Introductiecollege
13 november 2024
Wat is taal?
❖ Taal als communicatiemiddel
❖ Taal als middel om informatie te delen
Taalproductie en taalbegrip zijn vormen van taalgedrag.
Noam Chomsky: belangrijke taalkundige → wat zit er nu eigenlijk in je hoofd van taal en hoe
zetten we dat in?
Creativiteit van taalgebruik
❖ Alle taalgebruikers zijn in staat om taaluitingen te produceren (mondeling of
schriftelijk) die nooit eerder geproduceerd zijn en taaluitingen te begrijpen die je nooit
eerder gehoord (of gelezen) hebt.
❖ Dit is een universele eigenschap van de mens.
Wat stelt ons in staat om die oneindige reeks taaluitingen te produceren en te begrijpen?
→ Onze kennis van taal. Taal als cognitief systeem dat deel uitmaakt van de menselijke
geest. Dat cognitieve taalsysteem = mentale grammatica. Deze grammatica bestaat uit
bouwstenen en regels van de taal.
Taalkennis (linguistic competence)
Taalgebruik (linguistic performance)
Afgesproken, prescriptieve (voorschrijvende) regels:
❖ Komen niet uit de taal zelf, hadden anders kunnen zijn
❖ Bewust geleerd
❖ Politiek-sociaal-culturele keuzes
❖ Naleving is een statussymbool, niet-naleving komt met een stigma
Bijvoorbeeld:
➔ hen-hun
➔ spelling:
◆ hond - honden
◆ vaas - vazen
◆ hont - honden
Natuurlijke, descriptieve (beschrijvende) regels:
❖ Komen uit de taal zelf, moedertaalsprekers kunnen niet anders dan ze opvolgen
❖ Door moedertaalsprekers niet geleerd, maar verworven (spontaan en automatisch)
Bijvoorbeeld:
➔ een wit huis
➔ het witte huis
, Werkcollege
15 november 2024
Kon er niet bij zijn vanwege stakingen in het ov.
_________________________________________________________________________
Codificatie van regels
20 november 2024
Codificatie → systematisch opschrijven van gedragsregels in een wetboek: ze moeten
autoriteit hebben en kenbaar/vindbaar zijn voor de maatschappij
❖ Normatief
❖ Politieke keuzes:
➢ Natiestaat
➢ Eenheid: taal en onderwijs
➢ Etc.
Codificatie-opdracht
★ Interdisciplinaire groepjes
★ Zeven momenten wat betreft codificatie taal en recht
★ Gesprek erover:
○ Disciplinaire kennis
○ Perspectief: luisteren naar elkaar
○ Common ground: benoemen van verschillen en overeenkomsten
○ Integratie: gezamenlijke leermomenten
★ Reflectie
1450: Ontstaan van de boekdrukkunst (Johannes Gutenberg)
1477: Maria van Bourgondië bepaalt dat akten en verdragen in de Nederlandse gewesten in
het Nederlands moeten worden gesteld.
1550: Karel V legt vast dat rechters in de Nederlandse gewesten het Nederlands moeten
beheersen.
1568-1648: Tachtigjarige Oorlog/Opstand:Groeiend nationaal bewustzijn en wens om zich
te onderscheiden van de Spaanse taal en cultuur.
Stimulans voor gebruik Nederlands in officiële documenten en literatuur.
1585: Val van Antwerpen: grote migratie van protestantse Zuid-Nederlanders naar de
Noordelijke Nederlanden.
1588: Oprichting Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
16e eeuw: Toenemende mobiliteit: Meer contact tussen mensen met verschillende
dialecten door o.a. handel en migratie.
Grotere rol geschreven woord: Behoefte aan eenheidstaal om
communicatieproblemen te voorkomen.
17e eeuw:
, Bloei Republiek: Economische en culturele bloei, Amsterdam wordt internationaal
centrum.
Migratie naar Hollandse steden: Migranten met eigen dialecten en talen dragen bij
aan smeltkroes van taalvarianten.
Invloed taalgebruik hogere klassen: Taalvarianten van elite, schrijvers,
onderwijzers en wetenschappers hebben meer prestige, beïnvloeden standaardtaal.
Contact dialectsprekers buiten steden: Uitwisseling taalelementen door contact in
leger en VOC, groeiende behoefte aan gemeenschappelijke taal.
Eind 17e eeuw: Hoogopgeleide elite in Hollandse steden selecteert taalvarianten
voor standaardtaal.
Vanaf 17e eeuw: Ontwikkelingen standaardtaal in het Zuiden (België): Later begin
en sterke invloed Frans leiden tot ander verloop dan in Noorden.
1815: Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden samengevoegd tot Verenigd Koninkrijk der
Nederlanden. Willem I roept Nederlands uit tot bestuurstaal.
1830: België scheidt zich af van Nederland. (Vlaams-Nederlands en
Nederlands-Nederlands)
19e-20e eeuw: Standaardisering Nederlands in België: Trager proces door sterke positie
Frans.
Talen veranderen door de tijd heen: de regel/norm van nu hoeft niet de regel/norm van
morgen te zijn.
❖ Taal is niet statisch maar dynamisch. De taal verandert in de loop der tijd. Wat
vroeger de norm/regel was, hoeft dat nu niet meer te zijn.
1) gy en sullt niet dooden, gy en sullt niet steelen, gy en sullt geen overspel
doen
2) jij zult niet doden, jij zult niet stelen, jij zult geen overspel plegen
Wat voor de ene groep de taalnorm is, is voor de andere groep een afwijking van de
taalnorm (verloedering).
Publieke domein (media, wetenschap, kerk, literatuur, onderwijs, ambtelijke taal, recht) =
bottom-up. Een spraakmakende gemeente. Wat zij als taal gebruiken, is de standaardtaal.
13 november 2024
Wat is taal?
❖ Taal als communicatiemiddel
❖ Taal als middel om informatie te delen
Taalproductie en taalbegrip zijn vormen van taalgedrag.
Noam Chomsky: belangrijke taalkundige → wat zit er nu eigenlijk in je hoofd van taal en hoe
zetten we dat in?
Creativiteit van taalgebruik
❖ Alle taalgebruikers zijn in staat om taaluitingen te produceren (mondeling of
schriftelijk) die nooit eerder geproduceerd zijn en taaluitingen te begrijpen die je nooit
eerder gehoord (of gelezen) hebt.
❖ Dit is een universele eigenschap van de mens.
Wat stelt ons in staat om die oneindige reeks taaluitingen te produceren en te begrijpen?
→ Onze kennis van taal. Taal als cognitief systeem dat deel uitmaakt van de menselijke
geest. Dat cognitieve taalsysteem = mentale grammatica. Deze grammatica bestaat uit
bouwstenen en regels van de taal.
Taalkennis (linguistic competence)
Taalgebruik (linguistic performance)
Afgesproken, prescriptieve (voorschrijvende) regels:
❖ Komen niet uit de taal zelf, hadden anders kunnen zijn
❖ Bewust geleerd
❖ Politiek-sociaal-culturele keuzes
❖ Naleving is een statussymbool, niet-naleving komt met een stigma
Bijvoorbeeld:
➔ hen-hun
➔ spelling:
◆ hond - honden
◆ vaas - vazen
◆ hont - honden
Natuurlijke, descriptieve (beschrijvende) regels:
❖ Komen uit de taal zelf, moedertaalsprekers kunnen niet anders dan ze opvolgen
❖ Door moedertaalsprekers niet geleerd, maar verworven (spontaan en automatisch)
Bijvoorbeeld:
➔ een wit huis
➔ het witte huis
, Werkcollege
15 november 2024
Kon er niet bij zijn vanwege stakingen in het ov.
_________________________________________________________________________
Codificatie van regels
20 november 2024
Codificatie → systematisch opschrijven van gedragsregels in een wetboek: ze moeten
autoriteit hebben en kenbaar/vindbaar zijn voor de maatschappij
❖ Normatief
❖ Politieke keuzes:
➢ Natiestaat
➢ Eenheid: taal en onderwijs
➢ Etc.
Codificatie-opdracht
★ Interdisciplinaire groepjes
★ Zeven momenten wat betreft codificatie taal en recht
★ Gesprek erover:
○ Disciplinaire kennis
○ Perspectief: luisteren naar elkaar
○ Common ground: benoemen van verschillen en overeenkomsten
○ Integratie: gezamenlijke leermomenten
★ Reflectie
1450: Ontstaan van de boekdrukkunst (Johannes Gutenberg)
1477: Maria van Bourgondië bepaalt dat akten en verdragen in de Nederlandse gewesten in
het Nederlands moeten worden gesteld.
1550: Karel V legt vast dat rechters in de Nederlandse gewesten het Nederlands moeten
beheersen.
1568-1648: Tachtigjarige Oorlog/Opstand:Groeiend nationaal bewustzijn en wens om zich
te onderscheiden van de Spaanse taal en cultuur.
Stimulans voor gebruik Nederlands in officiële documenten en literatuur.
1585: Val van Antwerpen: grote migratie van protestantse Zuid-Nederlanders naar de
Noordelijke Nederlanden.
1588: Oprichting Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
16e eeuw: Toenemende mobiliteit: Meer contact tussen mensen met verschillende
dialecten door o.a. handel en migratie.
Grotere rol geschreven woord: Behoefte aan eenheidstaal om
communicatieproblemen te voorkomen.
17e eeuw:
, Bloei Republiek: Economische en culturele bloei, Amsterdam wordt internationaal
centrum.
Migratie naar Hollandse steden: Migranten met eigen dialecten en talen dragen bij
aan smeltkroes van taalvarianten.
Invloed taalgebruik hogere klassen: Taalvarianten van elite, schrijvers,
onderwijzers en wetenschappers hebben meer prestige, beïnvloeden standaardtaal.
Contact dialectsprekers buiten steden: Uitwisseling taalelementen door contact in
leger en VOC, groeiende behoefte aan gemeenschappelijke taal.
Eind 17e eeuw: Hoogopgeleide elite in Hollandse steden selecteert taalvarianten
voor standaardtaal.
Vanaf 17e eeuw: Ontwikkelingen standaardtaal in het Zuiden (België): Later begin
en sterke invloed Frans leiden tot ander verloop dan in Noorden.
1815: Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden samengevoegd tot Verenigd Koninkrijk der
Nederlanden. Willem I roept Nederlands uit tot bestuurstaal.
1830: België scheidt zich af van Nederland. (Vlaams-Nederlands en
Nederlands-Nederlands)
19e-20e eeuw: Standaardisering Nederlands in België: Trager proces door sterke positie
Frans.
Talen veranderen door de tijd heen: de regel/norm van nu hoeft niet de regel/norm van
morgen te zijn.
❖ Taal is niet statisch maar dynamisch. De taal verandert in de loop der tijd. Wat
vroeger de norm/regel was, hoeft dat nu niet meer te zijn.
1) gy en sullt niet dooden, gy en sullt niet steelen, gy en sullt geen overspel
doen
2) jij zult niet doden, jij zult niet stelen, jij zult geen overspel plegen
Wat voor de ene groep de taalnorm is, is voor de andere groep een afwijking van de
taalnorm (verloedering).
Publieke domein (media, wetenschap, kerk, literatuur, onderwijs, ambtelijke taal, recht) =
bottom-up. Een spraakmakende gemeente. Wat zij als taal gebruiken, is de standaardtaal.