Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Answers

Economie: Module 1 t/m 8 Oefeningen

Rating
-
Sold
-
Pages
34
Uploaded on
23-07-2020
Written in
2019/2020

Basisoefeningen voor het vak Economie (1e jaar Bedrijfsmanagement) voor alle geziene modules met gedetailleerde oplossingen.

Institution
Course

Content preview

Oefeningen Module 2
Vragen


1. Welke van onderstaande beweringen is juist?
Het marginaal nut van een goed y voor een consument is:

a. De wijziging in het totaal nut door een toename van het goed y met 1 eenheid



2. De wet van het afnemend marginaal nut houdt in dat:
a. Het grensnut van een goed stijgt als men er minder van gebruikt



3. De budgetlijn B2 wordt B1. Dit is te wijten aan:
a. Een prijsdaling van goed x




4. In welk van de onderstaande gevallen neemt de koopkracht af?
a. Het inkomen daalt met 3%, het algemeen prijspeil stijgt met 2,5%



5. In welk van onderstaande gevallen treedt er een beweging naar rechts op op de
vraagcurve van goed y?
a. De prijs van het goed y daalt, ceteris paribus het inkomen en de preferentie




1

,6. Wanneer is er sprake van een vraagcurve naar het goed y?
a. De hoeveelheid van het goed y dat de consument bereid is te kopen tegen een
reeks van prijzen, gegeven het inkomen en de preferentie.



7. Goed x is een noodzakelijk goed, goed y een minderwaardig goed. Een toename van het
inkomen zal:
a. De vraag naar goed y doen dalen en de vraag naar goed x doen stijgen.



8. Juist/fout?
a. De Engelcurve van een inferieur goed heeft een negatieve helling vanaf punt Yo.
Juist
b. De inkomenselasticiteit van de vraag naar aardappelen is negatief. Dat betekent dat
aardappelen noodzakelijke goederen zijn. Fout, dat zegt nu net het
tegenovergestelde.



9. Waarom is het voor een ondernemer belangrijk om te weten of de vraag naar zijn product
prijselastisch dan wel prijsinelastisch is wanneer hij zijn verkoopprijzen wil veranderen?
• Bij prijselastische producten: dan daalt de omzet bij een prijsstijging
• Bij inelastische producten: dan stijgt de omzet bij een prijsstijging



10. Bespreek enkele factoren die de prijselasticiteit van de vraag bepalen.
Beschikbaarheid substituten, luxe/noodzaak, …

11. Hoe noemen we een product waarvan de inkomenselasticiteit kleiner dan nul is?
Een inferieur goed.

12. Zoek op het internet een antwoord op onderstaande vragen betreffende het
huishoudbudgetonderzoek:

 Wat is een huishoudbudgetonderzoek?
Enquête over de inkomsten en uitgaven van gezinnen. Het beschrijft de
consumptiegewoonten van de bevolking.
 Wat is het doel van dit onderzoek?
Statische informatie verzamelen over de verdeling van het budget zodat ze de
indexkorf kunnen samenstellen.
 Hoe verloopt dit onderzoek?
6000 gezinnen vullen gedurende 1 maand een vragenlijst en bestedingsboekje
in.


2

,Oefeningen
Oefening 1
Een consument beschikt over een inkomen van EUR 60 dat hij kan besteden aan de
consumptie van twee goederen. De prijzen van de twee goederen bedragen p1 = 10 en
p2 = 20. Stel dat deze consument 4 eenheden van goed 1 consumeert (Q1 = 4) en 1 eenheid
van goed 2 (Q2 = 1). Ga na of het inkomen volledig geconsumeerd wordt. Stel de budgetlijn
van deze consument grafisch voor.

Inkomen = 60,00 EUR

P1 = 10 EUR en P2 = 20 EUR

Vergelijking budgetvergelijking: 60 = 10 x Q1 + 20 x Q2

2 uiterste punten: Q1 = 0 → Q2 = 60/20 = 3 EUR

Q2 = 0 → Q1 = 60/10 = 6 EUR

Stel: Altijd Q1 = 4 en Q2 = 1 → inkomen volledig geconsumeerd?

(10 x 4) + (20 x 1) = 60 dus volledig geconsumeerd

Grafisch voorgesteld:

60 = 10Q1 + 20Q2 = (60/10) en (60/20) = (6x,0) en (0,3y)

7


6


5


4


3


2


1


0
10 20

B1




3

,Oefening 2
Beoordeel onderstaande bewering als juist of fout. Indien juist, verklaar. Indien fout,
specificeer wat fout is en waarom:

Een consument beschikt over een bepaald budget voor de aankoop van PC’s en printers. De
prijs van de PC’s en van de printers stijgt beide met 7% terwijl het beschikbare budget met
10% stijgt. Hierdoor verschuift de budgetlijn naar links. Fout.

Verandering van de prijzen van de goederen: beweging langs de vraagcurve
Stijging van het budget: evenwijdige verschuiving naar rechts.

Oefening 3
Gegeven zijn 2 individuele vraagfuncties:

QVA = -25P + 100 met QVA = aantal CD’s dat consument A vraagt

QVB = -10P + 50 met QVB = aantal CD’s dat consument B vraagt

Gevraagd: Bepaal grafisch de individuele en de collectieve vraagcurve naar CD’s

Qva = - 25p + 100

Qvb = - 10p + 50

Qcollectief = - 35p + 150

P qva qvb qcollectief
0 100 50 150
1 75 40 115
2 50 30 80
3 25 20 45
4 0 10 10
5 / 0 /


160
140
120
100
80
Q




60
40
20
0
0 1 2 3 4 5
P

qva qvb qcollectief




4

,Oefening 4
Een muziekwinkel verkocht oorspronkelijk:

- 4 300 CD’s van Netsky tegen 15 EUR/CD

- 2 800 CD’s van Goose tegen 17 EUR/CD

- 1 950 DVD’s van Netsky tegen 25 EUR/DVD

In een volgende periode is de prijs van een CD van Netsky gestegen tot 16.5 EUR (ceteris
paribus). De verkoopcijfers bedroegen:

- 3 900 CD’s van Netsky

- 2 800 CD’s van Goose

- 2 120 DVD’s van Netsky



Gevraagd: Bereken en geef telkens een interpretatie aan je uitkomst

a. De prijselasticiteit van de vraag naar CD’s van Netsky
3 900 − 4 300
4 300 −0,09302325581
𝐸𝐸𝑣𝑣 = = = −𝟎𝟎, 𝟗𝟗𝟗𝟗
16,5 − 15 0,10
15
|𝐸𝐸𝑣𝑣 | = 0,93 𝑑𝑑𝑑𝑑𝑑𝑑 𝒑𝒑𝒑𝒑𝒑𝒑𝒑𝒑𝒑𝒑 𝒊𝒊𝒊𝒊𝒊𝒊𝒊𝒊𝒊𝒊𝒊𝒊𝒊𝒊𝒊𝒊𝒊𝒊𝒊𝒊𝒊𝒊
Als de prijs van de CD’s van Netsky stijgt met 10%, dan daalt de gevraagde hoeveelheid met
9,3%.

b. De kruiselingse prijselasticiteit van de vraag naar CD’s van Goose m.b.t. de prijs van
CD’s van Netsky
2 800 − 2 800
2 800 0
𝐸𝐸𝑘𝑘 = = =0
16,5 − 15 0,10
15
D.w.z. dat het onafhankelijke goederen zijn. Wanneer de prijs van de CD’s van Netsky stijgt,
heeft dit geen invloed op de vraag naar de CD’s van Goose.

c. De kruiselingse prijselasticiteit van de vraag naar DVD’s van Netsky m.b.t. de prijs van
CD’s van Netsky.
2 120 − 1 950
1 950 0,0871795
𝐸𝐸𝑘𝑘 = = = 0,87 > 0 𝑑𝑑𝑑𝑑𝑑𝑑 𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠𝑠
16,5 − 15 0,10
15




5

,Oefening 5
Stel dat men de relatie tussen het inkomen en de uitgaven aan eten in sterrenrestaurants als
volgt weergeeft:

Uitgaven sterrenrestaurant = 0,5 Y – 25.250 (bedragen in EUR per jaar; uitgaven eten
sterrenrestaurant >= 0)

Gevraagd:

a. Bereken het drempelinkomen.

0,5Y – 25.250 = 0

0,5Y = 25.250

Y = 50.500



b. In welke mate reageren de uitgaven aan eten in sterrenrestaurants indien het (bruto)
jaarinkomen stijgt van 53.000 EUR naar EUR 54.000? Bereken met andere woorden
de inkomenselasticiteit.

Y0 (53 000) → qvo = 0,5 x 53.000 – 25.250 = 1 250

Y1 (54 000) → qv1 = 0,5 x 54.000 – 25.250 = 1 750


1.750 − 1.250
1.250 0,4
𝐸𝐸𝑘𝑘 = = = 𝟐𝟐𝟐𝟐, 𝟐𝟐𝟐𝟐 > 1 𝑑𝑑𝑑𝑑𝑑𝑑 𝑙𝑙𝑙𝑙𝑙𝑙𝑙𝑙𝑙𝑙𝑙𝑙𝑙𝑙𝑙𝑙𝑙𝑙𝑙𝑙𝑙𝑙𝑙𝑙
54.000 − 53.000 0,018867
53.000


• Als het inkomen stijgt met 1,88%, dan stijgt de vraag naar sterrenrestaurants met 40%
• Als het inkomen stijgt met 1%, dan stijgt de vraag naar sterrenrestaurants met 21,2%.




6

,Oefening 6
Slagerij Hoste en slagerij Geubels verkopen dagelijks elk respectievelijk 850kg en 1250kg
gehakt tegen 7.55EUR/kg. Slagerij Geubels verlaagt de prijs tot 7.25EUR/kg.

De kruiselingse prijselasticiteit van de vraag naar gehakt bij Hoste mbt de prijs van gehakt bij
Geubels bedraagt 1.6. De prijselasticiteit van de vraag naar gehakt bij Geubels is -3.2.

Gevraagd: Hoeveel gehakt verkopen beide slagerijen na de prijsverlaging van Geubels?

• Hoeveelheid gehakt Geubels


𝑞𝑞1𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔 − 1 250
𝐸𝐸𝑣𝑣 = 1 250 = −3,2
7,25 − 7,55
7,55
𝑞𝑞1𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔 − 1 250
1 250 = −3,2
− 0,0397351
𝑞𝑞1𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑔𝑒𝑒𝑙𝑙𝑙𝑙 − 1 250
= 0,1271523
1 250
q1geubels = 1250 x 1,1271523

q1geubels = 1 408,94 kg



• Hoeveelheid gehakt Hoste


𝑞𝑞1ℎ𝑜𝑜𝑜𝑜𝑜𝑜 − 850
𝐸𝐸𝑘𝑘 = 850 = 1,6
7,25 − 7,55
7,55
𝑞𝑞1ℎ𝑜𝑜𝑜𝑜𝑜𝑜𝑜𝑜 − 850
850 = 1,6
− 0,0397351
𝑞𝑞1ℎ𝑜𝑜𝑜𝑜𝑜𝑜𝑜𝑜 − 850
= −0,06357616
850
q1hoste = 850 x 0.06357616 = 850 – 54.04 = 795.96

q1hoste = 795,96 kg




7

, Oefening 7
Welk product in de volgende paren heeft volgens jou een elastischere vraag en waarom?

a. Autoverzekering of reisverzekering

Autoverzekering is inelastischer omdat deze noodzakelijker is (zelfs verplicht) dan een
reisverzekering.

b. Wijn of water

Water is inelastischer

c. Elektriciteit in de volgende drie maanden of elektriciteit in de komende drie jaar.

Elektriciteit in de volgende 3 maanden

Oefening 8
Stel dat zakenreizigers en toeristen de volgende vraag naar vliegtickets van Brussel naar
Londen hebben:

Prijs Qv zakenreizigers Qv toeristen

50 2 100 1 000

100 2 000 800

150 1 900 600

200 1 800 400



Gevraagd:

a. Wat is de prijselasticiteit van de vraag voor zakenreizigers versus toeristen als de prijs van
tickets stijgt van EUR 100 naar EUR 150?

• Prijselasticiteit zakenreizigers
1 900 − 2 000
2 000 −0,05
𝐸𝐸𝑣𝑣 = = = −0,1
150 − 100 0,5
100
→ prijsinelastische vraag: als de prijs stijgt 50%, dan daalt de gevraagde hoeveelheid met 5%
• Prijselasticiteit toeristen
600 − 800
800 −0,25
𝐸𝐸𝑣𝑣 = = = −0,5
150 − 100 0,5
100
→ prijsinelastische vraag: als de prijs stijgt 50%, dan daalt de gevraagde hoeveelheid met 25%

b. Waarom zouden toeristen een andere elasticiteit hebben dan zakenreizigers?

De prijselasticiteit van de zakenreizigers is inelastischer omdat reizen naar Londen voor hun
eerder een noodzakelijk goed is. Voor toeristen is dit eerder een luxegoed.

8

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
July 23, 2020
Number of pages
34
Written in
2019/2020
Type
Answers
Person
Dalemans annita

Subjects

$5.28
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
JBoissevain Katholieke Hogeschool Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
29
Member since
6 year
Number of followers
28
Documents
7
Last sold
2 year ago
Notities en samenvattingen voor de richting Business Management - Marketing aan UCLL Diepenbeek

Mijn studiemethode bestaat erin om gedurende het jaar de leerstof samen te vatten of te noteren. Uiteindelijk ontstaat er dan een mix van samenvattingen, notities en flashcards voor sommige vakken. Deze probeer ik enigzins aantrekkelijk vorm te geven en makkelijk overzichtbaar te maken via kruisverwijzingen en uitgebreide inhoudsopgaven zodat je niet te lang moet zoeken. Feedback is altijd welkom om de documenten nog te kunnen aanpassen

Read more Read less
4.0

2 reviews

5
1
4
0
3
1
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions