100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting literatuur relatievermogensrecht II

Rating
-
Sold
2
Pages
57
Uploaded on
18-03-2025
Written in
2023/2024

Samenvatting van alle literatuur voor het vak relatievermogensrecht II

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
March 18, 2025
Number of pages
57
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

Content preview

Samenvatting relatievermogensrecht
Week 1

10. Aansprakelijkheid en draagplicht
Aansprakelijkheid is hij die aangesproken kan worden tot het verrichten van een prestatie.
Aansprakelijkheid kan ook bestaan enkel op grond van de wet. In het
huwelijksvermogensrecht doet zich dan in twee gevallen voor, namelijk:
1. De ene echtgenoot stelt naast de andere echtgenoot aansprakelijk voor de door deze
ten behoeve van de gewone gang van de huishouding aangegane verbintenissen
(art. 1:85 BW);
2. Na de ontbinding van de huwelijksgemeenschap bestaat een hoofdelijke
aansprakelijkheid voor gemeenschapsschulden waarvoor men voordien niet
aansprakelijk was (art. 1:102 BW).
Aansprakelijkheid geeft geen antwoord op de vraag te wiens laste de prestatie uiteindelijk
dient de komen. Dit is een vraag van draagplicht.

11. Uitwinning en verhaal
De hoofdregel inzake uitwinning houdt in dat een schuld van de echtgenoot zowel, ongeacht
of deze in de gemeenschap is gevallen, zowel de goederen van de gemeenschap als zijn
eigen goederen worden uitgewonnen (art. 1:96 lid 1 BW). Uitwinning en verhaal moeten
worden onderscheiden van elkaar. In het algemeen geldt dat een schuldeiser wiens
vordering niet wordt voldaan, verhaal kan zoeken op alle vermogensbestanddelen van zijn
schuldenaar. Deze moeten daarvoor eerst worden uitgewonnen. Deze term zou kunnen
worden vertaald als te gelde gemaakt. Uitwinning gaat vooraf aan verhaal. In beginsel zijn
voor uitwinning vatbaar alle tot het vermogen van de echtgenoot-schuldenaar behorende
goederen (art. 3:276 jo. 1:96 lid 1 BW). De aanwijsbevoegdheid van art. 1:96 lid 2 BW kan
voorkomen dat gemeenschapsgoederen worden uitgewonnen voor eigen schulden en
andersom.
Als de schuld van een echtgenoot van een gemeenschapsschuld, dan is deze verhaalbaar
op alle tot deze gemeenschap behorende goederen. Daarnaast kan verhaal worden gezocht
op de eigen goederen van de schuldenaar (art. 1:96 lid 1 BW). Als het gaat om een eigen
schuld, dan kunnen daarvoor de eigen goederen worden uitgewonnen en de tot de
gemeenschap behorende goederen. Dit laatste echter tenzij, de andere echtgenoot eigen
goederen van de schuldenaar kan aanwijzen die voldoende verhaal bieden (art. 1:96 lid 2
BW). Als voor een eigen schuld van een echtgenoot verhaal wordt gezocht op goederen van
de gemeenschap, is het verhaal beperkt tot de helft van de opbrengst van het uitgewonnen
goed. De helft van de opbrengst van het uitgewonnen goed die niet voor verhaal in
aanmerking komt valt buiten de gemeenschap en gaat dus behoren tot het eigen vermogen
van de echtgenoot van de schuldenaar.
Faillissement van een echtgenoot leidt niet tot ontbinding van de huwelijksgemeenschap en
ook niet tot faillissement van de andere echtgenoot (art. 1:96 lid 3 BW). Er moet onderscheid
worden gemaakt tussen de eigen schulden van echtgenoot A en de gemeenschapsschulden
van A. Als echtgenoot A failliet gaat, kan diens eigen vermogen alsmede de gehele
gemeenschap te gelden worden gemaakt. Voor de eigen schulden geldt nu dat het verhaal
op de opbrengst van de gemeenschappelijke goederen is beperkt tot de helft van die
opbrengst. De andere helft verhuist naar het eigen vermogen van echtgenoot B. Voor de
gemeenschapsschulden van A kan echter verhaal worden gehaald op de gehele opbrengst
van de gemeenschap, zodat per saldo het eigen vermogen van B minder dan de helft of
helemaal niet toeneemt.
Als het een eigen schuld betreft, dan kunnen de goederen van de gemeenschap niet worden
uitgewonnen als de andere echtgenoot eigen goederen van de schuldenaar aanwijst die
voldoende verhaal bieden (art. 1:96 lid 2 BW).

,Samenvatting relatievermogensrecht
Week 2

43. Inleiding
Voor ieder huwelijk en ieder geregistreerd partnerschap gelden de dwingendrechtelijke
bepalingen van titel 1.6 BW. Voor iedereen die geen huwelijkse of
partnerschapsvoorwaarden maakt, geldt titel 1.7 BW. De omvang van de wettelijke
gemeenschap van goederen wordt bepaald in art. 1:94 BW. Ten aanzien daarvan bestaat
een grote mate van contractsvrijheid (art. 1:93 BW). Zo kan de omvang van de
gemeenschap worden vergroot of worden beperkt, maar ook iedere
huwelijksvermogensrechtelijke gemeenschap kan worden uitgesloten. Vanaf het ogenblik
van voltrekking van het huwelijk tussen de echtgenoten bestaat van rechtswege een
gemeenschap van goederen (art. 1:94 lid 1 BW). De gemeenschap is sinds 1 januari 2018
een gemeenschap met een beperkte omvang dan voorheen.

44. De wenselijkheid van een gemeenschap van goederen als primair stelsel
Als tussen echtgenoten een geschil bestaat aan wie van hen beiden een goed toebehoort en
geen van beiden zijn recht op dit goed kan bewijzen, dan wordt dit goed als
gemeenschapsgoed aangemerkt. Het vermoeden werkt niet ten nadele van de schuldeisers.

45. De huwelijksgemeenschap als gemeenschap
De huwelijksvermogensrechtelijke gemeenschap vormt een algemeenheid van goederen. Er
is sprake van een geheel van goederen en schulden die volgens verkeersopvattingen,
gezien de aard van de rechtsverhouding, bijeen horen.
Tot een gemeenschap van goederen kunnen ook schulden behoren. Als men bereid is tot
een redelijke uitleg van het woord omvatten dat de gemeenschap alle schulden van ieder
van echtgenoten omvat, betekent dat de schulden door ieder van de echtgenoten voor de
helft moet worden gedragen. De term gemeenschap wordt ten aanzien van de schulden
gebruikt ter aanduiding van de draagplicht voor deze schulden.

46.1 De omvang van de wettelijke gemeenschap ontstaan op of na 1 januari 2018
Op grond van art. 1:94 lid 2 BW omvat de gemeenschap sinds 1 januari 2018 in ieder geval
de volgende goederen:
1. Alle goederen die reeds voor de aanvang van de gemeenschap aan de echtgenoten
gezamenlijk toebehoorden;
2. Alle overige goederen van de echtgenoten door ieder van hen afzonderlijk of door
hen samen vanaf de aanvang van de gemeenschap tot haar ontbinding verkregen,
met uitzondering van hierna aan te duiden goederen.
Opmerkelijk is dat de gemeenschap ook de goederen omvat die de echtgenoten gezamenlijk
toebehoren ten tijde van de huwelijksvoltrekking, bijvoorbeeld woning en inboedel. Ten
aanzien van registergoederen kan simpel worden vastgesteld of zij al dan niet
gemeenschappelijk zijn en dus wel of niet in de huwelijksgemeenschap vallen. Bij roerende
zaken is dit anders. Hier geldt het vermoeden dat de zaak gemeen is, tenzij een echtgenoot
kan bewijzen dat dit niet het geval is.
Op grond van art. 1:94 lid 7 BW omvat de gemeenschap de volgende schulden:
1. Alle voor het ontstaan van de gemeenschap ontstane gemeenschappelijke schulden;
2. Alle schulden betreffende goederen die reeds voor de aanvang van de gemeenschap
aan de echtgenoten gezamenlijk toebehoorden;
3. Alle tijdens het bestaan van de gemeenschap ontstane schulden van ieder van de
echtgenoten.
Gemeenschappelijke schulden zijn in ieder geval de schulden waarvoor beide echtgenoten,
voor bepaalde delen of hoofdelijk aansprakelijk zijn.

46.2 De redelijke vergoeding voor kennis, vaardigheden en arbeid (art. 1:95a BW)

,De kern van het wettelijk stelsel van huwelijksvermogensrecht wordt gevormd door het feit
dat de inkomsten uit arbeid in de huwelijksgemeenschap vallen.

46.3 Van de nieuwe wettelijke gemeenschap uitgezonderde goederen
Op grond van art. 1:94 lid 2 BW worden van de gemeenschap uitgezonderd:
1. Krachtens erfopvolging bij versterf, making, lastbevoordeling of gift verkregen
goederen;
2. Pensioenrechten waarop de wet verevening pensioenrechten bij scheiding van
toepassing is;
3. Een aantal nader aangeduide rechten van erfrechtelijke aard;
a. Andere wettelijke rechten (art. 4:29, 4:30, 4:34, 4:35, 4:36 en 4:38 BW);
b. Rechten in verband met de legitieme portie (art. 4:63-4:92 BW);
c. Quasilegaten (art. 4:126 lid en 2 BW).
Tot het eigen vermogen van goederen van een echtgenoot behoren ook:
4. Goederen waarvan de bijzondere verknochtheid zich tegen het vallen in de
gemeenschap verzet (art. 1:94 lid 5 BW);
5. De vruchten van goederen die niet in de gemeenschap vallen;
6. Hetgeen wordt geïnd op een vordering die buiten de gemeenschap valt, alsmede een
vordering tot vergoeding die in de plaats van een eigen goed treedt, waaronder
begrepen een vordering ter zake van waardevermindering van zulk een goed;
7. Een goed dat een echtgenoot anders dan om niet verkrijgt;
8. Het aandeel in een vennootschappelijke gemeenschap, zoals die kan bestaan bij een
personenvennootschap;
9. Aangebrachte goederen, tenzij deze de aanstaande echtgenoten gezamenlijk
toebehoorden;
10. Goederen verkregen na uitwinning op grond van art. 1:96 lid 3 BW).

46.4 Van de nieuwe wettelijke gemeenschap uitgezonderde schulden
Van de wettelijke verdeling zijn op grond van art. 1:94 lid 7 BW de volgende schulden
uitgezonderd:
1. Schulden betreffende van de gemeenschap uitgezonderde goederen;
2. Schulden die behoren tot een nalatenschap waartoe een echtgenoot is gerechtigd;
3. Schulden uit een door een van de echtgenoten gedane giften, gemaakte bedingen en
aangegane omzettingen als bedoeld in art. 4:126 lid 1 en 2 sub a en c BW);
4. Schulden die aan een van de echtgenoten op bijzondere wijze verkocht zijn;
Deze vallen alleen in de gemeenschap voor zover de verknochtheid zich hiertegen
niet verzet.
Onder het oude recht omvatte de gemeenschap wat haar goederen betreft de goederen van
de echtgenoten, bij aanvang van de gemeenschap aanwezig of nadien, zolang de
gemeenschap niet is ontbonden, verkregen.

46.6 Van de oude wettelijke gemeenschap uitgezonderde goederen
Op grond van art. 1:94 BW worden van de gemeenschap de volgende goederen
uitgezonderd:
1. Goederen ten aanzien waarvan bij uiterste wilsbeschikking van de erflater og bij de
gift is bepaald dat zij buiten de gemeenschap vallen;
2. Pensioenrechten waarop de wet vererving pensioenrechten bij scheiding van
toepassing is, alsmede met die pensioenrechten verband houdende rechten op
nabestaandenpensioen;
3. Rechten op het vestigen van vruchtgebruik als bedoeld in art. 4:29 BW en art. 4:30
BW vruchtgebruik dat op grond van die bepalingen is gevestigd, alsmede hetgeen
wordt verkregen ingevolge art, 4:34 BW;
4. Goederen die aan een van de echtgenoten op bijzondere wijze verknocht zijn;
5. Vruchten van goederen die niet in de gemeenschap vallen;

, 6. Hetgeen wordt geïnd op een vordering die buiten de gemeenschap valt, alsmede een
vordering tot vergoeding die in de plaats van een eigen goed van een echtgenoot
treedt, waaronder begrepen een vordering ter zake van waardevermindering van zulk
een goed;
7. Een goed dat een echtgenoot anders dan om niet verkrijgt als het bij de verkrijging
voor meer dan de helft van de tegenprestatie ten laste van zijn eigen vermogen (art
1:95 lid 1 BW);
8. Het aandeel in een vennootschappelijke gemeenschap, zoals die kan bestaan bij een
personenvennootschap;

46.7 Van de oude wettelijke gemeenschap uitgezonderde schulden
Op grond van art. 1:94 BW worden de volgende schulden uitgezonderd van de
gemeenschap:
1. Schulden die aan een van de echtgenoten of op een bijzondere wijze verknocht zijn
vallen alleen in de gemeenschap voor zover die verknochtheid zich hiertegen niet
verzet (lid 3);
2. Schulden betreffende de gemeenschap uitgezonderde goederen (lid 5);
3. Schulden uit door een echtgenoot gedane giften, gemaakte bedingen en aangegane
omzettingen als bedoeld in art. 4:126 lid 1 en 2 onder a en c BW;

46.8 De insluitingsclausule
Bij uiterste wilsbeschikking of bij de gift kan worden bepaald dat goederen, alsmede de
vruchten van die goederen in de gemeenschap vallen. Anders dan bij de uitsluitingsclausule
het geval is, geldt ten aanzien van de insluitingsclausule dat deze bij huwelijkse voorwaarden
opzijgezet kan worden. Dit steunt op het beginsel van de contractsvrijheid.

46.10 Vruchtgebruik voor de langstlevende echtgenoot
Zowel de aansprakelijk op een vruchtgebruik als bedoeld in art. 4:29 en 4:30 BW en het
daadwerkelijk gevestigde vruchtgebruik zijn van de gemeenschap uitgezonderd.

47. Inleiding
Onder het tot 1 januari 2018 geldende recht kon een schenker bij gift en een erflater bij
uiterste wilsbeschikking bepalen dat de geschonken of vermaakte goederen buiten de
gemeenschap vallen waarin de verkrijger gehuwd is of nooit gehuwd zal zijn (art. 1:94 lid 2
sub a BW oud). Onder het huidige recht kan dat ook (art. 1:94 lid 4 BW). Ook nu giften en
erfrechtelijke verkrijgingen in beginsel buiten de wettelijke gemeenschap vallen, blijft
clauseren zinvol.

47.1 Rechtsgrond
Vaak wordt aangenomen dat de rechtsgrond van de uitsluitingsclausule is gelegen in het
beginsel dat degene die iemand bevoordeelt daaraan beperkende bepalingen mag
verbinden. Het persoonlijke karakter dat aan de bevoordelingen eigen pleegt te zijn, weegt
hier zwaar. De rechtvaardiging is dan gelegen in de wens de wil van de schenker of de
erflater te eerbiedigen. De uitsluitingsclausule hoeft niet steeds met een bevoordeling. Toch
wordt algemeen aanvaard dat aan het legaat een uitsluitingsclausule kan worden verbonden.
Uiteraard dient dan ook het in te brengen bedrag voor rekening van het eigen vermogen te
komen.

47.2 Dwingend karakter
Uit de rechtsgrond werd afgeleid dat echtgenoten niet kunnen overeenkomen dat in hun
onderlinge verhouding de clausulering aan de laars zal worden gelapt. Ook een bepaling in
een overeenkomst van huwelijkse voorwaarden, inhoudende dat de waarde van
geclausuleerd verkregen goederen zal worden betrokken in een finaal verrekenbeding, kon
niet bij de Hoge Raad door de Hoge Raad. Uiteraard kan de schenker of erflater de verkrijger

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
rins84 Radboud Universiteit Nijmegen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
21
Member since
10 months
Number of followers
0
Documents
41
Last sold
2 weeks ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions