Jeugdrecht Jeugdhulprecht
1. Voor welke minderjarigen is het
jeugdhulprecht bedoeld?
Het bijzonder jeugdrecht regelt de buitengerechtelijke (= vrijwillige) en
gerechtelijke (= gedwongen) hulpverlening voor minderjarigen in
moeilijkheden, ofwel de minderjarigen in een verontrustende situatie
(VOS).
- Een verontrustende situatie is een situatie die de ontwikkeling van
een minderjarige bedreigt doordat zijn psychische, fysieke of
seksuele integriteit of die van één of meer leden van zijn gezin wordt
aangetast of doordat zijn affectieve, morele, intellectuele of sociale
ontplooiingskansen in het gedrang komen, waardoor het aanbieden
van jeugdhulpverlening maatschappelijk noodzakelijk kan zijn. (zie p. 30
voor voorbeelden)
2. De krachtlijnen van het jeugdhulprecht
Uitdrukkelijke scheiding tussen het
buitengerechtelijke en het gerechtelijk circuit
Vrijwillige (= buitengerechtelijke) jeugdhulp is pas écht vrijwillig als ze niet
zomaar en rechtstreeks kan overvloeien in gedwongen (= gerechtelijke)
hulp. om die reden kunnen de jeugdhulpaanbieders die betrokken zijn
bij buitengerechtelijke hulp niet meer rechtstreeks naar de gerechtelijke
overheden of het parket doorverwijzen.
- Ondanks vrijwillige en gerechtelijke jeugdhulp 2 gescheiden
werelden zijn, bestaan er toch een belangrijke noodbrug tussen
beide. wordt uitgeoefend door enerzijds de Ondersteuningscentra
Jeugdzorg en de Vertrouwenscentra Kindermishandeling.
o Zij kregen van de overheid het mandaat (= ‘gemandateerde
voorzieningen’) om dossiers uit het buitengerechtelijk circuit
door te sturen naar het gerechtelijke circuit, wanneer hulp
maatschappelijk noodzakelijk is en die hulp niet op vrijwillige
wijze kan gerealiseerd worden.
1
,Jeugdrecht Jeugdhulprecht
(wit = buitengerechtelijk parcour, zwart = gerechtelijk parcour)
Differentiatie van het hulpaanbod
Zowel in het buitengerechtelijke als in het gerechtelijke circuit beschikt
men over een bredere waaier aan hulpverleningsvormen (modules) en
maatregelen, gaande van mobiele werkvormen over ambulante
werkvormen tot residentiële werkvormen.
- Enorm groot tekort aan plaatsen, waardoor minderjarigen niet altijd
de geschikte hulp krijgen.
Subsidiariteitsbeginsel
Men moet de voorkeur geven aan de minst ingrijpende werkvorm voor de
jongere;
- Buitengerechtelijke verlening heeft voorrang op gerechtelijke
hulpverlening.
- Hulpverlening waarbij de jongere in zijn normale milieu kan blijven
(mobiele of ambulante hulp) heeft voorrang op (uithuis)plaatsing.
- Plaatsing in een gezin (pleegzorg) heeft voorrang op plaatsing in een
residentiële instelling.
Gezinsgerichte werking
Er wordt uitgegaan van een systeem(theoretische) benadering, waarbij het
probleem van de jongere wordt beschouwd als een gezinsproblematiek,
die in zijn geheel moet worden aangepakt.
- Deze gezinsgerichte benadering geeft ook voorrang aan
maatregelen die het minst ingrijpen in het gezinsmilieu Plaatsing
2
, Jeugdrecht Jeugdhulprecht
zoveel mogelijk vermeden worden, indien toch het geval moet ze
gericht zijn op re-integratie in het milieu.
- Contextbegeleiding neem een centrale plaats in de hulpverlening.
Een integrale jeugdhulp
Respect voor de rechten van de minderjarige
- Een kind is een rechtssubject.
- Het kinderrechtenverdrag (internationaal) als de rechtspositie van de
minderjarige (Belgisch en Vlaams niveau).
Gescheiden van het jeugddelinquentierecht, maar
niet helemaal
Bij het bijzonder jeugdrecht was het in hoofdzaak gericht op het verlenen
van hulp en bijstand, maar bij minderjarige delinquenten wordt nu bewust
gekozen voor een meer responsabiliserende i.p.v. louter hulpverlenende
aanpak.
3. Het landschap van de integrale jeugdhulp
MDT: multidisciplinair team
OCJ: ondersteuningscentrum jeugdzorg
3
1. Voor welke minderjarigen is het
jeugdhulprecht bedoeld?
Het bijzonder jeugdrecht regelt de buitengerechtelijke (= vrijwillige) en
gerechtelijke (= gedwongen) hulpverlening voor minderjarigen in
moeilijkheden, ofwel de minderjarigen in een verontrustende situatie
(VOS).
- Een verontrustende situatie is een situatie die de ontwikkeling van
een minderjarige bedreigt doordat zijn psychische, fysieke of
seksuele integriteit of die van één of meer leden van zijn gezin wordt
aangetast of doordat zijn affectieve, morele, intellectuele of sociale
ontplooiingskansen in het gedrang komen, waardoor het aanbieden
van jeugdhulpverlening maatschappelijk noodzakelijk kan zijn. (zie p. 30
voor voorbeelden)
2. De krachtlijnen van het jeugdhulprecht
Uitdrukkelijke scheiding tussen het
buitengerechtelijke en het gerechtelijk circuit
Vrijwillige (= buitengerechtelijke) jeugdhulp is pas écht vrijwillig als ze niet
zomaar en rechtstreeks kan overvloeien in gedwongen (= gerechtelijke)
hulp. om die reden kunnen de jeugdhulpaanbieders die betrokken zijn
bij buitengerechtelijke hulp niet meer rechtstreeks naar de gerechtelijke
overheden of het parket doorverwijzen.
- Ondanks vrijwillige en gerechtelijke jeugdhulp 2 gescheiden
werelden zijn, bestaan er toch een belangrijke noodbrug tussen
beide. wordt uitgeoefend door enerzijds de Ondersteuningscentra
Jeugdzorg en de Vertrouwenscentra Kindermishandeling.
o Zij kregen van de overheid het mandaat (= ‘gemandateerde
voorzieningen’) om dossiers uit het buitengerechtelijk circuit
door te sturen naar het gerechtelijke circuit, wanneer hulp
maatschappelijk noodzakelijk is en die hulp niet op vrijwillige
wijze kan gerealiseerd worden.
1
,Jeugdrecht Jeugdhulprecht
(wit = buitengerechtelijk parcour, zwart = gerechtelijk parcour)
Differentiatie van het hulpaanbod
Zowel in het buitengerechtelijke als in het gerechtelijke circuit beschikt
men over een bredere waaier aan hulpverleningsvormen (modules) en
maatregelen, gaande van mobiele werkvormen over ambulante
werkvormen tot residentiële werkvormen.
- Enorm groot tekort aan plaatsen, waardoor minderjarigen niet altijd
de geschikte hulp krijgen.
Subsidiariteitsbeginsel
Men moet de voorkeur geven aan de minst ingrijpende werkvorm voor de
jongere;
- Buitengerechtelijke verlening heeft voorrang op gerechtelijke
hulpverlening.
- Hulpverlening waarbij de jongere in zijn normale milieu kan blijven
(mobiele of ambulante hulp) heeft voorrang op (uithuis)plaatsing.
- Plaatsing in een gezin (pleegzorg) heeft voorrang op plaatsing in een
residentiële instelling.
Gezinsgerichte werking
Er wordt uitgegaan van een systeem(theoretische) benadering, waarbij het
probleem van de jongere wordt beschouwd als een gezinsproblematiek,
die in zijn geheel moet worden aangepakt.
- Deze gezinsgerichte benadering geeft ook voorrang aan
maatregelen die het minst ingrijpen in het gezinsmilieu Plaatsing
2
, Jeugdrecht Jeugdhulprecht
zoveel mogelijk vermeden worden, indien toch het geval moet ze
gericht zijn op re-integratie in het milieu.
- Contextbegeleiding neem een centrale plaats in de hulpverlening.
Een integrale jeugdhulp
Respect voor de rechten van de minderjarige
- Een kind is een rechtssubject.
- Het kinderrechtenverdrag (internationaal) als de rechtspositie van de
minderjarige (Belgisch en Vlaams niveau).
Gescheiden van het jeugddelinquentierecht, maar
niet helemaal
Bij het bijzonder jeugdrecht was het in hoofdzaak gericht op het verlenen
van hulp en bijstand, maar bij minderjarige delinquenten wordt nu bewust
gekozen voor een meer responsabiliserende i.p.v. louter hulpverlenende
aanpak.
3. Het landschap van de integrale jeugdhulp
MDT: multidisciplinair team
OCJ: ondersteuningscentrum jeugdzorg
3