100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Problemen Formeel Strafrecht

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
87
Geüpload op
11-06-2020
Geschreven in
2019/2020

Alle problemen duidelijk samengevat voor Formeel Strafrecht per thema.

Instelling
Vak











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Onbekend
Geüpload op
11 juni 2020
Aantal pagina's
87
Geschreven in
2019/2020
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

PROBLEMEN FORMEEL STRAFRECHT

Probleem 1

Leerdoel 1. Wat is opsporing en wie zijn hiermee bevoegd? (H. 2.6.2)

Art. 132 Sv laat zien wat een vooronderzoek is. Dit is alles wat voor de zaak ter terechtzitting
plaatsvindt. Art. 132a Sv à opsporingsonderzoek. Het onderzoek in verband met waarover de Officier
van Justitie gezag heeft met als doel het nemen van strafvorderlijke beslissingen
(vervolgingsbeslissingen, het al dan niet aanhouden, inbeslagneming, voorgeleiden, voorlopige
hechtenis bevelen en ook art 348/350 zijn zulke beslissingen).


Hoe was het vroeger?

De strafvordering begint met opsporing. In de eerste helft van de 19 de eeuw stelde opsporing door de
politie nog niet zo veel voor. Dit lag namelijk toen volledig in de handen van de rechter-commissaris
en de officier van justitie. Die moesten de zaak tot klaarheid brengen, niet de politieambtenaar. Zijn
belangrijke taak was het doorgeven van de strafbare feiten die op zijn pad waren gekomen. De OvJ
moest dan beslissen of de zaak verder zou worden onderzocht en of de RC erbij gehaald moest
worden. De opsporing was dus niks meer dan een opstapje naar het echte onderzoek, dat
hoofdzakelijk door de rechter-commissaris werd verricht. Dit veranderde in de loop van de 19de eeuw.
De wetgever van 1926 zag nog steeds een belangrijke plaats voor het onderzoek door de RC (dit
heette gerechtelijk onderzoek). De gedachte was dat de OvJ het onderzoek zou overdragen aan de RC
als de aard van de zaak hierom vroeg. Dit was het geval als de zaak bijzonder ingewikkeld was en
daarom een bijzondere kundigheid vereiste, maar ook in gevallen waarbij de OvJ niet al het werk kon
doen of niet de ambtenaren kon vinden om het werk te doen.

Hoe is dit veranderd nu?

Dit alles is radicaal veranderd. Het rechtelijk vooronderzoek is in 2013 afgeschaft. De kern van het
vooronderzoek is nu ten alle tijden een vooronderzoek. Dat onderzoek wordt verricht onder het gezag
van de OvJ o.g.v. art. 132a Sv. De RC heeft nog steeds een rol. Die rol is echter niet meer die van
onderzoeksrechter die vanwege zijn persoonlijke bekwaamheid bij uitstek geschikt wordt geacht om
het onderzoek te verrichten. Tegenwoordig is de positie van de RC de positie van rechter, waarin hij
onafhankelijk en onpartijdig moet zijn. Zijn positie maakt deel uit van de checks and balances
waarmee het opsporingsonderzoek is omgeven.


Wanneer begint opsporing precies?

Het gaat hier om het moment dat er een vermoeden rijst dat er een strafbaar feit is begaan. Vanaf dit
moment worden politie en justitiële autoriteiten opgedragen om actie te gaan ondernemen (art. 27 Sv)

Hoe kan een vermoeden rijzen?

1. Het kan onder de aandacht worden gebracht omdat een burger aangifte doet
2. Het kan ook door de autoriteiten zelf worden aangemerkt als strafbaar feit
a. Wanneer de politie een inbreker op heterdaad betrapt

,PROBLEMEN FORMEEL STRAFRECHT

Wie zijn belast met opsporing?

Art 141-142 Sv geven een opsomming wie met opsporing belast is. De belangrijkste categorie is
o.g.v. art. 141 Sv de politie. O.g.v. art 127 Sv is iedereen die met opsporing belast is een
opsporingsambtenaar. Wanneer er in een wet wordt gesproken van een ambtenaar, gaat dit om de
juncto 141/142 jo. 127 Sv. In art. 142 Sv staan de bijzondere opsporingsambtenaren. Zij kunnen hun
bevoegdheid ontlenen aan een bijzondere wet o.g.v. art. 142 lid 1 sub c Sv of aan een akte van
opsporing die hun is verleend (art. 142 lid 1 sub a Sv). Het kan hier dan gaan om andere bijzondere
opsporingsdiensten dan genoemd in art. 141 Sv maar ook om bijvoorbeeld een boswachter.

Art. 141 Sv à De OvJ (141 sub a jo. 148 lid 2 Sv), Weet meer over de juridische kant maar niet over
de tactische kant. De politie is heel erg zelfstandig en vaak als ze een bepaalde toestemming nodig
hebben, dan nemen ze contact op met het OM. De OvJ zit niet dagelijks aan tafel bij de politie. Vallen
ambtenaren van de politie onder (b) à art. 2 sub a en sub c, art 3 is de taakcriterium (twee taken:
daadwerkelijke handhaving rechtsorde en verlenen van hulp die deze behoeven dus bijv kat uit de
boom halen en reanimatie etc.) Tevens ook de marechaussee (sub c) zij verrichten bijvoorbeeld de
beveiliging bij Schiphol en overheidsgebouwen, bescherming onze landsgrenzen en europese
buitengrenzen. Opsporingsambtenaren van bijzondere diensten (sub d)

Wat is het verschil tussen art 141 en art 142 sv?

De opsporingsambtenaar o.g.v. art 141 Sv is een algemene opsporingsambtenaar. Het is niet beperkt
tot bepaalde categorieën strafbare feiten. De politie mag alles opsporen of ze nou in Sv staan, in een
bijzondere wet of in een verordening. Art. 142 lid 1 sub c Sv heeft het daarom ook over ‘voor zover
het die feiten betreft’. Een bijzondere opsporingsambtenaar mag alleen handelen wanneer het de
feiten betreft waarvoor hij een bevoegdheid heeft gekregen. Soms kan echter in een akte staan dat het
alle strafbare feiten kan betreffen (art. 142 lid 2 Sv) à uitzondering op de regel. Art. 142 lid 3 Sv zet
de deur voor uitzonderingen nog wijder open, namelijk: de beperkte opsporingsbevoegdheid die de in
art. 142 lid 1 sub c Sv bedoelde ambtenaren aan de bijzondere wet ontlenen kan door de minister van
veiligheid en justitie door middel van een categoriale aanwijzing worden uitgebreid tot een algemene.
Van die mogelijkheid werd voor de inwerkingtreding van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten
gebruikt gemaakt om opsporingsambtenaren van de nu in art. 141 Sv genoemde bijzondere
opsporingsdiensten een algemene opsporingsbevoegdheid te geven.

Wat is er speciaal aan de OvJ?

Art. 141 Sv benoemt de OvJ als iemand met opsporing belast. Zij nemen echter een belangrijke plaats
in. Hun taak wordt voornamelijk ingevuld door het geven van bevelen op grond van art. 148 lid 2 Sv
aan de overige opsporingsambtenaren. Hij oefent gezag uit over de opsporing, art 132a Sv. De
opsporing kan ook door de OvJ zelf geschieden (art. 148 lid 3 Sv) maar dit komt in de praktijk niet
vaak voor. Zijn taak is vooral gezag uitoefenen over het opsporingsonderzoek.
Een onderzoek dat onder leiding van de OvJ wordt verricht (art. 132a Sv). De plaats van de OvJ is
centraal, hij wordt ook als eerste genoemd in art. 141 Sv

Hem wordt tevens niet de leiding gegeven omdat hij hiertoe meer gespecialiseerd is want dit is
meestal niet het geval. Het gaat erom dat hij zijn juridische deskundigheid kan brengen. Dit om ervoor
te zorgen dat alle feiten die van belang zijn in de latere rechtszaak zijn opgenomen.

,PROBLEMEN FORMEEL STRAFRECHT

Een tweede reden van diens belang in het opsporingsonderzoek is de afstemming van dit onderzoek
op het vervolgonderzoek. Het is de uiteindelijk de OvJ die bepaalt waar de prioriteiten liggen en die
dus beslist van welke feiten wel en geen werk wordt gemaakt.

Een derde en laatste reden is dat het bewaken van de rechtmatigheid of de rechtsstatelijkheid van het
onderzoek wordt gewaarborgd door hem. Hij moet erop toezien dat de opsporingsambtenaar zijn
boekje niet te buiten gaat. Omdat het heel belastend is moeten de belangen behoorlijk tegenover
elkaar worden afgewogen.
Het doel heiligt niet altijd het middel. Er mag geen disproportioneel gebruik worden gemaakt van
middelen à deze waarborgfunctie is te zien in de tussenkomst van de OvJ in zaken van de politie
(bijvoorbeeld bij art 3 en 54 Sv)

De OvJ maakt deel uit van de hiërarchische organisatie van het OM. Boven de OvJ staat de
hoofdofficier, die bevoegd is tot het geven van algemene en bijzondere aanwijzingen (art. 136 lid 3
Wet RO). Aan het hoofd van het OM staat het college van procureurs-generaal, dat ook weer
algemene en bijzondere aanwijzingen geeft (art. 130 Wet RO). Die aanwijzingen moeten de taken en
de bevoegdheden van het OM betreffen. Deze bevoegdheid is ook in art 140 Sv te vinden maar dan
meer als een opdracht geformuleerd. Het college dient te waken voor de richtige opsporing van
strafbare feiten. Het kan daarvoor de nodige aanwijzingen geven aan de hoofden van de parketten.
Richtige opsporing betekent dat strafbare feiten daadwerkelijk worden opgespoord, overeenkomstig
het door het OM te stellen prioriteiten. Het gaat om de juridische kwaliteit van het onderzoek en de
behoorlijkheid van de wijze van opsporing. Op al deze punten kan door middel van algemene
aanwijzingen beleid ontwikkeld worden dat landelijk geldt à dit duidelijke systeem compenseert een
beetje de versnippering van de duidelijkheid van opsporing in de wet.

De taak van de OvJ wordt ook benoemd in art. 3 Pw. Hierin wordt genoemd dat de politieagent
‘ondergeschikt is aan het bevoegde gezag’ en aan dit bevoegde gezag wordt verder uitwerking
gegeven in art. 11 Pw e.v.

Hoe werkt de verhouding politie – OvJ in de praktijk?

De mate waarin de OvJ feitelijk bij het opsporingsonderzoek is betrokken verschilt van zaak tot zaak.
De politie heeft een eigen professionaliteit en gaat in de praktijk met een grote mate van
zelfstandigheid te werk. Slechts in een minderheid van de gevallen – doorgaans in grote zake met
maatschappelijk gewicht – bepaalt de OvJ daadwerkelijk de inhoud en de richting van het onderzoek.
In andere gevallen wordt de OvJ incidenteel ingeschakeld als zijn medewerking nodig is voor de
toepassing van bepaalde dwingmiddelen of opsporingsmethoden. Dit is in veel zaken ook gewoon dus
nihil. Hij ziet alleen achteraf de resultaten van het onderzoek in de vorm van een proces-verbaal. De
OvJ blijft echter verantwoordelijk voor de opsporing. Hij dient er door geregeld overleg en het geven
van algemene aanwijzingen voor te zorgen dat de politie werkt op behoorlijk niveau levert. Het gezag
heeft dus een belangrijke waarborgfunctie

Wat zijn de aan de opsporingsambtenaar toegekende bevoegdheden?

De bevoegdheden tot arrestatie van verdachten (art. 53 en 54 Sv) behoren hiertoe. Tevens de
bevoegdheid die verdachte gedurende een aantal uren vast te houden voor onderzoek (61 Sv) en de
bevoegdheid de verdachte zo nodig in verzekering te stellen (57 Sv). Een andere belangrijke
bevoegdheid is de bevoegdheid voorwerpen in beslag te nemen en daartoe plaatsen te betreden (95

, PROBLEMEN FORMEEL STRAFRECHT

e.v. Sv). Vermelding verdienen ook heimelijke opsporingsmethoden als de stelselmatige observatie
(art. 126g en 126o Sv) en het afluisteren van een telefoon (art. 126m en 126t Sv). Deze bevoegdheden
zijn door de wet met waarborgen tegen machtsmisbruik bekleed. Niet iedere opsporingsambtenaar kan
iedere bevoegdheid op eigen houtje uitvoeren. Zo vereist art. 54 Sv voor de arrestatie van verdachten
buiten het geval heterdaad in beginsel een aanhoudingsbevel van de OvJ. Voor afluisteren van de
telefoon is zelfs een machtiging van de RC vereist. Over inbeslagneming van voorwerpen kan de
beslagene achteraf klagen bij de rechter (art. 552a Sv). In dit stelsel van waarborgen is ook een
belangrijke rol weggelegd voor de hulp OvJ. Deze functionaris maakt – anders dan de naam doet
vermoeden – geen deel uit van het OM. Wie hulp OvJs zijn is geregeld in art 154 Sv. Daaruit blijkt
dat het voornamelijk gaat om bepaalde gekwalificeerde ambtenaren van de politie. Zij hebben een
aanvullende rol bij het opsporingsonderzoek. Zo bepalen art 53 en 54 Sv dat elke aangehouden
verdachte onverwijld voor een OvJ Of een hulp OvJ moet worden geleid. In de praktijk is dat vrijwel
steeds de op het politiebureau aanwezige hulp OvJ. Deze beoordeelt de rechtmatigheid van de
aanhouding en beslist of de verdachte langer moet worden vastgehouden (art. 57 en 61 Sv).

Liggen alle dwangmiddelen bij de opsporingsambtenaren o.g.v. art 141/142 jo. 127 Sv?

Nee, na inverzekeringstelling kun je ook overgaan op voorlopige hechtenis. Hierover beslist de
rechter dan. De RC kan de bewaring bevelen (art. 63 Sv), de rechter vervolgens de gevangenhouding
(art. 65 Sv). De opsporingsambtenaar kan ook niet iemand verplichten tot getuigen, dit kan alleen de
RC en deze kan hem zelfs gijzelen (art. 221 Sv). Hiervoor moet de OvJ dus een vordering indienen bij
de RC (181 Sv).

Is opsporing slechts berust op voorbereidend onderzoek?

Nee, bijvoorbeeld uit art. 148c Sv blijkt dat de OvJ de Procureur-generaal ook bijstand kan geven in
zaken van Hoger Beroep wanneer het gaat om het opsporingsonderzoek. In elk stadium van het
geding kan nieuwe informatie opduiken die nuttig kan zijn of onduidelijkheden zijn die moeten
worden opgehelderd. Het initiatief hiervoor ligt bij de politie of de rechter. Art 315 Sv geeft de rechter
de mogelijkheid nieuwe bescheiden en stukken van overtuiging te bevelen. Dit zijn vaak aanvullende
processen-verbaal waarin verslag wordt gedaan van alsnog door de OvJ bevolen nader
opsporingsonderzoek.

9.2-9.4

Het in art. 1 Sv verwoordde legaliteitsbeginsel is geen exclusief strafvorderlijk beginsel. Het behelst
het hele publiekrecht. Het legaliteitsbeginsel brengt met zich mee dat ieder optreden van de overheid
dat belastend is voor burgers direct of indirect dient te berusten op een wet in formele zin.
Opsporingsactiviteiten zijn ook belastend voor de burger. Hiervoor kunnen drie redenen worden
aangevoerd
· Bij een opsporing wordt niet zelden gebruikt gemaakt van methoden, of te wel
dwangmiddelen, die diep ingrijpen in de rechten van burgers. Telefoons kunnen
bijvoorbeeld worden afgeluisterd of woningen kunnen worden doorzocht
· Het systematisch verzamelen en registreren door de overheid van gegevens omtrent
personen opzich al een privacygevoelige aangelegenheid is. Dit geldt dus ook al voor
gegevens die niet worden verkregen door het inzetten van een dwangmiddel.
· Het doel van het onderzoek speelt hierbij ook een belangrijke rol: de strafrechtelijke
sanctionering van wetsovertredingen. Het onderzoek kan heel erg belastende
$8.38
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
esrabieren

Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
esrabieren Erasmus Universiteit Rotterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
3
Lid sinds
6 jaar
Aantal volgers
3
Documenten
7
Laatst verkocht
2 jaar geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen