningen wonen kwetsbare ouderen die in meer of mindere mate zorg nodig hebben. Met toewijding
en zorg besteed ik dagelijks aandacht aan deze cliënten.
In dit verslag voor de EVL 8.1 beschrijf ik mijn ervaring als wijkverpleegkundige in opleiding met de palliatieve
zorg voor een cliënt die te maken heeft met complexe gezondheidsproblemen. Deze casus bood een unieke
gelegenheid om te leren over de essentiële elementen van palliatieve zorg, zoals empathie, open
communicatie, en de coördinatie van zorg.
Gedurende deze ervaring heb ik niet alleen mijn klinische vaardigheden kunnen toepassen, maar ook inzicht
verkregen in het belang van multidisciplinaire samenwerking in de palliatieve zorg en de impact van zorgvuldig
luisteren naar de behoeften van de cliënt. Het proces van het opstellen van een zorgplan, het aanvragen van
een WLZ-indicatie, en het evalueren van de zorg, heeft mij waardevolle kennis en praktische inzichten
opgeleverd.
Ik hoop dat dit verslag een bijdrage levert aan een beter begrip van de rol van de wijkverpleegkundige in de
palliatieve zorg en inspireert tot het leveren van empathische en effectieve zorg aan kwetsbare patiënten.
2
,Inhoud
Voorwoord .............................................................................................................................................................. 2
Inleiding ................................................................................................................................................................. 5
Definitie palliatieve zorg .................................................................................................................................... 5
Fases palliatieve zorg ................................................................................................................................... 5
Markering palliatieve fase ............................................................................................................................. 5
1. Klinisch redeneren ............................................................................................................................................. 7
Gegevens verzamelen ...................................................................................................................................... 7
1.1. Casus ..................................................................................................................................................... 7
1.1.2. Palliatieve fase ........................................................................................................................................ 8
1.1.2.1. Suprise question .............................................................................................................................. 8
1.1.3. Proactieve Zorgplanning ......................................................................................................................... 9
1.1.3.1. Complementaire zorg ......................................................................................................................... 10
1.1.3.2. Lichamelijk ..................................................................................................................................... 10
1.1.3.3 Psychisch ........................................................................................................................................ 10
1.1.3.4. Sociaal ........................................................................................................................................... 10
1.1.3.5. Existentieel ..................................................................................................................................... 10
2. SBAR ............................................................................................................................................................... 10
2.1. Analyseren .................................................................................................................................................11
2.2. Prioriteren ................................................................................................................................................. 12
3. Probleemanalyse ............................................................................................................................................. 13
3.1. Interventieplan .......................................................................................................................................... 14
3.1.2. Evidence-Based Practice (EBP) in de palliatieve zorg ..................................................................... 14
3.1.3. Uitbreiding van klinisch redeneren met meetinstrumenten ............................................................... 14
3.1.4. Vergelijking met alternatieve interventies ......................................................................................... 15
4. Zelfmanagement ondersteunen ....................................................................................................................... 15
4.1. Ecogram ................................................................................................................................................... 15
4.1 Conclusie .............................................................................................................................................. 16
5. Indiceren van zorg, kwaliteitskaders, richtlijnen en wet-en regelgeving.......................................................... 17
5.1. Indiceren van zorg .................................................................................................................................... 17
5.1.1. Indiceren in deze casus .................................................................................................................... 18
6. Reflectie ........................................................................................................................................................... 19
Bibliografie ........................................................................................................................................................... 21
Bijlage A: Casus ................................................................................................................................................... 25
Bijlage B: SPICT .................................................................................................................................................. 27
Bijlage C: Doelen en interventies ........................................................................................................................ 28
Bijlage D: NPRS-scorelijst ................................................................................................................................... 30
Bijlage E: WLZ-aanvraag ..................................................................................................................................... 31
3
, Bijlage F: VPT-pakket .......................................................................................................................................... 51
Bijlage G: Rekenmodule VPT .............................................................................................................................. 53
Bijlage H: Feedback werkbegeleider ................................................................................................................... 56
4
Simone Bol
Leerwerkplek: Kennemerhart Wijkzorg
Studentnummer: S1217598
Groep: Minor Palliatieve Zorg Windesheim Almere
Klascode: vrm8pza01
Docent: Anja Kapitein
Woorden: 5260
Poging: tweede poging
,Voorwoord
Graag wil ik mij even voorstellen. Mijn naam is Simone Bol, ik ben 57 jaar oud en sinds 1 januari 2024 werk ik
als wijkverpleegkundige in opleiding bij Kennemerhart. Onderdeel hiervan is het team Wijkverpleging Reinalda
in Haarlem. Dit team werkt in de aanleunwoningen gelegen naast het verpleeghuis Reinalda. In deze
aanleunwoningen wonen kwetsbare ouderen die in meer of mindere mate zorg nodig hebben. Met toewijding
en zorg besteed ik dagelijks aandacht aan deze cliënten.
In dit verslag voor de EVL 8.1 beschrijf ik mijn ervaring als wijkverpleegkundige in opleiding met de palliatieve
zorg voor een cliënt die te maken heeft met complexe gezondheidsproblemen. Deze casus bood een unieke
gelegenheid om te leren over de essentiële elementen van palliatieve zorg, zoals empathie, open
communicatie, en de coördinatie van zorg.
Gedurende deze ervaring heb ik niet alleen mijn klinische vaardigheden kunnen toepassen, maar ook inzicht
verkregen in het belang van multidisciplinaire samenwerking in de palliatieve zorg en de impact van zorgvuldig
luisteren naar de behoeften van de cliënt. Het proces van het opstellen van een zorgplan, het aanvragen van
een WLZ-indicatie, en het evalueren van de zorg, heeft mij waardevolle kennis en praktische inzichten
opgeleverd.
Ik hoop dat dit verslag een bijdrage levert aan een beter begrip van de rol van de wijkverpleegkundige in de
palliatieve zorg en inspireert tot het leveren van empathische en effectieve zorg aan kwetsbare patiënten.
2
,Inhoud
Voorwoord .............................................................................................................................................................. 2
Inleiding ................................................................................................................................................................. 5
Definitie palliatieve zorg .................................................................................................................................... 5
Fases palliatieve zorg ................................................................................................................................... 5
Markering palliatieve fase ............................................................................................................................. 5
1. Klinisch redeneren ............................................................................................................................................. 7
Gegevens verzamelen ...................................................................................................................................... 7
1.1. Casus ..................................................................................................................................................... 7
1.1.2. Palliatieve fase ........................................................................................................................................ 8
1.1.2.1. Suprise question .............................................................................................................................. 8
1.1.3. Proactieve Zorgplanning ......................................................................................................................... 9
1.1.3.1. Complementaire zorg ......................................................................................................................... 10
1.1.3.2. Lichamelijk ..................................................................................................................................... 10
1.1.3.3 Psychisch ........................................................................................................................................ 10
1.1.3.4. Sociaal ........................................................................................................................................... 10
1.1.3.5. Existentieel ..................................................................................................................................... 10
2. SBAR ............................................................................................................................................................... 10
2.1. Analyseren .................................................................................................................................................11
2.2. Prioriteren ................................................................................................................................................. 12
3. Probleemanalyse ............................................................................................................................................. 13
3.1. Interventieplan .......................................................................................................................................... 14
3.1.2. Evidence-Based Practice (EBP) in de palliatieve zorg ..................................................................... 14
3.1.3. Uitbreiding van klinisch redeneren met meetinstrumenten ............................................................... 14
3.1.4. Vergelijking met alternatieve interventies ......................................................................................... 15
4. Zelfmanagement ondersteunen ....................................................................................................................... 15
4.1. Ecogram ................................................................................................................................................... 15
4.1 Conclusie .............................................................................................................................................. 16
5. Indiceren van zorg, kwaliteitskaders, richtlijnen en wet-en regelgeving.......................................................... 17
5.1. Indiceren van zorg .................................................................................................................................... 17
5.1.1. Indiceren in deze casus .................................................................................................................... 18
6. Reflectie ........................................................................................................................................................... 19
Bibliografie ........................................................................................................................................................... 21
Bijlage A: Casus ................................................................................................................................................... 25
Bijlage B: SPICT .................................................................................................................................................. 27
Bijlage C: Doelen en interventies ........................................................................................................................ 28
Bijlage D: NPRS-scorelijst ................................................................................................................................... 30
Bijlage E: WLZ-aanvraag ..................................................................................................................................... 31
3
, Bijlage F: VPT-pakket .......................................................................................................................................... 51
Bijlage G: Rekenmodule VPT .............................................................................................................................. 53
Bijlage H: Feedback werkbegeleider ................................................................................................................... 56
4