Leerdoelen
• Beschrijven wat het begrip netto contante waarde inhoudt
• Uitleggen wat het begrip Internal Rate of Return (IRR) inhoudt
• Het verschil uitleggen tussen de discontovoet en de (IRR)
• Het verschil uitleggen tussen planmatig en niet planmatig-onderhoud
• De verschillende soorten planmatig onderhoud toelichten
• Aangeven welke kosten formeel tot de kosten koper behoren
• Een koopsom, uitgedrukt in kosten koper (k.k.) omrekenen naar een koopsom vrij op
naam (v.o.n.) en andersom
Leerdoelen vorig college
• Uitleggen wat een zelfstandige en wat een onzelfstandige woonruimte is
• Uitleggen in welke sectoren de markt voor huurwoningen is verdeeld
• Een aantal belangrijke verschillen tussen deze sectoren noemen
• Uitleggen waartoe het puntensysteem dient en aan welke eigenschappen van een
woning punten worden toegekend
• Uitleggen wat een vastgoedbelegger is en wat rendement inhoudt
• Een berekening maken van het totaalrendement van een investering
• Voorbeelden noemen van exploitatiekosten van verhuurders en van eigenaar-
gebruikers
• De factoren benoemen, die de hoogte van de discontovoer (rentevoet) bepalen
• Beschrijven wat het begrip DCF-waarde inhoud
• De DCF-waarde van een aantal toekomstige kasstromen berekenen
,Herhaling vorig HC
Opgave 1 TRR
Totaal rendement bestaat uit,
• Direct rendement→ huuractiviteiten, dus huurinkomsten en exploitatiekosten
• Indirect rendement→ mogelijke waardestijging/ waardedaling
Opdrachtbeschrijving:
Op 1 januari 2016 heeft u een winkelpand in verhuurde staat gekocht. De huuropbrengsten van 2016
bedragen 48.000. Een jaar later taxeert de taxateur dit winkelpand op 600.000 k.k. Gedurende 2016
bedroegen de exploitatiekosten 5.000.
Uw accountant rekent voor u dat u over 2016 een totaalrendement heeft gemaakt van 10%.
Voor welk bedrag heeft u het winkelpand op 1-12-2016 gekocht?
Totaal rendement = direct rendement + indirect rendement
Direct rendement = (huuropbrengsten – exploitatiekosten)/ waarde begin periode
Indirect rendement = (Waarde einde periode – waarde begin periode)/ waarde begin periode
Direct rendement = (48.000 – 5.000)/ waarde begin periode
Indirect rendement = (600.000 – waarde begin periode)/ waarde begin periode
= 10%
43.000/ waarde begin periode + (600.000 - waarde begin periode)/ waarde begin periode = 10%
43.000/ waarde begin periode + 600.000/ waarde begin periode – 100% = 10% (-100 kan eig weg)
43.000/ waarde begin periode + 600.000/ waarde begin periode = 110% = 1,1
Dit is logisch want de groeifactor is 10% en 1,1 is gelijk aan 10%
643.000 / waarde begin periode = 1,1
643.000 is de 600.000 + 43.000
43.000/ waarde begin periode→ waarde begin periode kan weg omdat 600.000 ook door de waarde aan
het begin van de periode gedeeld moet worden, dus je kan ze samenvoegen.
Dus 643.000 / waarde begin periode = 1,1
643.000/ 1,1 = waarde begin periode
Waarde begin periode = 584.545
Je hebt het winkelpand dus voor 54.545 gekocht.
THEORIE: Het indirecte rendement is nog niet gerealiseerd. Er staan nergens dat ie gaat verkopen dus hij
heeft het rendement alleen op papier gemaakt.
, Opgave 2 DCF-waarde Je kijkt hierbij vooruit in de tijd
Uitleg: U kunt een woning in verhuurde staat kopen. U maakt eerst een inschatting van de te
verwachten kasstromen:
• Huur jaar 1→ 8.000
• Huurprijsindex→ 2,5%
• Exploitatiekosten→ jaar 1→ 1.000
• Exploitatiekostenindex → 3%
• Verkoop deel tuin jaar 3→ 5.000
• Restwaarde jaar 6→ 140.000
• Uw rendementseis (disconteringsvoet)→ 8%
• Alle kasstromen vallen aan het einde van een periode
Vraag: Wat is de DCF-waarde van deze belegging en wat houdt dit bedrag feitelijk in?
Uitwerking op de volgende bladzijde.