MBR-TECH-MV KENNISTOETS S2 JAAR 2
MRI (11)
In eigen woorden weergeven op welke wijze onderstaande items de beeldkwaliteit beïnvloeden
• SNR
• CNR
• Spatiële resolutie
• Artefacten
SNR
De signaal-ruisverhouding (SNR) is een belangrijke parameter die de beeldkwaliteit bij MRI beïnvloedt.
De SNR geeft de verhouding weer tussen het signaal afkomstig van het te onderzoeken weefsel en de
achtergrondruis in het beeld. Een hogere SNR betekent een betere beeldkwaliteit, omdat het signaal
sterker is in verhouding tot de ruis.
Een hoge SNR leidt tot beelden met meer detail, scherpere contouren en betere visualisatie van
structuren. Het maakt het ook mogelijk om kleinere afwijkingen te detecteren en om contrast tussen
verschillende weefsels te verbeteren.
Een lage SNR kan daarentegen leiden tot beelden met minder detail, vervaging en verminderde
visualisatie van anatomische structuren. Dit kan het moeilijker maken om afwijkingen te identificeren en
een nauwkeurige diagnose te stellen.
Om de SNR te verbeteren en dus de beeldkwaliteit te verhogen, kunnen verschillende technieken worden
toegepast, zoals het gebruik van hogere veldsterktes, het optimaliseren van het spoelontwerp, het
verhogen van het aantal gemiddelde signalen, en het minimaliseren van externe ruisbronnen.
Zoals we al eerder hebben gezien wordt een MRI-beeld berekend vanuit de k-ruimte. Om een zo goed
mogelijk beeld te verkrijgen, moet de k-ruimte van boven naar beneden helemaal opgevuld worden.
Wanneer we k-ruimte helemaal gevuld hebben zeggen we dat we ‘1 acquisitie’ gedaan hebben. In veel
gevallen is de beeldkwaliteit wat betreft de Signaal Ruis Ratio (SNR) erg slecht. MRI biedt de mogelijkheid
om de hele scan meerdere malen te herhalen. Het extra verkregen signaal wordt ‘gemiddeld’, wat
resulteert in een betere SNR en dus ook een beter plaatje.
CNR
De Contrast-ruisverhouding (CNR) is een andere belangrijke parameter die de beeldkwaliteit bij MRI
beïnvloedt. De CNR geeft de verhouding weer tussen het contrast van twee verschillende weefsels en de
achtergrondruis in het beeld. Een hogere CNR betekent een betere visualisatie van contrast tussen
weefsels.
Een hoge CNR is cruciaal voor het onderscheiden van verschillende weefsels en structuren in MRI-
beelden. Het maakt het mogelijk om subtiele verschillen in signaalintensiteit tussen verschillende
weefsels te detecteren, wat essentieel is voor het stellen van een nauwkeurige diagnose.
Een lage CNR kan leiden tot een gebrek aan contrast tussen weefsels, waardoor het moeilijker wordt om
afwijkingen te identificeren en om een duidelijke interpretatie van het beeld te krijgen.
,Om de CNR te verbeteren, kunnen verschillende technieken worden toegepast, zoals het optimaliseren
van de sequentieparameters, het gebruik van contrastmiddelen, en het minimaliseren van de
achtergrondruis. Het doel is om het contrast tussen verschillende weefsels te vergroten terwijl de
achtergrondruis tot een minimum wordt beperkt, waardoor de beeldkwaliteit en diagnostische
mogelijkheden van MRI worden verbeterd.De TR EN TE hebben invloed op de CNR.
Spatiële resolutie
De ruimtelijke resolutie bij MRI verwijst naar het vermogen om kleine structuren en details in het beeld te
onderscheiden. Het wordt bepaald door de grootte van de voxel (een driedimensionaal pixel) in het beeld.
Hoe kleiner de voxelgrootte, hoe hoger de ruimtelijke resolutie en hoe meer detail kan worden
waargenomen.
Een hogere ruimtelijke resolutie maakt het mogelijk om kleine anatomische structuren en afwijkingen
nauwkeuriger te visualiseren, waardoor een betere diagnostische beoordeling mogelijk is. Dit is vooral
belangrijk bij het onderzoeken van complexe anatomische structuren of bij het detecteren van kleine
laesies.
Om de ruimtelijke resolutie te verbeteren, kunnen technieken worden toegepast zoals het gebruik van
kleinere voxelafmetingen, het optimaliseren van de sequentieparameters, het verhogen van het
magnetische veldsterkte, en het gebruik van speciale spoelontwerpen. Het is echter belangrijk om een
balans te vinden tussen ruimtelijke resolutie en scan tijd, omdat een hogere resolutie vaak gepaard gaat
met langere scan tijden.
Het heeft te maken met voxelgrootte. Als je de resolutie wil verbeteren moet de voxel kleiner. Als je
spatiele resolutie beter wordt, word je voxel kleiner en je SNR slechter want je hebt minder signaal en de
ruis blijft hetzelfde.
Artefacten
Artefacten kunnen worden ingedeeld in verschillende categorieën:
- Artefacten door omgevingsfactoren
- Artefacten door de parameterkeuze
- Artefacten door spoelkeuze
- Artefacten door de patiënt
Artefact Beschrijving Oplossing Parameter voor de
Plak je voorbeeld in oorzaak oplossing
deze kolom!!!
Zipper Metalen buiten - Verwijder - TE verhogen
de MRI metalen - TR langer maken
veroorzaken voorwerpen - Flip angle
artefacten - Juiste spoel
kiezen
,Invouwing FOV is kleiner - Fase - TE verhogen
(aliasing) dan de af te oversampling - TR langer
beelden - Saturatieslabs - FOV vergroten
anatomie gebruiken - Faserichting
- Zo klein veranderen
mogelijke coil
gebruiken
Beweging Beweging van - Comfortable - TE verhogen
(motion/ghosting/ patiënt positionering
phase mismapping/ - Breathold
flow) - Triggering/
gating
- Saturatieslabs
- Buscopan
gebruiken
Crosstalk Het signaal - Langere TE
van een regio - Patiënt opnieuw - Juiste spoelkeuze
van het positioneren - Aanpassen slice
lichaam dikte
veroorzaakt in
een andere
regio een
artefact
Partial Volume Het beeld laat - Grotere matrix
de werkelijke - Juiste spoel
anatomische keuze
structuren niet - Verkleinen slice
correct zien, je dikte
ziet een mix
van
verschillende
weefsels in 1
voxel
Susceptibility Ontstaat door - Kleine voxels - Matrix vergroten
metaalhouden - Zo laag mogelijk
d materiaal in magneetveld
het lichaam - Verwijder het
object
, Spike artefact Het is Dit artefact kan komen - Herhalen van de
zichtbaar in door ontlading in de serie
het hele beeld. MRI-ruimte die wordt - Luchtvochtigheid
In het k-vlak is opgepikt door de boven de 50%
een onjuiste ontvangstspoel/ houden
meting coildefect. - Vervang spoel
gedaan. - Overleg met
servicemonteur
Beschrijven wat MRI-contrastmiddel is;
De toepassing van MRI-contrastmiddelen benoemen;
Beredeneren bij welke weging MRI-contrastmiddelen van toegevoegde waarde kan zijn;
Uitleggen hoe het beeldcontrast bij MRI d.m.v. toediening van een contrastmiddel gewijzigd kan
worden;
Veiligheidsaspecten van MRI-contrastmiddel benoemen
Bijwerkingen/ contraindicaties van MRI-contrastmiddel
Atomen met ongepaarde elektronen induceren een klein magnetisch veld rondom zichzelf. Normaal zijn
ze willekeurig gerangschikt, maar in een MRI-scanner gaan ze zich richten naar het externe veld. Stoffen
waaraan deze atomen gebonden zijn noem je paramagnetische stoffen. Ze versterken het magneetveld
plaatselijk. Voorbeelden zijn zuurstof en gadolinium. Een gadoliniumverbinding wordt gebruikt als
contrastmiddel bij MRI. Het wordt intraveneus toegediend. De larmorfrequentie van protonspins wordt
plaatselijk vergroot omdat het zorgt voor versterking van het magnetisch veld. Het wordt voor de protonen
in een rooster van snel bewegende stoffen makkelijker om hun energie aan de omgeving af te geven.
Kortom: te T1-relaxatietijd van stoffen die normaal moeilijk relaxeren wordt verkort. Bijvoorbeeld
tumorweefsel. De signaalintensiteit wordt groter; de tumor wordt zichtbaar, en kleurt aan. Onderstaand
een voorbeeld voor en na toediening van gadolinium houdend contrastmiddel.
MRI (11)
In eigen woorden weergeven op welke wijze onderstaande items de beeldkwaliteit beïnvloeden
• SNR
• CNR
• Spatiële resolutie
• Artefacten
SNR
De signaal-ruisverhouding (SNR) is een belangrijke parameter die de beeldkwaliteit bij MRI beïnvloedt.
De SNR geeft de verhouding weer tussen het signaal afkomstig van het te onderzoeken weefsel en de
achtergrondruis in het beeld. Een hogere SNR betekent een betere beeldkwaliteit, omdat het signaal
sterker is in verhouding tot de ruis.
Een hoge SNR leidt tot beelden met meer detail, scherpere contouren en betere visualisatie van
structuren. Het maakt het ook mogelijk om kleinere afwijkingen te detecteren en om contrast tussen
verschillende weefsels te verbeteren.
Een lage SNR kan daarentegen leiden tot beelden met minder detail, vervaging en verminderde
visualisatie van anatomische structuren. Dit kan het moeilijker maken om afwijkingen te identificeren en
een nauwkeurige diagnose te stellen.
Om de SNR te verbeteren en dus de beeldkwaliteit te verhogen, kunnen verschillende technieken worden
toegepast, zoals het gebruik van hogere veldsterktes, het optimaliseren van het spoelontwerp, het
verhogen van het aantal gemiddelde signalen, en het minimaliseren van externe ruisbronnen.
Zoals we al eerder hebben gezien wordt een MRI-beeld berekend vanuit de k-ruimte. Om een zo goed
mogelijk beeld te verkrijgen, moet de k-ruimte van boven naar beneden helemaal opgevuld worden.
Wanneer we k-ruimte helemaal gevuld hebben zeggen we dat we ‘1 acquisitie’ gedaan hebben. In veel
gevallen is de beeldkwaliteit wat betreft de Signaal Ruis Ratio (SNR) erg slecht. MRI biedt de mogelijkheid
om de hele scan meerdere malen te herhalen. Het extra verkregen signaal wordt ‘gemiddeld’, wat
resulteert in een betere SNR en dus ook een beter plaatje.
CNR
De Contrast-ruisverhouding (CNR) is een andere belangrijke parameter die de beeldkwaliteit bij MRI
beïnvloedt. De CNR geeft de verhouding weer tussen het contrast van twee verschillende weefsels en de
achtergrondruis in het beeld. Een hogere CNR betekent een betere visualisatie van contrast tussen
weefsels.
Een hoge CNR is cruciaal voor het onderscheiden van verschillende weefsels en structuren in MRI-
beelden. Het maakt het mogelijk om subtiele verschillen in signaalintensiteit tussen verschillende
weefsels te detecteren, wat essentieel is voor het stellen van een nauwkeurige diagnose.
Een lage CNR kan leiden tot een gebrek aan contrast tussen weefsels, waardoor het moeilijker wordt om
afwijkingen te identificeren en om een duidelijke interpretatie van het beeld te krijgen.
,Om de CNR te verbeteren, kunnen verschillende technieken worden toegepast, zoals het optimaliseren
van de sequentieparameters, het gebruik van contrastmiddelen, en het minimaliseren van de
achtergrondruis. Het doel is om het contrast tussen verschillende weefsels te vergroten terwijl de
achtergrondruis tot een minimum wordt beperkt, waardoor de beeldkwaliteit en diagnostische
mogelijkheden van MRI worden verbeterd.De TR EN TE hebben invloed op de CNR.
Spatiële resolutie
De ruimtelijke resolutie bij MRI verwijst naar het vermogen om kleine structuren en details in het beeld te
onderscheiden. Het wordt bepaald door de grootte van de voxel (een driedimensionaal pixel) in het beeld.
Hoe kleiner de voxelgrootte, hoe hoger de ruimtelijke resolutie en hoe meer detail kan worden
waargenomen.
Een hogere ruimtelijke resolutie maakt het mogelijk om kleine anatomische structuren en afwijkingen
nauwkeuriger te visualiseren, waardoor een betere diagnostische beoordeling mogelijk is. Dit is vooral
belangrijk bij het onderzoeken van complexe anatomische structuren of bij het detecteren van kleine
laesies.
Om de ruimtelijke resolutie te verbeteren, kunnen technieken worden toegepast zoals het gebruik van
kleinere voxelafmetingen, het optimaliseren van de sequentieparameters, het verhogen van het
magnetische veldsterkte, en het gebruik van speciale spoelontwerpen. Het is echter belangrijk om een
balans te vinden tussen ruimtelijke resolutie en scan tijd, omdat een hogere resolutie vaak gepaard gaat
met langere scan tijden.
Het heeft te maken met voxelgrootte. Als je de resolutie wil verbeteren moet de voxel kleiner. Als je
spatiele resolutie beter wordt, word je voxel kleiner en je SNR slechter want je hebt minder signaal en de
ruis blijft hetzelfde.
Artefacten
Artefacten kunnen worden ingedeeld in verschillende categorieën:
- Artefacten door omgevingsfactoren
- Artefacten door de parameterkeuze
- Artefacten door spoelkeuze
- Artefacten door de patiënt
Artefact Beschrijving Oplossing Parameter voor de
Plak je voorbeeld in oorzaak oplossing
deze kolom!!!
Zipper Metalen buiten - Verwijder - TE verhogen
de MRI metalen - TR langer maken
veroorzaken voorwerpen - Flip angle
artefacten - Juiste spoel
kiezen
,Invouwing FOV is kleiner - Fase - TE verhogen
(aliasing) dan de af te oversampling - TR langer
beelden - Saturatieslabs - FOV vergroten
anatomie gebruiken - Faserichting
- Zo klein veranderen
mogelijke coil
gebruiken
Beweging Beweging van - Comfortable - TE verhogen
(motion/ghosting/ patiënt positionering
phase mismapping/ - Breathold
flow) - Triggering/
gating
- Saturatieslabs
- Buscopan
gebruiken
Crosstalk Het signaal - Langere TE
van een regio - Patiënt opnieuw - Juiste spoelkeuze
van het positioneren - Aanpassen slice
lichaam dikte
veroorzaakt in
een andere
regio een
artefact
Partial Volume Het beeld laat - Grotere matrix
de werkelijke - Juiste spoel
anatomische keuze
structuren niet - Verkleinen slice
correct zien, je dikte
ziet een mix
van
verschillende
weefsels in 1
voxel
Susceptibility Ontstaat door - Kleine voxels - Matrix vergroten
metaalhouden - Zo laag mogelijk
d materiaal in magneetveld
het lichaam - Verwijder het
object
, Spike artefact Het is Dit artefact kan komen - Herhalen van de
zichtbaar in door ontlading in de serie
het hele beeld. MRI-ruimte die wordt - Luchtvochtigheid
In het k-vlak is opgepikt door de boven de 50%
een onjuiste ontvangstspoel/ houden
meting coildefect. - Vervang spoel
gedaan. - Overleg met
servicemonteur
Beschrijven wat MRI-contrastmiddel is;
De toepassing van MRI-contrastmiddelen benoemen;
Beredeneren bij welke weging MRI-contrastmiddelen van toegevoegde waarde kan zijn;
Uitleggen hoe het beeldcontrast bij MRI d.m.v. toediening van een contrastmiddel gewijzigd kan
worden;
Veiligheidsaspecten van MRI-contrastmiddel benoemen
Bijwerkingen/ contraindicaties van MRI-contrastmiddel
Atomen met ongepaarde elektronen induceren een klein magnetisch veld rondom zichzelf. Normaal zijn
ze willekeurig gerangschikt, maar in een MRI-scanner gaan ze zich richten naar het externe veld. Stoffen
waaraan deze atomen gebonden zijn noem je paramagnetische stoffen. Ze versterken het magneetveld
plaatselijk. Voorbeelden zijn zuurstof en gadolinium. Een gadoliniumverbinding wordt gebruikt als
contrastmiddel bij MRI. Het wordt intraveneus toegediend. De larmorfrequentie van protonspins wordt
plaatselijk vergroot omdat het zorgt voor versterking van het magnetisch veld. Het wordt voor de protonen
in een rooster van snel bewegende stoffen makkelijker om hun energie aan de omgeving af te geven.
Kortom: te T1-relaxatietijd van stoffen die normaal moeilijk relaxeren wordt verkort. Bijvoorbeeld
tumorweefsel. De signaalintensiteit wordt groter; de tumor wordt zichtbaar, en kleurt aan. Onderstaand
een voorbeeld voor en na toediening van gadolinium houdend contrastmiddel.