Hoofdstuk 1
Proces = een verzameling van activiteiten die gezamenlijk input
omzetten in output om een bepaald doel te realiseren.
Schematische weergave
Er zijn 3 manieren om processen in te delen
1. Primaire – secundaire – besturingsprocessen
2. Hoofdprocessen – werkprocessen – werkinstructies
3. Productieprocessen – informatieprocessen –
dienstverleningsprocessen
Primair proces
Primaire processen zijn nauw verbonden met het bestaansrecht,
hoofddoel, van de organisatie.
= het proces waarmee de kernactiviteiten van de organisatie worden
gerealiseerd
Input: behoefte van de klant
output: (als het goed is) een tevreden klant
niet alleen een tevreden klant is belangrijk. Het proces zal ook efficiënt
moeten verlopen, medewerkers hebben een bepaalde verwachting.
[bakker bakt en verkoopt brood]
Secundair/ondersteunende proces
Om het primaire proces mogelijk te maken, voert een organisatie ook
secundaire (ondersteunende) processen uit.
Secundaire proces = een ondersteunend proces dat nodig is om het
primaire proces te realiseren
[bakker moet schoonmaken, energie kopen voor de ovens]
Besturingsproces
Besturingsproces = het proces waarmee het primaire en secundaire
proces wordt bijgestuurd
,[bakker houd zijn inkopen, overige kosten en omzet bij, als hij te weinig
omzet maakt zal hij het proces moeten bijsturen]
Een indeling waarmee het detailniveau van een proces wordt
gekarakteriseerd.
Hoofdproces
Hoofdproces = het proces van een organisatie dat op het hoogst
mogelijke abstractieniveau is beschreven
Het lijkt op een primair proces, alleen gaat het nu om externe leveranciers
en externe klanten. Bijvoorbeeld een fabriek die houten stoelpoten
fabriceert, heeft bijvoorbeeld een houthandel als leverancier en een
meubelfabrikant als klant.
Sommige organisaties hebben meerdere hoofdprocessen, het zijn
verschillende processen die gezamenlijk het primaire proces vormen maar
toch sterk van elkaar verschillen.
Werkproces
Werkproces = een gedeelte uit een hoofdproces
Een werkproces kan ook een onderdeel zijn van een primair proces, maar
ook een secundair of besturingsproces is een werkproces.
Werkinstructie
Als je nog verder in detail een werkproces bekijkt, dan kom je uiteindelijk
tot een beperkt aantal activiteiten, waarin elke activiteit zeer gedetailleerd
is beschreven. Als één functionaris dergelijke activiteiten uitvoert, spreken
we van een werkinstructie.
de soort materie die door het proces heen loopt
Productieproces
Een materiaal wordt omgezet in een product
Informatieproces
Informatie stroomt door een proces
, Dienstverleningsproces
De klant neemt zelf deel aan het proces
Procesmanagement = een systematische en beheerste beïnvloeding
van processen om ervoor te zorgen dat de organisatiedoelen worden
gerealiseerd
- Plan: processen beschrijven
- Do: processen besturen
- Check: processen analyseren
- Act: processen verbeteren
Een organisatie kan op verschillende manieren worden ingericht
- Functioneel: gericht op een specifieke expertise
- Proces: gericht op de voortbrenging van producten en diensten
- Geografisch: gericht op het te bestrijken gebied
- Productgericht: gericht op een eindresultaat
- Marktgericht: gericht op een specifieke doelgroep in de markt
Er zijn verschillende soorten activiteiten
1. Improviserende activiteiten – Soms is het einddoel niet duidelijk,
zoals bij het ontwikkelen van een nieuw product.
2. Routinematige activiteiten – deze verlopen heel voorspelbaar, een
organisatie is dan niet afhankelijk van de professie van medewerkers
er is al kennis en ervaring gebruikt om processen efficiënt in te
richten (bijvoorbeeld een kassa)
3. Projectmatige activiteiten – dit zit tussen een improviserende en
routinematige activiteit in. Een project bestaat uit activiteiten die
niet geheel voorspelbaar zijn om deze te vergroten is een project
opgedeeld in verschillende fase
4 v’s
Volume – hoeveel produceren ze, als je een koekjesfabriek hebt die
hetzelfde produceert, dan is de volume hoog, maar als je een bedrijf hebt
die veel opties heeft als je iets zelf kunt samenstellen en ze hebben per
optie 100 keuzes, dan is het volume laag. Je kan het dan niet makkelijk
standaardiseren
Verscheidenheid – hoeveel verschillende producten worden er
geproduceerd?
Variatie – wanneer heeft de klant er behoefte
aan
, Verborgenheid – in hoeverre ziet de klant het proces?
Er is een verandering in kwaliteitsdenken, met een verschuiving van
productkwaliteit naar een bredere focus op totale kwaliteit je hebt
verschillende soorten kwaliteit
Productkwaliteit
Focus op klantwens in het kader van het geleverde product of dienst.
Problemen worden pas zichtbaar bij controle of klachten.
Proceskwaliteit
Focus op beheersen en verbeteren van processen. Wordt ondersteund
door meetmethoden en statistische technieken.
Organisatiekwaliteit
Niet alleen het product en het primaire proces is van belang focus op
de kwaliteit van alle processen
Ketenkwaliteit
De gehele keten draagt bij aan de kwaliteit van het eindproduct,
leveranciers worden dus betrokken. Goede samenwerking goede
ketenkwaliteit
Supply Chain Management = management van de leveranciersketen
Totale kwaliteit/maatschappijgericht
De maatschappelijke bijdrage speelt een rol. Men streeft naar een
optimale bijdrage voor de eigen organisatie en voor externe
stakeholders
INK-managementmodel = organisatieontwikkelingsmodel waarin je
de ontwikkeling in kwaliteitsdenken kunt herkennen geeft een beeld
waar een organisatie staat op het gebied van kwaliteitsontwikkeling.