Inleiding strafrecht Aantekeningen HC’s
Week 1 aantekeningen hoorcollege
INLEIDING OP DE STOF
In de cursus Inleiding strafrecht maak je kennis met het materiële strafrecht, het formele strafrecht en
het sanctierecht. In de eerste drie weken van de cursus staat het formele strafrecht centraal. Het
formele strafrecht verschaft regels met betrekking tot het onderzoek naar strafbare feiten: wie heeft in
welke fase van het onderzoek welke bevoegdheden en verplichtingen, welke procedures moeten in
welke gevallen worden gevolgd en welke beslissingen moeten wanneer worden genomen om tot een
definitieve beslissing over een strafbaar feit te komen. Het formele strafrecht wordt ook wel aangeduid
als het strafprocesrecht. Later in de cursus komen het materiële strafrecht (welke gedragingen van
mensen zijn onder welke omstandigheden strafbaar) en het sanctierecht (soorten sancties,
straftoemeting en tenuitvoerlegging) aan bod.
In de eerste week van de cursus wordt in algemene zin stilgestaan bij de plaats van het strafrecht
binnen het recht (strafrecht wordt geschaard onder het publiekrecht) en bij de bronnen van het
strafrecht. Zo is het strafprocesrecht met name te vinden in het Wetboek van Strafvordering (Sv).
Daarnaast is het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden
(EVRM) relevant. Het in artikel 6 EVRM opgenomen recht op een eerlijk proces komt kort aan bod. In
de eerste week gaan we tevens nader in op klassieke beginselen en uitgangspunten die ten grondslag
liggen aan specifiek het strafprocesrecht. Een belangrijk uitgangspunt is het strafvorderlijk
legaliteitsbeginsel, neergelegd in artikel 1 Sv: strafvordering mag alleen plaatsvinden op de wijze bij
de wet voorzien. Dit ligt voor de hand omdat in de strafvordering vaak inbreuk wordt gemaakt op
rechten en vrijheden van burgers, zoals het recht op privacy of het recht op lichamelijke integriteit. Het
arrest Bloedproef II (1962) is in dit verband relevant. Gelet op artikel 1 Sv kan de vraag worden
gesteld hoe specifiek/gedetailleerd strafvorderlijk optreden in de wet geregeld moet zijn. Voor deze
vraag is het arrest Stille sms (2014) van belang. Strafvorderlijk optreden moet niet alleen grondslag
vinden in de wet, maar ook voldoen aan eisen van ongeschreven recht, de zogenoemde beginselen
van een goede procesorde. Hierover gaat het arrest Braak bij binnentreden (1987). In de eerste week
bespreken we tot slot ook de verschillende procesfasen en de verschillende procesdeelnemers.
Uit het voorgaande blijkt al dat voor een goed begrip van het straf(proces)recht niet alleen de wet- en
regelgeving moet worden geraadpleegd, maar ook de jurisprudentie. We besteden in de cursus
Inleiding strafrecht dan ook tevens aandacht aan het lezen en begrijpen van strafrechtelijke
jurisprudentie. In de eerste week wordt de vaardigheid ‘arrestanalyse’ nader toegelicht en geoefend.
Rechtsgang
Rechtbank Eerste aanleg
Gerechtshof Hoger Beroep
Conclusie A-G
Hoge raad Cassatie
Annotatie
,Aard en functies van het strafprocesrecht
Strafrecht gaat over… het bestraffen van personen die een strafbaar feit hebben gepleegd.
Het formuleren van strafbare feiten gaat over:
- Welk gedrag is wel/niet strafbaar
- Wie is wel/niet strafbaar?
- Welke uitzonderingen zijn er (strafuitsluitingsgronden)? Waar de grens ligt wordt het materiële
strafrecht genoemd.
* Let op: het strafprocesrecht staat meestal in dienst van het materiële recht.
Bijvoorbeeld: verboden toegang op betreden van havens en verkeerspunten
Het opsporen van strafbare feiten gaat over:
- Wie mag opsporen?
- Wie/wat mag het onderwerp van opsporing zijn?
- Op welke manier en met welke middelen mag dat?
- Welke rechten en plichten hebben de partijen?
Bijvoorbeeld: BOA’s uit een bepaald domein werden bevoegd om boetes uit te schrijven in de corona
tijd
Vervolgen van verdachten van strafbare feiten gaat over:
- Wie mag vervolgen?
- Op welke manieren mag dat?
- Welke rechten en plichten hebben de partijen?
Berechten van verdachten gaat over:
- Hoe ziet de procedure voor de rechter eruit? (Indien de officier van justitie besluit de zaak voor
te leggen aan de rechter)
- Welke rechten en plichten hebben de partijen?
Laatste stap: executeren van straffen en maatregelen, wordt weer gedaan door officier van justitie
Strafrecht is niet…
- Het ontslaan van een medewerker na grensoverschrijdend gedrag, dit is arbeidsrecht. Het
grensoverschrijdende gedrag kan misschien wel onder strafrecht vallen.
- Schade vergoeden is niet het domein van het strafrecht behalve via de
schadevergoedingsmaatregel.
- Een bekeuring wegens geen licht op je fiets.
- Een (tijdelijke) block op tiktok, instagram enzovoorts
- Alle kinderopvangtoeslag moeten terugbetalen
- Een rode kaart
- Belasting moeten betalen
Wat is strafrecht?
Het strafprocesrecht heeft altijd twee kanten. Aan de ene kant instrumentaliteit en aan de andere kant
rechtsbescherming. Instrumentaliteit houdt in dat het strafprocesrecht de overheid als het ware
instrumenten geeft om op te treden, op te sporen en te vervolgen. Aan de andere kant biedt het
strafprocesrecht ook altijd rechtsbescherming, aangezien de overheid niet zomaar mag handelen.
Oftewel er is sprake van bevoegdheidstoekenning maar tegelijk van bevoegdheidsbegrenzing!
(zwaard en schild)
Rechtsbescherming en instrumentaliteit: bescherming van fundamentele rechten van zowel verdachte
en veroordeelde als (potentiële) slachtoffers.
Strafrecht als rechtsgebied bestaat uit:
- Formeel strafrecht oftewel strafprocesrecht
- Materieel strafrecht
- Strafrechtelijk sanctierecht
Het strafbare feit (belangrijk basisbegrip): Een (i) gedraging die (ii) valt binnen de grenzen van een
wettelijke delictsomschrijving, (iii) wederrechtelijk is en (iv) verwijtbaar is aan de verdachte.
* Nalaten kan soms ook als gedraging bestraft worden
,* Valt binnen de grenzen van een wettelijke delictsomschrijving opgesteld door de wetgever
dus welke criteria gelden
* Wederrechtelijk = in strijd met de wet
* Verwijtbaar = iemand moet er daadwerkelijk wat aan kunnen doen (of kon)
* Opsporingshandeling kan gebruikt worden om een strafbaar feit na te gaan. Dit roept vaak vragen
op over of het wel mag. Bijvoorbeeld bij het lezen van appjes. De technologische ontwikkelingen
komen hierbij in aanraking met het strafrecht.
Functies van het strafprocesrecht
Hoofddoel van het strafproces is de juiste toepassing van het materiële strafrecht op daders mogelijk
te maken. Dit kan op twee manieren begrepen worden, namelijk wie is waarvoor strafbaar correct
straffen. Maar daarmee ook het correct identificeren van onschuldige burgers.
Nevendoelen van het strafprocesrecht zijn (speciale en generale) preventie (schandpaaleffect)
waardoor andere mensen minder snel strafbare feiten plegen – voorkomen eigen inrichting – orde
scheppen – genoegdoening
Dus: strafprocesrecht staat ten dienste van het materiele recht. Het neveldoel is dan ook het juist
toepassen daarvan.
Een eigen functie voor het strafprocesrecht?
Het strafprocesrecht stelt (behoorlijkheid) eisen (geregeld fatsoen) aan de wijze van opsporing,
vervolgen en berechting en schept juridische waarborgen voor de justitiabele.
Garandeert daarmee een zekere rechtsbescherming tegen de overheid: noemen we ook wel
secundaire controle.
Bronnen van strafprocesrecht
1. Het Wetboek van Strafvordering (WvSv)
- Zes boeken;
1. Algemene bepalingen
2. Strafvordering in eerste aanleg
3. Rechtsmiddelen
4. Rechtspleging van bijzondere aard
5. Internationale en Europese strafvorderlijke werking
6. Tenuitvoerlegging en kosten
- Iwtr. 1926
- Honderden wijzigingen en aanvullingen
- Modernisering Wetboek van Strafvordering
2. Bijzondere wetten, bijvoorbeeld de politiewet, Opiumwet, wet wapens en munitie,
wegenverkeerswet, wet economische delicten etc. Speciale wetten gaan over algemene
wetten lex specialis derogat legi generali
3. Internationale rechtsinstrumenten
- Mensenrechtenverdragen: EVRM
- Recht van de EU: richtlijnen, Grondrechtenhandvest
4. Lagere wetgeving en beleidsregels
5. Jurisprudentie
6. Ongeschreven recht beginselen van een goede procesorde
Fasen in de strafrechtspleging
Binnen de fasen van strafrechtspleging is er duidelijk onderscheid te maken tussen vooronderzoek en
eindonderzoek. Let op: het vooronderzoek staat onder leiding van de officier van justitie. Zodra het
onderzoek ter terechtzitting begint is de strafrechter de baas.
Vooronderzoek (Boek II, titels I-V en
Boek I, titels IV-Vf Sv)
- Definitie vooronderzoek (art.
132 Sv)
- Definitie opsporingsonderzoek
(art. 132a Sv)
, Vervolgingsbeslissing (art. 176Sv;
boek II, titels IV-V Sv)
- Dagvaarding, sepot of
buitengerechtelijke afdeling
- Opportuniteitsbeginsel: OM
poortwachter tot rechter
Eindonderzoek (Boek II Sv, titels VI-VIII
- Eerste aanleg (MK, PR,
Kanton) (art. 269-398 Sv)
- Hoger beroep (Boek III, art. 404
e.v. Sv)
- Cassatie (Boek III, art. 427 e.v.
Sv)
De fases van inquisitoir en accusatoir kenmerken zich duidelijk anders door de bijdrage die de
advocaat en verdachte kunnen leveren.
Vooronderzoek (132 Sv):
‘Getemperd inquisitoir’: hierbij spelen advocaat en verdachte een marginale rol en is het primaat bij de
officier van justitie. De vervolgende instantie heeft hierbij alle macht.
- Verzamelen bewijsmateriaal
- Voorbereiden vervolgingsbeslissing
- Verschillende vormen.
Eindonderzoek:
‘Gematigd accusatoir’: hierbij zijn er twee min of meer gelijke partijen waarbij er een veel sterkere
gelijkwaardige band is tussen de rechter en de advocaat.
- Relatief belang: niet alle zaken komen tot het eindonderzoek bij de rechter dus er is een
relatief belang van het totale aantal strafbare feiten dat wordt gepleegd.
- Zitting is vooral bespreking van dossier: zit daar voldoende bewijs in om de dagvaarding te
bewijzen.
- Sepots en strafbeschikkingen (opportuniteitsbeginsel)
- In veel gevallen niet van toepassing wegens buitenechtelijke afdoening
De termen "inquisitoir" en "accusatoir" verwijzen naar twee verschillende rechtssystemen of
benaderingen in het strafprocesrecht. Het Nederlandse strafrecht combineert elementen van beide
systemen in verschillende stadia van de strafprocedure, wat leidt tot de beschrijving van het
voorbereidend onderzoek als 'overwegend inquisitoir' en het eindonderzoek (de terechtzitting) als
'meer accusatoir'.
1. Inquisitoir Systeem (Voorbereidend Onderzoek):
o Kenmerken: In een inquisitoir systeem speelt de rechter of een andere
overheidsfunctionaris een actieve rol in het onderzoek naar de waarheid. Het is de
taak van de onderzoeker om bewijs te verzamelen, zowel belastend als ontlastend, en
om tot een oordeel te komen over de zaak.
o Toepassing in Nederland: Tijdens het voorbereidend onderzoek in Nederland voert
het Openbaar Ministerie (OM) of de politie het onderzoek uit. Zij verzamelen bewijs en
bepalen de richting van het onderzoek. De rechter-commissaris kan ook een rol
spelen in dit proces, bijvoorbeeld bij het toestaan van bepaalde opsporingsmethoden
of het horen van getuigen. De focus ligt hierbij op het verzamelen van bewijs en het
achterhalen van de waarheid, wat kenmerkend is voor een inquisitoir systeem.
Week 1 aantekeningen hoorcollege
INLEIDING OP DE STOF
In de cursus Inleiding strafrecht maak je kennis met het materiële strafrecht, het formele strafrecht en
het sanctierecht. In de eerste drie weken van de cursus staat het formele strafrecht centraal. Het
formele strafrecht verschaft regels met betrekking tot het onderzoek naar strafbare feiten: wie heeft in
welke fase van het onderzoek welke bevoegdheden en verplichtingen, welke procedures moeten in
welke gevallen worden gevolgd en welke beslissingen moeten wanneer worden genomen om tot een
definitieve beslissing over een strafbaar feit te komen. Het formele strafrecht wordt ook wel aangeduid
als het strafprocesrecht. Later in de cursus komen het materiële strafrecht (welke gedragingen van
mensen zijn onder welke omstandigheden strafbaar) en het sanctierecht (soorten sancties,
straftoemeting en tenuitvoerlegging) aan bod.
In de eerste week van de cursus wordt in algemene zin stilgestaan bij de plaats van het strafrecht
binnen het recht (strafrecht wordt geschaard onder het publiekrecht) en bij de bronnen van het
strafrecht. Zo is het strafprocesrecht met name te vinden in het Wetboek van Strafvordering (Sv).
Daarnaast is het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden
(EVRM) relevant. Het in artikel 6 EVRM opgenomen recht op een eerlijk proces komt kort aan bod. In
de eerste week gaan we tevens nader in op klassieke beginselen en uitgangspunten die ten grondslag
liggen aan specifiek het strafprocesrecht. Een belangrijk uitgangspunt is het strafvorderlijk
legaliteitsbeginsel, neergelegd in artikel 1 Sv: strafvordering mag alleen plaatsvinden op de wijze bij
de wet voorzien. Dit ligt voor de hand omdat in de strafvordering vaak inbreuk wordt gemaakt op
rechten en vrijheden van burgers, zoals het recht op privacy of het recht op lichamelijke integriteit. Het
arrest Bloedproef II (1962) is in dit verband relevant. Gelet op artikel 1 Sv kan de vraag worden
gesteld hoe specifiek/gedetailleerd strafvorderlijk optreden in de wet geregeld moet zijn. Voor deze
vraag is het arrest Stille sms (2014) van belang. Strafvorderlijk optreden moet niet alleen grondslag
vinden in de wet, maar ook voldoen aan eisen van ongeschreven recht, de zogenoemde beginselen
van een goede procesorde. Hierover gaat het arrest Braak bij binnentreden (1987). In de eerste week
bespreken we tot slot ook de verschillende procesfasen en de verschillende procesdeelnemers.
Uit het voorgaande blijkt al dat voor een goed begrip van het straf(proces)recht niet alleen de wet- en
regelgeving moet worden geraadpleegd, maar ook de jurisprudentie. We besteden in de cursus
Inleiding strafrecht dan ook tevens aandacht aan het lezen en begrijpen van strafrechtelijke
jurisprudentie. In de eerste week wordt de vaardigheid ‘arrestanalyse’ nader toegelicht en geoefend.
Rechtsgang
Rechtbank Eerste aanleg
Gerechtshof Hoger Beroep
Conclusie A-G
Hoge raad Cassatie
Annotatie
,Aard en functies van het strafprocesrecht
Strafrecht gaat over… het bestraffen van personen die een strafbaar feit hebben gepleegd.
Het formuleren van strafbare feiten gaat over:
- Welk gedrag is wel/niet strafbaar
- Wie is wel/niet strafbaar?
- Welke uitzonderingen zijn er (strafuitsluitingsgronden)? Waar de grens ligt wordt het materiële
strafrecht genoemd.
* Let op: het strafprocesrecht staat meestal in dienst van het materiële recht.
Bijvoorbeeld: verboden toegang op betreden van havens en verkeerspunten
Het opsporen van strafbare feiten gaat over:
- Wie mag opsporen?
- Wie/wat mag het onderwerp van opsporing zijn?
- Op welke manier en met welke middelen mag dat?
- Welke rechten en plichten hebben de partijen?
Bijvoorbeeld: BOA’s uit een bepaald domein werden bevoegd om boetes uit te schrijven in de corona
tijd
Vervolgen van verdachten van strafbare feiten gaat over:
- Wie mag vervolgen?
- Op welke manieren mag dat?
- Welke rechten en plichten hebben de partijen?
Berechten van verdachten gaat over:
- Hoe ziet de procedure voor de rechter eruit? (Indien de officier van justitie besluit de zaak voor
te leggen aan de rechter)
- Welke rechten en plichten hebben de partijen?
Laatste stap: executeren van straffen en maatregelen, wordt weer gedaan door officier van justitie
Strafrecht is niet…
- Het ontslaan van een medewerker na grensoverschrijdend gedrag, dit is arbeidsrecht. Het
grensoverschrijdende gedrag kan misschien wel onder strafrecht vallen.
- Schade vergoeden is niet het domein van het strafrecht behalve via de
schadevergoedingsmaatregel.
- Een bekeuring wegens geen licht op je fiets.
- Een (tijdelijke) block op tiktok, instagram enzovoorts
- Alle kinderopvangtoeslag moeten terugbetalen
- Een rode kaart
- Belasting moeten betalen
Wat is strafrecht?
Het strafprocesrecht heeft altijd twee kanten. Aan de ene kant instrumentaliteit en aan de andere kant
rechtsbescherming. Instrumentaliteit houdt in dat het strafprocesrecht de overheid als het ware
instrumenten geeft om op te treden, op te sporen en te vervolgen. Aan de andere kant biedt het
strafprocesrecht ook altijd rechtsbescherming, aangezien de overheid niet zomaar mag handelen.
Oftewel er is sprake van bevoegdheidstoekenning maar tegelijk van bevoegdheidsbegrenzing!
(zwaard en schild)
Rechtsbescherming en instrumentaliteit: bescherming van fundamentele rechten van zowel verdachte
en veroordeelde als (potentiële) slachtoffers.
Strafrecht als rechtsgebied bestaat uit:
- Formeel strafrecht oftewel strafprocesrecht
- Materieel strafrecht
- Strafrechtelijk sanctierecht
Het strafbare feit (belangrijk basisbegrip): Een (i) gedraging die (ii) valt binnen de grenzen van een
wettelijke delictsomschrijving, (iii) wederrechtelijk is en (iv) verwijtbaar is aan de verdachte.
* Nalaten kan soms ook als gedraging bestraft worden
,* Valt binnen de grenzen van een wettelijke delictsomschrijving opgesteld door de wetgever
dus welke criteria gelden
* Wederrechtelijk = in strijd met de wet
* Verwijtbaar = iemand moet er daadwerkelijk wat aan kunnen doen (of kon)
* Opsporingshandeling kan gebruikt worden om een strafbaar feit na te gaan. Dit roept vaak vragen
op over of het wel mag. Bijvoorbeeld bij het lezen van appjes. De technologische ontwikkelingen
komen hierbij in aanraking met het strafrecht.
Functies van het strafprocesrecht
Hoofddoel van het strafproces is de juiste toepassing van het materiële strafrecht op daders mogelijk
te maken. Dit kan op twee manieren begrepen worden, namelijk wie is waarvoor strafbaar correct
straffen. Maar daarmee ook het correct identificeren van onschuldige burgers.
Nevendoelen van het strafprocesrecht zijn (speciale en generale) preventie (schandpaaleffect)
waardoor andere mensen minder snel strafbare feiten plegen – voorkomen eigen inrichting – orde
scheppen – genoegdoening
Dus: strafprocesrecht staat ten dienste van het materiele recht. Het neveldoel is dan ook het juist
toepassen daarvan.
Een eigen functie voor het strafprocesrecht?
Het strafprocesrecht stelt (behoorlijkheid) eisen (geregeld fatsoen) aan de wijze van opsporing,
vervolgen en berechting en schept juridische waarborgen voor de justitiabele.
Garandeert daarmee een zekere rechtsbescherming tegen de overheid: noemen we ook wel
secundaire controle.
Bronnen van strafprocesrecht
1. Het Wetboek van Strafvordering (WvSv)
- Zes boeken;
1. Algemene bepalingen
2. Strafvordering in eerste aanleg
3. Rechtsmiddelen
4. Rechtspleging van bijzondere aard
5. Internationale en Europese strafvorderlijke werking
6. Tenuitvoerlegging en kosten
- Iwtr. 1926
- Honderden wijzigingen en aanvullingen
- Modernisering Wetboek van Strafvordering
2. Bijzondere wetten, bijvoorbeeld de politiewet, Opiumwet, wet wapens en munitie,
wegenverkeerswet, wet economische delicten etc. Speciale wetten gaan over algemene
wetten lex specialis derogat legi generali
3. Internationale rechtsinstrumenten
- Mensenrechtenverdragen: EVRM
- Recht van de EU: richtlijnen, Grondrechtenhandvest
4. Lagere wetgeving en beleidsregels
5. Jurisprudentie
6. Ongeschreven recht beginselen van een goede procesorde
Fasen in de strafrechtspleging
Binnen de fasen van strafrechtspleging is er duidelijk onderscheid te maken tussen vooronderzoek en
eindonderzoek. Let op: het vooronderzoek staat onder leiding van de officier van justitie. Zodra het
onderzoek ter terechtzitting begint is de strafrechter de baas.
Vooronderzoek (Boek II, titels I-V en
Boek I, titels IV-Vf Sv)
- Definitie vooronderzoek (art.
132 Sv)
- Definitie opsporingsonderzoek
(art. 132a Sv)
, Vervolgingsbeslissing (art. 176Sv;
boek II, titels IV-V Sv)
- Dagvaarding, sepot of
buitengerechtelijke afdeling
- Opportuniteitsbeginsel: OM
poortwachter tot rechter
Eindonderzoek (Boek II Sv, titels VI-VIII
- Eerste aanleg (MK, PR,
Kanton) (art. 269-398 Sv)
- Hoger beroep (Boek III, art. 404
e.v. Sv)
- Cassatie (Boek III, art. 427 e.v.
Sv)
De fases van inquisitoir en accusatoir kenmerken zich duidelijk anders door de bijdrage die de
advocaat en verdachte kunnen leveren.
Vooronderzoek (132 Sv):
‘Getemperd inquisitoir’: hierbij spelen advocaat en verdachte een marginale rol en is het primaat bij de
officier van justitie. De vervolgende instantie heeft hierbij alle macht.
- Verzamelen bewijsmateriaal
- Voorbereiden vervolgingsbeslissing
- Verschillende vormen.
Eindonderzoek:
‘Gematigd accusatoir’: hierbij zijn er twee min of meer gelijke partijen waarbij er een veel sterkere
gelijkwaardige band is tussen de rechter en de advocaat.
- Relatief belang: niet alle zaken komen tot het eindonderzoek bij de rechter dus er is een
relatief belang van het totale aantal strafbare feiten dat wordt gepleegd.
- Zitting is vooral bespreking van dossier: zit daar voldoende bewijs in om de dagvaarding te
bewijzen.
- Sepots en strafbeschikkingen (opportuniteitsbeginsel)
- In veel gevallen niet van toepassing wegens buitenechtelijke afdoening
De termen "inquisitoir" en "accusatoir" verwijzen naar twee verschillende rechtssystemen of
benaderingen in het strafprocesrecht. Het Nederlandse strafrecht combineert elementen van beide
systemen in verschillende stadia van de strafprocedure, wat leidt tot de beschrijving van het
voorbereidend onderzoek als 'overwegend inquisitoir' en het eindonderzoek (de terechtzitting) als
'meer accusatoir'.
1. Inquisitoir Systeem (Voorbereidend Onderzoek):
o Kenmerken: In een inquisitoir systeem speelt de rechter of een andere
overheidsfunctionaris een actieve rol in het onderzoek naar de waarheid. Het is de
taak van de onderzoeker om bewijs te verzamelen, zowel belastend als ontlastend, en
om tot een oordeel te komen over de zaak.
o Toepassing in Nederland: Tijdens het voorbereidend onderzoek in Nederland voert
het Openbaar Ministerie (OM) of de politie het onderzoek uit. Zij verzamelen bewijs en
bepalen de richting van het onderzoek. De rechter-commissaris kan ook een rol
spelen in dit proces, bijvoorbeeld bij het toestaan van bepaalde opsporingsmethoden
of het horen van getuigen. De focus ligt hierbij op het verzamelen van bewijs en het
achterhalen van de waarheid, wat kenmerkend is voor een inquisitoir systeem.