SPRAAKKLANKSTOORNISSEN EN
AFWIJKENDE MONDGEWOONTEN
PRAKTIJK
ORAAL PERIFEER ONDERZOEK
DOELSTELLINGEN
De rol van het oraal perifeer onderzoek binnen de diagnostiek van spraaklankstoornissen kunnen uitleggen
Moelijkheden bij de evaluatie van spraakstructuren kennen
Op een correcte manier de relatie tussen structuur en functie kunnen leggen
Op een professionele manier de impact van structurele tekorten op spraakklankstoornissen kunnen bepalen
Begrippen en vakterminologie op een correcte manier kunnen hanteren
Spraakstructuren bij een cliënt vanuit logopedisch klinisch standpunt leren evalueren
Verband kunnen leggen tussen structurele afwijkingen en afwijkende mondgewoonten
Praktische aandachtspunten tijdens de afname kunnen realiseren
Hulpmiddelen op de juiste manier kunnen hanteren
Aanpak op de leeftijd van de cliënt kunnen afstemmen
AANKNOPING THEORIE
• Neurofysiologische component van articulatie
• Fonetische stoornissen
• Dysglossie (=structurele SKS)
• Aanvullend onderzoek: diepgaand onderzoek van de spraakorganen: structuur en functie
• Afwijkende mondgewoonten
1
,ORAAL PERIFEER ONDERZOEK
VERANTWOORDING VAN HET ORAAL PERIFEERR ONDERZOEK BINNEN DE LOGOPEDSICHE
EVALUATIE
• Vorm van checklist
• Behoort tot routine van logopedische evaluatie om een antwoord te krijgen op
o Hoe gebruikt de cliënt zijn spraakorganen?
o Bestaan er thv de spraakorganen tekorten in bouw en/of functie die tot logopedische
stoornissen kunnen leiden?
▪ Bouw → structurele SKS
▪ Functie → functionele SKS
ANDERE PROFESSIONELEN IN HET ORALE GEBIED
• Orale gebied heeft ook anderen functies dan spraak → ademhaling, slikken, kauwen, zuigen, mond
sluiten in rust
o Andere professionelen zijn eveneens actief → NKO-arts, orthodont, maxillo-faciaal chirurg,
kinesisten, paradontologen
o Interdisciplinaire samenwerking is nodig
o Eventuele doorverwijzing
MOEILIJKHEDEN BIJ DE EVALUATIE
• Veel observaties slaan eerder op schattingen en subjectieve beoordelingen dan op objectieve metingen
• Grote interindividuele variaties in beweeglijkheid, vorm en grootte van de structuren
• Weinig normatieve data voorhanden → klinische ervaring opdoen
o Impact en betekenis van een afwijking en de invloed op spreekgedrag zijn moeilijk te bepalen
dus per geval bekijken
2
,RELATIE VORM/GROOTTE – FUNCTIE
• Relatie vorm/grootte-functie van de structuren is belangrijker dan de vorm/grootte op zich
• Cumulatief effect: combinatie van belemmeringen > individuele belemmeringen zonder klinisch belang
• Fenomeen van de compensatiemogelijkheden
• Algemene richtlijn: spreker, met structurele afwijking, kan bepaalde spraakklank in bepaalde contexten
of posities produceren dus is de structurele afwijking weinig van belang
• Causale relatie abnormale structuur-afwijkende spraak:
o In meeste populaties komt gebitsafwijking bij 50% van de kinderen voor maar
articulatieafwijking komt slechts 10% voor
o Kinderen met spraakafwijkingen vertonen frequenter malocclusies (afwijkende
onderkaakstand) dan normaalsprekende leeftijdsgenoten
o Conclusie: vooral extreme orale structuurafwijkingen zullen een correcte articulatie
bemoeilijken want daar treedt (meestal) geen compensatie op
• Wees voorzichtig met te snel leggen van oorzakelijke relatie tussen orale afwijking(en) en
articulatieprobleem
• Conclusie: oraal perifeer onderzoek dient om
o Vermoedens van eventuele (structurele) oorzaak (van articulatieprobleem) aan te geven
o Bepaalde oorzakelijke factoren uit te sluiten
PROTOCOL
TOELICHTING BIJ ITEMS EN TERMINOLOGIE IN HET PROTOCOL
LIPPEN
• Structuur
o Verhouding lengte bovenlip-onderlip: normaal, te kort (myofunctioneel probleem) of te groot
(macrocheilie)
o Gesprongen en gekloven lippen
o Fenelum labialis: normaal of te kort
o Lipspleetcorrectie
3
, • Functie
o Positie in rust
▪ Gesloten → beste positie, want de lucht komt dan door de neus binnen en wordt
gefilterd en zorgt ervoor dat de tandenboog mooi breed ontwikkelt
▪ Geopend:
• Incidentieel/habitueel?
• Interpositie? (lippen positioneren zich tussen de tanden)
• Liplikken?
• Open mondgedrag? Habitueel mondademen?
• Link met spraakklankstoornis en afwijkende mondgewoonten:
o Afwijkingen thv lippen hebben weinig impact op de spraak, compensatiemogelijkheden, met
de lippen openzitten is een afwijkend mondgedrag
TANDEN
• Structuur
o Melkgebit of blijvend gebit
o Eruptievolgorde melgebit en blijvend gebit
o Ontbrekende tanden
o Occlusie: relatie bovenkaak-onderkaak
▪ Normale relatie eerste molaren: onderste en bovenste molaren mooi op elkaar
▪ Afwijkende relatie (malocclusie):
4
AFWIJKENDE MONDGEWOONTEN
PRAKTIJK
ORAAL PERIFEER ONDERZOEK
DOELSTELLINGEN
De rol van het oraal perifeer onderzoek binnen de diagnostiek van spraaklankstoornissen kunnen uitleggen
Moelijkheden bij de evaluatie van spraakstructuren kennen
Op een correcte manier de relatie tussen structuur en functie kunnen leggen
Op een professionele manier de impact van structurele tekorten op spraakklankstoornissen kunnen bepalen
Begrippen en vakterminologie op een correcte manier kunnen hanteren
Spraakstructuren bij een cliënt vanuit logopedisch klinisch standpunt leren evalueren
Verband kunnen leggen tussen structurele afwijkingen en afwijkende mondgewoonten
Praktische aandachtspunten tijdens de afname kunnen realiseren
Hulpmiddelen op de juiste manier kunnen hanteren
Aanpak op de leeftijd van de cliënt kunnen afstemmen
AANKNOPING THEORIE
• Neurofysiologische component van articulatie
• Fonetische stoornissen
• Dysglossie (=structurele SKS)
• Aanvullend onderzoek: diepgaand onderzoek van de spraakorganen: structuur en functie
• Afwijkende mondgewoonten
1
,ORAAL PERIFEER ONDERZOEK
VERANTWOORDING VAN HET ORAAL PERIFEERR ONDERZOEK BINNEN DE LOGOPEDSICHE
EVALUATIE
• Vorm van checklist
• Behoort tot routine van logopedische evaluatie om een antwoord te krijgen op
o Hoe gebruikt de cliënt zijn spraakorganen?
o Bestaan er thv de spraakorganen tekorten in bouw en/of functie die tot logopedische
stoornissen kunnen leiden?
▪ Bouw → structurele SKS
▪ Functie → functionele SKS
ANDERE PROFESSIONELEN IN HET ORALE GEBIED
• Orale gebied heeft ook anderen functies dan spraak → ademhaling, slikken, kauwen, zuigen, mond
sluiten in rust
o Andere professionelen zijn eveneens actief → NKO-arts, orthodont, maxillo-faciaal chirurg,
kinesisten, paradontologen
o Interdisciplinaire samenwerking is nodig
o Eventuele doorverwijzing
MOEILIJKHEDEN BIJ DE EVALUATIE
• Veel observaties slaan eerder op schattingen en subjectieve beoordelingen dan op objectieve metingen
• Grote interindividuele variaties in beweeglijkheid, vorm en grootte van de structuren
• Weinig normatieve data voorhanden → klinische ervaring opdoen
o Impact en betekenis van een afwijking en de invloed op spreekgedrag zijn moeilijk te bepalen
dus per geval bekijken
2
,RELATIE VORM/GROOTTE – FUNCTIE
• Relatie vorm/grootte-functie van de structuren is belangrijker dan de vorm/grootte op zich
• Cumulatief effect: combinatie van belemmeringen > individuele belemmeringen zonder klinisch belang
• Fenomeen van de compensatiemogelijkheden
• Algemene richtlijn: spreker, met structurele afwijking, kan bepaalde spraakklank in bepaalde contexten
of posities produceren dus is de structurele afwijking weinig van belang
• Causale relatie abnormale structuur-afwijkende spraak:
o In meeste populaties komt gebitsafwijking bij 50% van de kinderen voor maar
articulatieafwijking komt slechts 10% voor
o Kinderen met spraakafwijkingen vertonen frequenter malocclusies (afwijkende
onderkaakstand) dan normaalsprekende leeftijdsgenoten
o Conclusie: vooral extreme orale structuurafwijkingen zullen een correcte articulatie
bemoeilijken want daar treedt (meestal) geen compensatie op
• Wees voorzichtig met te snel leggen van oorzakelijke relatie tussen orale afwijking(en) en
articulatieprobleem
• Conclusie: oraal perifeer onderzoek dient om
o Vermoedens van eventuele (structurele) oorzaak (van articulatieprobleem) aan te geven
o Bepaalde oorzakelijke factoren uit te sluiten
PROTOCOL
TOELICHTING BIJ ITEMS EN TERMINOLOGIE IN HET PROTOCOL
LIPPEN
• Structuur
o Verhouding lengte bovenlip-onderlip: normaal, te kort (myofunctioneel probleem) of te groot
(macrocheilie)
o Gesprongen en gekloven lippen
o Fenelum labialis: normaal of te kort
o Lipspleetcorrectie
3
, • Functie
o Positie in rust
▪ Gesloten → beste positie, want de lucht komt dan door de neus binnen en wordt
gefilterd en zorgt ervoor dat de tandenboog mooi breed ontwikkelt
▪ Geopend:
• Incidentieel/habitueel?
• Interpositie? (lippen positioneren zich tussen de tanden)
• Liplikken?
• Open mondgedrag? Habitueel mondademen?
• Link met spraakklankstoornis en afwijkende mondgewoonten:
o Afwijkingen thv lippen hebben weinig impact op de spraak, compensatiemogelijkheden, met
de lippen openzitten is een afwijkend mondgedrag
TANDEN
• Structuur
o Melkgebit of blijvend gebit
o Eruptievolgorde melgebit en blijvend gebit
o Ontbrekende tanden
o Occlusie: relatie bovenkaak-onderkaak
▪ Normale relatie eerste molaren: onderste en bovenste molaren mooi op elkaar
▪ Afwijkende relatie (malocclusie):
4