Eindproduct Probleem 7: Leren om te presteren? Of presteren om te leren?
Leerdoel 1:
Wat zijn de doelen/functies van toetsing? Of: waar worden toetsen voor gebruikt?
Boek Verloop & Lowyck: Onderwijskunde. Een kennisbasis voor professionals Hoofdstuk 9:
Evaluatie en assessment
Wat is evaluatie?
Definitie: Evaluatie betekent waardebepaling. Bij elke doelgerichte menselijke activiteit hoort
een moment waarop wordt vastgesteld wat is ondernomen, wat het resultaat van de activiteit
was en naar hoe dit resultaat tot stand is gekomen. De doelgerichte activiteit waar het
onderwijs zich op richt, is het leren.
In de traditionele betekenis is evaluatie de laatste fase van een cyclus: eerst worden doelen
geformuleerd, dan wordt het onderwijs ingericht om deze doelen te behalen en vervolgens
wordt met evaluatie nagegaan of daadwerkelijk aan de gestelde doelen is voldaan. Maar,
tegenwoordig wordt evaluatie soms niet meer als aparte stap gezien die volgt op het geven
van onderwijs, maar als essentieel onderdeel van de leeromgeving zelf. De recente neiging
om toetsing en evaluaties steeds sterker te integreren in het onderwijs- en leerproces
zelf, wordt de assessmentcultuur genoemd.
Evaluatie in het onderwijs omvat vier essentiële aspecten/stappen die elkaar opvolgen
(normaal gesproken zijn er drie stappen, maar in onderwijscontext niet): NIET BELANGRIJK
1. Het verzamelen van bruikbare informatie. Voorbeeld: tijdens een boekbespreking
maakt een leraar notaties van de spreekstijl, de gegeven informatie, de creativiteit van de
leerling etc.
2. Het oordelen over de waarde van iets. Voorbeeld: de in stap 1 verzamelde informatie
wordt afgewogen tegen een aantal evaluatiecriteria.
3. Het nemen van een verantwoorde beslissing. Voorbeeld: op basis van stap 2 wordt
een beslissing genomen: in dit geval of de boekbespreking voldoende was of niet, en welk
cijfer hierbij past.
e
4. In het onderwijs is er een 4 essentiële stap: het informeren van de betrokkenen over
de genomen beslissing. Voorbeeld: samen met de leerling de boekbespreking en het cijfer
bespreken en aangeven op welke punten de leerling het goed deed en waar verbetering
mogelijk is.
Soorten evaluatie
Er zijn verschillende soorten evaluatie:
Productevaluatie: Hier wordt alleen het resultaat van het leerproces geëvalueerd, zoals in
bovenstaand voorbeeld. In dit geval wordt het eindproduct van een handeling of proces,
zoals een toets of presentatie, gebruikt als informatiebron in stap 1 van de evaluatie.
Procesevaluatie: Hier wordt in stap 1 informatie verzameld over de manier waarop een
leerproces is verlopen. Bij de procesevaluatie komen zowel vragen over het handelen van de
leerling als het handelen van de leraar aan bod. Voorbeeld in het geval van een
boekbespreking: heeft de leerling het boek begrepen, hoe aandachtig heeft hij/zij gelezen,
hoe is de leerling te werk gegaan. Maar ook!, heeft ze voldoende ondersteuning van de
leraar gekregen, heeft ze genoeg impulsen gekregen om haar creativiteit aan te wakkeren
etc.
Proces- en productevaluaties sluiten elkaar natuurlijk niet uit: Er kan naar beide
worden gekeken op verschillende momenten, niet alleen aan het eind van een leertraject.
,Waarom wordt geëvalueerd?
Op verschillende momenten is in het onderwijs informatie nodig over de vorderingen van
leerlingen. Dit is het geval bij grote beslissingen zoals bij overgangsbeslissingen (kan een
kind naar de HAVO, het VWO etc.?), maar ook bij alledaagse beslissingen (welke leerling
heeft extra rekenles nodig?). Al deze zaken vereisen goed uitgevoerde evaluaties.
Er worden twee doelen van evaluatie onderscheiden:
Summatieve evaluatie: Vindt plaats aan het einde van het leerproces. Dit is veelal de
basis voor de beslissing of een leerling naar een volgend studiejaar mag overgaan of dat een
leerling een diploma heeft behaald.
Formatieve evaluatie: Gebeurt terwijl het leerproces nog aan de gang is en dient ertoe om
dat leerproces zo nodig in de gewenste richting te sturen.
Beiden behoren tot de taak van de leraar. Vaak gaat er echter veel meer aandacht uit
naar summatieve evaluatie en worden veel vormen van tussentijds toetsen onterecht
gezien als formatieve evaluatie. Het is namelijk niet de timing van de evaluatie, maar het
doel ervan, die bepaalt van welke vorm van evaluatie gesproken kan worden. Vaak zijn
tussentijdse toetsen nog steeds bedoeld om een oordeel te kunnen vellen over het huidige
prestatieniveau van een leerling. Er wordt maar weinig gekeken hoe een proces precies is
verlopen, wat er bij een slecht resultaat is misgegaan etc. Er moet worden gezocht naar een
evenwicht tussen de twee. Leerlingen zullen over het algemeen niet zo goed leren als we
geen aandacht besteden aan de formatieve evaluatie en de competentie van de leerlingen
zal niet nauwkeurig bepaald kunnen worden als we de summatieve evaluatie verwaarlozen.
Artikel Janssens (2008): Een andere kijk op toetsen
Evalueren in het onderwijs dient vele doelen, maar zijn terug te brengen tot twee basale
functies. Enerzijds wordt er met verschillende middelen en technieken geëvalueerd om de
stand van zaken op te maken (= terugkijken, ook wel summatieve evaluatie genoemd).
Anderzijds wordt er in de onderwijspraktijk geëvalueerd om beslissingen te nemen over de
voortgang van het onderwijs (= vooruitkijken, formatieve evaluatie genoemd). Beide
functies vinden plaats op leerling-, groeps- en schoolniveau.
Artikel Harlen & James (1997): Assessment and Learning: differences and relationships
between formative and summative assessment
Er zijn een aantal problemen met betrekking tot de implementatie van summatieve en
formatie evaluatie:
Formatieve en summatieve evaluatie zijn beide ingesloten in nationaal
evaluatiebeleid en hebben in theorie verschillende doelen. Maar, de manier waarop
deze evaluatiemethodes aan elkaar zijn gerelateerd in officiële literatuur heeft ertoe
geleid dat de verschillen tussen deze methodes worden onderdrukt.
Een gevolg van het door elkaar halen/verwarren van summatieve en formatieve
evaluatie is mogelijk dat er weinig echte formatieve evaluatie plaatsvindt of dat
leraren moeite hebben om aan beide evaluatievormen te voldoen en zij assessment
overload ervaren.
Omdat formatieve evaluatie door leraren moet worden uitgevoerd wordt soms
aangenomen dat alle evaluatie door leraren formatief is, wat het onderscheid tussen
formatieve en summatieve doelen nog onduidelijker maakt en er mogelijk toe leidt dat
alle evaluaties die leraren doen in principe summatief zijn.
Het gelijkstellen van formatieve evaluatie aan alle evaluaties door leraren, in
combinatie met een vermindering van het eigen oordeel van leraren vergeleken met
extern opgezette toetsen heeft ertoe geleid dat er weinig ondersteuning is voor
formatieve evaluatie.
Het is nodig om zowel in de theorie als in de praktijk de verschillen in functie en
eigenschappen tussen formatieve en summatieve evaluatie te erkennen en een
manier te vinden om ze aan elkaar te relateren op zo’n manier dat de aparte functies
van beide evaluaties intact blijven.
, Kortom: De verschillen tussen formatieve toetsing en summatieve toetsing zijn niet
altijd helder, leerkrachten kunnen een assessment overload ervaren. Als gevolg
hiervan kan het zijn dat er weinig formatieve toetsing plaatsvindt. De verschillen
tussen de twee dienen herkend te worden en ze zouden aan elkaar gerelateerd moeten
worden.
Definities
Formatief: De positieve prestaties van een leerling kunnen worden herkend en besproken
en de juiste vervolgstappen kunnen worden gepland
Summatief: Voor het systematisch vastleggen van de algehele prestatie van een leerling.
Leren met begrip
Is een belangrijk doel van onderwijs. De term “echt (real) leren” breidt het idee van “leren”
uit met “begrip.” Dit betekent dat het interactie met mensen, ideeën, dingen en
gebeurtenissen in de echte wereld met zich meebrengt. En ondanks dat er sommige dingen
zijn die beter geleerd kunnen worden door herhaling/repetitie (tafels, spelling etc.), indiceren
de grote toename aan beschikbare feitelijke informatie en snelle veranderingen in de aard
van werk dat er meer nadruk gelegd zou moeten worden op kennis die getransformeerd kan
worden en die toegepast kan worden in nieuwe situaties dan op het leren van feiten en
procedures die alleen toepasbaar zijn in situaties die lijken op de situaties waarin ze zijn
geleerd. Dus, er moet minder focus liggen op het stampen van feiten en meer op het
“echte” leren, op kennis die bruikbaar is in verschillende contexten. De focus moet al
vroeg liggen op de ontwikkeling van “diepe leerstrategieën.”
Er kan dus onderscheid gemaakt worden tussen “diepe” leerstrategieën, die leiden tot
begrip of actief begrepen en geïnternaliseerde kennis, en “oppervlakte (surface)”
leerstrategieën, die leiden tot memoriseren: Het onthouden van vaak geïsoleerde feiten.
Effectief leren is een combinatie van beiden.
De verschillen tussen diepte leren en oppervlakte leren in een tabel:
Het construeren van kennis en maken van ‘linkjes’ in de hersenen tussen bestaande
items en nieuw geleerde zaken is erg belangrijk in het ‘diepte leren’: Link met
constructivisme!
De eigenschappen van “echt/diep leren” zijn dus dat het:
Zich progressief ontwikkelt in grote ideeën, vaardigheden voor leven en leren,
attitudes en waardes.
Wordt geconstrueerd op basis van eerdere ideeën en vaardigheden.
Toegepast kan worden in een andere context dan waarin het is geleerd.
Een fundamenteel onderdeel wordt van de manier waarop een leerling de wereld
begrijpt.
Voor de ontwikkeling van deze kennis zijn leerervaringen nodig die:
Goed passen bij de bestaande kennis, vaardigheden, attitudes etc. van een leerling.
Voortbouwen op eerdere ervaringen.
Overeenkomen met huidige interesses en ervaringen.
Leerdoel 1:
Wat zijn de doelen/functies van toetsing? Of: waar worden toetsen voor gebruikt?
Boek Verloop & Lowyck: Onderwijskunde. Een kennisbasis voor professionals Hoofdstuk 9:
Evaluatie en assessment
Wat is evaluatie?
Definitie: Evaluatie betekent waardebepaling. Bij elke doelgerichte menselijke activiteit hoort
een moment waarop wordt vastgesteld wat is ondernomen, wat het resultaat van de activiteit
was en naar hoe dit resultaat tot stand is gekomen. De doelgerichte activiteit waar het
onderwijs zich op richt, is het leren.
In de traditionele betekenis is evaluatie de laatste fase van een cyclus: eerst worden doelen
geformuleerd, dan wordt het onderwijs ingericht om deze doelen te behalen en vervolgens
wordt met evaluatie nagegaan of daadwerkelijk aan de gestelde doelen is voldaan. Maar,
tegenwoordig wordt evaluatie soms niet meer als aparte stap gezien die volgt op het geven
van onderwijs, maar als essentieel onderdeel van de leeromgeving zelf. De recente neiging
om toetsing en evaluaties steeds sterker te integreren in het onderwijs- en leerproces
zelf, wordt de assessmentcultuur genoemd.
Evaluatie in het onderwijs omvat vier essentiële aspecten/stappen die elkaar opvolgen
(normaal gesproken zijn er drie stappen, maar in onderwijscontext niet): NIET BELANGRIJK
1. Het verzamelen van bruikbare informatie. Voorbeeld: tijdens een boekbespreking
maakt een leraar notaties van de spreekstijl, de gegeven informatie, de creativiteit van de
leerling etc.
2. Het oordelen over de waarde van iets. Voorbeeld: de in stap 1 verzamelde informatie
wordt afgewogen tegen een aantal evaluatiecriteria.
3. Het nemen van een verantwoorde beslissing. Voorbeeld: op basis van stap 2 wordt
een beslissing genomen: in dit geval of de boekbespreking voldoende was of niet, en welk
cijfer hierbij past.
e
4. In het onderwijs is er een 4 essentiële stap: het informeren van de betrokkenen over
de genomen beslissing. Voorbeeld: samen met de leerling de boekbespreking en het cijfer
bespreken en aangeven op welke punten de leerling het goed deed en waar verbetering
mogelijk is.
Soorten evaluatie
Er zijn verschillende soorten evaluatie:
Productevaluatie: Hier wordt alleen het resultaat van het leerproces geëvalueerd, zoals in
bovenstaand voorbeeld. In dit geval wordt het eindproduct van een handeling of proces,
zoals een toets of presentatie, gebruikt als informatiebron in stap 1 van de evaluatie.
Procesevaluatie: Hier wordt in stap 1 informatie verzameld over de manier waarop een
leerproces is verlopen. Bij de procesevaluatie komen zowel vragen over het handelen van de
leerling als het handelen van de leraar aan bod. Voorbeeld in het geval van een
boekbespreking: heeft de leerling het boek begrepen, hoe aandachtig heeft hij/zij gelezen,
hoe is de leerling te werk gegaan. Maar ook!, heeft ze voldoende ondersteuning van de
leraar gekregen, heeft ze genoeg impulsen gekregen om haar creativiteit aan te wakkeren
etc.
Proces- en productevaluaties sluiten elkaar natuurlijk niet uit: Er kan naar beide
worden gekeken op verschillende momenten, niet alleen aan het eind van een leertraject.
,Waarom wordt geëvalueerd?
Op verschillende momenten is in het onderwijs informatie nodig over de vorderingen van
leerlingen. Dit is het geval bij grote beslissingen zoals bij overgangsbeslissingen (kan een
kind naar de HAVO, het VWO etc.?), maar ook bij alledaagse beslissingen (welke leerling
heeft extra rekenles nodig?). Al deze zaken vereisen goed uitgevoerde evaluaties.
Er worden twee doelen van evaluatie onderscheiden:
Summatieve evaluatie: Vindt plaats aan het einde van het leerproces. Dit is veelal de
basis voor de beslissing of een leerling naar een volgend studiejaar mag overgaan of dat een
leerling een diploma heeft behaald.
Formatieve evaluatie: Gebeurt terwijl het leerproces nog aan de gang is en dient ertoe om
dat leerproces zo nodig in de gewenste richting te sturen.
Beiden behoren tot de taak van de leraar. Vaak gaat er echter veel meer aandacht uit
naar summatieve evaluatie en worden veel vormen van tussentijds toetsen onterecht
gezien als formatieve evaluatie. Het is namelijk niet de timing van de evaluatie, maar het
doel ervan, die bepaalt van welke vorm van evaluatie gesproken kan worden. Vaak zijn
tussentijdse toetsen nog steeds bedoeld om een oordeel te kunnen vellen over het huidige
prestatieniveau van een leerling. Er wordt maar weinig gekeken hoe een proces precies is
verlopen, wat er bij een slecht resultaat is misgegaan etc. Er moet worden gezocht naar een
evenwicht tussen de twee. Leerlingen zullen over het algemeen niet zo goed leren als we
geen aandacht besteden aan de formatieve evaluatie en de competentie van de leerlingen
zal niet nauwkeurig bepaald kunnen worden als we de summatieve evaluatie verwaarlozen.
Artikel Janssens (2008): Een andere kijk op toetsen
Evalueren in het onderwijs dient vele doelen, maar zijn terug te brengen tot twee basale
functies. Enerzijds wordt er met verschillende middelen en technieken geëvalueerd om de
stand van zaken op te maken (= terugkijken, ook wel summatieve evaluatie genoemd).
Anderzijds wordt er in de onderwijspraktijk geëvalueerd om beslissingen te nemen over de
voortgang van het onderwijs (= vooruitkijken, formatieve evaluatie genoemd). Beide
functies vinden plaats op leerling-, groeps- en schoolniveau.
Artikel Harlen & James (1997): Assessment and Learning: differences and relationships
between formative and summative assessment
Er zijn een aantal problemen met betrekking tot de implementatie van summatieve en
formatie evaluatie:
Formatieve en summatieve evaluatie zijn beide ingesloten in nationaal
evaluatiebeleid en hebben in theorie verschillende doelen. Maar, de manier waarop
deze evaluatiemethodes aan elkaar zijn gerelateerd in officiële literatuur heeft ertoe
geleid dat de verschillen tussen deze methodes worden onderdrukt.
Een gevolg van het door elkaar halen/verwarren van summatieve en formatieve
evaluatie is mogelijk dat er weinig echte formatieve evaluatie plaatsvindt of dat
leraren moeite hebben om aan beide evaluatievormen te voldoen en zij assessment
overload ervaren.
Omdat formatieve evaluatie door leraren moet worden uitgevoerd wordt soms
aangenomen dat alle evaluatie door leraren formatief is, wat het onderscheid tussen
formatieve en summatieve doelen nog onduidelijker maakt en er mogelijk toe leidt dat
alle evaluaties die leraren doen in principe summatief zijn.
Het gelijkstellen van formatieve evaluatie aan alle evaluaties door leraren, in
combinatie met een vermindering van het eigen oordeel van leraren vergeleken met
extern opgezette toetsen heeft ertoe geleid dat er weinig ondersteuning is voor
formatieve evaluatie.
Het is nodig om zowel in de theorie als in de praktijk de verschillen in functie en
eigenschappen tussen formatieve en summatieve evaluatie te erkennen en een
manier te vinden om ze aan elkaar te relateren op zo’n manier dat de aparte functies
van beide evaluaties intact blijven.
, Kortom: De verschillen tussen formatieve toetsing en summatieve toetsing zijn niet
altijd helder, leerkrachten kunnen een assessment overload ervaren. Als gevolg
hiervan kan het zijn dat er weinig formatieve toetsing plaatsvindt. De verschillen
tussen de twee dienen herkend te worden en ze zouden aan elkaar gerelateerd moeten
worden.
Definities
Formatief: De positieve prestaties van een leerling kunnen worden herkend en besproken
en de juiste vervolgstappen kunnen worden gepland
Summatief: Voor het systematisch vastleggen van de algehele prestatie van een leerling.
Leren met begrip
Is een belangrijk doel van onderwijs. De term “echt (real) leren” breidt het idee van “leren”
uit met “begrip.” Dit betekent dat het interactie met mensen, ideeën, dingen en
gebeurtenissen in de echte wereld met zich meebrengt. En ondanks dat er sommige dingen
zijn die beter geleerd kunnen worden door herhaling/repetitie (tafels, spelling etc.), indiceren
de grote toename aan beschikbare feitelijke informatie en snelle veranderingen in de aard
van werk dat er meer nadruk gelegd zou moeten worden op kennis die getransformeerd kan
worden en die toegepast kan worden in nieuwe situaties dan op het leren van feiten en
procedures die alleen toepasbaar zijn in situaties die lijken op de situaties waarin ze zijn
geleerd. Dus, er moet minder focus liggen op het stampen van feiten en meer op het
“echte” leren, op kennis die bruikbaar is in verschillende contexten. De focus moet al
vroeg liggen op de ontwikkeling van “diepe leerstrategieën.”
Er kan dus onderscheid gemaakt worden tussen “diepe” leerstrategieën, die leiden tot
begrip of actief begrepen en geïnternaliseerde kennis, en “oppervlakte (surface)”
leerstrategieën, die leiden tot memoriseren: Het onthouden van vaak geïsoleerde feiten.
Effectief leren is een combinatie van beiden.
De verschillen tussen diepte leren en oppervlakte leren in een tabel:
Het construeren van kennis en maken van ‘linkjes’ in de hersenen tussen bestaande
items en nieuw geleerde zaken is erg belangrijk in het ‘diepte leren’: Link met
constructivisme!
De eigenschappen van “echt/diep leren” zijn dus dat het:
Zich progressief ontwikkelt in grote ideeën, vaardigheden voor leven en leren,
attitudes en waardes.
Wordt geconstrueerd op basis van eerdere ideeën en vaardigheden.
Toegepast kan worden in een andere context dan waarin het is geleerd.
Een fundamenteel onderdeel wordt van de manier waarop een leerling de wereld
begrijpt.
Voor de ontwikkeling van deze kennis zijn leerervaringen nodig die:
Goed passen bij de bestaande kennis, vaardigheden, attitudes etc. van een leerling.
Voortbouwen op eerdere ervaringen.
Overeenkomen met huidige interesses en ervaringen.