Said, Edward (1978) Orientalism, London: Routledge. Introduction, pp. 9-36
De Oriënt (Beiroet 1975-1976 (burgeroorlog)) was bijna een Europese uitvinding en was
sinds de oudheid een plaats van romantiek, exotische wezens, spookachtige herinneringen en
landschappen en opmerkelijke ervaringen. Nu was het aan het verdwijnen.
Het belangrijkste voor de Europese bezoeker was een Europese vertegenwoordiging van het
Oosten en zijn hedendaagse lot.
Amerikanen zullen niet helemaal hetzelfde voelen over de Oriënt, dat voor hen veel
waarschijnlijker heel anders wordt geassocieerd met het Verre Oosten. In tegenstelling tot de
Amerikanen, hebben de Fransen en de Britten, de Duitsers, Russen, Spanjaarden, Portugezen,
Italianen en Zwitsers een lange traditie van ‘Orientalism’ gehad; een manier om in het reine
te komen met de Oriënt die is gebaseerd op de speciale plaats van de Oriënt in de Europese
Westerse ervaring. Het is de plaats met Europa’s grootste en rijkste en oudste koloniën. De
Oriënt heeft geholpen om Europa (of het Westen) te definiëren als zijn contrasterende beeld,
ideeën, persoonlijkheid en ervaring. De Oriënt is een integraal onderdeel van de Europese
materiële beschaving en cultuur. Oriëntalisme drukt en vertegenwoordigt dat deel cultureel en
zelfs ideologisch als een manier van spreken met ondersteunende instellingen, vocabulaire,
wetenschap, beeldspraak, doctrines, zelfs koloniale bureaucratieën en koloniale stijlen.
Daarentegen zal het Amerikaanse begrip van het Oriënt aanzienlijk minder dicht lijken,
hoewel onze recente Japanse, Koreaanse en Indochinese avonturen nu een soberder,
realistischer ‘orient’ besef zouden moeten creëren. Bovendien maakt de enorm uitgebreide
Amerikaanse politieke en economische rol in het Nabije Oosten (het Midden-Oosten) grote
aanspraken op ons begrip van dat Oosten.
Het zal de lezer duidelijk worden dat ik met oriëntalisme verschillende dinge bedoel, die naar
mijn mening allemaal van elkaar afhankelijk zijn.
De gemakkelijkst aanvaarde aanduiding voor Oriëntalisme is een academische.I
edereen die lesgeeft in, schrijft over of onderzoek doet in het Orient, is in zijn
algemene aspecten een oriëntalist.
Gerelateerd hieraan is de meer algemene betekenis. Oriëntalisme is een denkstijl die
is gebaseerd op een ontologsiche en epistemologisch onderscheid tussen ‘the Orient’
en ‘the Occident’. Vaak wordt het onderscheid tussen Oost en West aanvaard als
uitgangspunt voor uitgebreide theorieën.
De derde betekenis is iets meer historisch en materieel gedefinieerd. Met het einde
van de achttiende eeuw als uitgangspunt, kan oriëntalisme worden besproken als de
zakelijke instelling om met the Orient om te gaan. Oriëntalisme als westerse stijl voor
het domineren, herstructureren en gezag hebben over het Oosten.
PUNT SCHRIJVER: Mijn stelling is dat zonder oriëntalisme als discours te onderzoeken,
men onmogelijk de buitengewoon systematische discipline kan begrijpen waarmee de
Europese cultuur in staat was om het Oriënt politiek, sociaal, militair, ideologisch te beheren
en zelfs te produceren – wetenschappelijk - en op fantasierijke wijze tijdens de periode na de
Verlichting.
Het boek probeert te laten zien hoe de Europese cultuur toenam in sterkte en identiteit door
zichzelf af te zetten tegen de Orient.
Spreken over oriëntalisme betekent voornamelijk spreken over een Britse en Franse culturele
intree.
PUNT SCHRIJVER: oriëntalisme komt voort uit een bijzondere hechtheid die wordt ervaren
tussen Groot-Brittannië en Frankrijk en de Oriënt, die tot het begin van de 19e eeuw eigenlijk
alleen India en de Bijbelse landen betekende.
II
De Oriënt (Beiroet 1975-1976 (burgeroorlog)) was bijna een Europese uitvinding en was
sinds de oudheid een plaats van romantiek, exotische wezens, spookachtige herinneringen en
landschappen en opmerkelijke ervaringen. Nu was het aan het verdwijnen.
Het belangrijkste voor de Europese bezoeker was een Europese vertegenwoordiging van het
Oosten en zijn hedendaagse lot.
Amerikanen zullen niet helemaal hetzelfde voelen over de Oriënt, dat voor hen veel
waarschijnlijker heel anders wordt geassocieerd met het Verre Oosten. In tegenstelling tot de
Amerikanen, hebben de Fransen en de Britten, de Duitsers, Russen, Spanjaarden, Portugezen,
Italianen en Zwitsers een lange traditie van ‘Orientalism’ gehad; een manier om in het reine
te komen met de Oriënt die is gebaseerd op de speciale plaats van de Oriënt in de Europese
Westerse ervaring. Het is de plaats met Europa’s grootste en rijkste en oudste koloniën. De
Oriënt heeft geholpen om Europa (of het Westen) te definiëren als zijn contrasterende beeld,
ideeën, persoonlijkheid en ervaring. De Oriënt is een integraal onderdeel van de Europese
materiële beschaving en cultuur. Oriëntalisme drukt en vertegenwoordigt dat deel cultureel en
zelfs ideologisch als een manier van spreken met ondersteunende instellingen, vocabulaire,
wetenschap, beeldspraak, doctrines, zelfs koloniale bureaucratieën en koloniale stijlen.
Daarentegen zal het Amerikaanse begrip van het Oriënt aanzienlijk minder dicht lijken,
hoewel onze recente Japanse, Koreaanse en Indochinese avonturen nu een soberder,
realistischer ‘orient’ besef zouden moeten creëren. Bovendien maakt de enorm uitgebreide
Amerikaanse politieke en economische rol in het Nabije Oosten (het Midden-Oosten) grote
aanspraken op ons begrip van dat Oosten.
Het zal de lezer duidelijk worden dat ik met oriëntalisme verschillende dinge bedoel, die naar
mijn mening allemaal van elkaar afhankelijk zijn.
De gemakkelijkst aanvaarde aanduiding voor Oriëntalisme is een academische.I
edereen die lesgeeft in, schrijft over of onderzoek doet in het Orient, is in zijn
algemene aspecten een oriëntalist.
Gerelateerd hieraan is de meer algemene betekenis. Oriëntalisme is een denkstijl die
is gebaseerd op een ontologsiche en epistemologisch onderscheid tussen ‘the Orient’
en ‘the Occident’. Vaak wordt het onderscheid tussen Oost en West aanvaard als
uitgangspunt voor uitgebreide theorieën.
De derde betekenis is iets meer historisch en materieel gedefinieerd. Met het einde
van de achttiende eeuw als uitgangspunt, kan oriëntalisme worden besproken als de
zakelijke instelling om met the Orient om te gaan. Oriëntalisme als westerse stijl voor
het domineren, herstructureren en gezag hebben over het Oosten.
PUNT SCHRIJVER: Mijn stelling is dat zonder oriëntalisme als discours te onderzoeken,
men onmogelijk de buitengewoon systematische discipline kan begrijpen waarmee de
Europese cultuur in staat was om het Oriënt politiek, sociaal, militair, ideologisch te beheren
en zelfs te produceren – wetenschappelijk - en op fantasierijke wijze tijdens de periode na de
Verlichting.
Het boek probeert te laten zien hoe de Europese cultuur toenam in sterkte en identiteit door
zichzelf af te zetten tegen de Orient.
Spreken over oriëntalisme betekent voornamelijk spreken over een Britse en Franse culturele
intree.
PUNT SCHRIJVER: oriëntalisme komt voort uit een bijzondere hechtheid die wordt ervaren
tussen Groot-Brittannië en Frankrijk en de Oriënt, die tot het begin van de 19e eeuw eigenlijk
alleen India en de Bijbelse landen betekende.
II