Recht en rechtsvinding - Grondslag van recht
Hart: het recht is op, dus rechterlijke discretie
Legaliteitsbeginsel in het strafrecht
strafvordering moet een wettelijke basis hebben → Nullum crimen, nulla poena sine
lege praevia
- lex scripta: wettelijke strafbepaling moet een geschreven bepaling zijn
- lex certa: duidelijke delictsomschrijving
- geen terugwerkende kracht: geldt alleen voor toekomstige gevallen
- uitzondering Art 8 lid 2 EVRM, misdrijven tegen de menselijkheid
- uitzondering als de wetswijziging in voordeel is van de verdachte
- analogieverbod: geen toepassing in vergelijkbaar geval, maar alleen in dat specifieke
geval
- voorbeeld: volgens art. 429 Sr kan er niet bestraft worden op basis van
discrimintatie van leeftijd, omdat dit niet in de voorwaarden staat (ras,
godsdienst etc.)
Becceraira: de preventie van misdrijven is effectiever door de zekerheid van de straf, dan
door de zwaarte van de straf.
- een straf moet rechtvaardig zijn
- je handelen is alleen strafbaar als het vooraf is vastgelegd in de wet art 16 GW jo. Art
1 Sr
von Feuerbach:
- geen straf zonder wet art. 7 EVRM jo. art 49 EU handvest
- geen straf zonder misdrijf
- geen misdrijf zonder wet art. 7 EVRM jo. art 49 EU handvest
Wiarda’s typologie
Heteronome rechtsvinding: regel toepassen op de casus, mechanische rechtspraak
- keen
- Hart (rechtspositivisme): recht is regels
Gematigde geternome rechtsvinding: eerst precieze reikwijdte rechtsregels vaststellen,
regel interpreteren, ‘tolker van de wet’, bedoeling van de wetgever meenemen,
rechtsbeginselen
- foster
- Dworkin: alle gevallen moet het recht worden geïnterpreteerd in het licht van
beginselen
Autonome rechtsvinding: een rechter moet een open norm invullen of er is geen
rechtsregel om toe te passen, rechtsschepping
- handy
- Hart: de rechter zou recht moeten vormen in een heel moeilijk geval
Hart: het recht is op, dus rechterlijke discretie
Legaliteitsbeginsel in het strafrecht
strafvordering moet een wettelijke basis hebben → Nullum crimen, nulla poena sine
lege praevia
- lex scripta: wettelijke strafbepaling moet een geschreven bepaling zijn
- lex certa: duidelijke delictsomschrijving
- geen terugwerkende kracht: geldt alleen voor toekomstige gevallen
- uitzondering Art 8 lid 2 EVRM, misdrijven tegen de menselijkheid
- uitzondering als de wetswijziging in voordeel is van de verdachte
- analogieverbod: geen toepassing in vergelijkbaar geval, maar alleen in dat specifieke
geval
- voorbeeld: volgens art. 429 Sr kan er niet bestraft worden op basis van
discrimintatie van leeftijd, omdat dit niet in de voorwaarden staat (ras,
godsdienst etc.)
Becceraira: de preventie van misdrijven is effectiever door de zekerheid van de straf, dan
door de zwaarte van de straf.
- een straf moet rechtvaardig zijn
- je handelen is alleen strafbaar als het vooraf is vastgelegd in de wet art 16 GW jo. Art
1 Sr
von Feuerbach:
- geen straf zonder wet art. 7 EVRM jo. art 49 EU handvest
- geen straf zonder misdrijf
- geen misdrijf zonder wet art. 7 EVRM jo. art 49 EU handvest
Wiarda’s typologie
Heteronome rechtsvinding: regel toepassen op de casus, mechanische rechtspraak
- keen
- Hart (rechtspositivisme): recht is regels
Gematigde geternome rechtsvinding: eerst precieze reikwijdte rechtsregels vaststellen,
regel interpreteren, ‘tolker van de wet’, bedoeling van de wetgever meenemen,
rechtsbeginselen
- foster
- Dworkin: alle gevallen moet het recht worden geïnterpreteerd in het licht van
beginselen
Autonome rechtsvinding: een rechter moet een open norm invullen of er is geen
rechtsregel om toe te passen, rechtsschepping
- handy
- Hart: de rechter zou recht moeten vormen in een heel moeilijk geval