A FWIJKENDE MONDGEWOOONTEN : DEEL 1
Deel 1: Achtergronden
1. Inleiding: Wie? Wat? Waarom? Wanneer?
Syllabus
In het orofaciale gebied zijn heel wat medici en paramedici werkzaam: orthodontist, tandarts, paradontoloog,
maxillofaciaalchirug, neus-keel-oorarts, psycholoog, logopedist en kinesitherapeut.
➔ Ze benaderen het oromyofunctionele probleem elk in dit gebied vanuit hun eigen visie.
Logopedist en orthodontist: interesse in mondfuncties
➔ Ze vragen zich af in hoeverre de mondfuncties elkaar onderling beïnvloeden en in hoeverre deze functies een
invloed hebben op de vorm van de kaken, gebit, gelaat en spreken.
- Logopedist: vooral geïnteresseerd in de invloed van de primaire mondfuncties (zuigen, slikken, kauwen) op de
secundaire mondfuncties (articuleren) omdat bij beide soorten mondfuncties dezelfde spieren in het orale
gebied (orale myofunctie) betrokken zijn.
- Orthodontist: interesse gaat uit naar de invloed van deze totale spierfunctie op de vorm van gebit, kaken,
verhemelte en gelaat (m.a.w. de structuren).
Hanson (1988):
‘Elke anatomische en/of fysiologische karakteristiek van de orofaciale structuren (lippen, tanden, tong, kaken,
verhemelte) welke opvallend verschillend is en welke interfereert met de normale ontwikkeling van de dentofaciale
structuren, de spraak, de fysische of de psychosociale ontwikkeling of die een cosmetische bezorgdheid meebrengt. Dit
slaat zowel op de rustpositie van de lippen en de tong, op het slikken als op verschillen in spraakpatronen.’
AMG die besproken worden: afwijkend slikken, afwijkende tongrustpositie, habitueel mondademen en duimzuigen.
Tongpersen in rust of bij slikken (tongue thrust) neemt binnen de groep van AMG een belangrijke plaats in.
Een gemeenschappelijk kenmerk van afwijkende mondgewoonten is een verandering in freeway space. Dit is het verschil
tussen de ruimte tussen boven- en onderkiezen in rust en in occlusie.
➔ Normale freeway space: 2 à 3 mm t.h.v. de kiezen; 4 à 6 mm t.h.v. de snijtanden (zie fig. 1)
Figuur 1: de freeway space
AMG komen vaak samen voor, wat eventueel onderling causaal verband kan zijn terwijl op basis van literatuurstudie
blijkt dat het eerder comorbiditeit is.
Onderzoek en behandeling van de verschillende AMG vertonen veel overeenkomsten.
In de cursus worden ze afzonderlijk besproken, maar er wordt frequent gewezen op de onderlinge samenhang.
Frequentie van voorkomen ligt vrij hoog.
Prevalentiecijfers Hanson & Cohen: 35 tot 80% bij vier- tot achttien-jarigen; 38% bij de totale populatie; 73% in
orthodontisten praktijk
1
,Patiëntpopulatie bestaat vooral uit kinderen.
➔ Onderzoek en behandeling zijn op deze leeftijdscategorie gericht.
Etiologie: Stes (2001) onderscheidt 3 categorieën van oorzaken:
1. Aangeboren/verworven anatomische en/of fysiologische afwijkingen
2. Emotionele stoornissen
3. Foutieve gewoonten (leerprocessen)
Logopedische interventie bij AMG dringt zich op omdat de afwijkingen belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de
orofaciale structuren en voor de articulatie.
PowerPoint
• Wie?
o Orthodontist (vorm)
o Logopedist (functies)
o …
• Wat?
o Definitie (Hanson)
o Terminologie
▪ Afwijkende mondgewoonten
▪ Schadelijke mondgewoonten
▪ (Orofaciale) myofunctionele afwijkingen/problemen
o Soorten
▪ Afwijkende tongrustpositie
▪ Afwijkend slikken
▪ Habitueel mondademen
▪ Duimzuigen
▪ Bruxisme, liplikken, vinger- of nagelbijten…
o Tongue thrust
• Wanneer?
o Samen voorkomen: comorbiditeit of causaliteit
o Prevalentie
o Doelgroep
o Etiologie
• Waarom?
o Gevolgen voor orofaciale structuren (orthodontist)
o Gevolgen voor de articulatie (logopedist)
2
, 2. Welke structuren spelen een rol bij mondfuncties?
2.1. Orofaciale mycologische en neurologie
Myologie kan niet ontbreken!
De relevante spieren in de mond (oraal) en gelaat (faciaal) worden in tabellen opgesomd en naast hun functie of werking
(gerealiseerd door o.a. craniale zenuwen) wordt het verband met de specifieke normale (n) en afwijkende (a)
mondgewoonten vermeld.
Bij AMG is de normale spierwerking of orofaciale myofunctie verstoord.
De zenuwen zorgen naast spiercontracties (motoriek) en de overdracht van sensorische informatie ook voor
speekselsecretie. Er spelen nog heel wat structuren van het zenuwstelsel een rol: zo bevinden zich t.h.v. de hersenstam
de centra voor zuigen, slikken, ademhalen en speekselproductie.
Tabel 1: aangezichtsspieren
Spieren Bezenuwing Functie Verband met mondfunctie (n/a)
M. orbicularis oris N. facialis Sluiten van de mond n: basistonus voor lipsluiting in rust;
milde tonusverhoging t.h.v. de lippen bij
kauwen en slikken; spierkracht bovenlip
> spierkracht onderlip
a: tonusverhoging bij afwijkend slikken,
tonusverlaging bij open mondgedrag en
verkeerde rustpositie
M. buccinator N. facialis Drukken van wang tegen tanden n: voedselpersspier; voorkomt
voedselresten in de wangzak; houdt de
tandenboog in vorm; biedt weerwerk
aan tongkracht
a: verstoord spierevenwicht kan leiden
tot malocclusies, verkeerde spierfunctie
of verandering van de
mondholtestructuur
M. mentalis N. facialis Optrekken en naar voor brengen n: geen belangrijke functie
van de onderlip
a: overdreven activiteit bij afwijkende
mondgewoonten (zie speldenkussenkin)
Figuur 2: aangezichtsspieren
3
Deel 1: Achtergronden
1. Inleiding: Wie? Wat? Waarom? Wanneer?
Syllabus
In het orofaciale gebied zijn heel wat medici en paramedici werkzaam: orthodontist, tandarts, paradontoloog,
maxillofaciaalchirug, neus-keel-oorarts, psycholoog, logopedist en kinesitherapeut.
➔ Ze benaderen het oromyofunctionele probleem elk in dit gebied vanuit hun eigen visie.
Logopedist en orthodontist: interesse in mondfuncties
➔ Ze vragen zich af in hoeverre de mondfuncties elkaar onderling beïnvloeden en in hoeverre deze functies een
invloed hebben op de vorm van de kaken, gebit, gelaat en spreken.
- Logopedist: vooral geïnteresseerd in de invloed van de primaire mondfuncties (zuigen, slikken, kauwen) op de
secundaire mondfuncties (articuleren) omdat bij beide soorten mondfuncties dezelfde spieren in het orale
gebied (orale myofunctie) betrokken zijn.
- Orthodontist: interesse gaat uit naar de invloed van deze totale spierfunctie op de vorm van gebit, kaken,
verhemelte en gelaat (m.a.w. de structuren).
Hanson (1988):
‘Elke anatomische en/of fysiologische karakteristiek van de orofaciale structuren (lippen, tanden, tong, kaken,
verhemelte) welke opvallend verschillend is en welke interfereert met de normale ontwikkeling van de dentofaciale
structuren, de spraak, de fysische of de psychosociale ontwikkeling of die een cosmetische bezorgdheid meebrengt. Dit
slaat zowel op de rustpositie van de lippen en de tong, op het slikken als op verschillen in spraakpatronen.’
AMG die besproken worden: afwijkend slikken, afwijkende tongrustpositie, habitueel mondademen en duimzuigen.
Tongpersen in rust of bij slikken (tongue thrust) neemt binnen de groep van AMG een belangrijke plaats in.
Een gemeenschappelijk kenmerk van afwijkende mondgewoonten is een verandering in freeway space. Dit is het verschil
tussen de ruimte tussen boven- en onderkiezen in rust en in occlusie.
➔ Normale freeway space: 2 à 3 mm t.h.v. de kiezen; 4 à 6 mm t.h.v. de snijtanden (zie fig. 1)
Figuur 1: de freeway space
AMG komen vaak samen voor, wat eventueel onderling causaal verband kan zijn terwijl op basis van literatuurstudie
blijkt dat het eerder comorbiditeit is.
Onderzoek en behandeling van de verschillende AMG vertonen veel overeenkomsten.
In de cursus worden ze afzonderlijk besproken, maar er wordt frequent gewezen op de onderlinge samenhang.
Frequentie van voorkomen ligt vrij hoog.
Prevalentiecijfers Hanson & Cohen: 35 tot 80% bij vier- tot achttien-jarigen; 38% bij de totale populatie; 73% in
orthodontisten praktijk
1
,Patiëntpopulatie bestaat vooral uit kinderen.
➔ Onderzoek en behandeling zijn op deze leeftijdscategorie gericht.
Etiologie: Stes (2001) onderscheidt 3 categorieën van oorzaken:
1. Aangeboren/verworven anatomische en/of fysiologische afwijkingen
2. Emotionele stoornissen
3. Foutieve gewoonten (leerprocessen)
Logopedische interventie bij AMG dringt zich op omdat de afwijkingen belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de
orofaciale structuren en voor de articulatie.
PowerPoint
• Wie?
o Orthodontist (vorm)
o Logopedist (functies)
o …
• Wat?
o Definitie (Hanson)
o Terminologie
▪ Afwijkende mondgewoonten
▪ Schadelijke mondgewoonten
▪ (Orofaciale) myofunctionele afwijkingen/problemen
o Soorten
▪ Afwijkende tongrustpositie
▪ Afwijkend slikken
▪ Habitueel mondademen
▪ Duimzuigen
▪ Bruxisme, liplikken, vinger- of nagelbijten…
o Tongue thrust
• Wanneer?
o Samen voorkomen: comorbiditeit of causaliteit
o Prevalentie
o Doelgroep
o Etiologie
• Waarom?
o Gevolgen voor orofaciale structuren (orthodontist)
o Gevolgen voor de articulatie (logopedist)
2
, 2. Welke structuren spelen een rol bij mondfuncties?
2.1. Orofaciale mycologische en neurologie
Myologie kan niet ontbreken!
De relevante spieren in de mond (oraal) en gelaat (faciaal) worden in tabellen opgesomd en naast hun functie of werking
(gerealiseerd door o.a. craniale zenuwen) wordt het verband met de specifieke normale (n) en afwijkende (a)
mondgewoonten vermeld.
Bij AMG is de normale spierwerking of orofaciale myofunctie verstoord.
De zenuwen zorgen naast spiercontracties (motoriek) en de overdracht van sensorische informatie ook voor
speekselsecretie. Er spelen nog heel wat structuren van het zenuwstelsel een rol: zo bevinden zich t.h.v. de hersenstam
de centra voor zuigen, slikken, ademhalen en speekselproductie.
Tabel 1: aangezichtsspieren
Spieren Bezenuwing Functie Verband met mondfunctie (n/a)
M. orbicularis oris N. facialis Sluiten van de mond n: basistonus voor lipsluiting in rust;
milde tonusverhoging t.h.v. de lippen bij
kauwen en slikken; spierkracht bovenlip
> spierkracht onderlip
a: tonusverhoging bij afwijkend slikken,
tonusverlaging bij open mondgedrag en
verkeerde rustpositie
M. buccinator N. facialis Drukken van wang tegen tanden n: voedselpersspier; voorkomt
voedselresten in de wangzak; houdt de
tandenboog in vorm; biedt weerwerk
aan tongkracht
a: verstoord spierevenwicht kan leiden
tot malocclusies, verkeerde spierfunctie
of verandering van de
mondholtestructuur
M. mentalis N. facialis Optrekken en naar voor brengen n: geen belangrijke functie
van de onderlip
a: overdreven activiteit bij afwijkende
mondgewoonten (zie speldenkussenkin)
Figuur 2: aangezichtsspieren
3