Begrippen sociale ongelijkheid
Nederlands Nederlands
De ongelijke verdeling van hulpbronnen, rechten en
macht tussen sociale actoren, en de verschillen in
Ongelijkheid
kansen tussen groepen van sociale actoren om
deze hulpbronnen te verkrijgen
De ongelijke verdeling van een bepaalde factor x
Ongelijkheid in uitkomsten
over sociale actoren y (te zien in gini)
De causale invloed van een (sociaal-demografisch)
individueel kenmerk op een uitkomst binnen een
Kansenongelijkheid
specifiek levensdomein (sociale herkomst -->
sociale bestemming)
Iets wat je bezit, een voorraad die je kan opbouwen,
Vermogen
iets wat je spaart
Het verschil tussen hoeveel ongelijkheid er is en wat
Knowledge gap
we denken hoeveel er is
Verschil tussen wat we eerlijk vinden en wat we
Desirability gap
denken te hebben
Gelijkheid gelijke verdeling lusten en lasten (communisme)
Verdeling afhankelijk van individuele inzet
Gelijkwaardigheid
(American Dream)
Behoefte Verdeling afhankelijk van behoefte
Verdeling o.b.v aangeboren eigenschappen en
Aanspraak
verworven eigenschappen
Som van alle inkomens die individuen in een
Nationaal inkomen bepaald land in een jaar ontvangen uit arbeid en
vermogen
De toegevoegde waarde van alle geproduceerde
BBP
geoderen en diensten
Netto binnenlandsproduct GDP - Afschrijvingen
som van de waarde van alle activa die individuen
Nationaal vermogen
bezitten in een bepaald land
Op wereldschaal eco ongelijkheid afgenomen maar
Aggregatieparadox
binnen landen teogenomen
trendbreuk door opkomst neoliberalisme -->
1980
privatisering
Toename ongelijkheid Pikett R (return on capital) > economic growth
, Ongelijkheid nam toe: grotere markten met meer
Globalisering surplus voor de elite. Ongelijkheid nam af: nieuwe
markten waarvoor meer banen kwamen
Herverdelen van slecht toegewezen middelen,
Herallocatie
arbeid en kapitaal efficiënt inzetten
Trickle down eco Dat rijkdom naar beneden sijpelt
In ongelijke samenlevingen voelen mensen meer
Statuscompetitie
durk om hun status te verdedigen
Moderniseringstheorie Trend van ascription naar achievement
overerving, intergenerationele overdracht van
Directe effect sociale herkomst
beroepsvoorkeuren, financiële hulpbronnen
Indirect effect sociale herkomst via opleiding
Cultureel kapitaal als compenserende strategie om
Culturele reproductietheorie sociale ongelijkheid te reproduceren. Heeft effect
op prestaties.
Ouders en kinderen maken een kosten-baten-
afweging en ook kans slagen/falen en verwachte
Relative risk aversion
arbeidsmarkt oprbrengsten. Bepaalt je
schoolambities
In hoeverre personen al dan niet een hogere/lagere
Absolute mobiliteit
positie in de sv innemen dan hun ouders
Geeft de sterkte van de samenhang weer tussen
sociale positie van ouders en iemands eigen positie,
Relatieve mobiliteit er wordt rekening gehouden met verschuivingen in
gelegenheidsstructuur (noodgedwongen
intergenerationele mobiliteit)
Posities als het gevolg van modernisering niet meer
Menselijk kapitaaltheorie obv sociale herkomst maar dat je aan eisen van
arbeidsmarkt kan voldoen
Diploma minder waard geworden, met hetzelfde
Diploma-inflatie opleidingsniveau kom je steeds lager terecht op de
arbeidsmarkt.
Werkgevers plaatsen werkzoekenden in
denkbeeldige rij, degenen die vooraan staan in rij
Wachtrijtheorie zijn eerste aan de beurt, positie in wachtrij wordt
bepaald door iemands menselijk kapitaal,
hoogopgeleiden dus beste plaats.
Overscholing hogere opleiding dan nodig voor je functie
Flexibele start kan tijdelijke nadelen hebben, maar
Steppingstone hypothese
leiden tot stbielere werkgelegenheid
Nederlands Nederlands
De ongelijke verdeling van hulpbronnen, rechten en
macht tussen sociale actoren, en de verschillen in
Ongelijkheid
kansen tussen groepen van sociale actoren om
deze hulpbronnen te verkrijgen
De ongelijke verdeling van een bepaalde factor x
Ongelijkheid in uitkomsten
over sociale actoren y (te zien in gini)
De causale invloed van een (sociaal-demografisch)
individueel kenmerk op een uitkomst binnen een
Kansenongelijkheid
specifiek levensdomein (sociale herkomst -->
sociale bestemming)
Iets wat je bezit, een voorraad die je kan opbouwen,
Vermogen
iets wat je spaart
Het verschil tussen hoeveel ongelijkheid er is en wat
Knowledge gap
we denken hoeveel er is
Verschil tussen wat we eerlijk vinden en wat we
Desirability gap
denken te hebben
Gelijkheid gelijke verdeling lusten en lasten (communisme)
Verdeling afhankelijk van individuele inzet
Gelijkwaardigheid
(American Dream)
Behoefte Verdeling afhankelijk van behoefte
Verdeling o.b.v aangeboren eigenschappen en
Aanspraak
verworven eigenschappen
Som van alle inkomens die individuen in een
Nationaal inkomen bepaald land in een jaar ontvangen uit arbeid en
vermogen
De toegevoegde waarde van alle geproduceerde
BBP
geoderen en diensten
Netto binnenlandsproduct GDP - Afschrijvingen
som van de waarde van alle activa die individuen
Nationaal vermogen
bezitten in een bepaald land
Op wereldschaal eco ongelijkheid afgenomen maar
Aggregatieparadox
binnen landen teogenomen
trendbreuk door opkomst neoliberalisme -->
1980
privatisering
Toename ongelijkheid Pikett R (return on capital) > economic growth
, Ongelijkheid nam toe: grotere markten met meer
Globalisering surplus voor de elite. Ongelijkheid nam af: nieuwe
markten waarvoor meer banen kwamen
Herverdelen van slecht toegewezen middelen,
Herallocatie
arbeid en kapitaal efficiënt inzetten
Trickle down eco Dat rijkdom naar beneden sijpelt
In ongelijke samenlevingen voelen mensen meer
Statuscompetitie
durk om hun status te verdedigen
Moderniseringstheorie Trend van ascription naar achievement
overerving, intergenerationele overdracht van
Directe effect sociale herkomst
beroepsvoorkeuren, financiële hulpbronnen
Indirect effect sociale herkomst via opleiding
Cultureel kapitaal als compenserende strategie om
Culturele reproductietheorie sociale ongelijkheid te reproduceren. Heeft effect
op prestaties.
Ouders en kinderen maken een kosten-baten-
afweging en ook kans slagen/falen en verwachte
Relative risk aversion
arbeidsmarkt oprbrengsten. Bepaalt je
schoolambities
In hoeverre personen al dan niet een hogere/lagere
Absolute mobiliteit
positie in de sv innemen dan hun ouders
Geeft de sterkte van de samenhang weer tussen
sociale positie van ouders en iemands eigen positie,
Relatieve mobiliteit er wordt rekening gehouden met verschuivingen in
gelegenheidsstructuur (noodgedwongen
intergenerationele mobiliteit)
Posities als het gevolg van modernisering niet meer
Menselijk kapitaaltheorie obv sociale herkomst maar dat je aan eisen van
arbeidsmarkt kan voldoen
Diploma minder waard geworden, met hetzelfde
Diploma-inflatie opleidingsniveau kom je steeds lager terecht op de
arbeidsmarkt.
Werkgevers plaatsen werkzoekenden in
denkbeeldige rij, degenen die vooraan staan in rij
Wachtrijtheorie zijn eerste aan de beurt, positie in wachtrij wordt
bepaald door iemands menselijk kapitaal,
hoogopgeleiden dus beste plaats.
Overscholing hogere opleiding dan nodig voor je functie
Flexibele start kan tijdelijke nadelen hebben, maar
Steppingstone hypothese
leiden tot stbielere werkgelegenheid