~ Renaissance
P.C. Hooft (en Samuel Coster) –
Warenar
Op papier gezet in 1616, als tekst verschenen in 1617
(het verhaal inclusief vertaling verschenen in 1889)
Het boek is een blijspel (komedie), wat opgebouwd is uit 5 bedrijven.
In het voorwoord (proloog) wordt er een discussie beschreven tussen ‘mildheid’ en ‘gierigheid’.
Gierigheid heerst al lang in het huis van Warenar. Warenar is een achterdochtige vrek, met een
zwangere dochter Claertje. Warenar is in het bezit van een pot met geld (al van zijn grootvader) en
heeft deze pot begraven, zodat niemand aan zijn geld kan komen. Warenar leeft ontzettend gierig en
is erg wantrouwend. Hij denkt steeds dat iedereen van zijn pot afweet en deze wil stelen. De naam
Warenar kun je namelijk ook lezen als “ware Nar” (echte gek), hij wordt namelijk geleefd door zijn
pot geld.
‘Mildheid’ vindt dat Gierigheid lang genoeg gehuisd heeft in het huis van Warenar. Nu zijn dochter
Claertje zwanger is en elk moment kan bevallen wordt het tijd voor mildheid in het huis.
(Mildheid en Gierigheid zijn geen echte personen, maar het zijn personificaties: abstracte zaken, die
worden voorgesteld als levende wezens)
Het boek is ook geschreven als een toneelstuk, je ziet de namen van de personen, met daarachter de
tekst die ze zeggen.
De hoofdpersonen zijn:
W = Warenar warnar
Re = Reym (de dienstmeid van Warenar)
Rij = Rijkert (de buurman van Warenar)
G = Geertruid (de zus van Rijkert) geertruyd
Ri = Ritsert (zoon van Geertruid) ritsart
L = Lecker (knecht van Rijkert) lecker, jonghen, hulpje
2 dagloners:
T = Teeuwes (Kok) de Cock
C = Casper (Traiteur Hof-meester)
Personificaties/Godinnen
M = Mildheid miltheyt
P.C. Hooft (en Samuel Coster) –
Warenar
Op papier gezet in 1616, als tekst verschenen in 1617
(het verhaal inclusief vertaling verschenen in 1889)
Het boek is een blijspel (komedie), wat opgebouwd is uit 5 bedrijven.
In het voorwoord (proloog) wordt er een discussie beschreven tussen ‘mildheid’ en ‘gierigheid’.
Gierigheid heerst al lang in het huis van Warenar. Warenar is een achterdochtige vrek, met een
zwangere dochter Claertje. Warenar is in het bezit van een pot met geld (al van zijn grootvader) en
heeft deze pot begraven, zodat niemand aan zijn geld kan komen. Warenar leeft ontzettend gierig en
is erg wantrouwend. Hij denkt steeds dat iedereen van zijn pot afweet en deze wil stelen. De naam
Warenar kun je namelijk ook lezen als “ware Nar” (echte gek), hij wordt namelijk geleefd door zijn
pot geld.
‘Mildheid’ vindt dat Gierigheid lang genoeg gehuisd heeft in het huis van Warenar. Nu zijn dochter
Claertje zwanger is en elk moment kan bevallen wordt het tijd voor mildheid in het huis.
(Mildheid en Gierigheid zijn geen echte personen, maar het zijn personificaties: abstracte zaken, die
worden voorgesteld als levende wezens)
Het boek is ook geschreven als een toneelstuk, je ziet de namen van de personen, met daarachter de
tekst die ze zeggen.
De hoofdpersonen zijn:
W = Warenar warnar
Re = Reym (de dienstmeid van Warenar)
Rij = Rijkert (de buurman van Warenar)
G = Geertruid (de zus van Rijkert) geertruyd
Ri = Ritsert (zoon van Geertruid) ritsart
L = Lecker (knecht van Rijkert) lecker, jonghen, hulpje
2 dagloners:
T = Teeuwes (Kok) de Cock
C = Casper (Traiteur Hof-meester)
Personificaties/Godinnen
M = Mildheid miltheyt