Natuuronderwijs als deel van wero
Natuuronderwijs als onderdeel van wero … een schets
2. Intro
Natuuronderwijs is veel ruimer dan alleen het bestuderen van dieren en
planten. De verschillende aandachtsgebieden kunnen in 3 groepen worden
verdeeld:
- De levende natuur
- De niet levende natuur
- Onze omgeving
3. Oriëntatie op de wereld, natuuronderwijs als deel van Zill
= ik verkende natuur en ben er dankbaar voor. Ik wil meer te weten
komen over de natuur en de kosmos.
Het uiteindelijke streefdoel: kinderen laten uitgroene tot geëmancipeerde
persoonlijkheden, d.w.z. bekwaam om tot hun niveau zelfstandig te kiezen
en eigen accenten te leggen in hun leven.
ZILL = Zin in Leren, zin in Leven
Leren: bereidheid tot leren om zo tot een autonome en gelukkige
toekomst te komen
Leven: verbondenheid met de mensen rondom je.
WIJ BIEDEN DE KINDEREN KANSEN OM DAARIN TE ONTWIKKELEN met als
einddoel: zin in…
= goesting in
= levensbeschouwelijke, diepere betekenis, ergens de zin van inzien in
functie van jezelf, de wereld.
Doelen uit het leerplan ZILL
Ontwikkelvelden, ontwikkelthema’s en generieke doelen
Ontwikkelveld: oriëntatie op de wereld
Ontwikkelthema: oriëntatie op de natuur
Generiek doel, afhankelijk van wat je in je les wilt nastreven
onderverdeeld in ontwikkelstappen (per leeftijd aangegeven waar
die staat in de ontwikkeling).
1
,3.1 Oriëntatie op natuur, zo kom je tot natuuronderwijs – kies een passend
generiek doel
4. Het werken aan natuuronderwijs
4.1 Grondprincipes bij het werken aan natuuronderwijs
1. Natuuronderwijs moet kansen bieden tot verwondering en
bewondering
Kinderen hebben een spontane belangstelling voor, zijn heel snel
verwonderd over heel wat zaken.
2
, Door verwondering op te wekken en tot bewondering te komen, kom je tot
BELEVING.
Jij creëert kansen tot verwondering en bewondering:
- Stel gerichte vragen: Wat zie je, Wees eens stil, heb je dat ook
gehoord?
- Vertel zelf niet eerst over datgene wat te zien valt. Laat de kinderen
zoeken en ontdekken.
- Probeer een dialoog te krijgen. Praat zelf niet te veel. Geef de
kinderen de kans om vragen te stellen en antwoorden te bedenken.
Let op: wat volwassenen mooi/vies vinden, zullen kinderen ook mooi/vies
vinden = imitatie.
2. De werkelijkheid moet als uitgangspunt genomen worden
Beste manier is de directe waarneming betere begripsvorming.
Indien dit niet mogelijk is, zorg je telkens voor een alternatief: video of
film
Waarnemen is niet alleen zien, alle zintuigen zoveel mogelijk
betrekken! En aandacht voor kleine als grote dingen. Bv. Les rond de
ananas? Hoe bouw je dit op?
a. Voelen
b. Proeven
c. Ruiken
d. Intensief kijken
e. Horen? Het moet logisch blijven
Vraagt een zekere organisatie: leerwandeling, materialen…
3. De kinderen moeten actief zijn
Kinderen moeten ZELF waarnemen, ZELF experimenteren en ZELF
denken
Zoveel mogelijk zintuigen gebruiken.
Nadien, waarnemingen vergelijken, ordenen en bespreken…
Actief betrekken:
o Ga met een groep over een sloot en help elkaar
o Je komt aan een hek en je laat er eerst iedereen overheen
kruipen. Als laatste doe je het hek open en je loopt er gewoon
door.
o Rijg een touw aan alles wat je in de omgeving vindt.
4. Natuuronderwijs moet kinderen aansporen om
verantwoordelijk om te gaan met mens, dier en omgeving
Verantwoordelijkheid voor de mens, dier en omgeving
- Ga zelf liggen om iets te bekijken
- Loop vooraan als je je met de groep een weg baant doorheen de
prikplanten
- Aan een vlierstruik laat je vlierbloesemlimonade proeven, aan en
bramenstruik braambessen, aan een bloemenwei honing…
5. Natuuronderwijs mag geen vak apart zijn
- Andere vakken er bij betrekken
3
Natuuronderwijs als onderdeel van wero … een schets
2. Intro
Natuuronderwijs is veel ruimer dan alleen het bestuderen van dieren en
planten. De verschillende aandachtsgebieden kunnen in 3 groepen worden
verdeeld:
- De levende natuur
- De niet levende natuur
- Onze omgeving
3. Oriëntatie op de wereld, natuuronderwijs als deel van Zill
= ik verkende natuur en ben er dankbaar voor. Ik wil meer te weten
komen over de natuur en de kosmos.
Het uiteindelijke streefdoel: kinderen laten uitgroene tot geëmancipeerde
persoonlijkheden, d.w.z. bekwaam om tot hun niveau zelfstandig te kiezen
en eigen accenten te leggen in hun leven.
ZILL = Zin in Leren, zin in Leven
Leren: bereidheid tot leren om zo tot een autonome en gelukkige
toekomst te komen
Leven: verbondenheid met de mensen rondom je.
WIJ BIEDEN DE KINDEREN KANSEN OM DAARIN TE ONTWIKKELEN met als
einddoel: zin in…
= goesting in
= levensbeschouwelijke, diepere betekenis, ergens de zin van inzien in
functie van jezelf, de wereld.
Doelen uit het leerplan ZILL
Ontwikkelvelden, ontwikkelthema’s en generieke doelen
Ontwikkelveld: oriëntatie op de wereld
Ontwikkelthema: oriëntatie op de natuur
Generiek doel, afhankelijk van wat je in je les wilt nastreven
onderverdeeld in ontwikkelstappen (per leeftijd aangegeven waar
die staat in de ontwikkeling).
1
,3.1 Oriëntatie op natuur, zo kom je tot natuuronderwijs – kies een passend
generiek doel
4. Het werken aan natuuronderwijs
4.1 Grondprincipes bij het werken aan natuuronderwijs
1. Natuuronderwijs moet kansen bieden tot verwondering en
bewondering
Kinderen hebben een spontane belangstelling voor, zijn heel snel
verwonderd over heel wat zaken.
2
, Door verwondering op te wekken en tot bewondering te komen, kom je tot
BELEVING.
Jij creëert kansen tot verwondering en bewondering:
- Stel gerichte vragen: Wat zie je, Wees eens stil, heb je dat ook
gehoord?
- Vertel zelf niet eerst over datgene wat te zien valt. Laat de kinderen
zoeken en ontdekken.
- Probeer een dialoog te krijgen. Praat zelf niet te veel. Geef de
kinderen de kans om vragen te stellen en antwoorden te bedenken.
Let op: wat volwassenen mooi/vies vinden, zullen kinderen ook mooi/vies
vinden = imitatie.
2. De werkelijkheid moet als uitgangspunt genomen worden
Beste manier is de directe waarneming betere begripsvorming.
Indien dit niet mogelijk is, zorg je telkens voor een alternatief: video of
film
Waarnemen is niet alleen zien, alle zintuigen zoveel mogelijk
betrekken! En aandacht voor kleine als grote dingen. Bv. Les rond de
ananas? Hoe bouw je dit op?
a. Voelen
b. Proeven
c. Ruiken
d. Intensief kijken
e. Horen? Het moet logisch blijven
Vraagt een zekere organisatie: leerwandeling, materialen…
3. De kinderen moeten actief zijn
Kinderen moeten ZELF waarnemen, ZELF experimenteren en ZELF
denken
Zoveel mogelijk zintuigen gebruiken.
Nadien, waarnemingen vergelijken, ordenen en bespreken…
Actief betrekken:
o Ga met een groep over een sloot en help elkaar
o Je komt aan een hek en je laat er eerst iedereen overheen
kruipen. Als laatste doe je het hek open en je loopt er gewoon
door.
o Rijg een touw aan alles wat je in de omgeving vindt.
4. Natuuronderwijs moet kinderen aansporen om
verantwoordelijk om te gaan met mens, dier en omgeving
Verantwoordelijkheid voor de mens, dier en omgeving
- Ga zelf liggen om iets te bekijken
- Loop vooraan als je je met de groep een weg baant doorheen de
prikplanten
- Aan een vlierstruik laat je vlierbloesemlimonade proeven, aan en
bramenstruik braambessen, aan een bloemenwei honing…
5. Natuuronderwijs mag geen vak apart zijn
- Andere vakken er bij betrekken
3