100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Mckay, H: 20 t/m 25, AGC (dt. 1)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
41
Geüpload op
05-03-2025
Geschreven in
2024/2025

Een complete, uitgebreide samenvatting van de hoofdstukken voor het eerste deeltentamen.

Instelling
Vak











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
5 maart 2025
Aantal pagina's
41
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

A History of Western Society
Mckay, 2017, samenvatting van Hoofdstuk 20 t/m 25

20: De revolutie in Energie en Industrie
De Industriële revolutie in Brittannië
Waarom Brittannië?
Groot-Brittannië was de koploper als het ging om economische vernieuwing, industrialisering.
Misschien wel het belangrijkste historische debat in economische geschiedenis, de vraag waarom de
industriële revolutie voornamelijk in West-Europa en dan vooral Engeland plaats vond. Het lijkt erop
dat Engeland een unieke set kansen en beperkingen: overvloed aan koolsteen, hoge lonen, een relatief
veilige stabiele en gecentraliseerde overheid, hoogontwikkelde financiële systemen, innovatieve
cultuur, vaardige ambachtslieden en een sterke machtspositie zowel in territoriale Rijk als in globale
handel, wat de inwoners deed aanpassen naar een kapitalistisch intensief machine gedreven
productiesysteem. Over de lange termijn waren er ook factoren die bijdroegen aan deze veranderingen
in productie, de wetenschappelijke revolutie en de verlichting brachten een nieuwe kijk op de wereld,
welke vooruitgang en de rol van onderzoek en experimenteren aanmoedigde. De lakenhandel,
expansie over de Atlantische Oceaan en handel met India en China droegen ook bij aan het verhaal
van economische groei, voortijdig. Ook in de landbouw droeg een toenemende efficiëntie door
veranderingen in landbewerken en omheinen bij aan lage voedselprijzen. De ‘enclosure movement’
zorgde ervoor dat aan de vooravond van de Industriële revolutie minder dan de helft van Brittannië
nog boer was, de rest vormde een grote potentiële groep fabrieksarbeiders. Door het vele water had
Brittannië ook een sterke infrastructuur in een tijd dat vervoer over land een stuk goedkoper was. Een
laatste factor voor belang op de vraag: Why Britain? Is de sterke Britse overheid, de parlementaire
staat vroeg hoge belastingen van haar burgers, tegelijk voerde de staat een sterke mercantilistische
politiek.

Technologische innovatie en vroege industrie
De ‘Fabriek’ in Engeland was baanbrekend niet om de hoge concentratie arbeiders op één werkvloer,
maar dat het om een machine heen draaide. Het ‘putting-out system’ met de huisjes industrie in het
spinnen van katoen, wol en vlas kende een plafond door het handmatig spinnen, veel internationale
concurrentie was de drijfveer tot een zoektocht naar verbetering door innovatie. In 1765 werd door
James Hargreaves het cotton-spinning Jenny uitgevonden, terwijl Richard Arkwright een spinwiel
genaamd het ‘water frame’, gedreven door waterkracht, uitvond. Rond 1790 was de industrie hierdoor
vertienvoudigd. Waar de lonen laag waren was er weinig prikkel tot zulke vernieuwingen, maar toen
de machine goedkoper werd en makkelijker te produceren kwam hij overal in Europa terecht in de
eerste decennia van de 19e eeuw. Door de hoge lonen en de slechte omstandigheden waren er weinig
arbeiders, dus vonden fabriek eigenaren een oplossing in het bij wet ‘adopteren’ van kinderen om ze
te laten werken.

De doorbraak van de stoommachine
Mens en dier was tot de 18e eeuw de grootste bron van energie over de hele wereld, ook in Europa.
Dit betekende een grote schaarste van energie. Hout was de belangrijkste grondstof voor energie,
hierin was groot schaarste in de 1740s, wat leidde tot een toenemend gebruik van steenkool als
alternatief, steenkool werd al langer gebruikt maar er vormde zich een doorbraak toen het gebruikt
werd om mechanische energie te genereren. De mijnen gingen daarvoor steeds dieper waar

,vervolgens veel water in liep dat er uit moest worden gepompt, dit gebeurde voornamelijk door
pompen aangedreven door dieren, wat erg kostbaar was. Thomas Savery in 1698 en Thomas
Newcomen vonden daarvoor in 1705 de stoommachine voor uit die door steenkool aangedreven water
omhoog kon pompen. Beiden waren zeer inefficiënt, maar werden rond 1770 overal in Brittannië
gebruikt. James Watt wist in 1769 de stoommachine door een extra condensator toe te voegen veel
efficiënter te maken. In de twintig jaren daarna kreeg hij door de rijke industrie eigenaar Matthew
Boulton de mogelijkheid om de stoommachine nog veel efficiënter te maken en praktisch toepasbaar
voor gebruik. Deze stoommachine door steenkool gedreven was de meest fundamentele ontwikkeling
in technologie van de industriële revolutie. Door Cort’s innovatie in ijzer bewerken en de ontdekking
van het smelten van ‘Coke’ werd ijzer het goedkope basale onvervangbare materiaal om mee te
werken, om mee te bouwen.

Door stoom gedreven transport
Toen er in 1816 een spoor was ontwikkeld dat een zware locomotief kon dragen kwam er een nieuw
vervoermiddel. George Stephenson noemde zijn stoomlocomotief de Rocket, die over het spoor van
Liverpool en Manchester ging in 1829. Veel bedrijven volgde het voorbeeld, binnen twintig jaar
bestonden de grote sporen in Brittannië. Andere landen volgden snel. Door goedkoper transporten
werden markten minder lokaal en groter. Grote markten vroegen weer om grotere fabrieken met
verder ontwikkelde machines. Ook de aanleg van de spoorwegen droeg bij aan het ontstaan van een
klasse van fabrieksarbeiders. De stoommachine veranderde ook vervoer over water met de komst van
de stoomboot, voor het eerst in Frankrijk in 1770s en een paar decennia later in gebruik in Noord-
Amerika

Industrie en bevolkingsgroei
In 1851 was er een ‘Crystal Palace’ gebouwd, bestaande uit ijzer en glas, voor een groote
tentoonstelling waarin Engeland als de leider van de wereldeconomie werd gepresenteerd. De Britse
claim de ‘werkplaats van de wereld’ te zijn, was niet onterecht. Het GNP (Gross National Product)
verviervoudigde van 1780-1851 en ook de bevolking groeide van 9 naar 21 miljoen mensen in 1851.
Die bevolkingsgroei was essentieel voor industriële groei, het plafond van Malthus leek doorbroeken.
David Ricardo bedacht de ‘iron law of wages’ waarin hij beweerde dat bevolkingsgroei goed was,
want het was de manier om veel te hoge lonen te voorkomen, in antwoord op de pessimistische
verwachting op een ramp door de Malthusianen. Ricardo zei dat zo lonen altijd net hoog genoeg
bleven om niet om te komen, dus groei in welvaart bestaat niet voor iedereen. Beiden zaten fout over
de lange termijn, omdat industrialisatie de productiviteit verder verhoogde dan ze zich konden
voorstellen. Toch was bleek de groeiende productiviteit harder te stijgen dan de lonen.

Industrialisatie in Europa en de Wereld
Nationale en Internationale variatie
Wanneer de industrialisatie in verhouding met andere landen wordt bekeken vallen de volgende
dingen op. In 1750 liepen Westerse landen en China en India gelijk op. Vanaf 1800 ontstaan een groot
gat tussen GB en de andere landen en vooral een gat met China en India, die in de vroegmoderne tijd
economisch en technologisch net zo ver ontwikkeld waren. Ten tweede blijkt dat Westerse landen
daarentegen succesvol in de loop van de 19e eeuw het Britse model over te nemen. Wel ging dit
wisselend per land. De grote industrialisatie vanaf 1860 in Duitsland en de VS wordt ook wel de
‘tweede industriële revolutie’ genoemd. Deze groei in heel Europa en Amerika stond in sterk contrast
met een ‘verval’ in niet-Westerse landen, voornamelijk China en India, Japan was een uitzondering op
die regel en kwam wel mee. Deze grote kloof in economische groei, versterkte bestaande ongelijkheid
tussen de Westerse en de niet-Westerse wereld.

,Industrialisatie in continentaal Europa
Met de vrede van 1815 begon West Continentaal Europa aan een inhaalslag, maar de Britse economie
was al dominant over de gehele wereld geworden. Bovendien was de Britse technologie zo ver
ontwikkeld dat weinig technici buiten Engeland de techniek begrepen. Een gebrek aan
investeringskapitaal en arbeiders die het niet zagen zitten om in de fabriek te gaan werken waren een
rem op de industrialisatie. Maar de kapitalistische houding met het veel gebruikte putting-out systeem
en het simpelweg ‘lenen’ van de Britse vergevorderde technologie en ten derde de sterke
onafhankelijke overheden die industrie konden promoten onderscheiden het westen van de rest van de
wereld en maakte dat de industrialisatie ook in continentaal Europa niet te stoppen was. In Frankrijk
steeg ook de productie van luxegoederen door de opkomst van een welvarende middenklasse.

Controle over industrialisatie
Het West-Europese succes in het overnemen van de industrialisatie vond plaats ondanks pogingen van
de Britten om hier het monopolie op te behouden. Zo was het tot 1825 verboden voor ambachtslieden
en technici om Engeland te verlaten en de export van machines was tot 1843 verboden. Toch gingen
velen stiekem naar het buitenland om daar machines te bouwen. Nationale overheden speelden een
nog belangrijkere rol in de strijd om industrialisatie. Door tarieven bescherming om de eigen
economie te steunen door hoge belasting om import te heffen. Ook was de overheid belangrijk voor
infrastructuur, zo investeerde België in spoorwegen wat ze tot een vroeg industriële leider maakte.
Ook banken speelden een grote en creatieve rol in continentaal Europa. Langzaam werden de banken
minder conservatief en werden door de overheid minder aansprakelijk voor verlies, zo gingen en
konden ze veiliger, investeren en trokken ze ook meer investeerders. De gecombineerde krachten van
overheden, arbeiders, ondernemers en industriële banken resulteerde in sterke groei.

Het Globale beeld
Met uitzondering van de VS en Japan kwam de rest niet mee. Rusland probeerde het wel, maar
voegde zich in een rol als leverancier van grondstoffen als hout en graan. Ook Egypte voegde zich
naar een soortgelijke rol na een poging te moderniseren, maar niet te kunnen concurreren met de
goedkopere Europese producten. Ook konden veel landen niet hun eigen economie beschermen en
industrialiseren, omdat ze geen onafhankelijke overheid waren, maar door de imperiale grootmachten
werden bestuurd. De industrialisatie van de Westerse wereld zorgde dus voor een toenemende
afhankelijkheid van de rest van de wereld aan het westen. Door imperialisme en economische
concurrentie vond er in de rest van de wereld juist een proces van de-industrialisatie plaats. Door die
economische zwakte vond er in de tweede helft van de 19e eeuw een tweede golf van imperialisme
plaats, bijvoorbeeld voor China

Nieuwe gewoonten van werken en leven
De eerste fabrieken van de industriële revolutie waren katoenfabrieken die bij stromend water in
weinig dichtbevolkte gebieden gelegen waren. Er was weinig zin vanuit arbeiders die met het putting-
out systeem werken om in die katoenfabrieken te gaan werken. Ze waren aan een zeker
onafhankelijke vrijheid gewent. Ook werden de katoenfabrieken gezien als Engelse armenhuizen waar
ze verplicht moesten werken om iets terug te doen voor het dak boven hun hoofd.

Werkende families en kinderen
Door de overheid werd in 1802 het gebruik van armen vanuit armenhuizen voor industrie verboden.
Veel textielfabrieken werden in de stad gebouwd, waar ze stoomkracht in plaats van waterkracht
konden gebruiken. En arbeiders makkelijker naar zich toe konden trekken. Veel urbane arbeiders
kwamen uit Ierland, gedwongen door bevolkingsgroei en economische verslechtering. In de vroege

, 19e eeuw werd de arbeid in de familiegroepen steeds minder houdbaar door technologische
vooruitgang. Controle en discipline handhaven kwam steeds meer in de hand van managers en
toezichthouders, sommige verlichte parlementariërs gingen wel mee in protesten van arbeiders. Een
onderzoek waarin fabrikant Robert Owen getuigde over de slechte omstandigheden, zeker voor
kinderen, resulteerde in een serie ‘Factory acts’ van 1802 tot 1833. Deze wetten limiteerden de
werkdag van kinderen en eiste minimumstandaarden omtrent hygiëne en veiligheid. Een onbedoeld
gevolg was echter dat het een einde maakte aan de gewoonte om als familie te werken.

De nieuwe seksuele verhoudingen in arbeid
Met de restricties op kinderarbeid en het ineenstorten van familiewerk kwam een nieuwe seksuele
verhouding, waar de man het meeste loon ontving en vrouwen alleen beperkte baankansen hadden. Er
werd van vrouwen meer en meer verwacht om zich te concentreren op de taken in het huis. Deze
nieuwe gewoonte van ‘separate spheres’ had verschillende uitkomsten, de kans dat een vrouw fulltime
bleef werken na de geboorte van het eerste kind werd veel kleiner, ten tweede wanneer er door de
vrouw toch gewerkt werd kwam dat doordat ze bij de allerarmsten behoorden en het loon van de man
niet genoeg was, ten derde banen die vrouwen dan bekleden waren bepaalde banen als
textielfabrieken, wassen, ten vierde waren vrouwen gebonden aan banen die weinig betaalden en geen
promotie in zich hadden. Deze nieuwe rol voor de vrouwen kwam door verschillende factoren, ten
eerste de discipline met werktijden ging moeilijk samen met de zorg voor kinderen, ten tweede waren
huishoudelijke taken veeleisend als armen in een stad een ‘baan’ ernaast houden was dan weinig
aantrekkelijk, ten derde door het duidelijke ‘vrouwenwerk’ was er sterke segregatie tussen mannen en
vrouwen zo’n traditionele verdeling zonder familiair toezicht leidde tot plotselinge ongeplande
zwangerschappen. De ‘Mines Act of 1842’ verbood het voor vrouwen en meisjes en jongens onder de
tien om in de mijnen te werken. Wat ook weer een baan was waar hogere lonen werden betaald, waar
vrouwen nu niet meer in konden werken. Een laatste factor voor de nieuwe rol voor vrouwen waren
de domestische idealen van rolverdeling in de middenklasse die ook aan de armsten werden opgelegd.

Levensstandaarden van de arbeidersklasse
Er is overeenstemming onder historici dat de levenstandaard voor de arbeiders niet steeg tot de 1840’s
op zijn vroegst. De napoleontische oorlogen leidde tot een verval van de hoge lonen voor de
arbeiders. Door het verdwijnen van vrouwen en kinderen van de werkvloer was het totale inkomen
ook gedaald. Tegelijk gingen de arbeiders langer en meer werken dan ze in de vorige eeuw op het
land deden. Voor stadarbeiders daalde de levensverwachting ook gigantisch door de slechte arbeid- en
hygiënische omstandigheden. Wanneer men kijkt naar de goederen die arbeiders kochten zie je ook
veel van de levensstandaard, het suggereert ook een afname hiervan voor de arbeiders in de stad tot
het midden van de 19e eeuw. Rond 1840 begonnen de lonen te stijgen en de prijzen te dalen en een
van de grootste ontwikkeling zat in medicatie. Vaccinaties kwamen op en een groter variëteit aan
voedsel zorgden voor een langere levensverwachting. Lastiger om te meten is de impact die de
industriële revolutie had op gemeenschappelijke en sociale waarden.

Relaties tussen kapitaal en arbeid
De nieuwe klasse van fabriekseigenaren
Sociaal maatschappelijk veranderde er veel, er ontstond ook een nieuwe klassen van industriële
kapitalisten. De opkomende industriële markt was zeer onzeker en met veel concurrentie. Velen uit
deze klasse kwamen van minderheden, waren ‘nieuw geld’ en waren zeer trots op eigen verdiensten.
Hoe meer fabrieken ontstond hoe lastiger het voor nieuwe ambitieuze jonge mannen werd om van een
fabriekje tot de welvarende hoogste klasse te gaan behoren. Deze klasse was zich bewust van de kloof
die door de industriële revolutie was gegroeid tussen de arbeiders en de fabriekseigenaren klasse.
$6.50
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
mastenbroekaron
4.0
(1)

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
mastenbroekaron Universiteit Leiden
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
3
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
4
Laatst verkocht
2 maanden geleden

4.0

1 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen