KAART EN ORIËNTATIE
CARTOGRAFIE
INLEIDING
o Cartografie
o = de wetenschap die de methodiek bestudeert om verschijnselen vh aardopp op kaart weer
te geven
o Kaart beantwoord de vragen
§ Waar?
§ Waarom?
§ Waarom daar?
WAT IS EEN KAART?
o Kaart
o = verkleinde (de schaal) en vereenvoudigde weergave v één of meer ruimtelijke aspecten op
een plat vlak (kaartblad), waarbij men gebruikt maakt v symbolen (legende)
o Noorden altijd aangeduid
o Let op!!
o Aarde = bol à kan niet op een plat vlak geprojecteerd worden zonder enige fouten
ELEMENTEN VD KAART
o Gradennet
o = Net v meridianen (lengtecirkels) en parallellen (breedtecirkels)
o Gebruikt voor plaatsbepaling ve punt op aarde
§ Geografische coördinaten (lengte-en breedteligging)
o Plaatsbepaling ve punt op aarde: geografische coördinaten
o Lengteligging
§ Afstand in graden tot nulmeridiaan à door Greenwich in
Engeland
§ Verdeeld aarde in Oostelijk en Westelijk halfrond
• Oosterlengte 0° tot max 180°
• Westerlengte 0° tot max 180°
o Breedteligging
§ Afstand in graden tot evenaar
§ Verdeeld aarde in Noordelijk en Zuidelijk halfrond
• Noorderlengte 0° tot max 90° (= Noordpool)
• Zuiderlengte 0° tot max 90° (=zuidpool)
,DE SCHAAL
o Schaal
o = drukt verhouding uit ve afstandseenheid op kaart tot de overeenkomstige afstand in
werkelijkheid
o Geeft aan hoeveel keer de afstand op kaart verkleind is tov de werkelijke afstand
o Soorten
o Breukschaal
§ Vb. 1/20 000
§ Steeds dezelfde eenheid
§ Moeilijk voor kinderen
o Lijnschaal
§ Eenvoudiger
§ Met touw werken
___________________________________________________________________________________________
o Didactische les rond schaal (4e leerjaar)
o Fase 1 à 2 foto’s (man en baby)
§ Vragen aan lln
• Wie is de grootste?
• Wie is de kleinste?
§ Lkr meet beide personen op foto
• Blijkt dat baby groter is?
§ Lln antwoorden
• Neen, want de man is VERKLEIND
§ Vraag aan lln
• Hoe groot zou de man in het echt zijn?
o Dan moet je weten HOEVEEL KEER hij VERKLEIND is
o Fase 2 à bordschema
§ Lln meten map en tekenen deze in werkelijke grootte op bord
• Bordschema wordt ingevuld
§ Lln meten deur en tekenen deze in werkelijke grootte op bord à gaat niet, bord is te
klein, dus moeten lln deze kleiner tekenen à helft vd werkelijke grootte
• Bordschema wordt ingevuld
§ Lln doen hetzelfde met de klas en de speelplaats
§ Lkr brengt begrip schaal aan
• Bordschema schaal wordt ingevuld
Wat op tekening … Meet in Tekeningen Schaal
dm meet werkelijkheid … dm
Map 1 1 - Map wordt even 1/1
Deur 1 2 groot getekend 1/2
Klas 1 5 - de rest verkleind 1/5
Speelplaats 1 50 getekend 1/50
o Fase 3 à speelgoed
§ Lln krijgen een werkbundel met tekeningen en echt speelgoed
§ Lln meten tekening en bepalen dan werkelijke grootte vh speelgoed of omgekeerd
, o Fase 4 à werkelijke kaarten
§ Lln oefenen met werkelijke kaarten
§ Vb. eigen gemeente, de Zoo, Plopsaland,…
DE LEGENDE
o Legende
o = vormt verklarende lijst vd op kaart gebruikte tekens en symbolen
___________________________________________________________________________________________
o Didactische les rond legende (1e/2e leerjaar)
o Fase 1 à leerwandeling
§ Lln wandelen samen met lkr in gemeente
§ Stoppen bij enkele winkels
• Vragen aan lln
o Wat knn we kopen?,…
o Waar op het plan, vinden we deze winkel? à lln duiden aan
o Fase 2 à OLG
§ Plan op bord hangen
§ Vragen aan lln
• Welke winkels hebben we gezien? à lln duiden aan
o Fase 3 à bordschema
§ Lkr hangt woordstroken op bord met de winkels
§ Vragen aan lln
• Waar liggen deze winkels? à lln hangen woordstroken op bord
o MAAR woordstroken overlappen elkaar en plan is niet meer
duidelijk zichtbaar
§ Lkr maakt aan lln duidelijk dat woordstroken geen goed idee zijn
§ Lkr stelt lln voor probleem en vraagt hoe het probleem aan te pakken?
• Symbolen gebruiken
o Deze op plan hangen/tekenen
• Kleuren gebruiken
o Deze op plan inkleuren
§ Lkr brengt het begrip legende aan
o Fase 4 à eenvoudige kaarten
§ Lln oefenen hierop met eenvoudige kaarten
§ Vb. eigen gemeente, de Zoo, Plopsaland,…
INDELING V KAARTEN
o Basiskaarten
o Oa. topografische kaarten (zie examentaak) en plattegronden
ORIËNTEREN
WAT IS ORIËNTEREN?
o Oriënteren
o = je plaats bepalen tov de windstreken
, § Plaats waar jij staat tov anderen/iets
o Noorden, Oosten, Zuiden en Westen à gebruiken bij aanduiding op kaart
o BELANGRIJK
o Windroos leggen op plaats waar je je moet oriënteren
§ Dus geef elke lln een windroos en vraag dan te oriënteren tov een andere lln
HOE KAN JE JE ORIËNTEREN?
o De zon
o Zie wero 1.1 met zonnemannetjes
o Uurwerk
o Richt kleine wijzer vh uurwerk naar de zon
o Helft vd hoek tss kleine wijzer en middaguur (12u) à zuidelijke
richting
o Kompas
o Topografische kaart
o Bovenkant kaart à noorden
o Referentiepunten zoeken in landschap om te oriënteren
o Poolster
o Enkel bij heldere hemel
o Laatste ster vd staart vd kleine beer à wijst noordelijke
richting aan
GEOCACHING
o Men zoekt een doosje met een logboek en een aantal gadgets erin
o A.d.h.v. een app kan je de coördinaten vh doosje vinden en dus ook de plaats waar het ligt
o Meestal vullen, diegene die het doosje vinden, het logboek aan en ruilen een gadget om voor een
ander gadget v zichzelf
RELIËF OP KAART
WAT IS RELIËF?
o Reliëf
o = de verschillen in hoogte en laagte vh opp vormen vh reliëf vh landschap
o 4 elementen à belangrijk
o Hoogte
o Hoogteverschil (tss 2 punten)
o Helling
§ Door afstand tss hoogtelijnen te bekijken
o Horizon
§ Horizontaal, golvend of hoekig
DE HOOGTELIGGING
o Hoogteligging
o = hoogteverschil tss dat punt en het Belgisch nulpunt