Begrippenlijst Toelatingstoets Psychologie UU
Biopsychologie van emotie, stress en gezondheid
Principle of antithesis = de tegengestelde boodschappen worden vaak
gesignaleerd door tegengestelde bewegingen en houdingen.
Threat display = een soort vertoningsgedrag dat gericht is op intimidatie
van een potentiële vijand.
Viscale organen = inwendige organen, bloedvaten en lymfestelsel
Skeletspieren = spieren die met de spieren zijn verbonden, maken veel
bewegingen mogelijk.
Autonoom zenuwstelsel = betrokken bij automatische processen en
reflexen zoals ademen.
Somatisch zenuwstelsel =betrokken bij deel waar we wel controle over
hebben, stuurt spieren aan en zorgt dat we kunnen bewegen en praten.
Decortiaal = de cortex is verwijderd.
Polygrafie = is het meten van activiteit in het autonoom zenuwstelsel
(geassocieerd met emotie) om te kijken of iemand liegt.
Mock-crime procedure = overhoord iemand over schijn misdaad.
Control-question technique = vragen stellen waarvan je het antwoord
al weet.
Guilty-knowledge technique = extra gedetailleerde informatie die allen
de schuldige weet, waardoor de schuldige dus anders reageert.
Primaire gezichtsuitdrukkingen = verbazing, woede, afkeer, verdriet,
angst, blijdschap.
Facial feedback hypothesis = gezichtsuitdrukkingen beïnvloeden onze
emotionele ervaringen.
Microexpressions = oprechte uitdrukking, heel kort (0,05 sec) door de
neppe heen.
Duchenne lach = oprechte/echte lach.
Orbicularis oculi = trekt de huid van de wangen en het voorhoofd naar
het oog.
Zygomaticus major =trekt de mondhoeken omhoog.
Angst = emotionele reactie op dreigingen .
Defensief gedrag = primaire functie beschermen organisme tegen
dreiging.
Error of reflection = Het behandelen van een psychologisch construct
(bv intelligentie) alsof het daadwerkelijk bestaat.
Colony intruder model of Aggression and defense = het onderzoek
van Blachard en Blanchard naar het begrip van agressief en defensief
gedrag.
Aplha male = het dominante mannetje.
Target-site concept = agressieve en defensieve gedragingen van dier
ontworpen om bepaalde plek op lichaam te beschermen of van een ander
dier aan te vallen.
, Septale agressie/woede = lateraal septaal letsel, hyperdefensief bij
dreiging.
Sociale agressie = tegen dezelfde soort met als doel hogere status.
Testosteron = mannelijk geslachtshormoon.
Vreesconditionering = bereiken van angst als reactie op een neurale
prikkel (conditionele) die een aantal keer herhaald wordt en dan gevolgd
door een aversie prikkel (niet conditionele).
Conditioned stimulus = een prikkel veroorzaakt een bepaalde reflex die
oorspronkelijk niet door die prikkel veroorzaakt werd.
Unconditioned stimulus = iets dat van nature een reactie oproept
zonder dat er eerst leren nodig is.
Mediale geniculaire kern = auditieve replay kern van de thamalus,
schade hieraan blokkeert vreesconditionering.
Contextuele vreesconditionering = contexten/omgevngen veroorzaken
angst nadat je een aantal keer daarin iets hebt meegemaakt door een
associatie met angst veroorzakende prikkels.
Laterale kern van de amygdala = verwerving, opslag en uiting van
geconditioneerde angst.
Belichaming van emotie (embodiment of emotions) = herbeleven
van gerelateerde patronen van motorisch, autonome en sensorische
neurale activiteit tijdens emotionele ervaringen.
Urbach-Wiethe ziekte = genetische afwijking -> calcificatie (verkalking)
amygdala en stukken eromheen -> bilaterale schade amygdala. Dus geen
gezichtsuitdrukkingen angst herkennen en geen angst-veroorzakende
situaties beschrijven.
Onderdrukking paradigma’s (surpression) = emotionele reacties
onderdrukken.
Herwaardering paradigma’s (reappraisal) = foto herinterpreteren om
emotionele reactie te veranderen.
Gelateraliseerd = beide hersenhelften functioneel asymmetrisch zijn of
dat ze elk verschillende functies en vermogens beheren.
Rechterhersenhelft model = rechterhersenhelf gespecialiseerd voor
alle aspecten van emotionele verwerking.
Valentiemodel (valence model) = rechterhersenhelf gespecialiseerd
voor verwerken negatieve emoties en linkerhersenhelft voor positieve.
Stress/stress respons = cluster pschologische responsen die volgen op
blootstelling van het lichaam aan leed of dreiging.
Stressor = ervaring die stress veroorzaakt.
Chronisch psychologische stress = vaakst betrokken bij slechte
gezondheid.
Hypofyse-bijnierschors systeem (anterior pituitary adrenal cortex
system) = Het produceert glucocorticoïde hormonen.
Biopsychologie van emotie, stress en gezondheid
Principle of antithesis = de tegengestelde boodschappen worden vaak
gesignaleerd door tegengestelde bewegingen en houdingen.
Threat display = een soort vertoningsgedrag dat gericht is op intimidatie
van een potentiële vijand.
Viscale organen = inwendige organen, bloedvaten en lymfestelsel
Skeletspieren = spieren die met de spieren zijn verbonden, maken veel
bewegingen mogelijk.
Autonoom zenuwstelsel = betrokken bij automatische processen en
reflexen zoals ademen.
Somatisch zenuwstelsel =betrokken bij deel waar we wel controle over
hebben, stuurt spieren aan en zorgt dat we kunnen bewegen en praten.
Decortiaal = de cortex is verwijderd.
Polygrafie = is het meten van activiteit in het autonoom zenuwstelsel
(geassocieerd met emotie) om te kijken of iemand liegt.
Mock-crime procedure = overhoord iemand over schijn misdaad.
Control-question technique = vragen stellen waarvan je het antwoord
al weet.
Guilty-knowledge technique = extra gedetailleerde informatie die allen
de schuldige weet, waardoor de schuldige dus anders reageert.
Primaire gezichtsuitdrukkingen = verbazing, woede, afkeer, verdriet,
angst, blijdschap.
Facial feedback hypothesis = gezichtsuitdrukkingen beïnvloeden onze
emotionele ervaringen.
Microexpressions = oprechte uitdrukking, heel kort (0,05 sec) door de
neppe heen.
Duchenne lach = oprechte/echte lach.
Orbicularis oculi = trekt de huid van de wangen en het voorhoofd naar
het oog.
Zygomaticus major =trekt de mondhoeken omhoog.
Angst = emotionele reactie op dreigingen .
Defensief gedrag = primaire functie beschermen organisme tegen
dreiging.
Error of reflection = Het behandelen van een psychologisch construct
(bv intelligentie) alsof het daadwerkelijk bestaat.
Colony intruder model of Aggression and defense = het onderzoek
van Blachard en Blanchard naar het begrip van agressief en defensief
gedrag.
Aplha male = het dominante mannetje.
Target-site concept = agressieve en defensieve gedragingen van dier
ontworpen om bepaalde plek op lichaam te beschermen of van een ander
dier aan te vallen.
, Septale agressie/woede = lateraal septaal letsel, hyperdefensief bij
dreiging.
Sociale agressie = tegen dezelfde soort met als doel hogere status.
Testosteron = mannelijk geslachtshormoon.
Vreesconditionering = bereiken van angst als reactie op een neurale
prikkel (conditionele) die een aantal keer herhaald wordt en dan gevolgd
door een aversie prikkel (niet conditionele).
Conditioned stimulus = een prikkel veroorzaakt een bepaalde reflex die
oorspronkelijk niet door die prikkel veroorzaakt werd.
Unconditioned stimulus = iets dat van nature een reactie oproept
zonder dat er eerst leren nodig is.
Mediale geniculaire kern = auditieve replay kern van de thamalus,
schade hieraan blokkeert vreesconditionering.
Contextuele vreesconditionering = contexten/omgevngen veroorzaken
angst nadat je een aantal keer daarin iets hebt meegemaakt door een
associatie met angst veroorzakende prikkels.
Laterale kern van de amygdala = verwerving, opslag en uiting van
geconditioneerde angst.
Belichaming van emotie (embodiment of emotions) = herbeleven
van gerelateerde patronen van motorisch, autonome en sensorische
neurale activiteit tijdens emotionele ervaringen.
Urbach-Wiethe ziekte = genetische afwijking -> calcificatie (verkalking)
amygdala en stukken eromheen -> bilaterale schade amygdala. Dus geen
gezichtsuitdrukkingen angst herkennen en geen angst-veroorzakende
situaties beschrijven.
Onderdrukking paradigma’s (surpression) = emotionele reacties
onderdrukken.
Herwaardering paradigma’s (reappraisal) = foto herinterpreteren om
emotionele reactie te veranderen.
Gelateraliseerd = beide hersenhelften functioneel asymmetrisch zijn of
dat ze elk verschillende functies en vermogens beheren.
Rechterhersenhelft model = rechterhersenhelf gespecialiseerd voor
alle aspecten van emotionele verwerking.
Valentiemodel (valence model) = rechterhersenhelf gespecialiseerd
voor verwerken negatieve emoties en linkerhersenhelft voor positieve.
Stress/stress respons = cluster pschologische responsen die volgen op
blootstelling van het lichaam aan leed of dreiging.
Stressor = ervaring die stress veroorzaakt.
Chronisch psychologische stress = vaakst betrokken bij slechte
gezondheid.
Hypofyse-bijnierschors systeem (anterior pituitary adrenal cortex
system) = Het produceert glucocorticoïde hormonen.