VAARDIG MET RECHT
Vaardigheden voor juristen - Vierde druk – Jaap Hage, Bart Verheij en Fokke
Fernhout
LexRosa 2020 - Verspreiden niet toegestaan
1
,Inhoudsopgave
H1 – Wat juristen moeten kunnen ......................................................................... 3
H2 – Het zoeken van rechtsregels ......................................................................... 4
H3 – Rechtsregels .................................................................................................. 8
H4 – Verbindingswoorden, nadere analyse en nevenanalyse ............................. 11
H5 – Toetsing ...................................................................................................... 12
H6 – Het schrijven van een betoog over een casusoplossing ............................. 14
H7 – Jurisprudentie ............................................................................................. 16
H8 – Het gebruik van jurisprudentie en literatuur bij casusoplossen ................. 22
H9 – Redeneren en argumenteren ....................................................................... 25
H10 – Op zoek naar de bronnen .......................................................................... 28
H11 – Het schrijven van een scriptie .................................................................. 30
LexRosa 2020 - Verspreiden niet toegestaan
2
, H1 – Wat juristen moeten kunnen
Aangeven wat volgens het recht ‘de’ oplossing is van een probleem. Het oplossen van een juridisch
probleem – juristen spreken doorgaans van ‘casus’ en bij verschillende problemen van verschillende
‘casus’- verloopt in drie opeenvolgende fasen: regelselectie, regelanalyse en regeltoetsing.
De jurist zoekt eerst een rechtsregel waarmee hij een antwoord kan geven op de voorgelegde vraag (1.
Regelselectie);
Vervolgens gaat hij na wat die regel nu precies inhoudt (2. Regelanalyse);
Als dat duidelijk is, worden casus en regel met elkaar in verband gebracht: de casus wordt getoetst aan
de regel (3. Regeltoetsing).
Daarmee is nog geen antwoord op de vraag, dus komt er nog een vierde fase bij: 4. het geven van een
antwoord. In de juridische praktijk moet zo’n antwoord worden onderbouwd. Schriftelijke
onderbouwing heet een betoog. Een betoog is een schriftelijke onderbouwing voor een aan casus
verbonden juridisch probleem. Het juridisch probleem is de rechtsvraag.
1. Regelselectie;
2. Regelanalyse;
3. Regeltoetsing;
4. Uitwerken oplossing in schriftelijk betoog.
Het bovenstaande heet casusoplossen. Casusoplossen bestaat dus uit vier stappen.
Uitleg bij punt één: op dit moment zijn er 1866 wetten in Nederland. Daarnaast zijn er nog algemene
maatregelen van bestuur (AMvB), verordeningen, ministeriële regelingen, verdragen en nog veel
meer. Al die documenten bevatten rechtsregels die voor een casus van belang kunnen zijn. Niemand
kent al die bepalingen uit zijn hoofd. Het is vaak een kwestie van zoeken om de toepasselijke regel te
vinden.
Uitleg bij punt twee: analyseren van de rechtsregel is het vaststellen van de betekenis van die regel.
Wat staat er nu eigenlijk precies in en hoe verhouden de verschillende elementen van de regel zich tot
elkaar? In iedere regel komen elementen voor die ook in andere regels zijn aan te treffen. Ook moet de
samenhang met opvattingen niet uit het oog verloren worden (de jurisprudentie) en het opzoeken van
literatuur (wetenschappelijke publicaties over juridische onderwerpen).
Uitleg bij punt drie: onder de regeltoetsing wordt verstaan het leggen van een verband tussen de
casus en de regel. Er wordt getoetst tot welke uitkomst de toepassing van de regel op de casus leidt.
Toetsing is meestal niet zo moeilijk. Regel en casus worden systematisch in verband gebracht.
Uitleg bij punt vier: het onderbouwen in een betoog is een vaardigheid die is aangeleerd. Een proces
van vallen en opstaan. Een standpunt moet voor een jurist niet alleen informeren (controleerbaar zijn),
maar ook overtuigen (aanvaardbaar zijn).
LexRosa 2020 - Verspreiden niet toegestaan
3