JEUGDCRIMINOLOGIE
OPENINGSCOLLEGE
WAT IS JEUGDCRIMINALITEIT?
Jeugdcriminaliteit wordt ook wel jeugddelinquentie genoemd. Als een minderjarige strafbare feiten heeft
gepleegd, kan de jeugdrechter maatregelen nemen ten aanzien van de jongere. Deze materie valt grotendeels
onder de bevoegdheid van de gemeenschappen.
Jeugdcriminaliteit verwijst naar gedrag van jongeren tussen 12 en 18 jaar waarbij bepaalde normen, die in her
wetboek vastgesteld staan, overtreden worden en waarop een straf staat.
Het grootste deel van de jeugdcriminaliteit bestaat uit diefstal en inbraak. Maar ook andere vormen als
mishandeling en diefstal met geweld komen regelmatig voor. Andere vormen van geweld zijn zaken als
racistisch geweld, vandalisme, graffiti, brandstichten,…
Jeugdcriminaliteit bestaat dus uit verschillende facetten zoals je hierboven kan zien. Het begrip criminaliteit is
een soort categorie van delinquentie en omvat ernstige wetsovertredingen. Deze categorie wordt dan ook
onderscheiden van kleinere delicten als eenvoudige diefstallen en verkeersongevallen waarbij andere mensen
niet in gevaar worden gebracht.
Naast dit onderscheidt wordt jeugdcriminaliteit ook onderscheden van overtredingen die alleen voor
minderjarigen gelden zoals weglopen, spijbelen, drugs- en alcoholgebruik,… onder een bepaalde leeftijd.
AARD EN OMVANG
De delicten in de jeugdcriminaliteit worden steeds gewelddadiger en de daders worden relatief jonger. Ook
blijkt dat de recidive groot is.
Vaak worden de delicten samen met anderen jongeren gepleegd en dus concentreren de criminele activiteiten
zich onder verschillende hardnekkige delictplegers samen.
TEKST ALLTHOF ‘HET BEELD VAN DE JEUGD ALS CRIMINALITEITS- EN VEILIGHEIDSPROBLEEM’
De grote bloei van de jeugdbeweging die vol idealisme aan een betere toekomst wil bijdragen, wordt als
positief gezien. Degenen die er niet bij horen, zijn de arbeidersjongeren, die moeite hebben met de idealen van
de jeugdbeweging. Hoezo? Wat waren die idealen dan?
Het doel was:
o De ontplooiing en vorming van eigen leden, door middel van recreatieve en culturele activiteiten en
door het verspreiden van een leefcode die gericht was op bepaalde levenswaarden
o De uitbouw van een betere samenleving
o Jongeren hielden de leiding en volwassenen werden als mentoren betrokken
De geschiedenis van de Vlaamse jeugdbewegingen steunt op 3 pijlers:
o Katholieke Vlaamse studentenbeweging
o Duitse wandervogelbeweging
o Engelse padvinderij
1
,Tussen de katholieke Vlaamse studentenbeweging en de arbeidsjongeren wrong het schoentje. Het was een
elitaire aangelegenheid (elitaire mensen). Er moest een compromis gevonden worden zodat deze 2 groepen
toch samen konden gaan. Zo kwam er een compromis met de bisschop: er mochten katholieke groeperingen
zijn, maar als er iets neigde naar de politiek moesten ze dit laten varen (het mocht niet politiek getint zijn).
De dag van vandaag is deze spanning er nog altijd bij de mensen en de politiek: de radicaal politieke formaties
proberen de dag van vandaag nog altijd beide de jeugd in te schakelen.
Door politiek getouwtrek achter de schermen en het elitaire karakter, hadden de arbeidsklassen moeite met de
zogenaamde ‘gekleurde’ idealen van de jeugdbeweging. Er was bovendien een stijgende werkloosheid en veel
jongeren van de arbeidsklasse mochten helemaal niet aan vrije tijd doen op deze manier, ze moesten werken in
het weekend en naar school.
In de jaren 50 was men van mening dat de verwilderde jeugd gemakkelijk tot crimineel gedrag zal komen. De
jongens en meisjes leven op vitaal en instinctief niveau. Wat bedoelde men daarmee? Kan je daar voorbeelden
van geven?
In die tijd was er stijgende werkloosheid en uiteindelijk kwamen ze allemaal in de onderklasse te staan. Dit ging
hand in hand met bezorgdheden over stijgende criminaliteit en toenemend zedenverlies. Alcoholgebruik was in
deze tijd zeer problematisch.
Massajeugd: de arbeidsjeugd was ongeschoold. Ze leefden op vitaal en instinctief niveau. Dit betekent dat ze
zich gemakkelijk overgeven aan wat ze voelen. Ze doen wat ze voelen en denken niet na over de
consequenties. Dit heeft gevolgen in het beleven van seksualiteit, op stap gaan (drinken, alcoholproblematiek),
… De beleving van de arbeidsjeugd is vooral gericht op het lichamelijke met allerlei vormen van genot. Dit is het
tegenovergestelde van het geestelijke niveau waar politici, wetenschappers en vertegenwoordigers van de kerk
aan denken.
Wat is de belangrijkste conclusie van dit artikel? Kan je een korte samenvatting geven?
Wanneer we de resultaten van historische onderzoeken over jeugdculturen bekijken, zien we in de
maatschappij altijd een publieke discussie over jeugd als afwijkend of delinquent gedrag. Dat betekent dat er
historisch gezien steeds ideeën en beelden zijn geweest van de slechte, gewelddadige of lastige jongeren. In de
20ste eeuw is er geen enkele fase waarin niet over het normenverlies van de jongeren wordt gesproken.
JEUGDCULTUUR IN RELATIE TOT CRIMINOLOGIE
DE GESCHIEDENIS
BELANGRIJKSTE HISTORISCHE SCHARNIERPUNTEN
Onderzoeken naar jeugd en jeugdculturen laten zien dat adolescenten altijd een discussie over moraal en
afwijking was. De tweede kamer stelt al in 1914 een ‘algemene klacht over de baldadigheid der jeugd’ aan de
orde. Een als gevolg daarvan geïnitieerde staatscommissie spreekt in haar verslag van een ‘angstwekkende
stijging van de criminaliteit en tuchteloosheid’ van de jeugd van 13 tot 18 jaar.
In de jaren 20 en 30 krijgt de bezorgdheid over de jeugd minder aandacht. De grote bloei van de
jeugdbeweging die vol idealisme aan een betere toekomst wil bijdrage, wordt als positief gezien. Diegene die er
niet bij horen zijn de arbeidsjongeren die moeite hebben met de idealen van de jeugdbeweging.
In de jaren 40-50 krijgt de bezorgdheid terug een vervolging. Sinds het einde van de jaren 40 tot de jaren 50 is
‘de aarzelende en tweeslachtige houding van de ouderen en autoriteiten, bijna een structureel kenmerk van
hun gedrag naar jongeren’. Deze bezorgdheid bestond vooral in kringen van politici, wetenschappers en
2
,vertegenwoordigers van de kerk, en in mindere mate in de brede maatschappij. Massajeugd wordt het begrip
voor maatschappelijk verwilderde jeugd waarbij vooral de ongeschoolde arbeidsjongeren mee werden
bedoeld. ‘Deze hele groep jeugdigen wordt gezien als een groep die vrij gemakkelijk tot crimineel gedrag zal
komen. De jongens en de meisjes leven op vitaal en instinctief niveau’.
Halverwege de jaren 50, komen er nieuwe groeperingen/nieuwe rebeleringen op vb. nozems. Ze komen in het
nieuws en zorgen voor opschudding en verontwaardiging. Er volgt later een problematisering van rockers en
provo’s. Ze worden beschouwd als demonisch en het resultaat hiervan is een algehele morele
verontwaardiging. Dat komt dus ook terug bij eenzelfde type subcultuur-groeperingen als de krakers, de
betogers voor milieu en vredesbewegingen (jaren 70), en verder doorgezet door de opkomst van de
voetbalvandalen en autonomen (jaren 80).
Afwijkend gedrag en dus afwijkend van de moraal kan, maar dit gedrag kan dus overgaan tot crimineel gedrag
met een strafrechtelijke kant.
ONTWIKKELINGEN EN TRENDS
De delicten worden steeds gewelddadiger en de daders relatief jonger. Ook blijkt dat de recidive (verval) groot
is. Een groot deel van de overlast en criminele activiteiten concentreert zich onder bepaalde hardnekkige delict
plegers (= jeugdige veelplegers en harde-kernjongeren) en op bepaalde locaties. Jongeren plegen hun delicten
meestal samen met anderen.
Belangrijke trends in Nederland
o De aard van de jeugdcriminaliteit wordt gewelddadiger
o Jeugdcriminaliteit wordt vooral gepleegd door jongens maar de meisjescriminaliteit neemt naar
verhouding toe
o Jongeren afkomstig uit allochtone groeperingen zijn oververtegenwoordigd
o Een groot deel van de overlast en criminaliteit wordt veroorzaakt door jeugdige veelplegers en vindt
plaats op bepaalde plaatsen
JEUGDCRIMINALITEIT DAALT EN STIJGT NIET, WEL DE STATISTIEKEN?
1) In de jeugdgevangenissen is er geen plaats, dikwijls wordt er ook niet overgegaan tot vervolging. Dan
wordt vaker in der minne geregeld of na een berisping wordt de jongere weggestuurd. Dit zorgt ervoor
dat je afwijkingen krijgt in de statistiek. Worden er naar alternatieve manieren gezocht, dan heeft dit
effect op de statistieken.
2) Sommige gebieden in grotere in grotere steden zijn no-go area’s geworden: worden daar dan nog pv’s
gemaakt? Je hebt echt gebieden waar mensen niet meer durven komen. Worden er geen pv’s
gemaakt, dan verdwijnt het onder de statistiek. Het duikt onder de radar.
3) In bepaalde wijken is er een grote terughoudendheid om aangifte te doen: represailles, de macht van
bepaalde drugsclans en hun invloed op bepaalde gebieden mag men niet onderschatten.
4) Er zijn ook grote verschillen in de statistiek wanneer men bepaalde parketten vergelijkt vb. Luik vs.
Turnhout. Maar ook tussen Vlaamse en Franstalige parketten zitten verschillen.
3
, MISDRIJF VS.PROBLEMATISCH COMPLEXE OPVOEDINGSSITUATIE
Er is een verschil tussen een misdrijf en een complexe/problematische opvoedingssituatie. Niet alle
aangemelde zaken betreffen een misdrijf, slechts 55,1%. De rest betreft een problematische opvoedingssituatie
zoals weglopen, schoolverzuim en onbuigzaamheden.
Hierin zijn verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië, namelijk in Wallonië is het aantal problematische
opvoedingssituaties bijna dubbel zo groot. Deze verschillen hebben mogelijke verklaringsgronden als:
o Misschien wordt er in Vlaanderen bij deze zaken vaker beroep gedaan op het buitenrechtelijk circuit.
o Misschien is er in Wallonië een minder gunstige sociaaleconomische situatie, wat invloed kan zijn (vb.
door stress in het gezinsleven zijn er ook meer opvoedingsproblemen).
ACTUEEL
Er komt extra geld voor het tegengaan van jeugdcriminaliteit. Het kabinet versterkt de aanpak van het
voorkomen van jeugdcriminaliteit. De komende jaren maakt minister Weerwind voor rechtsbescherming
hiervoor extra geld vrij oplopend naar een bedrag van 61 miljoen euro structureel per jaar.
Dit komt bovenop de 82 miljoen die de minister van justitie en veiligheid eerder bekend maakte jaarlijks te
investeren in wijken waar risico’s voor jongeren het grootst zijn dat ze worden geronseld door criminelen.
Alles bij elkaar wordt straks vanaf 2025, 143 miljoen euro per jaar uitgetrokken voor maatregelen om te
voorkomen dat kinderen, jongeren en jongvolwassenen in aanraking komen met criminaliteit of daarin
doorgroeien.
DOCUMENTAIRE ‘DE REKENING VAN CATELIJNE’
De documentaire gaat over het gezin van Catelijne dat in armoede leeft. Er zijn binnen het gezin heel wat
problemen. Enkele problemen die hierin voorkwamen zijn:
o Weinig leefgeld (€80/week en €30.000 aan schulden)
o Sommige kinderen die moeilijk naar school gaan – hebben bijzondere noden nodig
o Oudste zoon heeft crimineel verleden (uithuisplaatsing)
o Kinderen die geen kamer hebben vb. zoon sliep op matras in de living
o Weinig structuur
o Moeilijke buurt (veel criminaliteit, vensters van huis worden ingeslagen)
o Vader is in huis omdat Catelijne bang is alleen, hebben geen affectieve relatie meer
o …
Opstap naar meervoudig risico model
MEERVOUDIG RISICOMODEL
Het meervoudig risicomodel is een model ontwikkeld door Scholte en van der Ploeg.
In het model worden protectieve en bedreigende invloeden weergegeven. Het kind kan beïnvloedt worden
door het gezin, de school en vrije tijd (zie grote kader links). Traumatische gebeurtenissen en sociale steun
kunnen dus leiden tot probleemgedrag.
Protectieve invloeden zijn elementen die het risico kunnen verminderen zoals het hebben van sociale steun. In
hetzelfde model kan je bedreigende/risico invloeden hebben die het probleem juist kunnen vergroten.
4
OPENINGSCOLLEGE
WAT IS JEUGDCRIMINALITEIT?
Jeugdcriminaliteit wordt ook wel jeugddelinquentie genoemd. Als een minderjarige strafbare feiten heeft
gepleegd, kan de jeugdrechter maatregelen nemen ten aanzien van de jongere. Deze materie valt grotendeels
onder de bevoegdheid van de gemeenschappen.
Jeugdcriminaliteit verwijst naar gedrag van jongeren tussen 12 en 18 jaar waarbij bepaalde normen, die in her
wetboek vastgesteld staan, overtreden worden en waarop een straf staat.
Het grootste deel van de jeugdcriminaliteit bestaat uit diefstal en inbraak. Maar ook andere vormen als
mishandeling en diefstal met geweld komen regelmatig voor. Andere vormen van geweld zijn zaken als
racistisch geweld, vandalisme, graffiti, brandstichten,…
Jeugdcriminaliteit bestaat dus uit verschillende facetten zoals je hierboven kan zien. Het begrip criminaliteit is
een soort categorie van delinquentie en omvat ernstige wetsovertredingen. Deze categorie wordt dan ook
onderscheiden van kleinere delicten als eenvoudige diefstallen en verkeersongevallen waarbij andere mensen
niet in gevaar worden gebracht.
Naast dit onderscheidt wordt jeugdcriminaliteit ook onderscheden van overtredingen die alleen voor
minderjarigen gelden zoals weglopen, spijbelen, drugs- en alcoholgebruik,… onder een bepaalde leeftijd.
AARD EN OMVANG
De delicten in de jeugdcriminaliteit worden steeds gewelddadiger en de daders worden relatief jonger. Ook
blijkt dat de recidive groot is.
Vaak worden de delicten samen met anderen jongeren gepleegd en dus concentreren de criminele activiteiten
zich onder verschillende hardnekkige delictplegers samen.
TEKST ALLTHOF ‘HET BEELD VAN DE JEUGD ALS CRIMINALITEITS- EN VEILIGHEIDSPROBLEEM’
De grote bloei van de jeugdbeweging die vol idealisme aan een betere toekomst wil bijdragen, wordt als
positief gezien. Degenen die er niet bij horen, zijn de arbeidersjongeren, die moeite hebben met de idealen van
de jeugdbeweging. Hoezo? Wat waren die idealen dan?
Het doel was:
o De ontplooiing en vorming van eigen leden, door middel van recreatieve en culturele activiteiten en
door het verspreiden van een leefcode die gericht was op bepaalde levenswaarden
o De uitbouw van een betere samenleving
o Jongeren hielden de leiding en volwassenen werden als mentoren betrokken
De geschiedenis van de Vlaamse jeugdbewegingen steunt op 3 pijlers:
o Katholieke Vlaamse studentenbeweging
o Duitse wandervogelbeweging
o Engelse padvinderij
1
,Tussen de katholieke Vlaamse studentenbeweging en de arbeidsjongeren wrong het schoentje. Het was een
elitaire aangelegenheid (elitaire mensen). Er moest een compromis gevonden worden zodat deze 2 groepen
toch samen konden gaan. Zo kwam er een compromis met de bisschop: er mochten katholieke groeperingen
zijn, maar als er iets neigde naar de politiek moesten ze dit laten varen (het mocht niet politiek getint zijn).
De dag van vandaag is deze spanning er nog altijd bij de mensen en de politiek: de radicaal politieke formaties
proberen de dag van vandaag nog altijd beide de jeugd in te schakelen.
Door politiek getouwtrek achter de schermen en het elitaire karakter, hadden de arbeidsklassen moeite met de
zogenaamde ‘gekleurde’ idealen van de jeugdbeweging. Er was bovendien een stijgende werkloosheid en veel
jongeren van de arbeidsklasse mochten helemaal niet aan vrije tijd doen op deze manier, ze moesten werken in
het weekend en naar school.
In de jaren 50 was men van mening dat de verwilderde jeugd gemakkelijk tot crimineel gedrag zal komen. De
jongens en meisjes leven op vitaal en instinctief niveau. Wat bedoelde men daarmee? Kan je daar voorbeelden
van geven?
In die tijd was er stijgende werkloosheid en uiteindelijk kwamen ze allemaal in de onderklasse te staan. Dit ging
hand in hand met bezorgdheden over stijgende criminaliteit en toenemend zedenverlies. Alcoholgebruik was in
deze tijd zeer problematisch.
Massajeugd: de arbeidsjeugd was ongeschoold. Ze leefden op vitaal en instinctief niveau. Dit betekent dat ze
zich gemakkelijk overgeven aan wat ze voelen. Ze doen wat ze voelen en denken niet na over de
consequenties. Dit heeft gevolgen in het beleven van seksualiteit, op stap gaan (drinken, alcoholproblematiek),
… De beleving van de arbeidsjeugd is vooral gericht op het lichamelijke met allerlei vormen van genot. Dit is het
tegenovergestelde van het geestelijke niveau waar politici, wetenschappers en vertegenwoordigers van de kerk
aan denken.
Wat is de belangrijkste conclusie van dit artikel? Kan je een korte samenvatting geven?
Wanneer we de resultaten van historische onderzoeken over jeugdculturen bekijken, zien we in de
maatschappij altijd een publieke discussie over jeugd als afwijkend of delinquent gedrag. Dat betekent dat er
historisch gezien steeds ideeën en beelden zijn geweest van de slechte, gewelddadige of lastige jongeren. In de
20ste eeuw is er geen enkele fase waarin niet over het normenverlies van de jongeren wordt gesproken.
JEUGDCULTUUR IN RELATIE TOT CRIMINOLOGIE
DE GESCHIEDENIS
BELANGRIJKSTE HISTORISCHE SCHARNIERPUNTEN
Onderzoeken naar jeugd en jeugdculturen laten zien dat adolescenten altijd een discussie over moraal en
afwijking was. De tweede kamer stelt al in 1914 een ‘algemene klacht over de baldadigheid der jeugd’ aan de
orde. Een als gevolg daarvan geïnitieerde staatscommissie spreekt in haar verslag van een ‘angstwekkende
stijging van de criminaliteit en tuchteloosheid’ van de jeugd van 13 tot 18 jaar.
In de jaren 20 en 30 krijgt de bezorgdheid over de jeugd minder aandacht. De grote bloei van de
jeugdbeweging die vol idealisme aan een betere toekomst wil bijdrage, wordt als positief gezien. Diegene die er
niet bij horen zijn de arbeidsjongeren die moeite hebben met de idealen van de jeugdbeweging.
In de jaren 40-50 krijgt de bezorgdheid terug een vervolging. Sinds het einde van de jaren 40 tot de jaren 50 is
‘de aarzelende en tweeslachtige houding van de ouderen en autoriteiten, bijna een structureel kenmerk van
hun gedrag naar jongeren’. Deze bezorgdheid bestond vooral in kringen van politici, wetenschappers en
2
,vertegenwoordigers van de kerk, en in mindere mate in de brede maatschappij. Massajeugd wordt het begrip
voor maatschappelijk verwilderde jeugd waarbij vooral de ongeschoolde arbeidsjongeren mee werden
bedoeld. ‘Deze hele groep jeugdigen wordt gezien als een groep die vrij gemakkelijk tot crimineel gedrag zal
komen. De jongens en de meisjes leven op vitaal en instinctief niveau’.
Halverwege de jaren 50, komen er nieuwe groeperingen/nieuwe rebeleringen op vb. nozems. Ze komen in het
nieuws en zorgen voor opschudding en verontwaardiging. Er volgt later een problematisering van rockers en
provo’s. Ze worden beschouwd als demonisch en het resultaat hiervan is een algehele morele
verontwaardiging. Dat komt dus ook terug bij eenzelfde type subcultuur-groeperingen als de krakers, de
betogers voor milieu en vredesbewegingen (jaren 70), en verder doorgezet door de opkomst van de
voetbalvandalen en autonomen (jaren 80).
Afwijkend gedrag en dus afwijkend van de moraal kan, maar dit gedrag kan dus overgaan tot crimineel gedrag
met een strafrechtelijke kant.
ONTWIKKELINGEN EN TRENDS
De delicten worden steeds gewelddadiger en de daders relatief jonger. Ook blijkt dat de recidive (verval) groot
is. Een groot deel van de overlast en criminele activiteiten concentreert zich onder bepaalde hardnekkige delict
plegers (= jeugdige veelplegers en harde-kernjongeren) en op bepaalde locaties. Jongeren plegen hun delicten
meestal samen met anderen.
Belangrijke trends in Nederland
o De aard van de jeugdcriminaliteit wordt gewelddadiger
o Jeugdcriminaliteit wordt vooral gepleegd door jongens maar de meisjescriminaliteit neemt naar
verhouding toe
o Jongeren afkomstig uit allochtone groeperingen zijn oververtegenwoordigd
o Een groot deel van de overlast en criminaliteit wordt veroorzaakt door jeugdige veelplegers en vindt
plaats op bepaalde plaatsen
JEUGDCRIMINALITEIT DAALT EN STIJGT NIET, WEL DE STATISTIEKEN?
1) In de jeugdgevangenissen is er geen plaats, dikwijls wordt er ook niet overgegaan tot vervolging. Dan
wordt vaker in der minne geregeld of na een berisping wordt de jongere weggestuurd. Dit zorgt ervoor
dat je afwijkingen krijgt in de statistiek. Worden er naar alternatieve manieren gezocht, dan heeft dit
effect op de statistieken.
2) Sommige gebieden in grotere in grotere steden zijn no-go area’s geworden: worden daar dan nog pv’s
gemaakt? Je hebt echt gebieden waar mensen niet meer durven komen. Worden er geen pv’s
gemaakt, dan verdwijnt het onder de statistiek. Het duikt onder de radar.
3) In bepaalde wijken is er een grote terughoudendheid om aangifte te doen: represailles, de macht van
bepaalde drugsclans en hun invloed op bepaalde gebieden mag men niet onderschatten.
4) Er zijn ook grote verschillen in de statistiek wanneer men bepaalde parketten vergelijkt vb. Luik vs.
Turnhout. Maar ook tussen Vlaamse en Franstalige parketten zitten verschillen.
3
, MISDRIJF VS.PROBLEMATISCH COMPLEXE OPVOEDINGSSITUATIE
Er is een verschil tussen een misdrijf en een complexe/problematische opvoedingssituatie. Niet alle
aangemelde zaken betreffen een misdrijf, slechts 55,1%. De rest betreft een problematische opvoedingssituatie
zoals weglopen, schoolverzuim en onbuigzaamheden.
Hierin zijn verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië, namelijk in Wallonië is het aantal problematische
opvoedingssituaties bijna dubbel zo groot. Deze verschillen hebben mogelijke verklaringsgronden als:
o Misschien wordt er in Vlaanderen bij deze zaken vaker beroep gedaan op het buitenrechtelijk circuit.
o Misschien is er in Wallonië een minder gunstige sociaaleconomische situatie, wat invloed kan zijn (vb.
door stress in het gezinsleven zijn er ook meer opvoedingsproblemen).
ACTUEEL
Er komt extra geld voor het tegengaan van jeugdcriminaliteit. Het kabinet versterkt de aanpak van het
voorkomen van jeugdcriminaliteit. De komende jaren maakt minister Weerwind voor rechtsbescherming
hiervoor extra geld vrij oplopend naar een bedrag van 61 miljoen euro structureel per jaar.
Dit komt bovenop de 82 miljoen die de minister van justitie en veiligheid eerder bekend maakte jaarlijks te
investeren in wijken waar risico’s voor jongeren het grootst zijn dat ze worden geronseld door criminelen.
Alles bij elkaar wordt straks vanaf 2025, 143 miljoen euro per jaar uitgetrokken voor maatregelen om te
voorkomen dat kinderen, jongeren en jongvolwassenen in aanraking komen met criminaliteit of daarin
doorgroeien.
DOCUMENTAIRE ‘DE REKENING VAN CATELIJNE’
De documentaire gaat over het gezin van Catelijne dat in armoede leeft. Er zijn binnen het gezin heel wat
problemen. Enkele problemen die hierin voorkwamen zijn:
o Weinig leefgeld (€80/week en €30.000 aan schulden)
o Sommige kinderen die moeilijk naar school gaan – hebben bijzondere noden nodig
o Oudste zoon heeft crimineel verleden (uithuisplaatsing)
o Kinderen die geen kamer hebben vb. zoon sliep op matras in de living
o Weinig structuur
o Moeilijke buurt (veel criminaliteit, vensters van huis worden ingeslagen)
o Vader is in huis omdat Catelijne bang is alleen, hebben geen affectieve relatie meer
o …
Opstap naar meervoudig risico model
MEERVOUDIG RISICOMODEL
Het meervoudig risicomodel is een model ontwikkeld door Scholte en van der Ploeg.
In het model worden protectieve en bedreigende invloeden weergegeven. Het kind kan beïnvloedt worden
door het gezin, de school en vrije tijd (zie grote kader links). Traumatische gebeurtenissen en sociale steun
kunnen dus leiden tot probleemgedrag.
Protectieve invloeden zijn elementen die het risico kunnen verminderen zoals het hebben van sociale steun. In
hetzelfde model kan je bedreigende/risico invloeden hebben die het probleem juist kunnen vergroten.
4