Week 1...................................................................................................................................................2
Benadering politiek.............................................................................................................................2
Aspectbenadering...........................................................................................................................2
Domeinbenadering.........................................................................................................................3
Politiek als vaardigheid...................................................................................................................3
Kenmerken politiek............................................................................................................................3
Omstreden begrippen........................................................................................................................4
8 kenmerken democratie................................................................................................................4
Strijd om taal en termen.................................................................................................................5
Week 2...................................................................................................................................................5
Politiek spectrum/dimensies van politieke oriëntaties.......................................................................6
Ideologie.............................................................................................................................................6
Politieke partijen................................................................................................................................7
Geschiedenis partijvorming............................................................................................................8
Week 3...................................................................................................................................................9
Conflict...............................................................................................................................................9
Oorzaken conflict............................................................................................................................9
Probleem van collectieve actie.....................................................................................................10
2x benadering conflict (van der Eijk vs Eberg)..............................................................................10
5 kernvragen.....................................................................................................................................12
Week 4.................................................................................................................................................13
Actoren.............................................................................................................................................13
Soort actor....................................................................................................................................13
Elites/niet-elites............................................................................................................................14
Structuur/agency..........................................................................................................................14
Week 5.................................................................................................................................................15
Definities macht & invloed...............................................................................................................15
Machtsmiddelen...............................................................................................................................15
Machtsposities..................................................................................................................................16
Dimensies van macht........................................................................................................................16
Macht meten....................................................................................................................................17
Elitisme/pluralisme...........................................................................................................................18
Samenhang dimensies & machtsmeting...........................................................................................18
Week 6.................................................................................................................................................18
, Politiek landschap.............................................................................................................................18
Instituties......................................................................................................................................19
Ruimere context...............................................................................................................................20
Contexten.....................................................................................................................................21
Week 7.................................................................................................................................................22
Politiek systeem & gemeenschap.....................................................................................................22
Politiek vertrouwen..........................................................................................................................23
Voice, loyalty & exit..........................................................................................................................24
Week 1
Politicologie:
De wetenschap van de politiek. Wetenschap heeft een onderwerp (politiek), het
heeft een aantal kernbegrippen (democratie, macht, legitimiteit, gezag, beleid),
het heeft kenmerkende onderzoekswijzen (kiezersonderzoek, peilingen) en het
heeft vaak hoofdstromingen waarbinnen denkers/onderzoekers zich onder
groeperen (aspect/domeinbenadering).
Van der Eijk – de kern van de politiek:
Dit boek wil een kader bieden om naar politiek te kijken. Het geeft aan waar je
naar moet kijken en waarom dat belangrijk is. Dit kader voorkomt dat je afgeleid
raakt en de werkelijke situatie niet overziet.
Politiek gaat over:
‘Wie doet wat met welke middelen binnen een gegeven politieke en
maatschappelijke context’
Conflict en samenwerking
Toedeling van waarden (wat vinden wij belangrijk, bijv. wel of niet euthanasie)
Verdelen van schaarse middelen (bijv. macht of geld)
Oplossen van conflicten
Vermijden van conflicten en problemen door het bevorderen van beleid
Benadering politiek
Er zijn verschillende manieren om politiek te benaderen, bij elke benadering past
een andere definitie.
Aspectbenadering
Deze benadering houdt het boek aan.
‘Who gets what, when and how? Lasswell
Volgens de aspectbenadering vind je politiek overal waar mensen met elkaar
interacteren. In definities van verschillende politicologen komen de volgende
kenmerken ook aan de orde:
-Macht
-Conflict
-Samenwerking
-Verdeling
-Collectieve besluitvorming
Volgens deze interpretatie en kenmerken komt politiek bij een voetbalvereniging
net zo goed voor als in het landsbestuur.
, Voordeel:
In deze benadering wordt breed gekeken naar politiek en kan je generaliseerbare
kennis vergaren over politieke processen.
Nadeel:
Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen politieke processen; er wordt niet
gekeken naar welke processen belangrijker zijn dan de andere.
Kortom: het is erg breed, kan fijn zijn, maar ook onprettig. Ligt eraan wat je wilt
bereiken.
Domeinbenadering
‘Politiek is een situatie waar de overheid bij betrokken is of zou moeten zijn’ Deth
en Vis
Volgens deze benadering is enkel in het publieke domein politiek te vinden; bij de
overheid en haar instituties.
Voordeel:
Er wordt meer gefocust op de inhoud van de situatie i.p.v. de processen.
Nadeel:
Het is moeilijk te bepalen wat precies binnen het domein valt, het verschilt heel
erg per land. Daarnaast wordt in de tijd van ‘governance’ de publieke sector
steeds groter, het is lastig af te bakenen. Waar houdt het publieke domein op?
Politiek als vaardigheid
Van der Eijk:
“Het belang van deze betekenis van politiek is dat zij er de aandacht op vestigt
dat het er niet alleen om gaat waar politiek zich afspeelt, en waarover het gaat,
maar dat het hoe ervan ook van belang is, de ‘mechanica’ van politieke
processen en van het bedrijven van politiek”
Een politicus realiseert doelen zo goed mogelijk gezien de omstandigheden. Zij
begrijpt het politieke proces en kan dit naar haar hand zetten. Het is binnen dit
vak belangrijk om redenaarstalent te hebben.
Vaardigheden retoriek:
-Logos: de kunde om je met logisch onderbouwde argumenten
mensen te overtuigen
-Pathos: de kunde om mensen aan te spreken op hun gevoel en zo harten te
winnen
-Ethos: jezelf geloofwaardig maken als spreker door direct of indirect
aan je eigen
kwaliteiten of die van een andere autoriteit te refereren
Kenmerken politiek
Wanneer is een situatie politiek? Beoordeel het op 4 criteria:
1. Het is een sociaal verschijnsel. Het gaat over een afgebakende groep of
collectiviteit. Je kan het hebben over het politieke wereldsysteem, een land
of samenleving als politiek systeem of een andere groep of collectiviteit