Forensische genetica
1. Genetisch verwantschapsonderzoek
Klassiek DNA-verwantschapsonderzoek
Bepaling van het biologisch vaderschap Immigratie of gezinshereniging
Bepaling van het biologisch moederschap
Bepaling van halfbroer-halfzus relatie
Bepaling van grootouder-kleinkind relatie
Bepaling van oom(tante)-neef(nicht) relatie
Identificatie van menselijke resten (geen uiterlijke kenmerken voor identificatie
Identificatie via persoonlijke gebruiksvoorwerpen
Identificatie via biologisch verwante personen Disaster Victim Identificaton (DVI)
Identificatie van de donor van een biologisch spoor
Identificatie via een biologisch verwante persoon
Identificatie via een DNA-databank – ‘Familial
searching (enkel 1e en 2de
graadsverwantschappen)
1.1 Verwantschapsbepaling: exclusie vermogen
De kans om een niet-verwante persoon uit te sluiten
He is de verwachte heterozygositeit van het locus
PEcomb is de gecombineerde “Power of Exclusion” over m loci
→ Hoe groter heterozygositeit, hoe groter exclusie vermogen
O.b.v. deze STRs kunnen er 0,9999999 (op 1) van de mannen als niet-
biologische vaders uitsluiten.
, Exclusie vermogen voor m loci
Hoe meer STRs gebruikt, hoe groter pE
Voorbeeld: standaard STR analyse
Kijken welke allelen overeenkomen tussen moeder en kind → rest: komt van de vader. Kijken
waar er een overeenkomt is tussen allelen.
- Indien er een overeenkomst is: man kan NIET uitgesloten worden als vader
1.1.1 Exclusie
Stap 1
Bepaal welke allelen van de moeder moeten komen
Ander allel moet van de biologische vader afkomstig zijn
Stap 2
Vergelijk het allel dat niet van de biologische moeder afkomstig
is, met het genotype van de geteste man
Stap 3
Bepaal het aantal incompatibiliteiten
Indien groter dan 2 is de geteste man uitgesloten als mogelijke
vader
1.1.2 Vals-negatieve exclusie
Aanwezigheid van een mutatie voor een STR
Hoge mutatiesnelheid (10-3 – 10-4) zal frequent tot de observatie van een mutatie leiden
Met een gemiddelde mutatiesnelheid van 5x10-4 per generatie en per locus, en bij de analyse van 15
autosomale STRs is de frequentie om ten minste één mutatie te observeren 1 op 133 analyses
(meioses).
Aanwezigheid van een nul-allel
SNP met lage frequentie op primer bindingspositie
Voorwaarde: geen exclusie voor de andere geteste autosomale STRs
Indien 0-allel bij geteste man en vader: wel mogelijke indicatie (allel bij vader en kind is niet te
detecteren).
, 1.1.3 Hoeveel exclusies zijn er nodig?
Een combinatie van een mutatie en een nul-allel is niet uitgesloten:
voorbeeld van twee nul-allelen Minstens drie exclusies nodig!
Een combinatie van twee mutaties is niet uitgesloten
Wat indien er twee exclusies zijn?
Analyse van additionele set van autosomale STRs of SNPs
Analyse van Y-chromosoom STRs – kind is jongen
Analyse van X-chromosoom STRs – kind is meisje Aanwezigheid van twee mutaties
Analyse van SNPs – lage mutatie frequentie
Wat indien er slechts één exclusie is?
Zelfde procedures als bij twee exclusies – aanwezigheid van één mutatie
De broer van de geteste man is mogelijks de biologische vader → te maken met een verwant persoon
1.2 Bewijskracht vaderschapsanalyse
Exclusie - ‘De geteste man is uitgesloten als mogelijke biologische vader van het kind’
Geen aanwezigheid van incompatibiliteiten die verklaard kunnen worden door een mutatie of een nul-
allel bij de geteste man
Inclusie - ‘De geteste man kan niet worden uitgesloten als mogelijke biologische vader van het kind’
Statistische waarde geven
Paterniteitsindex of PI (Paternity Index)
- Is gelijk aan een Likelihood ratio of LR
• X = waarschijnlijkheid om de combinatie van genotypes te observeren indien de geteste
man de biologische vader is – de geteste man en vrouw zijn de echte biologische
ouders van het kind
• Y = waarschijnlijkheid om de combinatie van genotypes te observeren indien een
random man uit de bevolking de biologische vader is – de vrouw is de biologische
moeder terwijl de geteste man niet de biologische vader is
1.2.1 Berekening van de PI: voorbeeld 01
Gebaseerd op kansberekening
Kans om de combinatie van twee personen met een bepaald genotype te observeren =
genotypefrequentie
Kans dat een allel wordt overgedragen via de geslachtscellen – mendeliaanse overerving (50% kans op
overdraging
1. Genetisch verwantschapsonderzoek
Klassiek DNA-verwantschapsonderzoek
Bepaling van het biologisch vaderschap Immigratie of gezinshereniging
Bepaling van het biologisch moederschap
Bepaling van halfbroer-halfzus relatie
Bepaling van grootouder-kleinkind relatie
Bepaling van oom(tante)-neef(nicht) relatie
Identificatie van menselijke resten (geen uiterlijke kenmerken voor identificatie
Identificatie via persoonlijke gebruiksvoorwerpen
Identificatie via biologisch verwante personen Disaster Victim Identificaton (DVI)
Identificatie van de donor van een biologisch spoor
Identificatie via een biologisch verwante persoon
Identificatie via een DNA-databank – ‘Familial
searching (enkel 1e en 2de
graadsverwantschappen)
1.1 Verwantschapsbepaling: exclusie vermogen
De kans om een niet-verwante persoon uit te sluiten
He is de verwachte heterozygositeit van het locus
PEcomb is de gecombineerde “Power of Exclusion” over m loci
→ Hoe groter heterozygositeit, hoe groter exclusie vermogen
O.b.v. deze STRs kunnen er 0,9999999 (op 1) van de mannen als niet-
biologische vaders uitsluiten.
, Exclusie vermogen voor m loci
Hoe meer STRs gebruikt, hoe groter pE
Voorbeeld: standaard STR analyse
Kijken welke allelen overeenkomen tussen moeder en kind → rest: komt van de vader. Kijken
waar er een overeenkomt is tussen allelen.
- Indien er een overeenkomst is: man kan NIET uitgesloten worden als vader
1.1.1 Exclusie
Stap 1
Bepaal welke allelen van de moeder moeten komen
Ander allel moet van de biologische vader afkomstig zijn
Stap 2
Vergelijk het allel dat niet van de biologische moeder afkomstig
is, met het genotype van de geteste man
Stap 3
Bepaal het aantal incompatibiliteiten
Indien groter dan 2 is de geteste man uitgesloten als mogelijke
vader
1.1.2 Vals-negatieve exclusie
Aanwezigheid van een mutatie voor een STR
Hoge mutatiesnelheid (10-3 – 10-4) zal frequent tot de observatie van een mutatie leiden
Met een gemiddelde mutatiesnelheid van 5x10-4 per generatie en per locus, en bij de analyse van 15
autosomale STRs is de frequentie om ten minste één mutatie te observeren 1 op 133 analyses
(meioses).
Aanwezigheid van een nul-allel
SNP met lage frequentie op primer bindingspositie
Voorwaarde: geen exclusie voor de andere geteste autosomale STRs
Indien 0-allel bij geteste man en vader: wel mogelijke indicatie (allel bij vader en kind is niet te
detecteren).
, 1.1.3 Hoeveel exclusies zijn er nodig?
Een combinatie van een mutatie en een nul-allel is niet uitgesloten:
voorbeeld van twee nul-allelen Minstens drie exclusies nodig!
Een combinatie van twee mutaties is niet uitgesloten
Wat indien er twee exclusies zijn?
Analyse van additionele set van autosomale STRs of SNPs
Analyse van Y-chromosoom STRs – kind is jongen
Analyse van X-chromosoom STRs – kind is meisje Aanwezigheid van twee mutaties
Analyse van SNPs – lage mutatie frequentie
Wat indien er slechts één exclusie is?
Zelfde procedures als bij twee exclusies – aanwezigheid van één mutatie
De broer van de geteste man is mogelijks de biologische vader → te maken met een verwant persoon
1.2 Bewijskracht vaderschapsanalyse
Exclusie - ‘De geteste man is uitgesloten als mogelijke biologische vader van het kind’
Geen aanwezigheid van incompatibiliteiten die verklaard kunnen worden door een mutatie of een nul-
allel bij de geteste man
Inclusie - ‘De geteste man kan niet worden uitgesloten als mogelijke biologische vader van het kind’
Statistische waarde geven
Paterniteitsindex of PI (Paternity Index)
- Is gelijk aan een Likelihood ratio of LR
• X = waarschijnlijkheid om de combinatie van genotypes te observeren indien de geteste
man de biologische vader is – de geteste man en vrouw zijn de echte biologische
ouders van het kind
• Y = waarschijnlijkheid om de combinatie van genotypes te observeren indien een
random man uit de bevolking de biologische vader is – de vrouw is de biologische
moeder terwijl de geteste man niet de biologische vader is
1.2.1 Berekening van de PI: voorbeeld 01
Gebaseerd op kansberekening
Kans om de combinatie van twee personen met een bepaald genotype te observeren =
genotypefrequentie
Kans dat een allel wordt overgedragen via de geslachtscellen – mendeliaanse overerving (50% kans op
overdraging