Ossa - Regio: Heup
Crista iliaca
Functie; Aanhechtingspunt voor M. tensor fascia latae, M.
gluteus maximus, sartorius en buik- en rugspieren.
Vorm; Gebogen verdikte rand van het os ilium, lopend van de
spina iliaca anterior superior tot de spina iliaca posterior superior.
Palpatie; Zet je handen op de heupen en dan kan je hem voelen.
Tuberculum iliacum
Functie; Aanhechtingspunt voor m. tensor fasciae latae
via tractus iliotibialis.
Vorm; Een kleine benige verdikking halverwege de
buitenrand van de crista iliaca, aan de bovenkant van het
os ilium.
Palpatie; Zet je handen op je heupen en zoek naar een
uitsteeksel op de bovenste rand van het pelvis. De
handen langs de crista lateraal en iets naar voren
bewegen.
,Spina iliaca anterior superior (sias)
Functie; aanhechtingspunt voor m. sartorius, m. tensor
fasciae latae (via tractus iliotibialis). Ook het ligamentum
inguinale loopt vanaf SIAS.
Vorm; benig uitsteeksel aan de voorzijde van de crista
iliaca.
Palpatie; Zet je handen op je heupen en zoek naar een
uitsteeksel aan de voorzijde van het pelvis
Spina iliaca posterior superior (sips)
Functie; aanhechtingspunt voor M. gluteus
maximus. Ook het ligamentum sacroiliacum
posterius hecht aan SIPS.
Vorm; benig uitsteeksel aan de achterzijde van
de crista iliaca. Vormt een herkenbaar kuiltje in
de huid.
Palpatie; Deze kan niet worden gepalpeerd,
maar een klein kuiltje in de huid net boven de
bilplooi geeft vaak de locatie aan. Druk om de
structuur te voelen.
,Caput femoris
Functie; vormt samen met het acetabulum het
articulatio coxae, wat zorgt voor flexie, extensie,
abductie, adductie en rotaties van de heup en
schokdemping en krachtverdeling tijdens
bewegingen.
Vorm; bolvormige kop van het femur, wat
verbonden is met de femur schacht door de
collum femoris.
Palpatie; kan alleen indirect gepalpeerd worden
(omdat dieper in lichaam is en bedekt is door
spieren, pezen en ligamenten) door de sias en
trochanter major te gebruiken en de heup in
verschillende richtingen te bewegen. Hiermee
voel je de beweging van het caput femoris
binnen het acetabulum. Zo kan je de locatie
inschatten.
Omliggende spieren; m. iliopsoas, m. gluteus
medius, m. gluteus minimus, m. piriformis.
Collum femoris
Functie; zorgt voor overgang van heupkop naar schat van dijbeen,
absorbeert en verdeelt krachten en biedt een optimale
hefboomwerking.
Vorm; hals van het femur die de caput femoris verbindt met de
corpus femoris.
Palpatie; kan alleen indirect gepalpeerd worden (omdat dieper in
lichaam is en bedekt is door spieren, pezen en ligamenten) via de
trochanter major. Door de heup passief te bewegen wordt de
positie van de collum femoris beïnvloedt.
Omliggende spieren; M. iliopsoas, m. gluteus medius, m. gluteus
minimus, piriformis.
, Trochanter major
Functie; aanhechtingspunt voor m. gluteus medius, m. gluteus minimus, m.
piriformis.
Vorm; groot benig uitsteeksel aan de laterale zijde van het proximale femur.
Palpatie; laat het persoon liggen en plaats de hand op de laterale zijde van
de heup net onder de crista iliaca. Wanneer het been naar buiten wordt
gedraaid (exorotatie) voel je de trochanter major bewegen.
Omliggende structuren; net onder collum femoris.
Crista iliaca
Functie; Aanhechtingspunt voor M. tensor fascia latae, M.
gluteus maximus, sartorius en buik- en rugspieren.
Vorm; Gebogen verdikte rand van het os ilium, lopend van de
spina iliaca anterior superior tot de spina iliaca posterior superior.
Palpatie; Zet je handen op de heupen en dan kan je hem voelen.
Tuberculum iliacum
Functie; Aanhechtingspunt voor m. tensor fasciae latae
via tractus iliotibialis.
Vorm; Een kleine benige verdikking halverwege de
buitenrand van de crista iliaca, aan de bovenkant van het
os ilium.
Palpatie; Zet je handen op je heupen en zoek naar een
uitsteeksel op de bovenste rand van het pelvis. De
handen langs de crista lateraal en iets naar voren
bewegen.
,Spina iliaca anterior superior (sias)
Functie; aanhechtingspunt voor m. sartorius, m. tensor
fasciae latae (via tractus iliotibialis). Ook het ligamentum
inguinale loopt vanaf SIAS.
Vorm; benig uitsteeksel aan de voorzijde van de crista
iliaca.
Palpatie; Zet je handen op je heupen en zoek naar een
uitsteeksel aan de voorzijde van het pelvis
Spina iliaca posterior superior (sips)
Functie; aanhechtingspunt voor M. gluteus
maximus. Ook het ligamentum sacroiliacum
posterius hecht aan SIPS.
Vorm; benig uitsteeksel aan de achterzijde van
de crista iliaca. Vormt een herkenbaar kuiltje in
de huid.
Palpatie; Deze kan niet worden gepalpeerd,
maar een klein kuiltje in de huid net boven de
bilplooi geeft vaak de locatie aan. Druk om de
structuur te voelen.
,Caput femoris
Functie; vormt samen met het acetabulum het
articulatio coxae, wat zorgt voor flexie, extensie,
abductie, adductie en rotaties van de heup en
schokdemping en krachtverdeling tijdens
bewegingen.
Vorm; bolvormige kop van het femur, wat
verbonden is met de femur schacht door de
collum femoris.
Palpatie; kan alleen indirect gepalpeerd worden
(omdat dieper in lichaam is en bedekt is door
spieren, pezen en ligamenten) door de sias en
trochanter major te gebruiken en de heup in
verschillende richtingen te bewegen. Hiermee
voel je de beweging van het caput femoris
binnen het acetabulum. Zo kan je de locatie
inschatten.
Omliggende spieren; m. iliopsoas, m. gluteus
medius, m. gluteus minimus, m. piriformis.
Collum femoris
Functie; zorgt voor overgang van heupkop naar schat van dijbeen,
absorbeert en verdeelt krachten en biedt een optimale
hefboomwerking.
Vorm; hals van het femur die de caput femoris verbindt met de
corpus femoris.
Palpatie; kan alleen indirect gepalpeerd worden (omdat dieper in
lichaam is en bedekt is door spieren, pezen en ligamenten) via de
trochanter major. Door de heup passief te bewegen wordt de
positie van de collum femoris beïnvloedt.
Omliggende spieren; M. iliopsoas, m. gluteus medius, m. gluteus
minimus, piriformis.
, Trochanter major
Functie; aanhechtingspunt voor m. gluteus medius, m. gluteus minimus, m.
piriformis.
Vorm; groot benig uitsteeksel aan de laterale zijde van het proximale femur.
Palpatie; laat het persoon liggen en plaats de hand op de laterale zijde van
de heup net onder de crista iliaca. Wanneer het been naar buiten wordt
gedraaid (exorotatie) voel je de trochanter major bewegen.
Omliggende structuren; net onder collum femoris.