Samenvatting Meertalig ’24-‘25
7 DIDACTISCHE PRINCIEPES (kennen):
1. TAALKRACHTIG ONDERWIJS STIMULEERT EEN POSITIEF-TALIGE GRONDHOUDING
VB: kleuters veilige oefenkansen bieden door regelmatig met een klein groepje aan de slag
te gaan, tegelijk uitdagen om mee in gesprek te gaan over een moeilijk onderwerp, zelf
inbreng laten geven over hoe ze aan de slag willen
2. Taalkrachtig onderwijs is context rijk
VB: in een gesprek dat voorafgaat aan het schrijven van een briefje vertel de juf dat een
kleuter zijn papa buschauffeur is en al eens mocht meerijden, d ejuf vraagt hoe dat is om de
bus te nemen zo denken ze samen na of ze ook met de bus naar het museum kunnen
3. Taalkrachtig onderwijs is functioneel
VB: de juf wil graag naar het museum om inspiratie op te doen om een klasmuseum te
maken. Maar hoe kunnen ze naar het museum? Ze maakt samen met de kleuters briefjes
voor de ouders en zoekt het samen op op de tablet
4. Taalkrachtig onderwijs in (inter)actief
VB: kls actief laten experimenteren met kwasten, dat geeft veel kansen om de kls
taalaanbod, spreekkansen en feedback te geven
5. Taalkrachtig onderwijs geeft ondersteuning
VB: kls die nog nooit naar een museum zijn geweest op voorhand al eens boekje met hun
lezen, voor doen, …
6. Taalkrachtig onderwijs zet in op explicitering
VB: LK in gesprek gaan met kls over wat ze gemaakt hebben. Heirbij bewust woordne
gebruiken dat je wil dat ze opnemen
7. Taalkrachtig onderwijs biedt kansen tot reflectie
VB: met de kleuters reflecteren over wat ze al weten over het museum. In het museum met
kls in gesprek gaan die niet goed weten wat ze komen doen. Na de uitstap kijken ze samen
naar foto’s van de uitstap.
POËZIEBELEVING:
Handboek pg 157 – 165:
Kleuters pikken veel taal op als ze actief kunnen experimenteren. Door muzisch (drama, beeld,
muziek & media) om te gaan tijdens activiteiten zijn de kleuters actief handeldn bezig, zo kunnen
,ze zich uitdrukken via uiteenlopende expressievormen, verbaal en non-verbaal. Non-verbaal =
inzetten op gezichtsuitdrukkingen of gebaren
Muzische activiteiten zorgen voor kansen tot interactie. Je bespreekt eerst zaken om er achteraf
een (muzische)verwerking mee te doen. Muzische activiteiten zijn heel betekenisvol, ze kunnen
actief en interactief aan de slag. Via deze activiteiten ondersteun je het impliciet taalleren.
Poëzie = talige uitdrukkingsvorm waarbij we alle domeinen van taal kunnen betrekken +
experssievorm
Gedicht laten onderzoeken en beleven —> nadenken over de opvallende kenmerken (betekenis
en/of talige vorm) —> zo gaan de kls genieten en de taal beter doorgronden (onder de knie krijgen)
Zo kan je:
Praten over en spel van kls koppelen aan de inhoud van het versje herkenbare gevoelens of
ervaringen) – vb: zoekspelletje, kl verstopt iets de andere zeggen versje op en een kl zoekt
het verstopte voorwerp
Nadenken over de woorden (hoe klinken ze, welke klanken zijn hetzelfde, rijm zoeken,
alliteraties = beginklank van opeenvolgende woorden hetzelfde – vb: als je de Zwaan van
Zeveningen Zacht hoort Zingen… —> aan taalbeschouwing doen)
Geen saaie bedoening als je Poëzie in de klas aanbrengt —> kls moeten spelen met taal en de
eigenheid van de tekst kunnen beleven
Zorg voor sfeerschepping bij het aanbrengen van het versje (vb: spelletjes rond taal,
muzischeuitdrukkingen, …) – versje regelmatig opzeggen en herhalen!
Leren gebeurt spontaan (vb: tijdens naar de speelplaats lopen het versje nog eens opzeggen)
Goed gedicht = rijke tekst die uitndoigd om te spelen met taal en die handvaten geeft voor een rijke
verwerking – daagt kls uit om talig aan de slag te gaan.
Moeilijkere taal kan maar dan kan je ondersteunende materialen gebruiken of woorden die
belangrijk zijn visueel maken, ook op interactievaardigheden inzetten door uit te leggen wat je
denkt bij het lezen en reactie uit te lokken, veel te herhalen en rijke taal toe te voegen aan
verwerkingsopdrachten die je voorziet zo creëer je kansen om moeilijke taal begrijpelijk te maken.
(Link met begrijpendluisteren – moeilijkere woordne uitleggen/aanleren om later makkelijker
begrijpend te lezen/luisteren)
Woorden zijn de hoofdrolspelers in versjes.
Powerpoint les:
Wat maakt Poëzie:
- Herhaling (woorden of stukjes zin)
, - Cadans/ritme/rijm (muzikaliteit – poëtisch kenmerk)
- Betekenis (emotie - poëtisch kenmerk)
- Herkenning (kls gaan soort van waarnemen)
Talige vergelijkingen altijd verduidelijken (vb: Mijn knuffel is net van de wasmachine terug, wat
deed hij daar? Zwaaien, zwaaien de draaimolen rond tot hij een goed passend geurjasje vond. Nu is
hij weer hier. En ik ruik zijn plezier. Zelfde beer, zelfde beest, maar fris in de kleren. Naar de kermis
geweest) – wasmachine met kermis uitleggen.
Kies duidelijk waar je de focus wilt leggen (articulatie, luisteren, expressievorm (muzisch doel), …)
Muzische doelen komen zeker aan bod bij een poëziebeleving!
Als kls nog geen Poëzie hebben gedaan vaak Tosn2 gebruiken als doel. – doelen kiezen adhv
beginsituatie (vb: kls kunnen niet goed het tempo houden, in doel iets rond tempo)
2 à 3 doelen in 1 fiche
Poëtische kenmerken (5)
Niet allemaal in 1 gedicht, mix van verschillende wel —> maakt gedicht Poëtisch
Volgorde belangrijk!
3 zaken belangrijk: kwaliteit, volgorde (mu – emo – wa&ver – taalver) & bepalen de werkvormen
(did)
Rijkdom en kwaliteit kan je inschatten door de poëtische kenmerken in het gedicht te zoeken.
1)Muzikaliteit
Onder de term ‘muzikaliteit’ verstaan we alles wat bijdraagt tot het klankgeheel van een gedicht.
Het ritme, dat ontstaat door de verschillende bewegingselementen van de dichterlijke taal:
tempo, metrum, accent, woordvolgorde, betekenis en stilte.
Functioneel klankgebruik in de vorm van rijm (eindrijm, alliteratie, middenrijm),
assonantie (zelfde klank herhaalt zch altijd, vb letter aa), klanknabootsing en
klanksymboliek. Hierdoor wordt de ‘woordenboekbetekenis’ van de woorden opgetild tot
een poëtisch niveau.
De klankbeweging door de woorden op een speciale manier te rangschikken in
versvormen, enjabemebenten (regel wordt afgebroken waar normaal geen pauze is, vb:
mama, zegt… hij op een morgen.), herhalingen en strofen.
, Gedicht voorbeeld:
boeken boeken boeken, tot in de verste hoeken, boeken boeken boeken
zie mij hier eens zoeken, ik kijk en pak en snuffel, ik aai en zoen en knuffel
elk boekje is een kleine schat, ik duik erin als in een bad, boeken boeken boeken
ik blijf nog even zoeken
2)Emotionaliteit
De dichter wil de ontvanger van zijn poëtische boodschap op de één of andere manier emotioneel
raken. Onderwerpen waarover je niet gemakkelijk praat of waarvoor je geen woorden hebt, kunnen
er toegankelijk door woorden. Bovendien laat poëzie je een enorme vrijheid: een gedicht kan iets
meedelen zonder daar allerlei ethische waardeoordelen aan toe te voegen.
Een vers voor kinderen draait vaak om de een of de andere, voor kinderen volop herkenbare
emotie.
Jonge kls - basisemoties
Gedicht voorbeeld:
Er lag een merel, neergevouwen, dood op het station. Ik wist niet dat dat kon.
Zoveel mensen die vertrekken. Niemand om hem toe te dekken. Ik wist niet dat dat kon.
Dat alles zo kon zijn. Dat mama heel hardliep en riep: We missen onze trein.
3)Waarneming en verdichting
De dichter neemt een realiteit waar (een object, een situatie, een idee, een persoon, een
gewaarwording …) en drukt dit uit met een minimum aan woorden (= verdichting). Door die
waarneming te verdichten tot een gedicht bereikt de dichter een maximum aan zeggingskracht. In
een minimum van tijd en woorden schetst hij het hele verhaal erachter. De dichter is dus zuinig met
woorden. Hij suggereert verbanden, problemen en situaties zonder ze letterlijk uit te spreken.
Verdichting – je ziet beelden in je hoofd door een woord te horen)
Gedicht voorbeeld:
Beertje bas, in mijn tas, beertje bas, uit mijn tas, beertje bas, in de doos!
Hihihi, beertje boos! Lieve kleine beertje bas, jij mag vlug weer in mijn tas
7 DIDACTISCHE PRINCIEPES (kennen):
1. TAALKRACHTIG ONDERWIJS STIMULEERT EEN POSITIEF-TALIGE GRONDHOUDING
VB: kleuters veilige oefenkansen bieden door regelmatig met een klein groepje aan de slag
te gaan, tegelijk uitdagen om mee in gesprek te gaan over een moeilijk onderwerp, zelf
inbreng laten geven over hoe ze aan de slag willen
2. Taalkrachtig onderwijs is context rijk
VB: in een gesprek dat voorafgaat aan het schrijven van een briefje vertel de juf dat een
kleuter zijn papa buschauffeur is en al eens mocht meerijden, d ejuf vraagt hoe dat is om de
bus te nemen zo denken ze samen na of ze ook met de bus naar het museum kunnen
3. Taalkrachtig onderwijs is functioneel
VB: de juf wil graag naar het museum om inspiratie op te doen om een klasmuseum te
maken. Maar hoe kunnen ze naar het museum? Ze maakt samen met de kleuters briefjes
voor de ouders en zoekt het samen op op de tablet
4. Taalkrachtig onderwijs in (inter)actief
VB: kls actief laten experimenteren met kwasten, dat geeft veel kansen om de kls
taalaanbod, spreekkansen en feedback te geven
5. Taalkrachtig onderwijs geeft ondersteuning
VB: kls die nog nooit naar een museum zijn geweest op voorhand al eens boekje met hun
lezen, voor doen, …
6. Taalkrachtig onderwijs zet in op explicitering
VB: LK in gesprek gaan met kls over wat ze gemaakt hebben. Heirbij bewust woordne
gebruiken dat je wil dat ze opnemen
7. Taalkrachtig onderwijs biedt kansen tot reflectie
VB: met de kleuters reflecteren over wat ze al weten over het museum. In het museum met
kls in gesprek gaan die niet goed weten wat ze komen doen. Na de uitstap kijken ze samen
naar foto’s van de uitstap.
POËZIEBELEVING:
Handboek pg 157 – 165:
Kleuters pikken veel taal op als ze actief kunnen experimenteren. Door muzisch (drama, beeld,
muziek & media) om te gaan tijdens activiteiten zijn de kleuters actief handeldn bezig, zo kunnen
,ze zich uitdrukken via uiteenlopende expressievormen, verbaal en non-verbaal. Non-verbaal =
inzetten op gezichtsuitdrukkingen of gebaren
Muzische activiteiten zorgen voor kansen tot interactie. Je bespreekt eerst zaken om er achteraf
een (muzische)verwerking mee te doen. Muzische activiteiten zijn heel betekenisvol, ze kunnen
actief en interactief aan de slag. Via deze activiteiten ondersteun je het impliciet taalleren.
Poëzie = talige uitdrukkingsvorm waarbij we alle domeinen van taal kunnen betrekken +
experssievorm
Gedicht laten onderzoeken en beleven —> nadenken over de opvallende kenmerken (betekenis
en/of talige vorm) —> zo gaan de kls genieten en de taal beter doorgronden (onder de knie krijgen)
Zo kan je:
Praten over en spel van kls koppelen aan de inhoud van het versje herkenbare gevoelens of
ervaringen) – vb: zoekspelletje, kl verstopt iets de andere zeggen versje op en een kl zoekt
het verstopte voorwerp
Nadenken over de woorden (hoe klinken ze, welke klanken zijn hetzelfde, rijm zoeken,
alliteraties = beginklank van opeenvolgende woorden hetzelfde – vb: als je de Zwaan van
Zeveningen Zacht hoort Zingen… —> aan taalbeschouwing doen)
Geen saaie bedoening als je Poëzie in de klas aanbrengt —> kls moeten spelen met taal en de
eigenheid van de tekst kunnen beleven
Zorg voor sfeerschepping bij het aanbrengen van het versje (vb: spelletjes rond taal,
muzischeuitdrukkingen, …) – versje regelmatig opzeggen en herhalen!
Leren gebeurt spontaan (vb: tijdens naar de speelplaats lopen het versje nog eens opzeggen)
Goed gedicht = rijke tekst die uitndoigd om te spelen met taal en die handvaten geeft voor een rijke
verwerking – daagt kls uit om talig aan de slag te gaan.
Moeilijkere taal kan maar dan kan je ondersteunende materialen gebruiken of woorden die
belangrijk zijn visueel maken, ook op interactievaardigheden inzetten door uit te leggen wat je
denkt bij het lezen en reactie uit te lokken, veel te herhalen en rijke taal toe te voegen aan
verwerkingsopdrachten die je voorziet zo creëer je kansen om moeilijke taal begrijpelijk te maken.
(Link met begrijpendluisteren – moeilijkere woordne uitleggen/aanleren om later makkelijker
begrijpend te lezen/luisteren)
Woorden zijn de hoofdrolspelers in versjes.
Powerpoint les:
Wat maakt Poëzie:
- Herhaling (woorden of stukjes zin)
, - Cadans/ritme/rijm (muzikaliteit – poëtisch kenmerk)
- Betekenis (emotie - poëtisch kenmerk)
- Herkenning (kls gaan soort van waarnemen)
Talige vergelijkingen altijd verduidelijken (vb: Mijn knuffel is net van de wasmachine terug, wat
deed hij daar? Zwaaien, zwaaien de draaimolen rond tot hij een goed passend geurjasje vond. Nu is
hij weer hier. En ik ruik zijn plezier. Zelfde beer, zelfde beest, maar fris in de kleren. Naar de kermis
geweest) – wasmachine met kermis uitleggen.
Kies duidelijk waar je de focus wilt leggen (articulatie, luisteren, expressievorm (muzisch doel), …)
Muzische doelen komen zeker aan bod bij een poëziebeleving!
Als kls nog geen Poëzie hebben gedaan vaak Tosn2 gebruiken als doel. – doelen kiezen adhv
beginsituatie (vb: kls kunnen niet goed het tempo houden, in doel iets rond tempo)
2 à 3 doelen in 1 fiche
Poëtische kenmerken (5)
Niet allemaal in 1 gedicht, mix van verschillende wel —> maakt gedicht Poëtisch
Volgorde belangrijk!
3 zaken belangrijk: kwaliteit, volgorde (mu – emo – wa&ver – taalver) & bepalen de werkvormen
(did)
Rijkdom en kwaliteit kan je inschatten door de poëtische kenmerken in het gedicht te zoeken.
1)Muzikaliteit
Onder de term ‘muzikaliteit’ verstaan we alles wat bijdraagt tot het klankgeheel van een gedicht.
Het ritme, dat ontstaat door de verschillende bewegingselementen van de dichterlijke taal:
tempo, metrum, accent, woordvolgorde, betekenis en stilte.
Functioneel klankgebruik in de vorm van rijm (eindrijm, alliteratie, middenrijm),
assonantie (zelfde klank herhaalt zch altijd, vb letter aa), klanknabootsing en
klanksymboliek. Hierdoor wordt de ‘woordenboekbetekenis’ van de woorden opgetild tot
een poëtisch niveau.
De klankbeweging door de woorden op een speciale manier te rangschikken in
versvormen, enjabemebenten (regel wordt afgebroken waar normaal geen pauze is, vb:
mama, zegt… hij op een morgen.), herhalingen en strofen.
, Gedicht voorbeeld:
boeken boeken boeken, tot in de verste hoeken, boeken boeken boeken
zie mij hier eens zoeken, ik kijk en pak en snuffel, ik aai en zoen en knuffel
elk boekje is een kleine schat, ik duik erin als in een bad, boeken boeken boeken
ik blijf nog even zoeken
2)Emotionaliteit
De dichter wil de ontvanger van zijn poëtische boodschap op de één of andere manier emotioneel
raken. Onderwerpen waarover je niet gemakkelijk praat of waarvoor je geen woorden hebt, kunnen
er toegankelijk door woorden. Bovendien laat poëzie je een enorme vrijheid: een gedicht kan iets
meedelen zonder daar allerlei ethische waardeoordelen aan toe te voegen.
Een vers voor kinderen draait vaak om de een of de andere, voor kinderen volop herkenbare
emotie.
Jonge kls - basisemoties
Gedicht voorbeeld:
Er lag een merel, neergevouwen, dood op het station. Ik wist niet dat dat kon.
Zoveel mensen die vertrekken. Niemand om hem toe te dekken. Ik wist niet dat dat kon.
Dat alles zo kon zijn. Dat mama heel hardliep en riep: We missen onze trein.
3)Waarneming en verdichting
De dichter neemt een realiteit waar (een object, een situatie, een idee, een persoon, een
gewaarwording …) en drukt dit uit met een minimum aan woorden (= verdichting). Door die
waarneming te verdichten tot een gedicht bereikt de dichter een maximum aan zeggingskracht. In
een minimum van tijd en woorden schetst hij het hele verhaal erachter. De dichter is dus zuinig met
woorden. Hij suggereert verbanden, problemen en situaties zonder ze letterlijk uit te spreken.
Verdichting – je ziet beelden in je hoofd door een woord te horen)
Gedicht voorbeeld:
Beertje bas, in mijn tas, beertje bas, uit mijn tas, beertje bas, in de doos!
Hihihi, beertje boos! Lieve kleine beertje bas, jij mag vlug weer in mijn tas