Genen en omgeving hoorcolleges
Hoorcollege 1
Waarom belangrijk voor psychologie?
- Integreert psychologie in de levenswetenschappen
- Ontdekkingen binnen gedragsgenetica groeien sneller dan ontdekkingen op welk
ander gebied dan ook in gedragswetenschappen
- Belangrijk gevonden! (Grootste verandering in gedragswetenschappen) → aantal
publicaties verdubbelt elke 5 jaar
- Gaat buiten psychologie en psychiatrie: neurowetenschappen, economie, politiek,
school, sociologie etc.
- Genetica meenemen in onderzoek is makkelijker (speeksel), goedkoper en
statistische tools zijn beter (GWAS en polygenische scores)
- Relevant voor:
Informeren cliënten/patiënten (kan ze pessimistischer maken/onderschatten)
Kan gebruikt worden als controle/correctie om waarheid te detecteren
Gepersonaliseerde interventies
Grootste vraag in gedragsgenetica (geschiedenis):
- Wat maakt ons gelijk? Wat maakt ons anders?
- Oudheid:
Grieken:
o Pythagoras suggereerde dat de vader de essentiële karakteristieken (vorm)
aanlevert en de moeder de materiële bouwstenen
o Aristoteles dacht dat kinderen gemaakt werden door ‘gezuiverd bloed van de
testes’ en menstrueel bloed
- Antonie van Leeuwenhoek en Nicolaas Hartsoeker
Deze twee Nederlandse wetenschappers vonden de miscroscoop uit en startte het
veld van microbiologie
Ze ontwikkelden/verbeterde de theorie van preformationisme: we komen allemaal
uit een miniatuurversie van onszelf. Sperma bevat de compleet voorgevormde
individuen, genaamd homunculus
- Francis Galton
, Startte de psychometrie (mentale eigenschappen meten), differentiële psychologie
en gedragsgenetica
Hij bestudeerde stambomen om erfelijkheid/genetische invloed te begrijpen
Analyseerde de neiging van tweelingen om meer/minder op elkaar te gaan lijken
over tijd
‘Eminente status’ was waarschijnlijker om zich voor te doen bij naaste familieleden
met de waarschijnlijkheid minderend als de mate van relatie minder werd
Het clusteren van mensen in families is echter het resultaat van genetische
gerelateerdheid en omgevingsgerelateerdheid van verschillende vormen → dit
besefte Galton nog niet
Galton had wel enige voorgevoel over belangrijkheid van eeneiiige en twee-eiige
tweelingen, maar had niet de wetenschappelijke tools en statistieken om het uit te
voeren → deze methode niet gebruikt
- Darwin
Evolutietheorie (veranderde alle onderzoeksvelden die
te maken hebben met leven op aarde) → natuurlijke
selectie van kleine, erfelijke variaties die het vermogen
om voort te planten en te overleven vergroten
Het idee van ‘mengende erfelijkheid’ (gemiddelde van
ouders): Darwin was in veel juist maar NIET over het
mechanisme achter erfelijkheid → hiervoor hebben we
Mendel
,Hoorcollege 2
Mendel’s eerste wet: wet van segregatie
- Er zijn 2 elementen van erfelijkheid voor elke eigenschap bij elk individu
- Deze 2 elementen scheiden of segregeren tijdens reproductie
- Nakomelingen krijgen 1 van de 2 elementen van elke
ouder
- Deze wet eindigde de theorieën van gemengde
erfelijkheid
- Punnett square is een diagram dat gebruikt wordt om
genotypes te voorspellen van een ‘broed’ experiment.
Handig om de kans te bepalen op een bepaald genotype
bij een nakomeling
Dominant allel: hoofdletter S (of andere letter)
- Een allel dat zijn fenotypische effect uit zelf wanneer heterozygoot met een
recessief allel. Dus SS en Ss hebben zelfde fenotype
Recessief allel: kleine letter s (of andere letter)
- Allel wiens fenotypische effect niet tot uiting komt als heterozygoot
, 2 of meer trekken bekijken:
Mendels tweede wet: de wet van onafhankelijke
samenstelling
- Het erfelijkheidspatroon van 1 eigenschap zal geen
effect hebben op het erfelijkheidspatroon van een
ander
Sommige boeken hebben nog een extra wet toegevoeg:
wet van dominantie en uniformiteit → deze mag je
negeren
Mendeliaanse stoornissen (enkel gen mutaties, die een persoon veranderen)
- Huntington
Hersenaandoening die progressieve verslechtering van hersencellen veroorzaakt →
ernstige onbekwaamheid en uiteindelijk sterfte
Symptomen: oncontroleerbare bewegingen, abnormale balans tijdens lopen,
onduidelijke spraak, problemen met denken en veranderingen in persoonlijkheid
Er is geen genezing en geen effectieve behandeling
Wordt veroorzaakt door een dominant allel → als beide ouders heterozygoot = 25%
kans op geen huntington
Hoorcollege 1
Waarom belangrijk voor psychologie?
- Integreert psychologie in de levenswetenschappen
- Ontdekkingen binnen gedragsgenetica groeien sneller dan ontdekkingen op welk
ander gebied dan ook in gedragswetenschappen
- Belangrijk gevonden! (Grootste verandering in gedragswetenschappen) → aantal
publicaties verdubbelt elke 5 jaar
- Gaat buiten psychologie en psychiatrie: neurowetenschappen, economie, politiek,
school, sociologie etc.
- Genetica meenemen in onderzoek is makkelijker (speeksel), goedkoper en
statistische tools zijn beter (GWAS en polygenische scores)
- Relevant voor:
Informeren cliënten/patiënten (kan ze pessimistischer maken/onderschatten)
Kan gebruikt worden als controle/correctie om waarheid te detecteren
Gepersonaliseerde interventies
Grootste vraag in gedragsgenetica (geschiedenis):
- Wat maakt ons gelijk? Wat maakt ons anders?
- Oudheid:
Grieken:
o Pythagoras suggereerde dat de vader de essentiële karakteristieken (vorm)
aanlevert en de moeder de materiële bouwstenen
o Aristoteles dacht dat kinderen gemaakt werden door ‘gezuiverd bloed van de
testes’ en menstrueel bloed
- Antonie van Leeuwenhoek en Nicolaas Hartsoeker
Deze twee Nederlandse wetenschappers vonden de miscroscoop uit en startte het
veld van microbiologie
Ze ontwikkelden/verbeterde de theorie van preformationisme: we komen allemaal
uit een miniatuurversie van onszelf. Sperma bevat de compleet voorgevormde
individuen, genaamd homunculus
- Francis Galton
, Startte de psychometrie (mentale eigenschappen meten), differentiële psychologie
en gedragsgenetica
Hij bestudeerde stambomen om erfelijkheid/genetische invloed te begrijpen
Analyseerde de neiging van tweelingen om meer/minder op elkaar te gaan lijken
over tijd
‘Eminente status’ was waarschijnlijker om zich voor te doen bij naaste familieleden
met de waarschijnlijkheid minderend als de mate van relatie minder werd
Het clusteren van mensen in families is echter het resultaat van genetische
gerelateerdheid en omgevingsgerelateerdheid van verschillende vormen → dit
besefte Galton nog niet
Galton had wel enige voorgevoel over belangrijkheid van eeneiiige en twee-eiige
tweelingen, maar had niet de wetenschappelijke tools en statistieken om het uit te
voeren → deze methode niet gebruikt
- Darwin
Evolutietheorie (veranderde alle onderzoeksvelden die
te maken hebben met leven op aarde) → natuurlijke
selectie van kleine, erfelijke variaties die het vermogen
om voort te planten en te overleven vergroten
Het idee van ‘mengende erfelijkheid’ (gemiddelde van
ouders): Darwin was in veel juist maar NIET over het
mechanisme achter erfelijkheid → hiervoor hebben we
Mendel
,Hoorcollege 2
Mendel’s eerste wet: wet van segregatie
- Er zijn 2 elementen van erfelijkheid voor elke eigenschap bij elk individu
- Deze 2 elementen scheiden of segregeren tijdens reproductie
- Nakomelingen krijgen 1 van de 2 elementen van elke
ouder
- Deze wet eindigde de theorieën van gemengde
erfelijkheid
- Punnett square is een diagram dat gebruikt wordt om
genotypes te voorspellen van een ‘broed’ experiment.
Handig om de kans te bepalen op een bepaald genotype
bij een nakomeling
Dominant allel: hoofdletter S (of andere letter)
- Een allel dat zijn fenotypische effect uit zelf wanneer heterozygoot met een
recessief allel. Dus SS en Ss hebben zelfde fenotype
Recessief allel: kleine letter s (of andere letter)
- Allel wiens fenotypische effect niet tot uiting komt als heterozygoot
, 2 of meer trekken bekijken:
Mendels tweede wet: de wet van onafhankelijke
samenstelling
- Het erfelijkheidspatroon van 1 eigenschap zal geen
effect hebben op het erfelijkheidspatroon van een
ander
Sommige boeken hebben nog een extra wet toegevoeg:
wet van dominantie en uniformiteit → deze mag je
negeren
Mendeliaanse stoornissen (enkel gen mutaties, die een persoon veranderen)
- Huntington
Hersenaandoening die progressieve verslechtering van hersencellen veroorzaakt →
ernstige onbekwaamheid en uiteindelijk sterfte
Symptomen: oncontroleerbare bewegingen, abnormale balans tijdens lopen,
onduidelijke spraak, problemen met denken en veranderingen in persoonlijkheid
Er is geen genezing en geen effectieve behandeling
Wordt veroorzaakt door een dominant allel → als beide ouders heterozygoot = 25%
kans op geen huntington