Inhoudsopgave
WEEK 1.......................................................................................................... 1
INLEIDING IN DE ANTROPOLOGIE VAN DE DOOD............................................................2
LITERATUUR WEEK 1....................................................................................................... 5
Begrippenlijst.................................................................................................................. 6
WEEK 2.......................................................................................................... 7
ONTWIKKELING EN TRENDS RONDOM DE DOOD............................................................7
LITERATUUR WEEK 2..................................................................................................... 13
Begrippenlijst................................................................................................................ 15
WEEK 3........................................................................................................ 16
MATERALITEIT EN PLAATSGEBONDENHEID VAN DE DOOD............................................16
LITERATUUR WEEK 3..................................................................................................... 19
Begrippenlijst................................................................................................................ 21
WEEK 4........................................................................................................ 22
DOOD EN HET MEER DAN MENSELIJKE..........................................................................22
LITERATUUR WEEK 4..................................................................................................... 26
Begrippenlijst................................................................................................................ 28
WEEK 5........................................................................................................ 30
NECROPOLITIEK EN DE MACHT VAN DE DOOD..............................................................30
LITERATUUR WEEK 5..................................................................................................... 33
Begrippenlijst................................................................................................................ 35
WEEK 6........................................................................................................ 36
ONSTERFELIJKHEID, EEN UNIVERSEEL VERLANGEN?.....................................................36
LITERATUUR WEEK 6..................................................................................................... 39
Begrippenlijst................................................................................................................ 42
WEEK 1
Hoorcollege 1 - 5 februari ’25
,INLEIDING IN DE ANTROPOLOGIE VAN DE DOOD
De belangrijkste boodschap van dit hoorcollege is dat de dood niet
simpelweg het einde van het leven is, maar eerder een proces van
transitie en transformatie, zowel biologisch als sociaal. Het college
benadrukt hoe verschillende culturen de dood als een overgang zien,
waarbij rituelen en symbolen helpen om de band tussen de levenden en
de doden te behouden. Doodsangst is een diepgeworteld menselijke
ervaring die ons vaak aanspoort om manieren van onsterfelijkheid te
zoeken, zoals door religie, kunst, of nageslacht. De dood wordt gezien als
een proces, niet een plotselinge gebeurtenis, en de omgang ermee is
cultureel bepaald, wat leidt tot verschillende benaderingen van rouw,
herinnering en het voortbestaan van de overledenen.
De dood is niet het definitieve einde, maar eerder een overgang naar een
andere vorm van bestaan of verbondenheid met de levenden.
Wat is de dood en hoe gaan we ermee om?
De dood is onvermijdelijk, maar betekent niet per se een einde. In veel
culturen wordt de dood gezien als een overgang, een transformatie naar
een andere vorm van bestaan—of dat nu wedergeboorte, voortleven in
herinneringen, of een spirituele reis is.
Dood is geen enkelvoudige gebeurtenis, maar een langdurig proces,
waarin de band tussen overledenen en levenden blijft bestaan. De manier
waarop we dood definiëren en herkennen, verandert door de tijd heen.
Wat als ‘dood’ wordt beschouwd, verschilt per samenleving en tijdperk.
Mensen proberen sterfelijkheid te overstijgen door iets blijvends na te
laten: nakomelingen, herinneringen, cultuur of nalatenschap. De dood
brengt daarmee altijd iets nieuws voort.
Door een cross-culturele bril kunnen we zowel de verschillen als de
overeenkomsten in doodsopvattingen ontdekken. Wat betekent sterven in
onze tijd en hoe verhoudt dat zich tot andere tijden en culturen?
Dood & Onsterfelijkheid
Mensen zijn zich bewust van hun sterfelijkheid, wat angst kan oproepen.
Als reactie hierop proberen we de dood te ontkennen of eraan te
ontsnappen, vaak door het idee van onsterfelijkheid.
Religie en rituelen bieden troost en helpen ons omgaan met de dood.
Doodsrituelen versterken de band binnen een gemeenschap en geven
betekenis aan verlies. Ze vervullen verschillende functies, zoals
rouwverwerking, het eren van de overledene en het bevestigen van een
voortbestaan, in welke vorm dan ook.
Doodsangst als drijfveer
De angst voor de dood is een van de sterkste menselijke drijfveren. Het
besef van onze eindigheid beïnvloedt veel van wat we doen—van het
zoeken naar betekenis en nalatenschap tot het ontwikkelen van religie en
cultuur.
,Zoals Becker stelt, proberen mensen op allerlei manieren de dood te
overstijgen of te ontkennen, omdat het idee van een definitief einde
ondraaglijk is. Dit verlangen naar onsterfelijkheid uit zich in symbolische
en culturele creaties, van kunst en wetenschap tot rituelen en
geloofssystemen.
Symbolic immortality
Mensen proberen die continuïteit op verschillende manieren te
waarborgen
- Theologisch: verschillende religieuze vormen van het hiernamaals
- Biologisch: voortbestaan in nageslacht, besef van je voorouders
- Natuurlijk: troostend idee dat het lichaam weer wordt opgenomen
in de natuurlijke cyclus as/lichaam opgenomen in de aarde
- Creatief: werken die kunnen voortbestaan bv. Kunst
- Experiental: mensen die door trans/drugs een hallucinerende
ervaring hebben gehad/of verhoogd bewustzijnsniveau, dat er veel
meer is dan het leven hier en nu
- Digitaal/virtueel: voortbestaan via data/internet leven
- Techno-wetenschappelijk: geloof in biologische onsterfelijkheid
Ambivalente houding tegenover de doden
Nabestaanden ervaren een tegenstrijdig gevoel tegenover de
overledenen. Enerzijds willen ze afscheid nemen en verdergaan met hun
leven, anderzijds willen ze de
band met de overledene
behouden.
Doodsrituelen (in de
antropologie spreken we over)
Overgangsrituelen
Hertz:
Van Gennep:
Rituelen en Overgangsfases (Van Gennep)
, Bij elke grote overgang in het leven—zoals geboorte, volwassenwording,
huwelijk en dood—voeren mensen rituelen uit volgens een vast patroon.
Van Gennep beschrijft deze overgangsrituelen als een proces in drie fasen:
1. Afscheiding: De oude status wordt losgelaten.
2. Liminale fase: Een tussentoestand waarin iemand ‘tussen twee
werelden’ zit, niet langer in de oude status maar nog niet volledig
geïntegreerd in de nieuwe.
3. Re-integratie: De persoon krijgt een nieuwe rol of identiteit binnen
de gemeenschap.
Doodsrituelen volgen ditzelfde patroon. Voor de overledene markeren ze
de overgang naar een nieuwe vorm van bestaan (bijvoorbeeld in
herinnering of spiritueel). Voor de nabestaanden helpen ze bij het
verwerken van verlies en het hervinden van hun plaats in het leven zonder
de overledene.
“Because death, both socially and biologically, is more of a process than a
sudden event (Hertz 1960 [1907]), the corpse has also been called a
liminal object suspended between two states, two worlds:
As a ‘postmortem subject’ and commodified object, the corpse disrupts
stable dualities between subjectivity and objecthood” (Dawdy 2020, 210;
emphasis added).
De Dood als Proces en het Liminale Lichaam
Dood is niet slechts een plotselinge gebeurtenis, maar een geleidelijk
proces, zowel biologisch als sociaal (Hertz 1907). Het lichaam van de
overledene bevindt zich in een tussentoestand: het is geen levend persoon
meer, maar ook nog niet volledig verdwenen of ontbonden.
Het lichaam wordt een liminaal object, zwevend tussen twee werelden.
Het kan tegelijkertijd worden gezien als een ‘postmortem subject’—een
overblijfsel van iemands identiteit—en als een object dat kan worden
behandeld, begraven of zelfs gecommercialiseerd. Dit daagt de strikte
scheiding tussen subject (persoon) en object (ding) uit en maakt de
omgang met de dood complex en cultureel bepaald.
De Ambiguïteit van het Lichaam en de Veranderende Betekenis
van Dood
Het dode lichaam bevindt zich in een tussentoestand: het is geen levend
persoon meer, maar ook niet zomaar een object. Voor sommigen biedt
deze ‘tussenheid’ troost, omdat het lichaam niet alleen een herinnering is,
maar een voortdurende aanwezigheid van de overledene zelf (Dawdy
2020). Dit zie je bijvoorbeeld bij crematieportretten, die niet slechts
symbolische representaties zijn, maar als een vorm van voortleven worden
beschouwd.
Anne Allison stelt de vraag of de doden worden behandeld als mensen of
als objecten. In een tijd waarin traditionele rouwrituelen verdwijnen,
nemen technologieën zoals geautomatiseerde graven en robotische
WEEK 1.......................................................................................................... 1
INLEIDING IN DE ANTROPOLOGIE VAN DE DOOD............................................................2
LITERATUUR WEEK 1....................................................................................................... 5
Begrippenlijst.................................................................................................................. 6
WEEK 2.......................................................................................................... 7
ONTWIKKELING EN TRENDS RONDOM DE DOOD............................................................7
LITERATUUR WEEK 2..................................................................................................... 13
Begrippenlijst................................................................................................................ 15
WEEK 3........................................................................................................ 16
MATERALITEIT EN PLAATSGEBONDENHEID VAN DE DOOD............................................16
LITERATUUR WEEK 3..................................................................................................... 19
Begrippenlijst................................................................................................................ 21
WEEK 4........................................................................................................ 22
DOOD EN HET MEER DAN MENSELIJKE..........................................................................22
LITERATUUR WEEK 4..................................................................................................... 26
Begrippenlijst................................................................................................................ 28
WEEK 5........................................................................................................ 30
NECROPOLITIEK EN DE MACHT VAN DE DOOD..............................................................30
LITERATUUR WEEK 5..................................................................................................... 33
Begrippenlijst................................................................................................................ 35
WEEK 6........................................................................................................ 36
ONSTERFELIJKHEID, EEN UNIVERSEEL VERLANGEN?.....................................................36
LITERATUUR WEEK 6..................................................................................................... 39
Begrippenlijst................................................................................................................ 42
WEEK 1
Hoorcollege 1 - 5 februari ’25
,INLEIDING IN DE ANTROPOLOGIE VAN DE DOOD
De belangrijkste boodschap van dit hoorcollege is dat de dood niet
simpelweg het einde van het leven is, maar eerder een proces van
transitie en transformatie, zowel biologisch als sociaal. Het college
benadrukt hoe verschillende culturen de dood als een overgang zien,
waarbij rituelen en symbolen helpen om de band tussen de levenden en
de doden te behouden. Doodsangst is een diepgeworteld menselijke
ervaring die ons vaak aanspoort om manieren van onsterfelijkheid te
zoeken, zoals door religie, kunst, of nageslacht. De dood wordt gezien als
een proces, niet een plotselinge gebeurtenis, en de omgang ermee is
cultureel bepaald, wat leidt tot verschillende benaderingen van rouw,
herinnering en het voortbestaan van de overledenen.
De dood is niet het definitieve einde, maar eerder een overgang naar een
andere vorm van bestaan of verbondenheid met de levenden.
Wat is de dood en hoe gaan we ermee om?
De dood is onvermijdelijk, maar betekent niet per se een einde. In veel
culturen wordt de dood gezien als een overgang, een transformatie naar
een andere vorm van bestaan—of dat nu wedergeboorte, voortleven in
herinneringen, of een spirituele reis is.
Dood is geen enkelvoudige gebeurtenis, maar een langdurig proces,
waarin de band tussen overledenen en levenden blijft bestaan. De manier
waarop we dood definiëren en herkennen, verandert door de tijd heen.
Wat als ‘dood’ wordt beschouwd, verschilt per samenleving en tijdperk.
Mensen proberen sterfelijkheid te overstijgen door iets blijvends na te
laten: nakomelingen, herinneringen, cultuur of nalatenschap. De dood
brengt daarmee altijd iets nieuws voort.
Door een cross-culturele bril kunnen we zowel de verschillen als de
overeenkomsten in doodsopvattingen ontdekken. Wat betekent sterven in
onze tijd en hoe verhoudt dat zich tot andere tijden en culturen?
Dood & Onsterfelijkheid
Mensen zijn zich bewust van hun sterfelijkheid, wat angst kan oproepen.
Als reactie hierop proberen we de dood te ontkennen of eraan te
ontsnappen, vaak door het idee van onsterfelijkheid.
Religie en rituelen bieden troost en helpen ons omgaan met de dood.
Doodsrituelen versterken de band binnen een gemeenschap en geven
betekenis aan verlies. Ze vervullen verschillende functies, zoals
rouwverwerking, het eren van de overledene en het bevestigen van een
voortbestaan, in welke vorm dan ook.
Doodsangst als drijfveer
De angst voor de dood is een van de sterkste menselijke drijfveren. Het
besef van onze eindigheid beïnvloedt veel van wat we doen—van het
zoeken naar betekenis en nalatenschap tot het ontwikkelen van religie en
cultuur.
,Zoals Becker stelt, proberen mensen op allerlei manieren de dood te
overstijgen of te ontkennen, omdat het idee van een definitief einde
ondraaglijk is. Dit verlangen naar onsterfelijkheid uit zich in symbolische
en culturele creaties, van kunst en wetenschap tot rituelen en
geloofssystemen.
Symbolic immortality
Mensen proberen die continuïteit op verschillende manieren te
waarborgen
- Theologisch: verschillende religieuze vormen van het hiernamaals
- Biologisch: voortbestaan in nageslacht, besef van je voorouders
- Natuurlijk: troostend idee dat het lichaam weer wordt opgenomen
in de natuurlijke cyclus as/lichaam opgenomen in de aarde
- Creatief: werken die kunnen voortbestaan bv. Kunst
- Experiental: mensen die door trans/drugs een hallucinerende
ervaring hebben gehad/of verhoogd bewustzijnsniveau, dat er veel
meer is dan het leven hier en nu
- Digitaal/virtueel: voortbestaan via data/internet leven
- Techno-wetenschappelijk: geloof in biologische onsterfelijkheid
Ambivalente houding tegenover de doden
Nabestaanden ervaren een tegenstrijdig gevoel tegenover de
overledenen. Enerzijds willen ze afscheid nemen en verdergaan met hun
leven, anderzijds willen ze de
band met de overledene
behouden.
Doodsrituelen (in de
antropologie spreken we over)
Overgangsrituelen
Hertz:
Van Gennep:
Rituelen en Overgangsfases (Van Gennep)
, Bij elke grote overgang in het leven—zoals geboorte, volwassenwording,
huwelijk en dood—voeren mensen rituelen uit volgens een vast patroon.
Van Gennep beschrijft deze overgangsrituelen als een proces in drie fasen:
1. Afscheiding: De oude status wordt losgelaten.
2. Liminale fase: Een tussentoestand waarin iemand ‘tussen twee
werelden’ zit, niet langer in de oude status maar nog niet volledig
geïntegreerd in de nieuwe.
3. Re-integratie: De persoon krijgt een nieuwe rol of identiteit binnen
de gemeenschap.
Doodsrituelen volgen ditzelfde patroon. Voor de overledene markeren ze
de overgang naar een nieuwe vorm van bestaan (bijvoorbeeld in
herinnering of spiritueel). Voor de nabestaanden helpen ze bij het
verwerken van verlies en het hervinden van hun plaats in het leven zonder
de overledene.
“Because death, both socially and biologically, is more of a process than a
sudden event (Hertz 1960 [1907]), the corpse has also been called a
liminal object suspended between two states, two worlds:
As a ‘postmortem subject’ and commodified object, the corpse disrupts
stable dualities between subjectivity and objecthood” (Dawdy 2020, 210;
emphasis added).
De Dood als Proces en het Liminale Lichaam
Dood is niet slechts een plotselinge gebeurtenis, maar een geleidelijk
proces, zowel biologisch als sociaal (Hertz 1907). Het lichaam van de
overledene bevindt zich in een tussentoestand: het is geen levend persoon
meer, maar ook nog niet volledig verdwenen of ontbonden.
Het lichaam wordt een liminaal object, zwevend tussen twee werelden.
Het kan tegelijkertijd worden gezien als een ‘postmortem subject’—een
overblijfsel van iemands identiteit—en als een object dat kan worden
behandeld, begraven of zelfs gecommercialiseerd. Dit daagt de strikte
scheiding tussen subject (persoon) en object (ding) uit en maakt de
omgang met de dood complex en cultureel bepaald.
De Ambiguïteit van het Lichaam en de Veranderende Betekenis
van Dood
Het dode lichaam bevindt zich in een tussentoestand: het is geen levend
persoon meer, maar ook niet zomaar een object. Voor sommigen biedt
deze ‘tussenheid’ troost, omdat het lichaam niet alleen een herinnering is,
maar een voortdurende aanwezigheid van de overledene zelf (Dawdy
2020). Dit zie je bijvoorbeeld bij crematieportretten, die niet slechts
symbolische representaties zijn, maar als een vorm van voortleven worden
beschouwd.
Anne Allison stelt de vraag of de doden worden behandeld als mensen of
als objecten. In een tijd waarin traditionele rouwrituelen verdwijnen,
nemen technologieën zoals geautomatiseerde graven en robotische