Deel 1: Bart Vanhoenacker
Inhoudsopgave:
Hoofdstuk 1: Inleiding: de jeugd die niet deugt?
Hoofdstuk 2: Historisch perspectief
Hoofdstuk 3: Statistieken en cijfers
Hoofdstuk 4: Jeugddelinquentierecht
Hoofdstuk 5: Vrienden en groepen
Hoofdstuk 6: Jeugddelinquentie en etniciteit
Hoofdstuk 7: Jongeren, slachtofferschap en onveiligheidsgevoelens
1
,Hoofdstuk 1: Inleiding: de jeugd die niet deugt?
1. Jeugddelinquentie
1.1. Delinquentie
“Delinquere” (Latijns) = het eerlijke pad verlaten (bv. men zit op het scheve pad)
“Delinkwentie” = woord “link” zit hierin door het concept verbondenheid (hoe vindt men de
verbinding terug met de maatschappij?)
Delinquentie = containerbegrip = er wordt vanalles in deze term geplaatst, het is niet
afgebakend.
Korte definitie: strafbare feiten
Ruimere definitie: continuüm van gedragingen waarbij een inbreuk wordt gepleegd op regels,
normen en wetten en/of schade wordt berokkend aan individuen of de maatschappij. Ook
antisociaal gedrag (bv. heel luid muziek afspelen op de trein).
1.2. Jeugd
Jeugd → veel wetenschappelijke omschrijvingen en afbakeningen
18 jaar
= scharnierleeftijd (begin van meerderjarigheid, ook op strafrechtelijk gebied!)
Voor 18 jaar is de maatschappij nog anders ingedeeld: gezin (ouderlijk gezag),
onderwijs (leerplicht), zorg (jeugdzorg), …
Vanaf 18 jaar ‘bekwaam om te handelen’ maar lijkt toch nog heel divers?
Stemmen: 18 jaar
Gokken: 21 jaar
Seks: 16 jaar
Tabak kopen: 18 jaar
…
Dus verschillende ‘grenzen’ volgens verschillende wetgeving.
Sociologische, pedagogische brillen over de jeugd:
▪ Opgroeien als gradueel proces
▪ Staat van “jong zijn” (tot ongeveer 43 jaar voelt men zich jong)
▪ Moratorium: wachtruimte naar volwassenheid
o Totale afhankelijkheid > relatieve onafhankelijkheid
o Studie > werk
o Wonen bij ouders > eigen woonst
▪ Jong zijn kan relatief zijn (bv. kinderen uit oorlogsgebieden worden snel volwassen door
omstandigheden)
2
, 25-26 jaar
Andere grenzen
Prijs van Go Pass ticket veranderd
Geen subsidies meer voor jeugdwerk (bv. CHIRO)
…
JEUGDDELINQUENTIE = 18 JAAR (maar in algemeen zeggen we 0-25 jaar met centraal 12-18
jaar) = elastische afbakening
Deze elasticiteit is belangrijk binnen de ontwikkeling van nieuw jeugddelinquentierecht
Bv. Jordy: mocht uit de instelling op 18 jaar maar werd later dood teruggevonden in een tent op
straat door onderkoeling.
1.2.1. Decreet Jeugddelinquentierecht (2019)
2 systemen:
▪ Jeugddelict = geplaatst worden in gemeenschapsinstelling (GI)
o 12-13 jaar: max 2 jaar
o 14-15 jaar: max 5 jaar grens van 18 jaar vervalt
o 16-17 jaar: max 7 jaar
▪ Uithandengeving
o Vanaf 16 jaar kan je nog altijd wel als volwassene behandeld worden in de
‘volwassen’ strafrechtbank
2. Jeugdcriminologie
2.1. Criminologie
Vroeger: wetenschappelijke studie van delict en delinquent.
Nu: de wetenschap met betrekking tot (de)criminaliseringsprocessen, criminaliteit en de
(maatschappelijke) aanpak daarvan.
▪ (De)criminaliseringsprocessen (wat maakt [niet] strafbaar?)
Bv. Pedofilie: nu slecht, vroeger bij de Grieken misschien normaal…
Bv. Cocaïne: vroeger goed geneesmiddel, nu problematisch
Bv. Roken met kinderen in auto: vroeger normaal, nu verboden
▪ Aandacht voor politionele en gerechtelijke tussenkomsten, sanctionering en
gevolgen ervan (strafuitvoering, re-integratie, …)
▪ Toenemende aandacht voor overlast, (on)veiligheid en (on)veiligheidsgevoelens
Het is een multidisciplinaire en interdisciplinaire wetenschap
bv. vanuit biologie (is er een bepaalde afwijking die leidt tot meer crimineel gedrag?) of sociologie
(zorgt een bepaalde omgeving voor meer crimineel gedrag?) …
3
,Criminologie is ook een ‘kruispuntwetenschap’ = samenhang tussen normatieve wetenschap
(straf en recht) en gedragswetenschap (sociologie, psychologie …)
CENTRAAL: onderzoeksveld inzake het maatschappelijke
▪ Normstelling (hoe komen die wetten tot stand?)
▪ Normovertreding (overtreding v/d wetten)
▪ Normhandhaving (wat doet de maatschappij om die wetten in stand te houden?)
Het is een gevoelig onderzoeksterrein: je bent bezig met daders, slachtoffers, schade, …
3 soorten deskundigheid:
▪ Geïntegreerde deskundigheid
o Multi- en interdisciplinair
o Je integreert de verschillende wetenschappen (sociologie, recht, psychologie …)
▪ Kritisch-reflectieve deskundigheid
o Zaken in vraag stellen, niet zwart-wit denken, zorgen voor nuance
▪ Geëngageerde deskundigheid
o Beleidsgericht denken
o Bijdragen aan algemeen preventief werk (hoe criminaliteit voorkomen?)
2.2. Jeugdcriminologie
= criminologie toegespitst op jongeren
= soort ‘jeugdgerichte’ specialisatie in de criminologie
Onderscheiding tussen jongeren en volwassenen! (specifieke ontwikkelingsfase, gedrag,
‘problematisering’) → ‘aparte’ groep dus nood aan apart jeugd(delinquentie)recht, apart terrein
van (justitiële) interventies
Korte definitie: strafrechtelijkheid (wetsoverschrijdend gedrag)
Ruimere definitie: problematisch of geproblematiseerd gedrag (bv. uitdagend gedrag op
school/openbaar vervoer, rondhangen, pesten, uitschelden, weglopen, spijbelen, liegen, …) en
de frequentie & recidive aspect van jeugdcriminaliteit (bv. hoeveelste keer pleegt men deze
feit?)
Onderzoeksdomein, opdrachten en rol van jeugdcriminologie?
▪ Geproblematiseerd jongerengedrag onderzoeken of jongeren van wie verondersteld
wordt dat ze dergelijk gedrag stellen
▪ Voorzieningen bestuderen en hun mogelijke interventies ter voorkoming/als antwoord
op dit soort jongerengedrag
▪ Bijdragen tot de oriëntatie van een (jeugd)criminologisch verantwoorde praktijk in
preventie en interventie
Maar wordt het probleemgedrag van jongeren niet overgeproblematiseerd?
Overdrijven we niet? Wat is normaal vs. wat is zorgwekkend?
Definitorische net widening = alles jeugdcriminaliteit noemen → HIERVOOR OPLETTEN!!
4
, 2.3. Terminologie
Jeugdcriminaliteit Focus op het strafrechtelijk gedeelte
toegespitst op jongeren.
Jeugddelinquentie Continuüm van gedragingen waarbij een
inbreuk wordt gepleegd op regels, normen en
wetten en/of schade wordt berokkend aan
individuen of de maatschappij.
(containerbegrip)
3. ‘De jeugd die niet deugt?’
Door de zware feiten die jongeren laatste jaren hebben gepleegd, ontstaat geen algemene
paniekstelling over de jeugd van tegenwoordig? Men wordt gezien als een bedreiging voor de
maatschappij, als risicojongeren …
3.1. De jeugd van tegenwoordig?
Crime Carousel = wisselwerking tussen media, politiek en publiek over de
jeugdcriminaliteit. Men vult elkaar aan (politie en justitie staan er naast).
Politiek Media
Publiek
Stel, er gebeurt een feit … De media pikt dit op en brengt het nieuws op tv, kranten, … (men
overdrijft hier ook vaak in want er speelt een commerciële factor bij). Publiek pikt dit op en slaat in
paniek! Het publiek stelt politici in vraag om er iets aan te doen. Politici willen goede indrukken en
cijfers inwinnen. De media rapporteert terug aan het publiek over de politieke aanpakken waarbij
publiek terug beseft dat het wel serieus is, sommigen gaan niet akkoord, … (vicieuze cirkel)
Crime Carousel kan aanleiding geven tot (crisis)hervormingen (soms goede maar soms ook
slechte gehaaste zaken)
Bv. Ontsnapping van Dutroux ooit heeft geleid tot betere beleid binnen politie
Bv. Radicalisering: gekste, rare programma’s bedacht voor jongeren
5
, 3.2. Beleid
▪ Schiet vaak TE SNEL in actie
▪ Vaak eenzijdig repressief, controlerend, bestraffend
▪ Traditionele opvoedende/resocialiserende jeugdrecht komt onder druk te staan
▪ Bv. jongeren naar leger sturen: leger zijn geen begeleiders, opvoeders …
Bv. Mechelen: JOERI’s installeren (persoon die jongeren op de voet gaat volgen)
3.3. Jeugddelinquentie
3.3.1. Aandacht voor jeugddelinquentie?
De aandacht voor jeugddelinquentie is er al altijd geweest …
Age-crime-curve = bij uitschrijven van de leeftijden zie je altijd een piek in adolescentie voor
criminaliteit = adolescentencriminaliteit
Het zijn vaak domme zaken, om te
experimenteren en vaak blijft het daar ook
bij.
Puberteit = overgang naar volwassenheid
→ Lichamelijke, sociale en cognitieve veranderingen Zie lessen
→ Zelfstandig worden, relaties, vrijetijdsbesteding … Liselotte (deel 2)
→ Spanningen en conflicten van intrapsychische en relationele aard
In adolescentie ervaart men de MATURITY GAP = afhankelijk willen zijn (studeren, thuis wonen
…) maar ook meer zelfstandigheid willen (serieus genomen worden, uitgaan, drinken, roken,
seks …)
MATURITY GAP
Afhankelijkheid Zelfstandigheid
Vriendengroep, leeftijdsgenoten:
▪ Brengen rust, je niet alleen voelen
▪ Aanleiding geven tot opvallend recreatiegedrag in de openbare ruimte
(bv. jongerengroepje die stoer doet in publiek)
Volgende zaken gebeuren in de adolescentie:
▪ Steven naar volwassenheid
▪ Toename in vrije tijd met vrienden
▪ Verandering in de ouder-kind relatie
6
,Een groot deel van de jeugddelinquentie is
leeftijdsgebonden delinquentie of statusdelinquentie
= handelingen waarvan de strafbaarheid (enkel) afhankelijk is van de status van de dader
(minderjarigheid)
Bv. alcohol kopen/drinken, joyriden, spijbelen, weglopen, …
Waarom krijgt dit “afwijkend” gedrag van jongeren zoveel aandacht? → jongeren hebben een
bijzondere positie in de maatschappij, ze zijn de toekomst → ideaalbeeld van volwassenen
valt uit elkaar (= confrontatie, jaloezie, …)
Januskop van de jeugd:
Janus is een god met 2 gezichten. Dit passen ze toe op jongeren: beeld op jongeren zijn ook 2
visies
Toekomst Zorgen
Hoop Angst
Bescherming Repressie
Vrijheid Grenzen
KRACHT KLACHT
3.3.2. Actueel probleem?
NEE. Er is al eeuwen onrust en ‘moral panic’ over jongen. (zie les 2 van Bart)
3.3.3. Ernstig probleem? Cijfers?
Steeds meer jeugddelinquentie?
Daders worden steeds jonger?
Steeds ernstigere feiten?
zie les 3
▪ Moeilijk zicht op omvang en aard van delinquentie → daarom indrukken, beperkte van Bart
vaststellingen/cijfergegevens
▪ Media speelt rol (ze focussen op alleenstaande spectaculaire gevallen)
3.3.4. Verklaringen en aanpak?
Slingerbewegingen = inzetten op ene aanpak en dan andere aanpak.
Laatste jaren nieuwe verklaringen voor (jeugd)criminaliteit:
▪ Neurologie
▪ Levensstijl (veel uitgaan, drugs, …)
▪ Context en problematische ontwikkeling
▪ Life course onderzoek (levensloopcriminologie)
o Balans tss risicofactoren en beschermende factoren Zie lessen Liselotte
o Ontwikkelingspsychopathologie: stoornissen
7
, 4. Maatschappelijke tendensen
▪ Jeugd is langer afhankelijk van studies, werklozensteun, onzekere beroepsstatuten …
▪ Jongeren blijven langer thuis (= nestklevers)
o Meestal rond 26 jaar
o Jongeren uit jeugdzorg moeten vaak vanaf 18 jaar zelfstandig zijn …
▪ Vergrijzing (bv. pensioenkosten)
▪ Verstedelijking
o Anonimiteit (mensen kennen elkaar niet goed meer)
o Meer conflicten in openbare ruimte
o Onverdraagzaamheid
▪ ‘Nieuwe’ media (= sociale media)
o Jongeren spelen niet meer buiten, iedereen zit
op schermen
▪ Migratie/diversiteit
o Ene vindt oke, ander ervaart bedreigend
▪ Nieuwe gezinssituaties
o Meer scheidingen, nieuw samengestelde gezinnen …
▪ Stress bij ouders
o = rat race → eten-slapen-werken
o Meer druk op ouders terwijl ze al vol stress zitten en men moet dan nog eens
kinderen opvoeden daarbij
▪ Druk op jongeren
o ‘Perfect’ zijn, prestatie op sport, school, …
▪ COVID-19
▪ Levenstevredenheid
4.1. Gevolgen of gevaren
▪ Medicalisering
o Bv. gebruik van antidepressiva stijgt
o Bv. West-Vlaamse jongens nemen blijkbaar vaker ADHD-medicatie
8