100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting tentamenstof recht en religie

Rating
-
Sold
1
Pages
91
Uploaded on
04-03-2025
Written in
2023/2024

Aantekeningen voor het tentamen recht en religie. 71 pagina's

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
March 4, 2025
Number of pages
91
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

Content preview

WG1 Recht en religie in Nederland: inleiding, enkele casus, staatsneutraliteit, is facilitering -
bijvoorbeeld fiscale voordelen - van geloofsgemeenschappen toegestaan
Europees Hof moet uitspraak doen over ontslag werknemer kerkelijke organisatie na verlaten kerk:
 Mag kerkelijke organisatie werknemer ontslaan als deze lidmaatschap van die kerk opzegt?
o Feiten: Evangelisch lutherse kerk die adviseert bij zwangerschappen. Vrouw gaat in 2013 met ouderschapsverlof
en wil in 2019 weer terug. Heeft lidmaatschap kerk wel opgezegd in tussentijd. Kerk heeft haar toen ontslagen,
omdat ze geen lid is.
o Godsdienstvrijheid 2 kanten:
 Collectief
 Loyaliteit werknemers
 Uitdragen geloofsovertuiging
 Art. 9 EVRM
 Kaderrichtlijn gelijke behandeling
o Arbeidsrecht: principe van gelijke behandeling moet je
toepassen bij aannemen en ontslaan werknemers
 Art. 4: voor religieuze organisaties kan een
uitzondering worden gemaakt. Mogen onder voorwaarden wel discrimineren.
Voorwaarden:
 Wezenlijk beroepsvereiste?
 Is het voor je de uitoefening van je beroep nodig dat je aan betreffende eis voldoet?
 Bijv. is het nodig dat iemand de religieuze overtuiging overdraagt aan anderen? Dan
eerder nodig dat iemand gelovig is.
 Legitiem, evenredig, nodig?
 Vrij werknemersverkeer
 Als je als werknemer uit religieuze organisatie bent gestapt, kun je je afvragen of werknemer nog wel
de intrinsieke motivatie naar anderen kan uitdragen
 Individueel
 Persoonlijke levenssfeer
 Als je geen lid meer wilt zijn van een geloofsgemeenschap, dan moet dat mogelijk zijn zonder drempels
1
 In casu botsen deze 2 kanten

Utrechtse boa's mogen vanaf nu keppeltje of hoofddoek dragen:
 Mogen (buitengewoon opsporings)ambtenaren tijdens de uitoefening van hun functie religieuze symbolen dragen?
o “Staat moet neutraal zijn”  wat is neutraliteit?
o Scheiding van kerk en staat. 2 kanten:
 Neutraliteit overheid
 Scheiding kerk-staat
 Onpartijdig (uniform)
o Mensen hebben nou eenmaal een overtuiging en normen en waarden  niet anders als het niet
geuit wordt in uniform
o Aan de andere kant: schijn van partijdigheid tegengaan
 Art. 1 Gw
o Overheid moet burgers gelijk behandelen en schijn van
partijdigheid weghalen
o Maar ook de ambtenaren moeten gelijk behandeld
worden en niet worden achtergesteld door religieuze
overtuiging
 Godsdienstvrijheid
 Individueel
 Persoonlijke levenssfeer
o Je mag overtuiging uiten
 En ook hier de vragen:
o Wezenlijk beroepsvereiste?
 Vind je dit als overheid wezenlijk? Moet religie weg uit publieke domein om neutraal te
zijn.
o Legitiem, evenredig, nodig?
o Vrij werknemersverkeer
o In het oog neutrale maatregel treft specifieke groepen relatief hard: zal vooral islamitische en joodse mensen
raken

,Godsdienst en overheid in NL
 Scheiding van kerk en staat, wat is dat?
o Geen overheidsbemoeienis
o Kerken mogen geen invloed in beleid van staat
 3 invalshoeken:
o 1) Relatie(s) overheid en geloofsgemeenschappen/gelovigen
 Kunnen die er zijn? Ja, soms overleg: bijv. CMO. Gebeurt ook met bijv. sportbonden dus ook met religieuze
gemeenschappen. Anders discriminatie. Maar bijv. niet goedkeuring op wetgeving nodig.
 Of bijv. via subsidies (wel voor bijv. gebouw op opleidingen geestelijken, maar niet voor spreiden
geloofsovertuiging)
 Scheiding suggereert dat dit er niet is. Of in het verleden wel maar nu niet meer. Maar er zijn wel degelijk
contactorganen en er is wel een relatie. Overheid houdt overleg met religieuze organisaties, dit is onderdeel van
het maatschappelijk middenveld. Zouden zij dit niet doen, is er een vorm van discriminatie (ongeoorloofd). Er
kunnen relaties zijn maar het kan niet zijn dat de kerkgenootschappen een vetorecht hebben of iets dergelijks.
o 2) Externe perspectief: overheid geeft ruimte aan geloofsgemeenschappen én stelt grenzen
 Vanaf buiten naar gemeenschap kijken: overheid geeft in wetgeving ruimte aan kerkgenootschap (2:2 BW)
 Overheid stelt ook grenzen: bijv. strafrecht, familierecht, goederenrecht. Bijv. religieus huwelijk pas nadat
burgerlijk huwelijk is voltrokken.
o 3) Interne perspectief: vullen ruimte eigen organisatie, eigen interne (kerk)recht)sorde
 Kerken kunnen zelf via eigen voorschriften bepalen over interne organisatie (bijv. regeling tuchtrecht)
 King Charles zweert “true protestant religion” en presbyteriaans kerkbestuur te beschermen in Schotland
o Is mogelijk binnen spectrum van modellen van scheiding kerk-staat binnen Europa. Bijv. in Duitsland veel meer vrijheid
kerk om dingen naar eigen inzicht in te vullen
 Kerk-staatverhoudingen:
o Per land verschillend vormgegeven
 Frankrijk bijv. strenger dan Duitsland
o Bandbreedte EVRM
 Zie WG3
o ‘margin of appreciation’
 Land mag zelf weten hoe hij bepaalde tradities invult en Hof respecteert die ruimte 2

Neutraliteit/scheiding kerk en staat
 Gelijke behandeling religieuze gemeenschappen
o Overheid kan niet een religieuze gemeenschap voortrekken
o Niet in alle gevallen en in alle omstandigheden gelijk behandelen
 Objectieve redenen voor ongelijk behandelen
 Aspect van neutraliteit is dat je gemeenschappen gelijk behandeld ten opzichte van elkaar. Belangrijk aspect: niet in alle
gevallen en in alle omstandigheden behandel je ze gelijk. Ongelijke behandeling is wel degelijk mogelijk, denk aan
sommige ambtsopleidingen die wel subsidies krijgen en sommige niet. Of als een instelling een ANBI (algemeen nut
beoogde instelling) status heeft dan krijg je subsidie. Met een ANBI-status mag je giften ook aftrekken van je
belastingheffing en dergelijke. Er moeten objectieve redenen zijn voor ongelijke behandeling.
 Positieve grondhouding jegens religie in het algemeen
o Je ziet wel een veranderende verhouding de laatste tijd, maar van oudsher een positieve houding jegens religie
o Daarom is overheid bereid eraan mee te betalen (bijv. aftrekken belasting bij donatie aan organisatie met ANBI-status)
o Bevoordeling religieuze organisatie op begraafplaats. Kerkgenootschap heeft recht op begraafplaats, andere
organisaties niet per se.
 In Nederland is er een positieve grondhouding. Overheid benadert religie van oudsher en tot op heden met een positieve
bejegening van religie. Als algemeen nuttig wordt beschouwd, religie en spiritualiteit. Geen specifieke voorkeursreligie
 Geen staatsbemoeienis met interne organisatie geloofsgemeenschappen
o Staat gaat anders zitten op stoel kerkelijk wetgever  vrijheid van godsdienst. Recht op zelfdeterminatie: mag eigen
organisatie naar eigen (religieuze) inzichten inrichten
 Geen formele rol geloofsgemeenschappen in overheidsbesluitvorming
o Bijv. brand- en veiligheidsvoorschriften. Bij kerken vaak deuren die naar binnen klappen terwijl volgens
brandvoorschriften deuren naar buiten moeten klappen  overheid maakt zelf de afweging
o Geloofsgemeenschappen hebben geen veto- of goedkeuringsrecht
 Er is wel overleg mogelijk en dat is er ook, bijvoorbeeld bij onderhoud aan monumentale gebouwen. Vaak komt er dat
contactorgaan bij. Dit is een informeel overleg. Bijvoorbeeld ook over brandveilig maken van gebouwen.
 Niet statisch!: steeds ontwikkelingen in neutraliteit (scheiding kerk en staat) bijv. positieve grondhouding steeds meer onder
druk: waarom hebben religieuze gemeenschappen voorrang? Maatschappelijke discussies zorgen voor ontwikkelingen

,Geloofsgemeenschap kiest uit stichting, vereniging of kerkgenootschap. Keuze voor stichting? Ook keuze voor (acceptatie van) de
bepalingen die hiervoor gelden. Overheid wel terughoudend tegenover religieuze stichting/vereniging, vanwege scheiding.

Godsdienstige voorschriften
 Arresten vrouwenbesnijdenis
o Enerzijds: Vrijheid van godsdienst (religieuze voorschriften, uitingen)
o Anderzijds: Strafwet (oproep tot geweld, opruiing)
o Context is cruciaal
 Rechtbank: strafbaar, want ‘aanmoedigen’ tot geweld/mishandeling
 Hof: niet strafbaar, want voor Islamitische toehoorders begrijpelijk dat aanbeveling niet opgevolgd moet worden

 Domein religieuze gemeenschappen
o Keuze eigen ambtsdragers (Awgb n.v.t.)
o Eigen bestuursvorm
o Geen placetrecht (goedkeuringsrecht) overheid
o Eigen geschillenregeling
o Eigen rechtspositieregeling geestelijken
o Ontslagvrijheid geestelijken
 Artikel 9 EVRM, art. 6 Gw., art. 2:2 lid 2 BW

 Wettelijke basis kerkelijk recht (bij kerkgenootschappen):
o Artikel 2:2 lid 2 BW
o 2. Zij worden geregeerd door hun eigen statuut, voor zover dit niet in strijd is met de wet. Met uitzondering van artikel
5 gelden de volgende artikelen van deze titel niet voor hen; overeenkomstige toepassing daarvan is geoorloofd, voor
zover deze is te verenigen met hun statuut en met de aard der onderlinge verhoudingen.
o Vraag: wat betekent “wet” hier?
 Tussen publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtsvormen
 Rechtspersoonlijkheid: erkenning of verlening?
 Kerkgenootschap bepaalt eigen regels
 2:2 BW = ‘verkeersregel’: statuut voorrang tenzij strijd met wet
 Wetsbegrip: fundamentele normen Nl. recht. Strafrecht, dwingend privaatrecht (bv. goederenrecht), familierecht 3



WG 2: Historische ontwikkeling (banden tussen) Kerk en staat: rechtsgeschiedenis vanaf de
Middeleeuwen tot en met de 20e eeuw (7 feb)
In Bijbel zie je al een spanning door joodse overheersing. Romeinen wilden van joden af.

De tijd voor Constantijn de Grote:
- Christendom is een mengvorm van
verschillende elementen: bijv. Egyptische
invloed, Hercules (Grieks, half god half mens)
 symbolische taal. Boeken zijn zo oud dat
je dat niet meer letterlijk kunt nemen.
- Jezus vond dat je niet met heel veel regels
moest leven (bij jodendom heel veel regels).
Was een soort van liberaal.
- Mensen hadden een hekel aan christenen:
grote mond, wilden niet in het leger,
arrogant, etc.  ze konden er niet mee
omgaan dus maakten ze dood.

Dan komt keizer Constantijn de Grote: die eerbiedigt christenen (maakt ze niet meer dood). Daarom gaan christenen ook de staat
eerbiedigen (wisselwerking).  geoorloofde godsdienst (313).
 Als staat zich netjes gedraagt, dan gaan christenen loyale burgers worden.

Daarna werd christendom de enige ‘legale’ godsdienst  staatsgodsdienst (380) door Theodosius de Grote.
 Probleem: mensen die niet christen waren, werden buitengesloten van publieke functies want geen ‘loyale’ burger.

,  Waarom zou je als keizer staatsgodsdienst doen?  cultureel referentiekader, 1 (publieke) moraal, controle omdat je
anders verschillende mensen en geloven hebt en dat is lastiger dan als mensen hetzelfde denken: macht.
 Er is 1 soort uitstraling van gezag


Christendom heeft dus bevoorrechte positie. Want, Christendom werd eerst geoorloofd (313) en daarna staatsgodsdienst (380).
Christendom is een mengvorm van allerlei elementen (denk aan bijvoorbeeld Grieks).
Het hebben van een staatsgodsdienst zorgt er ook voor dat andere mensen geen publieke rol kunnen spelen omdat zij niet
hetzelfde geloof hebben. Wat is een publieke reden voor staatsgodsdienst? Voor het zorgen van één publieke moraal/één
referentiekader, het is als een soort cultuur. Het is makkelijk dat iedereen weet waar je het over hebt. Het zorgt ook voor een
verbintenis tussen andere landen/rijken. Zo worden zij bij elkaar gehouden.

Oosten: iedereen was christen, niemand deed moeilijk. Weinig scheiding kerk en staat, want bang om veroverd te worden door
islam.

Westen: veel polarisatie.
- Kerk vond dat ze een grotere verantwoordelijkheid hadden dan vorsten: want verantwoording afleggen aan god, ook
over gedrag vorst. Bisschop ging vorst vertellen wat hij moest doen. Bisschop probeert boven vorst te komen, want staat
tussen vorst en god in.
- Polariteit (spanning) in het westen door paus Gelasius (492-496) en de tweemachtentheorie. Hoezo kon de vorst daar
bepalen wat iedereens geloof was (d.m.v. de staatsgodsdienst)?
- Tweemachtentheorie: gezag van vorsten en gezag van bisschoppen. Twee machten hebben elk eigen rechtsgebied,
geestelijk en wereldlijk. Wie er dan de baas is, geeft uiteraard conflict. Bisschoppen voelden zich superieur aan de vorst,
zij zeiden dat zij ook over de vorst verantwoording moesten geven aan God.

Karel de Grote (800): wil dat christendom goed wordt gevestigd hier. Eerst vriendjes met paus gemaakt daarna tot keizer
gekroond. Maakte mensen soort van onder druk tot christen. Wilde erfenis Romeinse rijk laten herleven in Europa  veldslagen
en gebied uitbreiden.

Altijd een duel tussen de keizer en de paus.
Blijft bij middeleeuwen in gedachte zitten dat paus soort van baas is. kroont mensen zegmaar. 4
- Antieke wereld: keizer is de baas (onttrok gezag wel aan god zegmaar).
- Middeleeuwen: priester wordt meer de baas. Kerk is alles. Paus bepaalt de regering. Paus zag staat als dienaar. Paus
vond: de kerk was de zon en de staat was de maan (wordt verlicht door de zon dus kan zonder zon niet schijnen).

Gregoriaanse beweging, investituurstrijd, omdat de keizer was gekroond door de paus. Keizer had nu allerlei leenmannen en
dergelijke, dus hij kreeg meer macht en stijgt in de hiërarchie. Wie heeft hoogste macht? Door het kronen is de kerk een deel van
de macht verloren, zij krijgen de vorsten niet meer snel klein.
- Dan komt de investituurstrijd: vorst ging wat meer stijgen, want KdG kreeg wat meer power door al dat vechten. Kerk
had kroon aan KdG als keizer gegeven, en wilden daarna zelf weer de macht, maar dat lukte niet echt.

Theocratische tweezwaardenleer (bul Unam Sanctam)
 Niet realistisch meer door toegenomen macht van de nationale staat
 Sommige pausen waren heel theocratisch: wij zijn de baas. Maar niet realistisch omdat sommige staten zo machtig
waren geworden. Staten wezen macht van kerk af.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

De ‘christelijke wereldstaat’ was onhoudbaar: paus wilde overal de baas spelen. Paus vond dat hij helemaal ‘in control’ was, maar
mensen twijfelden daar steeds meer aan.

Reformatie vanaf 1517, in opstand tegen Habsburg: alles nieuw:
- Luther (monnik, maar wel progressief) in 1517: brak met
kerk en timmerde stellingen tegen de kerk op kerkdeur.
Werd wel ter dood verklaard, maar Duitse vorsten
beschermden hem wel (vonden ook dat kerk niet
helemaal klopte).
- “wiens land diens godsdienst”  niet de paus bepaalt,
maar vorst: als vorst bv protestants is dan moet iedereen
dat zijn. (iedereen, want loyaliteit aan staat).
- Dit is allemaal in de tijd van de oorlog Nederland/Spanje.
$8.99
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
suzan1029 Vrije Universiteit Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
50
Member since
10 months
Number of followers
0
Documents
31
Last sold
3 days ago
Master rechtsgeleerdheid

Gezondheidsrecht (8,2) Recht en religie (8,0) Overheid en aansprakelijkheid (8,0) Sport en recht (8,5) Internationaal privaatrecht (8,6)

2.4

5 reviews

5
0
4
1
3
2
2
0
1
2

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions