Les X: Specifieke doelgroep – Pijn bij atleten (Kevin Kuppens)
A) Introduction
Fun fact
Pain might take away the joy, but we have learned that the joy can also take away the pain.
This pain takes away the joy AND is responsible for the loss of self-being (identiteitsverlies bij
de sporter want hij of zij vereenzelvigd zich met die sport en gaat hand in hand met zijn
persoonlijkheid).
Filmpje ‘Remember the titans’:
Groep van atleten maakt kennis met pijn, het is een pijngewaarwording, een symptoom die
naar voor komt tgv een uitdrukkelijke prestatie die geleverd wordt. In welke zin is deze vorm
van pijn minder negatief dan andere vormen van pijn, hoe verschilt zich dat? Bekijk dit terug
op einde van de presentatie.
Vraag:
Dus de vraag die we ons moeten stellen is: ‘Wanneer wordt pijn voor een atleet/sporter een
problem?’
Antwoord:
Wanneer het gaat interfereren met de prestatie.
Wanneer dat het pijnprobleem effectief de prestatie/performance gaat
limiteren/beïnvloeden.
1
,Studie 1: ‘How elite athletes, coaches and physiotherapists perceive a sports injury’
Die voorgaande stelling wordt bekrachtigd door recent en mooi kwalitatief onderzoek van
o.a. Caroline Bolling. Zij hebben effectief bij elite atleten en bij coaches en bij de
behandelende kines de vraag gesteld: ‘Wat is voor u een sportletsel? Beschrijf een keer,
definieer een keer wat een sportletsel is’.
Uit die resultaten:
Werd duidelijk dat die term ‘sportletsels/sportsinjury’ dat dat maar opgaat van zodra dat dat
een effect heeft op de prestatie/op de performance van de atleet.
Dus de aanwezigheid van pijn of de aanwezigheid van participatie (kunnen blijven
deelnemen in de sport) dat zijn daar a.h.w. slechts subcomponenten bij.
Die zijn niet allesbepalend, maar die bepalen eigenlijk meer de ernst van dat sportletsel.
Subjective ‘definition’:
• Based on effect on athlete’s performance
• Pain & participation are subcomponents (indicative severity)
En in die paper kom je deze figuur tegen:
Het start vanuit een pijnklacht, waarbij pijn een eerste construct is.
De eerste vraag is: ‘Gaat die klacht/dat symptoom de prestatie hinderen?’
Dat wordt dan geantwoord als ja of als nee.
Stel nee: dan aanziet men eigenlijk die klacht al niet meer als een letsel.
Stel ja: dan kan men uitgaan dat het voor de atleet of voor de omkadering gepercipieerd
wordt als een letsel.
2
,En dan wordt de vraag gesteld: ‘Kan ik o.b.v. dat letsel nog steeds deelnemen aan mijn
sport?’
Stel ja: ‘Kan ik daarbij mezelf heel god behelpen of niet? Moet ik dat gaan rapporteren aan
de technische en medische staff?’
Dus nu zie je dat naast die constructen:
(die a.h.w. het letsel en ook de ernst van dat letsel gaan bepalen)
Ook een aantal interne (persoonlijke) maar ook externe factoren een rol kunnen spelen.
• Als je helemaal terug in het begin kijkt naar die vraag (letsel hindert prestatie?) dan
zie je dat er een aantal factoren een rol spelen:
1) Periodisatie
2) Periode waarin men zich bevindt in een seizoen
3) Wanneer je in een volwedstrijd seizoen bent dat je een bepaald symptoom
makkelijker naast je neer kan leggen dan wanneer het in een trainingsfase
is.
4) Pijntolerantie:
Dat deze de mate waarin een atleet bepaalde pijn/pijngewaarwording kan
verdragen dat die in dit verhaal een rol kan spelen. Je zal zien dat er atleten
zijn die een hoge mate van pijntolerantie hebben en anderen een lagere
graag van tolerantie hebben.
• Ook in de daaropvolgende stapjes zie je dat daar factoren een rol kunnen spelen:
1) Factoren die men eigenlijk moet gaan kaderen in een breed BPS gegeven.
− Coach en de medische staff spelen een belangrijke rol
− Maar ook de persoonlijke factoren (pijncopingsstrategieën, ervaring,
de motivatie).
Op deze manier wordt voor de sporter maar ook voor de omkadering
rond de sporter een letsel gedefinieerd en je ziet dat daar dus en heel
aantal belangrijke en beïnvloedende factoren een rol in kunnen spelen.
Dus bottom line kunnen we zeggen dat een sportletsel:
• eigenlijk niet gedefinieerd wordt o.b.v. de symptomen
• maar veeleer o.b.v. de gevolgen (die mogelijks gepaard gaan met de symptomen)
Sports injury
• NOT defined based on symptoms
• BUT defined based on consequences
3
, Studie 2: Complex systems approach for spots injuries: moving from risk factor identification
to injury pattern recognition – narrative review and new concept
Als we dan een stapje terug gaan, dus daarnet hebben we gesproken over de definiëring van
een sportletsel met name in hoofde van de atleet en de omkadering. Maar we kunnen ook
terugkijken naar de periode vooraleer er een letsel optreedt.
WAT BEPAALD EEN HOOG/LAAG RISICOPROFIEL?:
We zien daar preventiemodellen en modellen met risicofactoren waarbij dat men soms in
een soort van 1 op 1 relatie wil aantonen dat wanneer een sporter met verzwakte
hamstrings of met verzwakte quadricepsen sport, dat die op een verhoogd risico ligt om een
letsel te gaan verkrijgen.
Wel het is eigenlijk maar zelden (!) zo dat één factor allesbepalend gaat zijn.
En dat is eigenlijk waar dat deze complexe system approach voor sportletsels wat naartoe
gaat.
Dus je ziet opnieuw in dat schema dat daar vanonder een web of determinanten (cirkels in
het vetgedrukt en niet-vetgedrukt) staat
= en dat zijn een aantal factoren die een rol kunnen spelen in mogelijks de ontwikkeling van
een sportletsel.
= en het is eigenlijk het patroon dat die verschillende factoren t.o.v. elkaar vormen, de
manier hoe dat verschillende factoren elkaar gaan mediëren/modificeren
4
A) Introduction
Fun fact
Pain might take away the joy, but we have learned that the joy can also take away the pain.
This pain takes away the joy AND is responsible for the loss of self-being (identiteitsverlies bij
de sporter want hij of zij vereenzelvigd zich met die sport en gaat hand in hand met zijn
persoonlijkheid).
Filmpje ‘Remember the titans’:
Groep van atleten maakt kennis met pijn, het is een pijngewaarwording, een symptoom die
naar voor komt tgv een uitdrukkelijke prestatie die geleverd wordt. In welke zin is deze vorm
van pijn minder negatief dan andere vormen van pijn, hoe verschilt zich dat? Bekijk dit terug
op einde van de presentatie.
Vraag:
Dus de vraag die we ons moeten stellen is: ‘Wanneer wordt pijn voor een atleet/sporter een
problem?’
Antwoord:
Wanneer het gaat interfereren met de prestatie.
Wanneer dat het pijnprobleem effectief de prestatie/performance gaat
limiteren/beïnvloeden.
1
,Studie 1: ‘How elite athletes, coaches and physiotherapists perceive a sports injury’
Die voorgaande stelling wordt bekrachtigd door recent en mooi kwalitatief onderzoek van
o.a. Caroline Bolling. Zij hebben effectief bij elite atleten en bij coaches en bij de
behandelende kines de vraag gesteld: ‘Wat is voor u een sportletsel? Beschrijf een keer,
definieer een keer wat een sportletsel is’.
Uit die resultaten:
Werd duidelijk dat die term ‘sportletsels/sportsinjury’ dat dat maar opgaat van zodra dat dat
een effect heeft op de prestatie/op de performance van de atleet.
Dus de aanwezigheid van pijn of de aanwezigheid van participatie (kunnen blijven
deelnemen in de sport) dat zijn daar a.h.w. slechts subcomponenten bij.
Die zijn niet allesbepalend, maar die bepalen eigenlijk meer de ernst van dat sportletsel.
Subjective ‘definition’:
• Based on effect on athlete’s performance
• Pain & participation are subcomponents (indicative severity)
En in die paper kom je deze figuur tegen:
Het start vanuit een pijnklacht, waarbij pijn een eerste construct is.
De eerste vraag is: ‘Gaat die klacht/dat symptoom de prestatie hinderen?’
Dat wordt dan geantwoord als ja of als nee.
Stel nee: dan aanziet men eigenlijk die klacht al niet meer als een letsel.
Stel ja: dan kan men uitgaan dat het voor de atleet of voor de omkadering gepercipieerd
wordt als een letsel.
2
,En dan wordt de vraag gesteld: ‘Kan ik o.b.v. dat letsel nog steeds deelnemen aan mijn
sport?’
Stel ja: ‘Kan ik daarbij mezelf heel god behelpen of niet? Moet ik dat gaan rapporteren aan
de technische en medische staff?’
Dus nu zie je dat naast die constructen:
(die a.h.w. het letsel en ook de ernst van dat letsel gaan bepalen)
Ook een aantal interne (persoonlijke) maar ook externe factoren een rol kunnen spelen.
• Als je helemaal terug in het begin kijkt naar die vraag (letsel hindert prestatie?) dan
zie je dat er een aantal factoren een rol spelen:
1) Periodisatie
2) Periode waarin men zich bevindt in een seizoen
3) Wanneer je in een volwedstrijd seizoen bent dat je een bepaald symptoom
makkelijker naast je neer kan leggen dan wanneer het in een trainingsfase
is.
4) Pijntolerantie:
Dat deze de mate waarin een atleet bepaalde pijn/pijngewaarwording kan
verdragen dat die in dit verhaal een rol kan spelen. Je zal zien dat er atleten
zijn die een hoge mate van pijntolerantie hebben en anderen een lagere
graag van tolerantie hebben.
• Ook in de daaropvolgende stapjes zie je dat daar factoren een rol kunnen spelen:
1) Factoren die men eigenlijk moet gaan kaderen in een breed BPS gegeven.
− Coach en de medische staff spelen een belangrijke rol
− Maar ook de persoonlijke factoren (pijncopingsstrategieën, ervaring,
de motivatie).
Op deze manier wordt voor de sporter maar ook voor de omkadering
rond de sporter een letsel gedefinieerd en je ziet dat daar dus en heel
aantal belangrijke en beïnvloedende factoren een rol in kunnen spelen.
Dus bottom line kunnen we zeggen dat een sportletsel:
• eigenlijk niet gedefinieerd wordt o.b.v. de symptomen
• maar veeleer o.b.v. de gevolgen (die mogelijks gepaard gaan met de symptomen)
Sports injury
• NOT defined based on symptoms
• BUT defined based on consequences
3
, Studie 2: Complex systems approach for spots injuries: moving from risk factor identification
to injury pattern recognition – narrative review and new concept
Als we dan een stapje terug gaan, dus daarnet hebben we gesproken over de definiëring van
een sportletsel met name in hoofde van de atleet en de omkadering. Maar we kunnen ook
terugkijken naar de periode vooraleer er een letsel optreedt.
WAT BEPAALD EEN HOOG/LAAG RISICOPROFIEL?:
We zien daar preventiemodellen en modellen met risicofactoren waarbij dat men soms in
een soort van 1 op 1 relatie wil aantonen dat wanneer een sporter met verzwakte
hamstrings of met verzwakte quadricepsen sport, dat die op een verhoogd risico ligt om een
letsel te gaan verkrijgen.
Wel het is eigenlijk maar zelden (!) zo dat één factor allesbepalend gaat zijn.
En dat is eigenlijk waar dat deze complexe system approach voor sportletsels wat naartoe
gaat.
Dus je ziet opnieuw in dat schema dat daar vanonder een web of determinanten (cirkels in
het vetgedrukt en niet-vetgedrukt) staat
= en dat zijn een aantal factoren die een rol kunnen spelen in mogelijks de ontwikkeling van
een sportletsel.
= en het is eigenlijk het patroon dat die verschillende factoren t.o.v. elkaar vormen, de
manier hoe dat verschillende factoren elkaar gaan mediëren/modificeren
4