Arbeidsrecht
Omschrijving begrip:
Het sociaal recht bestaat uit:
o Het arbeidsrecht
Doel: regelt de verhoudingen tussen werknemer en werkgever (= arbeidsverhoudingen) van
mensen die in ondergeschikt verband werken (= voor een baas werken).
Dit kan op individueel vlak: jij als werknemer die voor een werkgever werkt.
Maar dit kan ook op collectief vlak: de werknemers als groep die vertegenwoordigt worden
door de vakbonden ten aanzien van de werkgever of de werkgevers als groep
vertegenwoordigd door werkgeverorganisaties ten aanzien van de werknemers.
Het arbeidsrecht is niet van toepassing op ambtenaren (werken voor de overheid) en
zelfstandigen.
o Sociaal zekerheidsrecht
Doel: rijkdom herverdelen en deze herverdeling gebruiken om mensen te verdedigen tegen
sociale risico’s. Dit doet men doordat zowel werknemers als werkgevers sociale
zekerheidsbijdrage (RSZ) moeten betalen aan de overheid.
Het bedrag dat je moet betalen gebeurt op basis van je loon. Hoe hoger je loon, hoe meer
RSZ je zult moeten betalen. Dit zorgt dus voor de herverdeling van rijkdom.
Al dit geld komt samen in een grote pot en wordt gebruikt voor verdediging tegen sociale
risico’s als werkloosheid, ziekte, kinderen, arbeidsongevallen, pensioen,…
Het sociale zekerheidsrecht is van toepassing op werknemers, werkgevers, ambtenaren en
zelfstandigen. Dit is bij elk van hen verschillend.
Het arbeidsrecht bestaat uit:
o Arbeidsovereenkomstenrecht: wat zijn de rechten en plichten voor werkgever en
werknemer?
o Collectief arbeidsrecht: verhouding tussen werknemers en werkgevers als groep (relatie
vakbonden en werknemers of werkgeversorganisaties).
o Wetgeving loonbescherming: wanneer wordt het loon betaald, in welke munt,…?
o Arbeidsbeschermingsrecht/arbeidsreglementering: de werknemer beschermen bij de
uitvoering van arbeid. (nachtarbeid, arbeidsduur, zondagen, feestdagen,…)
o Arbeidsmarktrecht: toegang tot de arbeidsmarkt op vb. vlak van discriminatie,…
o Sociaal handhavingsrecht: toezicht op de naleving van het arbeidsrecht en de sancties in
geval van overtreding.
,Het sociaal zekerheidsrecht bestaat uit:
o Sociale verzekeringen
- Werkloosheidsverzekering
- Ziekte en invaliditeitsverzekeringen
- Pensioensverzekering
- Gezinsbijslagen
- Jaarlijkse vakantie
- Arbeidsongevallen en beroepsziekten
o Sociale bijstand
- Recht maatschappelijke integratie
- Inkomensgarantie voor ouderen
- Gewaarborgde gezinsbijslag
- Tegemoetkomingen aan personen met een handicap
Geschiedenis en het ontstaan:
19de eeuw: arbeidsverhoudingen waren gebaseerd op de principes van de Franse revolutie: vrijheid,
gelijkheid en broederlijkheid. De principes van de Franse revolutie kregen hun juridische vertaling in
de Code Civil. Het ging voornamelijk over de overeenkomst waarbij de ene partij zijn diensten
verhuurt aan de andere partij tegen de betaling van een prijs.
Over regels als arbeidsomstandigheden, arbeidsduur, loon, vakantie,… was geen sprake. Werkgever
en werknemer mochten deze zaken onderling regelen op basis van de principes van de Franse
revolutie. De overheid kwam niet tussen (= liberalisme).
De samenleving die hiervoor op landbouw leefde, maakte 2 industriële revoluties door die de
samenleving op vlak van industrie helemaal veranderde. Er kwamen fabrieken waardoor er een
plattelandsvlucht ontstond (= mensen die naar de stad vluchten om in fabrieken te gaan werken).
MAAR door het feit dat er geen regels waren over arbeidsomstandigheden en de overheid die niet
tussenkomt liep het mis. Er was veel kinderarbeid, werkdagen van meer dan 12u, geen jaarlijkse
vakantie, geen zondagsrust, geen ziekteverzekering, pensioen,…
Arbeiders mochten niet gezamenlijk protesteren door het coalitieverbod.
1886: keerpunt
Er kwamen grote stakingen tegen de slechte werkomstandigheden en de economische crisis.
Naar aanleiding van deze stakingen richtte Leopold II een commissie op voor nijverheidsarbeid met
als doel de arbeidsomstandigheden van de arbeiders te onderzoeken. De vrijheid werd aangetast en
de overheid kwam optreden.
Er ontstond een Belgische werkliedenpartij, eerste verkiezingen onder algemeen meervoudig
stemrecht, eerste ministerie van arbeid,…
Ten gevolge van dit alles grijpt de overheid in op de vrijheid van arbeid en ontstaan er eerste weten
als de loonbeschermingswet, wet rond kinder- en vrouwenarbeid, wet rond arbeidsongevallen,
verplichte zondagsrust…
,Nadien komen er meer omvattende wetten over het statuur van de werknemers. Wetten over de
arbeidsovereenkomst voor arbeiders en wetten over de arbeidsovereenkomst voor bedienden dit
verklaart het onderscheid tussen arbeiders en bedienden vandaag de dag.
Na WOII wordt gekenmerkt door de groeiende samenwerking tussen werknemer en
werkgeversorganisaties die gaan samenzitten en in collectief overleg gaan en de doorbraak van de
sociale zekerheid.
De jaren 80 tot nu worden gekenmerkt door de vraag naar flexibilisering en deregulering en het
belang van de Europese Unie.
Bronnen van het arbeidsrecht:
Het recht is een geheel van regels die door de samenleving tot stand zijn gekomen met als doel de
samenleving te ordenen. Dit geheel van regels is terug te vinden in de rechtsbronnen.
Rechtsbronnen kunnen zowel nationaal als internationaal zijn.
Internationaal Nationaal
Internationaal Europees Bilateraal Algemene Eigen bronnen
(verdragen bronnen arbeidsrecht
tussen 2
landen)
Verenigde naties Raad van België - Grondwet Collectieve
Europa Marokko arbeidsovereenkomst
Internationale Europese unie …. Wetten, Individuele
arbeidsorganisatie koninklijke en arbeidsovereenkomst
ministeriële
besluiten
Organisatie voor Rechtspraak Arbeidsreglement
economische
samenwerking en
ontwikkeling
Rechtsleer Gebruik
Internationaal:
Binnen de internationale verdragen kunnen we een onderscheidt maken tussen bilaterale en
multilaterale verdragen. Bilateraal wilt zeggen dat er een verdrag gesloten wordt tussen België en
een ander land. Wanneer er een verdrag gesloten wordt tussen meer dan twee landen, spreekt men
over multilateraal.
Internationale verdragen komen tot stand door:
o Onderhandeling tussen de landen die betrokken zijn
o Nadien ondertekenen deze landen het als ze er mee akkoord gaan
o Goedkeuring door het parlement (wetgevende macht)
o Bekrachtiging door de uitvoerende macht
o Publicatie in het Belgisch Staatsblad
, o Inwerkingtreding, meestal pas wanneer een minimum aantal lidstaten het verdrag
geratificeerd heeft. (= de datum die wordt bepaald dat de handeling in gaat)
Soms hebben verdragen directe werking, ze zijn dan afdwingbaar. Dit is niet altijd het geval.
Daarnaast kan een internationaal verdrag opgezegd worden door ondertekening of door uit te
stappen.
Internationale bronnen:
o De Verenigde Naties
Werd opgericht met als hoofddoelstelling de internationale vrede te bewaren.
Het belangrijkste verdrag is de Universele verklaring voor de rechten van de mens. Deze
bevat ook bepalingen in verband met arbeidsrecht zoals het recht op arbeid, een gelijk loon
bij gelijk werk, recht op rust en vrije tijd,.. (art. 23 – 24)
Andere Verenigde Naties verdragen zijn: Het BUPO verdrag (= het internationaal verdrag
inzake burgerlijke en politieke rechten) en het IVESC verdrag (= het internationaal verdrag
inzake economische, sociale en culturele rechten).
o Internationale arbeidsorganisatie (I.A.O)
Is een gespecialiseerde instelling van de Verenigde Naties.
Elke nationale delegatie binnen de IAO is driedelig samengesteld uit vertegenwoordigers van
de regering, de werkgevers en de vakbonden.
Er vindt jaarlijks een internationale arbeidsconventie plaats.
De I.A.O stelt aanbevelingen en conventies (= verdragen) op: 190 conventies en 206
aanbevelingen. Deze conventies aan aanbevelingen hebben een internationale harmonisatie,
wat wilt zeggen dat elk land dat een verdrag goedkeurt de minimumnormen moet naleven.
Hier staat controle op.
o Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (OESO)
Is een samenwerkingsverband tussen 34 geïndustrialiseerde landen.
Keurde ene gedragscode voor de multinationale ondernemingen goed. Een gedragscode is
een beschrijving van het gewenste gedrag binnen je bedrijf.
Omschrijving begrip:
Het sociaal recht bestaat uit:
o Het arbeidsrecht
Doel: regelt de verhoudingen tussen werknemer en werkgever (= arbeidsverhoudingen) van
mensen die in ondergeschikt verband werken (= voor een baas werken).
Dit kan op individueel vlak: jij als werknemer die voor een werkgever werkt.
Maar dit kan ook op collectief vlak: de werknemers als groep die vertegenwoordigt worden
door de vakbonden ten aanzien van de werkgever of de werkgevers als groep
vertegenwoordigd door werkgeverorganisaties ten aanzien van de werknemers.
Het arbeidsrecht is niet van toepassing op ambtenaren (werken voor de overheid) en
zelfstandigen.
o Sociaal zekerheidsrecht
Doel: rijkdom herverdelen en deze herverdeling gebruiken om mensen te verdedigen tegen
sociale risico’s. Dit doet men doordat zowel werknemers als werkgevers sociale
zekerheidsbijdrage (RSZ) moeten betalen aan de overheid.
Het bedrag dat je moet betalen gebeurt op basis van je loon. Hoe hoger je loon, hoe meer
RSZ je zult moeten betalen. Dit zorgt dus voor de herverdeling van rijkdom.
Al dit geld komt samen in een grote pot en wordt gebruikt voor verdediging tegen sociale
risico’s als werkloosheid, ziekte, kinderen, arbeidsongevallen, pensioen,…
Het sociale zekerheidsrecht is van toepassing op werknemers, werkgevers, ambtenaren en
zelfstandigen. Dit is bij elk van hen verschillend.
Het arbeidsrecht bestaat uit:
o Arbeidsovereenkomstenrecht: wat zijn de rechten en plichten voor werkgever en
werknemer?
o Collectief arbeidsrecht: verhouding tussen werknemers en werkgevers als groep (relatie
vakbonden en werknemers of werkgeversorganisaties).
o Wetgeving loonbescherming: wanneer wordt het loon betaald, in welke munt,…?
o Arbeidsbeschermingsrecht/arbeidsreglementering: de werknemer beschermen bij de
uitvoering van arbeid. (nachtarbeid, arbeidsduur, zondagen, feestdagen,…)
o Arbeidsmarktrecht: toegang tot de arbeidsmarkt op vb. vlak van discriminatie,…
o Sociaal handhavingsrecht: toezicht op de naleving van het arbeidsrecht en de sancties in
geval van overtreding.
,Het sociaal zekerheidsrecht bestaat uit:
o Sociale verzekeringen
- Werkloosheidsverzekering
- Ziekte en invaliditeitsverzekeringen
- Pensioensverzekering
- Gezinsbijslagen
- Jaarlijkse vakantie
- Arbeidsongevallen en beroepsziekten
o Sociale bijstand
- Recht maatschappelijke integratie
- Inkomensgarantie voor ouderen
- Gewaarborgde gezinsbijslag
- Tegemoetkomingen aan personen met een handicap
Geschiedenis en het ontstaan:
19de eeuw: arbeidsverhoudingen waren gebaseerd op de principes van de Franse revolutie: vrijheid,
gelijkheid en broederlijkheid. De principes van de Franse revolutie kregen hun juridische vertaling in
de Code Civil. Het ging voornamelijk over de overeenkomst waarbij de ene partij zijn diensten
verhuurt aan de andere partij tegen de betaling van een prijs.
Over regels als arbeidsomstandigheden, arbeidsduur, loon, vakantie,… was geen sprake. Werkgever
en werknemer mochten deze zaken onderling regelen op basis van de principes van de Franse
revolutie. De overheid kwam niet tussen (= liberalisme).
De samenleving die hiervoor op landbouw leefde, maakte 2 industriële revoluties door die de
samenleving op vlak van industrie helemaal veranderde. Er kwamen fabrieken waardoor er een
plattelandsvlucht ontstond (= mensen die naar de stad vluchten om in fabrieken te gaan werken).
MAAR door het feit dat er geen regels waren over arbeidsomstandigheden en de overheid die niet
tussenkomt liep het mis. Er was veel kinderarbeid, werkdagen van meer dan 12u, geen jaarlijkse
vakantie, geen zondagsrust, geen ziekteverzekering, pensioen,…
Arbeiders mochten niet gezamenlijk protesteren door het coalitieverbod.
1886: keerpunt
Er kwamen grote stakingen tegen de slechte werkomstandigheden en de economische crisis.
Naar aanleiding van deze stakingen richtte Leopold II een commissie op voor nijverheidsarbeid met
als doel de arbeidsomstandigheden van de arbeiders te onderzoeken. De vrijheid werd aangetast en
de overheid kwam optreden.
Er ontstond een Belgische werkliedenpartij, eerste verkiezingen onder algemeen meervoudig
stemrecht, eerste ministerie van arbeid,…
Ten gevolge van dit alles grijpt de overheid in op de vrijheid van arbeid en ontstaan er eerste weten
als de loonbeschermingswet, wet rond kinder- en vrouwenarbeid, wet rond arbeidsongevallen,
verplichte zondagsrust…
,Nadien komen er meer omvattende wetten over het statuur van de werknemers. Wetten over de
arbeidsovereenkomst voor arbeiders en wetten over de arbeidsovereenkomst voor bedienden dit
verklaart het onderscheid tussen arbeiders en bedienden vandaag de dag.
Na WOII wordt gekenmerkt door de groeiende samenwerking tussen werknemer en
werkgeversorganisaties die gaan samenzitten en in collectief overleg gaan en de doorbraak van de
sociale zekerheid.
De jaren 80 tot nu worden gekenmerkt door de vraag naar flexibilisering en deregulering en het
belang van de Europese Unie.
Bronnen van het arbeidsrecht:
Het recht is een geheel van regels die door de samenleving tot stand zijn gekomen met als doel de
samenleving te ordenen. Dit geheel van regels is terug te vinden in de rechtsbronnen.
Rechtsbronnen kunnen zowel nationaal als internationaal zijn.
Internationaal Nationaal
Internationaal Europees Bilateraal Algemene Eigen bronnen
(verdragen bronnen arbeidsrecht
tussen 2
landen)
Verenigde naties Raad van België - Grondwet Collectieve
Europa Marokko arbeidsovereenkomst
Internationale Europese unie …. Wetten, Individuele
arbeidsorganisatie koninklijke en arbeidsovereenkomst
ministeriële
besluiten
Organisatie voor Rechtspraak Arbeidsreglement
economische
samenwerking en
ontwikkeling
Rechtsleer Gebruik
Internationaal:
Binnen de internationale verdragen kunnen we een onderscheidt maken tussen bilaterale en
multilaterale verdragen. Bilateraal wilt zeggen dat er een verdrag gesloten wordt tussen België en
een ander land. Wanneer er een verdrag gesloten wordt tussen meer dan twee landen, spreekt men
over multilateraal.
Internationale verdragen komen tot stand door:
o Onderhandeling tussen de landen die betrokken zijn
o Nadien ondertekenen deze landen het als ze er mee akkoord gaan
o Goedkeuring door het parlement (wetgevende macht)
o Bekrachtiging door de uitvoerende macht
o Publicatie in het Belgisch Staatsblad
, o Inwerkingtreding, meestal pas wanneer een minimum aantal lidstaten het verdrag
geratificeerd heeft. (= de datum die wordt bepaald dat de handeling in gaat)
Soms hebben verdragen directe werking, ze zijn dan afdwingbaar. Dit is niet altijd het geval.
Daarnaast kan een internationaal verdrag opgezegd worden door ondertekening of door uit te
stappen.
Internationale bronnen:
o De Verenigde Naties
Werd opgericht met als hoofddoelstelling de internationale vrede te bewaren.
Het belangrijkste verdrag is de Universele verklaring voor de rechten van de mens. Deze
bevat ook bepalingen in verband met arbeidsrecht zoals het recht op arbeid, een gelijk loon
bij gelijk werk, recht op rust en vrije tijd,.. (art. 23 – 24)
Andere Verenigde Naties verdragen zijn: Het BUPO verdrag (= het internationaal verdrag
inzake burgerlijke en politieke rechten) en het IVESC verdrag (= het internationaal verdrag
inzake economische, sociale en culturele rechten).
o Internationale arbeidsorganisatie (I.A.O)
Is een gespecialiseerde instelling van de Verenigde Naties.
Elke nationale delegatie binnen de IAO is driedelig samengesteld uit vertegenwoordigers van
de regering, de werkgevers en de vakbonden.
Er vindt jaarlijks een internationale arbeidsconventie plaats.
De I.A.O stelt aanbevelingen en conventies (= verdragen) op: 190 conventies en 206
aanbevelingen. Deze conventies aan aanbevelingen hebben een internationale harmonisatie,
wat wilt zeggen dat elk land dat een verdrag goedkeurt de minimumnormen moet naleven.
Hier staat controle op.
o Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (OESO)
Is een samenwerkingsverband tussen 34 geïndustrialiseerde landen.
Keurde ene gedragscode voor de multinationale ondernemingen goed. Een gedragscode is
een beschrijving van het gewenste gedrag binnen je bedrijf.