X: invloedfactoren, onafhankelijke factor UCL/ USL
Y = f(X) (prestatie afhankelijk van invloed)
Cp = (USL-LSL) / (6σ)
Cpk = (µ-LSL) / (3σ)
VSM LCL/ LSL
Flowchart symbolen >
7 verspillingen, TIMWOOD(S):
T = transport (transport)
I = inventory (voorraad)
M = motion (beweging)
W = waiting (wachten)
O = overproduction (overproductie)
O = overprocessing
(overbewerking)
D = defects (fouten)
S = skills (vaardigheden)
< Spaghettidiagram
M’s: FMEA > P(robability)-waarde:
Mens P waarde is laag (H0 afwijzen) = P < 0.05
Methode P waarde is hoog (H0 afwijzen) = P > 0.75
Materieel
Materiaal Verschillende hoeden Edward de Bono:
Milieu Witte hoed: ratio en informatie
Moment Gele hoed: logisch positieve
(Meetmethode) Rode hoed: gevoel, intuïtie en emotie
(Management) Groene hoed: creatieve hoed
Blauwe hoed: reggiseur van denkproces
Pugh Concept Zwarte hoed: logisch negatieve
selectie >
5 S-en: Kanban: wordt gebruikt om goederenstroom aan te
1. Scheiden sturen. Zorgt voor directe koppeling tussen
2. Sorteren materiaalverbruik klant en productie leverancier.
3. Schoonmaken Direct samenhangende begrippen Kanban:
4. Standaardiseren Two-bin, Pull en Klantvraag PICK-schema
5. Systematiseren
Poka Yoke: methode om een proces
Kaizen: zo te vormen dat het onmogelijk wordt
continue verbetering om fouten te maken.
Soorten audits: RACI >
Financiële-audit, Kwaliteitsaudit, Procesaudit,
Veiligheidsaudit en Milieu-audit
Out of Control Action Plan (OCAP) Responsible Accountable Consulted
Informed (RACI) -matrix: geeft inzicht in
welke medewerker welke kennis en
vaardigheden heeft.
Audit: onderzoek om te toetsen hoe iets
werkelijk verloopt.
Auditor: verantwoordelijk voor het
onafhankelijke en objectief beoordelen van
de interne beheersing systemen en
processen van een organisatie.
Auditee: interne audit, legt resultaten vast.