MEDICATIE EN INVASIEVE HANDELINGEN
1. BLOEDAFNAME
BEPALING
- D.m.v. naald uit ader = venapunctie
- D.m.v. lancet uit capillaire venen = capillaire punctie
- Via arteriële katheter = arteriele afname
B1 handeling (Labo – aanvraag B2)
DOEL
PROEFFUNCTIE
- Ter controle hoeveelheid normale stoffen bloed en opsporen mogelijke aanwezigheid anti-
en vreemde stoffen
- Diagnosestelling
- Evolutie ziekte nagaan of uitwerking v. behandeling op volgen
- Bloed = barometer van lichaamstoestand
EVACUERENDE PUNCTIE
- Bloeddonor
- Aderlating (venasectie of flebotomie): Therapeutische verwijdering v/e hoeveelheid bloed
om bepaalde aandoeningen v. bloed en bloedvormende organen te kunne behandelen
(o.a. bij polycytemie = overproductie RBC) of hemochromatose (te veel aan ijzer in bloed)
- Wisseltransfusie: Zieke bloed wordt gefractioneerd ontnomen en vervangen door gezond
bloed. Men heeft ongeveer 3x bloedvolume nodig. Kan toegepast worden bij o.a.
hemolytische ziekte of sikkelcelziekte
SOORTEN BLOEDONDERZOEKEN
OPFRISSING
SOORTEN BLOEDONDERZOEKEN
- Gestold bloed: Bloed gaat stollen voordat er testen op worden gedaan. Het serum of
plasma dat overblijft wordt vnl. gebruikt in scheikundig labo
Ionen, ijzer, serumeiwitten, lipiden, substraten, toxicologie, immunologie,
- Vol/gestold bloed: In opvangrecipiënt zit anticoagulantia
EDTA (Ethyleen Diamine Tetra Acetaat): Morfologie v/d bloedcellen blijft 3u
ongewijzigd
Natriumcitraat: Bloedcellen schrompelen
Heparine: Remt trombine, leucocyten en trombocyten agglutineren na 6u
,
Kaliumoxalaat + natriumfluoride: Bindt vrije
calciumionen
- Speciale onderzoeken: Hebben specifieke vereisten o.v.v.
opvangrecipiënten of bijzondere aandachtspunten bij afname
HEMATOLOGIE
CYTOLOGISCHE ONDERZOEK
= Omvat telling v. aantal RBC, WBC, bloedplaatsjes
Erythrocyten = RBC
- Door RBC doseren bekomt met idee over bloedaanmaak
- Normaal is bloedaanmaak = bloedafbraak (1%/dag)
- Klinisch belang
RBC dalen = anemie vb: ijzertekort
RBC stijgen = polycythemie vb: bloedkanker, misbruik EPO
- Dankzij hemoglobine transport dat zij bevatten spelen ze belangrijke rol in
zuurstoftransport
Hemoglobinegehalte
o 1/3 v. RBC bestaat uit Hb
o Hb is ijzerhoudend, eiwit zorgt voor rode kleur in bloed
o Hb-gehalte is een maat voor hoeveelheid Hb/L bloed = mmol/L of g/dl
Hematocriet
o In % uitgedrukte verhouding v. erytrocytenvolume tot totale bloedvolume
o Klinisch belang
HT dalen = bij vrouwen omwille v. menstruaties, bij anemie,
bloedingen, …
HT stijgen = bij mannen stimuleert mannelijk hormoon de
bloedvorming, bij dehydratatie, verbrandingen, …
Leukocyten = WBC
- Rol
Neutrofielen en monocyten doen aan fagocytose
Lymfocyten spelen rol in vorming antistoffen
Eosinofielen spelen rol in allergiemechanismen
Betekenis basofielen is niet duidelijk
- Klinisch belang: Verhouding en aantal geven idee over ziektebeeld
WBC dalen = Leukopenie vb: leukemie, chemotherapie
WBC stijgen = Leukocytose
o Eosinofielen stijgen = allergie/parasitaire aandoening
o Neutrofielen stijgen = infectietoestand
o Lymfocyten stijgen = chronische infectie
Trombocyten = BP
- Spelen rol in bloedstolling
- Klinisch belang
BPL dalen = Trombopenie vb: bij stollingsstoornissen
BPL stijgen = Trombocytemie of trombocytose, gevaar voor agglutinatie
, TESTEN NODIG VOOR BLOEDTRANSFUSIE
Bloedgroepbehandeling en rhesusfactor
- Noodzakelijke testen alvorens er bloed kan toegediend worden
- Voor definitief vaststellen van Abo/RhD-bloedgroep diender er minste 2 onafhankelijke
afnames van bloedmonsters te worden uitgevoerd. De bloedgroep donor moet compatibel
zijn met ontvanger.
Kruisproef
- Nodig om RBC-donor en plasma van ontvanger te controleren op aanwezigheid van
antistoffen
- Indien kruisproef positief is, kan transfusie niet doorgaan en wordt nog bijkomende test
gedaan
- Klinische belang
Vermijden bloedtransfusiereacties. Deze kunnen optreden doordat in bloed receptor
antistoffen zitten tegen erythrocyten donor. Kan leiden tot ernstige complicaties bij
ontvanger, nl. hemolyse bloed.
- Verpleegkundige aandachtspunt
Gekruiste bloedseenheid moet binnen 72u na kruisproef toegediend worden. Reden
hiervoor is dat titer van antistoffen bij receptor met tijd zo sterk kan dalen dat ze bij
kruisproef net meer kunnen worden opgemerkt. Deze titer kan door “boostereffect”
van volgende transfusie op korte tijd sterk stijgen en tot bloedtransfusiereactie
leiden.
SEDIMENTATIE
- Snelheid waarmee RBC-bezingek onder invloed van zwaartekracht
- Meet hoogte van kolom RBC, die zich door zwaartekracht onderaan op bodem bevinden
- Bij niet specifieke ontsteking zakken RBC sneller, door veranderde samenstelling van
eiwitten in bloed. Nl. meer gammaglobulines (afweereiwitten) en fibrinogeen
(stollingseiwitten)
- Klinisch belang
Fysiologische versnelling
o Na inspanning
o Na eiwitrijke voeding
o Tijdens menstruatie/zwangerschap/inname pil
o Ouderdom
Pathologische versnelling
o Infectie
o Weefselversterf: vb infarct
o Anemie
o Kwaadaardige tumoren
Pathologische daling
o Polycychtemie
- VPK-aandachtspunten
Voor afname geen eiwitrijke maaltijden nuttigen, geen inspanningen en geen warm
bad nemen.
STOLLINGSTESTEN
1. BLOEDAFNAME
BEPALING
- D.m.v. naald uit ader = venapunctie
- D.m.v. lancet uit capillaire venen = capillaire punctie
- Via arteriële katheter = arteriele afname
B1 handeling (Labo – aanvraag B2)
DOEL
PROEFFUNCTIE
- Ter controle hoeveelheid normale stoffen bloed en opsporen mogelijke aanwezigheid anti-
en vreemde stoffen
- Diagnosestelling
- Evolutie ziekte nagaan of uitwerking v. behandeling op volgen
- Bloed = barometer van lichaamstoestand
EVACUERENDE PUNCTIE
- Bloeddonor
- Aderlating (venasectie of flebotomie): Therapeutische verwijdering v/e hoeveelheid bloed
om bepaalde aandoeningen v. bloed en bloedvormende organen te kunne behandelen
(o.a. bij polycytemie = overproductie RBC) of hemochromatose (te veel aan ijzer in bloed)
- Wisseltransfusie: Zieke bloed wordt gefractioneerd ontnomen en vervangen door gezond
bloed. Men heeft ongeveer 3x bloedvolume nodig. Kan toegepast worden bij o.a.
hemolytische ziekte of sikkelcelziekte
SOORTEN BLOEDONDERZOEKEN
OPFRISSING
SOORTEN BLOEDONDERZOEKEN
- Gestold bloed: Bloed gaat stollen voordat er testen op worden gedaan. Het serum of
plasma dat overblijft wordt vnl. gebruikt in scheikundig labo
Ionen, ijzer, serumeiwitten, lipiden, substraten, toxicologie, immunologie,
- Vol/gestold bloed: In opvangrecipiënt zit anticoagulantia
EDTA (Ethyleen Diamine Tetra Acetaat): Morfologie v/d bloedcellen blijft 3u
ongewijzigd
Natriumcitraat: Bloedcellen schrompelen
Heparine: Remt trombine, leucocyten en trombocyten agglutineren na 6u
,
Kaliumoxalaat + natriumfluoride: Bindt vrije
calciumionen
- Speciale onderzoeken: Hebben specifieke vereisten o.v.v.
opvangrecipiënten of bijzondere aandachtspunten bij afname
HEMATOLOGIE
CYTOLOGISCHE ONDERZOEK
= Omvat telling v. aantal RBC, WBC, bloedplaatsjes
Erythrocyten = RBC
- Door RBC doseren bekomt met idee over bloedaanmaak
- Normaal is bloedaanmaak = bloedafbraak (1%/dag)
- Klinisch belang
RBC dalen = anemie vb: ijzertekort
RBC stijgen = polycythemie vb: bloedkanker, misbruik EPO
- Dankzij hemoglobine transport dat zij bevatten spelen ze belangrijke rol in
zuurstoftransport
Hemoglobinegehalte
o 1/3 v. RBC bestaat uit Hb
o Hb is ijzerhoudend, eiwit zorgt voor rode kleur in bloed
o Hb-gehalte is een maat voor hoeveelheid Hb/L bloed = mmol/L of g/dl
Hematocriet
o In % uitgedrukte verhouding v. erytrocytenvolume tot totale bloedvolume
o Klinisch belang
HT dalen = bij vrouwen omwille v. menstruaties, bij anemie,
bloedingen, …
HT stijgen = bij mannen stimuleert mannelijk hormoon de
bloedvorming, bij dehydratatie, verbrandingen, …
Leukocyten = WBC
- Rol
Neutrofielen en monocyten doen aan fagocytose
Lymfocyten spelen rol in vorming antistoffen
Eosinofielen spelen rol in allergiemechanismen
Betekenis basofielen is niet duidelijk
- Klinisch belang: Verhouding en aantal geven idee over ziektebeeld
WBC dalen = Leukopenie vb: leukemie, chemotherapie
WBC stijgen = Leukocytose
o Eosinofielen stijgen = allergie/parasitaire aandoening
o Neutrofielen stijgen = infectietoestand
o Lymfocyten stijgen = chronische infectie
Trombocyten = BP
- Spelen rol in bloedstolling
- Klinisch belang
BPL dalen = Trombopenie vb: bij stollingsstoornissen
BPL stijgen = Trombocytemie of trombocytose, gevaar voor agglutinatie
, TESTEN NODIG VOOR BLOEDTRANSFUSIE
Bloedgroepbehandeling en rhesusfactor
- Noodzakelijke testen alvorens er bloed kan toegediend worden
- Voor definitief vaststellen van Abo/RhD-bloedgroep diender er minste 2 onafhankelijke
afnames van bloedmonsters te worden uitgevoerd. De bloedgroep donor moet compatibel
zijn met ontvanger.
Kruisproef
- Nodig om RBC-donor en plasma van ontvanger te controleren op aanwezigheid van
antistoffen
- Indien kruisproef positief is, kan transfusie niet doorgaan en wordt nog bijkomende test
gedaan
- Klinische belang
Vermijden bloedtransfusiereacties. Deze kunnen optreden doordat in bloed receptor
antistoffen zitten tegen erythrocyten donor. Kan leiden tot ernstige complicaties bij
ontvanger, nl. hemolyse bloed.
- Verpleegkundige aandachtspunt
Gekruiste bloedseenheid moet binnen 72u na kruisproef toegediend worden. Reden
hiervoor is dat titer van antistoffen bij receptor met tijd zo sterk kan dalen dat ze bij
kruisproef net meer kunnen worden opgemerkt. Deze titer kan door “boostereffect”
van volgende transfusie op korte tijd sterk stijgen en tot bloedtransfusiereactie
leiden.
SEDIMENTATIE
- Snelheid waarmee RBC-bezingek onder invloed van zwaartekracht
- Meet hoogte van kolom RBC, die zich door zwaartekracht onderaan op bodem bevinden
- Bij niet specifieke ontsteking zakken RBC sneller, door veranderde samenstelling van
eiwitten in bloed. Nl. meer gammaglobulines (afweereiwitten) en fibrinogeen
(stollingseiwitten)
- Klinisch belang
Fysiologische versnelling
o Na inspanning
o Na eiwitrijke voeding
o Tijdens menstruatie/zwangerschap/inname pil
o Ouderdom
Pathologische versnelling
o Infectie
o Weefselversterf: vb infarct
o Anemie
o Kwaadaardige tumoren
Pathologische daling
o Polycychtemie
- VPK-aandachtspunten
Voor afname geen eiwitrijke maaltijden nuttigen, geen inspanningen en geen warm
bad nemen.
STOLLINGSTESTEN