MICRO-ECONOMIE VOOR MANAGERS A
(B-KUL-HBH91E)
HANDELSWETENSCHAPPEN
BACHELOR 1
KUL Campus Brussel
, Deel 1 - Wat is economie?
Hoofdstuk 1 - Economie als wetenschap
1 Onderwerp en invalshoek
Economy: het economische gebeuren dat economewetenschappers bestuderen.
Economics: de economische wetenschap.
➞ ligt niet in wat ze bestudeert maar in hoe ze dingen bestudeert.
Spanningsveld tussen behoeftes en middelen:
- Behoeftes: onbeperkt en tijdsgebonden
- Middelen (grondstoffen, arbeid, etc.): beperkt
➞ Maatschappijen zullen nooit voldoende middelen hebben om behoeftes van alle
mensen in te vullen.
➞ schaarse middelen: goed beheren en juiste keuzes maken.
Marketing heeft bepaalde behoeftes gemanipuleerd ➞ we denken dat we bepaalde dingen
nodig hebben maar eigenlijk is dit niet zo.
Positief-wetenschappelijke invalshoek: wetenschap die de samenleving als een
samenspel van menselijke keuzes bekijkt waarin actie, reactie en interactie van belang
zijn. (objectief en meetbaar)
Normatieve invalshoek: wetenschap gericht op het evalueren en aanbevelen van
economisch beleid op basis van waardeoordelen. (welvaart staat centraal)
2 De positieve wetenschap van de keuze
2.1 Economische agenten en hun activiteiten
Economische agenten (‘homo economicus’): personen en instellingen die beslissingen
nemen over economische activiteiten
- Gezinnen: economische activiteiten bestaan uit het aankopen van goederen en
diensten van ondernemingen op outputmarkten.
- Ondernemingen (bedrijven): juridische eenheden die het productieproces
organiseren. Kopen grondstoffen etc. aan en stellen mensen te werk om goederen
en diensten mee te produceren die het bedrijf kan verkopen.
- Overheid: centrale, regionale en lokale overheden.
- Buitenland: in een geglobaliseerde wereld worde heel wat goederen en diensten
op wereldvlak verhandeld en worden de prijzen ook meebepaald door wat
economische agenten in het buitenland beslissen.
Economische kringloop: voorstelling van de interactie tussen gezinnen, financiële
instellingen en ondernemingen.
Micro-economie voor Managers A – KUL Campus Brussel – Handelswetenschappen 1
,Micro-economie: hoe gezinnen en bedrijven keuzes en beslissingen maken en hoe ze
interageren in de markt.
(bv. Hoe beslist de consument over de hoeveelheid koffie ze willen kopen afhankelijk van
prijs, inkomen etc.)
Macro-economie: economie-brede fenomenen zoals inflatie, werkloosheid en
economische groei.
(bv. Wanneer de centrale bank aan geldcreatie doet, hoe zal dit de interestvoet en de
inflatie beïnvloeden?)
2.2 Het rationele-keuze model
Managementbeslissingen op micro-economisch niveau:
Toetreden tot een markt of niet?
Hoeveel van een goed produceren/consumeren?
Welke inputs gebruiken in de productie?
Welke producten en diensten consumeren?
Aan welke prijs een goed aanbieden?
Investeren in nieuwe technologie of niet?
Optimale beslissingen volgens het rationale-keuzemodel met als resultaat keuzes die
leiden tot winstmaximalisatie.
Rationele keuze als basis van het gedragsmodel:
- Keuze van economische agenten (centraal in economische wetenschap) is
gebasseerd op voorkeuren en beperkingen.
- Economie bestudeert gedrag van consumenten en bedrijven en gaat daarbij uit van
rationele en maximaliserende agenten. (nutsmaximaliserende consumenten en
winstamakende bedrijven)
- Economische agent maakt rationele keuzes.
➞ Beste keuze volgens hen, maar rationaliteit heeft wel grenzen.
Micro-economie voor Managers A – KUL Campus Brussel – Handelswetenschappen 2
, 4 principes van rationeel keuzegdrag:
1 Mensen moeten keuzes maken (trade-offs): om iets te maken, krijgen, doen of
bereiken moet je soms iets anders laten vallen.
2 Mensen denken in opportuniteitskosten: de waarde van de volgende beste
alternatieve optie die je opgeeft wanneer je een keuze maakt, wat je ‘verliest’ door voor
een bepaalde optie te kiezen.
➞ Hoe bepaal je opportuniteitskost:
- Welke keuze werd gemaakt?
- Welke middelen werden gebruikt?
- Welke alternatieve aanwending was mogelijk?
- Wat is het beste alternatief?
- Wat is de waarde van het beste alternatief?
3 Mensen denken in marge: voeren enkel een bepaalde actie uit als het extra voordeel
(marginale voordelen) van de actie groter is dan de bijkomende kosten (marginale kosten)
die eraan verbonden zijn.
4 Mensen reageren op prikkels: kosten en opbrengsten vergelijken en afwegen.
➞ Gedrag wijzigt wanneer kosten en/of opbrengsten veranderen.
3 De normatieve wetenschap van evaluatie en beleid
Pareto principe (verbetering): focust op verbetering zonder iemand te benadelen, houdt
geen rekening met rechtvaardigheid en ethische principes.
Positieve analyse: zoeken en verklaren van verbanden, beschrijven de situatie zoals ze
is. (neutraal, data, gegevens…)
Normatieve analyse: evalueert of een situatie wenselijk is of niet, voorschrijven van wat
er zou moeten gebeuren, vertrekkend vanuit bepaalde waardeoordelen.
Micro-economie voor Managers A – KUL Campus Brussel – Handelswetenschappen 3