Ezelbruggetjes
Algemene storingen:
Afasie - Verminderde taalfunctie
Agnosie - Functie intact, maar geen plaatsing of herkenning. Modaliteit speci ek.
Apraxie - Dagelijkse taken niet goed doen
Amnesie - Geheugen verlies
‘Soma’ = lichamelijk
Frenie = vaak gek
Hypo- = minder
Dys = anders
Corticale = gehele beperking functie, maar niks mis in het orgaan
Apperceptief = geen goede waarneming van het object (wel met voelen etc.)
Associatief = wel waarneming, maar geen associatie van kennis bij object
Restauratieve model; repareren van functies door training
Compensatoire model: aanleren van compenseren met een alternatief
Geus/gus = smaak
Osmie = reuk
fi
,Hersengebieden bij functies
Zicht thalamus, visuele cortex (occipitaal), ventraal/dorsaal
Horen thalamus, auditieve cortex (temporaal), ventraal/dorsaal
Ruiken gustatory / olfactory cortex (orbito frontaal: onder vooraan)
Aandacht (pariëtaal, vaak rechts)
Taal Broca en Wernicke, posterieur/superieur temporaal (vaak links)
Emotie Limbisch systeem
Geheugen Hippocampus
Motoriek Premotor cortex & praxis (pariëtaal), ventraal/dorsaal
, Termen: colleges 1-8
Term De nitie Toepassing
Korte geschiedenis van - Oudheid, ziel lokaliseren: Dissociatie: toont lokalisatie van
neuro Aristoteles het hart, functie aan door slecht te presteren
Hippocrates de op 1 taak, en goed op de ander.
Celtheorie, Luria & Bichat hersenen, Descartes in
de epifyse. Celtheorie: Dubbele dissociatie: omgewisselde
ventrikels resultaten tussen 2 patiënten toont
- Gall: frenologie geïsoleerde functies aan.
- Luria: 3 units voor
activatie, input en output
- Bichat’s law of
symmetry: beide
hersenen hetzelfde in
functie.
- Lesies: Gage, Broca,
Wernicke
- Opkomst experimenten
en testen (eerset: Binet)
- Dissociatie en dubbele
Opzet NPO 1. Hypotheses formuleren
2. Literatuur
3. Studie design,
testbatterij
4. Data verzameling,
testonderzoek afnemen
5. Conclusie
fi
, Term De nitie Toepassing
Stoor factoren van tests • Malingering: expres Achterhaald met prestatie validatie
taken, balans tussen sensitiviteit en
• Zicht/gehoor problemen
speci citeit.
• Pijnklachten
Vanaf twee standaarddeviaties van de
• Vermoeidheid
norm wordt gesproken van een
• Spanning afwijkende situatie.
• Sociale wenselijkheid
• Anosognosie: ontkennen
van ziekte
Anamnese Mondelinge rapportage van
symptomen, door patient
zelf.
Heteroanamnese Mondelinge rapportage van
echtgenote.
Hersenen en functies: 1. Motor cortex, parietaal Ook belangrijk:
2. Somatosensorisch - Emotie: limbisch systeem
(kruiden en temperatuur - Geheugen: parietaal
van smaak), parietaal - Aandacht:parietaal/frontaal
3. Smaak, temporaal - Diencephalon (midden,
4. Visuele schors, prikkelverwerking)
occipitaal - Basale ganglia: beweging (diep
5. Wernicke (taal), binnen)
temporaal
6. Auditieve schors,
temporaal
7. Geuren /olfactory,
temporaal
fi fi
Algemene storingen:
Afasie - Verminderde taalfunctie
Agnosie - Functie intact, maar geen plaatsing of herkenning. Modaliteit speci ek.
Apraxie - Dagelijkse taken niet goed doen
Amnesie - Geheugen verlies
‘Soma’ = lichamelijk
Frenie = vaak gek
Hypo- = minder
Dys = anders
Corticale = gehele beperking functie, maar niks mis in het orgaan
Apperceptief = geen goede waarneming van het object (wel met voelen etc.)
Associatief = wel waarneming, maar geen associatie van kennis bij object
Restauratieve model; repareren van functies door training
Compensatoire model: aanleren van compenseren met een alternatief
Geus/gus = smaak
Osmie = reuk
fi
,Hersengebieden bij functies
Zicht thalamus, visuele cortex (occipitaal), ventraal/dorsaal
Horen thalamus, auditieve cortex (temporaal), ventraal/dorsaal
Ruiken gustatory / olfactory cortex (orbito frontaal: onder vooraan)
Aandacht (pariëtaal, vaak rechts)
Taal Broca en Wernicke, posterieur/superieur temporaal (vaak links)
Emotie Limbisch systeem
Geheugen Hippocampus
Motoriek Premotor cortex & praxis (pariëtaal), ventraal/dorsaal
, Termen: colleges 1-8
Term De nitie Toepassing
Korte geschiedenis van - Oudheid, ziel lokaliseren: Dissociatie: toont lokalisatie van
neuro Aristoteles het hart, functie aan door slecht te presteren
Hippocrates de op 1 taak, en goed op de ander.
Celtheorie, Luria & Bichat hersenen, Descartes in
de epifyse. Celtheorie: Dubbele dissociatie: omgewisselde
ventrikels resultaten tussen 2 patiënten toont
- Gall: frenologie geïsoleerde functies aan.
- Luria: 3 units voor
activatie, input en output
- Bichat’s law of
symmetry: beide
hersenen hetzelfde in
functie.
- Lesies: Gage, Broca,
Wernicke
- Opkomst experimenten
en testen (eerset: Binet)
- Dissociatie en dubbele
Opzet NPO 1. Hypotheses formuleren
2. Literatuur
3. Studie design,
testbatterij
4. Data verzameling,
testonderzoek afnemen
5. Conclusie
fi
, Term De nitie Toepassing
Stoor factoren van tests • Malingering: expres Achterhaald met prestatie validatie
taken, balans tussen sensitiviteit en
• Zicht/gehoor problemen
speci citeit.
• Pijnklachten
Vanaf twee standaarddeviaties van de
• Vermoeidheid
norm wordt gesproken van een
• Spanning afwijkende situatie.
• Sociale wenselijkheid
• Anosognosie: ontkennen
van ziekte
Anamnese Mondelinge rapportage van
symptomen, door patient
zelf.
Heteroanamnese Mondelinge rapportage van
echtgenote.
Hersenen en functies: 1. Motor cortex, parietaal Ook belangrijk:
2. Somatosensorisch - Emotie: limbisch systeem
(kruiden en temperatuur - Geheugen: parietaal
van smaak), parietaal - Aandacht:parietaal/frontaal
3. Smaak, temporaal - Diencephalon (midden,
4. Visuele schors, prikkelverwerking)
occipitaal - Basale ganglia: beweging (diep
5. Wernicke (taal), binnen)
temporaal
6. Auditieve schors,
temporaal
7. Geuren /olfactory,
temporaal
fi fi