GERECHTELIJK RECHT
LES 1 ALGEMENE INLEIDING, BRONNEN EN BEGINSELEN
Examenvorm:
o Praktische proef na afloop werkcolleges (schriftelijk, 5/20, meerkeuze)
o Periodiek examen eerste semesterexamenperiode (15/20, schriftelijk, meerkeuze en
open vragen)
Openvragen en meerkeuzevragen op het examen openvraag: gebruik van actualiteit van
het gerechtelijk recht
Vragen?
o HOC: stel ze gerust, maar neem eerst aandachtig het lesmateriaal door, m.i.v. de FAQ
o WPO: @praktijkassistenten
Deelproef begin december 10meerkeuzevragen score op 5 (gereduceerd) onderdeel van
het eindresultaat (12 december) + Hij kan ook vragen stellen over de gerechtelijke actualiteit
ALGEMENE INLEIDING
Gerechtelijk recht: Het gerechtelijk recht is een mengvorm van het recht + verzameling van
rechtsregels over
o Geschillenbeslechting: Gerechtelijk recht hoe beslecht de overheid geschillen dat
hun wordt voorgelegd burgers gaan via een subjectief recht een geschil
aanwenden bij de rechter en de rechter spreekt daar iets over uit.
o Conflictoplossing: Daarnaast is er ook een component die aan belang wint en dat is
zogenaamde conflictoplossing. In het gerechtelijk recht gaat het ook meer en meer
om de vraag in welke maat de rechter kan bijdragen aan de oplossing van het conflict
aan het geschil dat ten grondslag daarvan ligt. We hebben dat systeem nodig, want
we willen niet dat burgers zichzelf het recht verschaffen (er is een arb dat het
verboden is om aan eigenrichting te doen), daar moet iets tegenover staan nl. een
functionerend systeem van overheidsrechtspraak.
Focus op het burgerlijk procesrecht
o Formele regels tot geschillenbeslechting door de rechterlijke macht
1
, o Voorkomen ‘eigenrichting’ (art. 5 Ger. W.): Art. 5: de rechter mag niet weigeren om
recht te spreken! Op twee manieren zien:
1. Als de zaak aan de rechter w voorgelegd moet hij erover uitspraak doen (rechters kiezen hun
zaken niet !) burgers hebben toegang tot de rechter en de rechter moet er uitspraak over
doen ook al betreft het een controversieel onderwerp. Er mag ook geen rechtsweigering zijn.
2. Anderzijds is er een verbod op rechtsweigering dat strikt wordt geïnterpreteerd door het HvC
het impliceert een situatie waarin een rechter aangeeft dat hij over de zaak geen
uitspraak kan of wil doen of er geen rechtsgrond ter beschikking staat om over hetgeen
uitspraak te doen.
Dat je uw zaak niet binnen een redelijke termijn behandelt ziet worden is GEEN rechtsweigering
HET BURGERLIJK PROCESRECHT IS:
Publiek- en privaatrecht
o Publiekrecht: Het gaat om een openbare dienst van het gerecht de goede
rechtsbedeling nl. het verschaffen van het recht aan burgers (= een openbare dienst).
o Privaatrecht: Het gaat om subjectieve rechten van
burgers/ondernemingen/overheden ultiem gaat het over subjectieve rechten
o Partijbelang – algemeen belang (Verslag Van Reepinghen, Parl.St. Senaat 1963-64, nr.
60, 213: “l’oeuvre d’intérêt général qu’est celle de la justice”)
Dienend
o Partijbelang (afdwingen subjectieve rechten, vrijheden en belangen) - algemeen
belang (herstel maatschappelijke rust – lites finiri oportet)
Formeel
o Formele regels met oog op rechtszekerheid: “la forme, soeur jumelle de la liberté”
Het gerechtelijk recht biedt vormelijke/formele regels, omdat we door het
vervaardigingen van formele regels een klimaat van rechtszekerheid scheppen. Je
wilt op voorhand weten hoe het proces zal verlopen en dat is de reden waarom er
formele regels zijn.
o Legaliteit (gesloten systeem van sanctionering, bv. art. 860 Ger.W.) en
proportionaliteit (bv. art. 861 Ger.W.) Legaliteit: is belangrijk want het hangt
samen et rechtszekerheid de rechter moet een wettelijke basis hebben voor zijn
sancties (‘= legaliteitsbeginsel). Meer en meer wordt de nadruk ook gelegd op
evenredigheid. Er is geen arb van evenredigheid, maar wel belangrijk dat als rechter
sanctie uitspreekt dat hij eerst nagaat of hij de situatie niet kan herstellen als er een
bepaald leed geleden is. = proportionaliteitsbeginsel. Het formalisme in het
2
, gerechtelijk recht wilt ook doelmatig zijn: wat de doelstelling van de regel is en in
functie daarvan van de doelstelling wordt nagegaan hoe men moet omgaan met die
regel.
o Doelmatig formalisme: procesvoorschriften toepassen naar hun finaliteit
Het procesrecht staat ten dienste van het materieel recht: zonder procesrecht is materieel recht
weinig waard, want als jouw materieel recht betwist wordt dan wil je het door de rechter laten
handhaven het staat ten dienste van het materieel recht.
Gebiedend
Gradaties in verhouding tot de aard van het belang dat beschermd wordt
o ‘aanvullend’ (bv. artikel 624 Ger.W.)
o ‘dwingend recht’ (bv. artikel 627 Ger.W.)
o ‘openbare orde’ (bv. artikel 633 Ger.W.): Gerechtelijk recht is niet van openbare
orde: er zijn regels waar partijen van kunnen afwijken
o
Ethisch en sociaal
o Gelijkheid van proceskansen voor eenieder, zonder onderscheid des persoons
Dynamisch
o Procesrecht voortdurend in evolutie en onder invloed van maatschappelijke ideeën
ADR (ALTERNATIVE DISPUTE RESOLUTION) - MARC (MODES ALTERNATIFS DE
RÈGLEMENT DE CONFLITS)
Conflicten oplossen ≠ geschillen beslechten (verschil van mening vs. gejuridiseerd verschil van
mening): de nadruk ligt op geschillenbeslechting en de conflictoplossing treed op de voorgrond.
Daarom heeft men ADR in het leven geroepen (= alternatieve geschillenbeslechting). Dit is een
kopelbegrip.
Geschillenbeslechtend (arbitrage, dading) of conflictoplossend (bemiddeling, art. 1723/1
Ger.W.)
o Arbitrage = een vorm van private rechtspraak. Je hebt geen overheidsrechter die over
jouw zaak uitspraak doet, maar partijen komen overeen om een of meer arbiters over
hun zaak recht te laten spreken bv. overname van de aandelen van Omegafarma
o Bemiddeling = conflict oplossend instrument waarbij er een derde is betrokken nl. een
bemiddelaar (derde) hij neemt echter geen standpunt in en gaat ook geen suggesties
doen want bemiddeling is een faciliterend proces waarbij een erkend bemiddelaar is
betrokken die onafhankelijk, onpartijdig en neutraal is hij gaat geen ander doel
3
, hebben dan de partijen met elkaar te laten praten en o.b.v. hen tot een akkoord te laten
komen (= niet meer dat een facilitator). Bemiddeling is conflictoplossoend met behulp
van een derde maar zonder toepassing van het recht.
(Onderscheid tussen arbitrage en bemiddeling goed kennen)!
Met beroep op derden (arbitrage, cf. art. 1677, § 2 Ger.W., bindende derdenbeslissing,
bemiddeling) of niet (collaboratieve onderhandelingen – art. 1738 Ger.W., dading,
partijbeslissing)
o Collaboratieve advocaat = advocaat met speciale opleiding = partijen samen met
raadslieden intensieve onderhandelingen voeren met het doel om een akkoord te
bereiken. Men werkt met een systeem van de stoomketel: als collaboratief begin je
samen met je client aan het traject en als je er niet in slaagt om een collaboratief akkoord
te bereiken dat je dan bij een mislukking de zaak gaat moet laten schieten (= hij moet
terugtreden) en als de client toch naar de rechter trekt dan zal de advocaat de zaak
moeten laten voor wat het is en dan zal het een andere advocaat zijn die voor die cdlient
in rechte moet optreden.
Met toepassing van het recht (arbitrage, cf. art. 1710, § 1 Ger.W., vgl. echter art. 1710, § 3
Ger.W.) of niet (bemiddeling, art. 1723/1 Ger.W.)
Verplicht (art. 734 Ger.W., art. 1345 Ger.W.) of niet (art. 1253ter/1, § 1 Ger.W.)
ADR is “the talk of the town”: art. 444,
tweede lid, art. 519, § 4, art. 730/1 en
731 Ger.W. Ja, maar: R.H. de Bock, De
toekomst van de civiele rechtspraak.
Een pleidooi om de rechter niet te
ontlasten.
BRONNEN
1. DE GRONDWET
In de Grondwet heb je bepalingen over het functioneren van de gerechtelijke macht (=fundamentele
bepalingen).
Artikel 40: “de rechterlijke macht wordt uitgeoefend door de hoven en rechtbanken”
Artikelen 144-159
4
LES 1 ALGEMENE INLEIDING, BRONNEN EN BEGINSELEN
Examenvorm:
o Praktische proef na afloop werkcolleges (schriftelijk, 5/20, meerkeuze)
o Periodiek examen eerste semesterexamenperiode (15/20, schriftelijk, meerkeuze en
open vragen)
Openvragen en meerkeuzevragen op het examen openvraag: gebruik van actualiteit van
het gerechtelijk recht
Vragen?
o HOC: stel ze gerust, maar neem eerst aandachtig het lesmateriaal door, m.i.v. de FAQ
o WPO: @praktijkassistenten
Deelproef begin december 10meerkeuzevragen score op 5 (gereduceerd) onderdeel van
het eindresultaat (12 december) + Hij kan ook vragen stellen over de gerechtelijke actualiteit
ALGEMENE INLEIDING
Gerechtelijk recht: Het gerechtelijk recht is een mengvorm van het recht + verzameling van
rechtsregels over
o Geschillenbeslechting: Gerechtelijk recht hoe beslecht de overheid geschillen dat
hun wordt voorgelegd burgers gaan via een subjectief recht een geschil
aanwenden bij de rechter en de rechter spreekt daar iets over uit.
o Conflictoplossing: Daarnaast is er ook een component die aan belang wint en dat is
zogenaamde conflictoplossing. In het gerechtelijk recht gaat het ook meer en meer
om de vraag in welke maat de rechter kan bijdragen aan de oplossing van het conflict
aan het geschil dat ten grondslag daarvan ligt. We hebben dat systeem nodig, want
we willen niet dat burgers zichzelf het recht verschaffen (er is een arb dat het
verboden is om aan eigenrichting te doen), daar moet iets tegenover staan nl. een
functionerend systeem van overheidsrechtspraak.
Focus op het burgerlijk procesrecht
o Formele regels tot geschillenbeslechting door de rechterlijke macht
1
, o Voorkomen ‘eigenrichting’ (art. 5 Ger. W.): Art. 5: de rechter mag niet weigeren om
recht te spreken! Op twee manieren zien:
1. Als de zaak aan de rechter w voorgelegd moet hij erover uitspraak doen (rechters kiezen hun
zaken niet !) burgers hebben toegang tot de rechter en de rechter moet er uitspraak over
doen ook al betreft het een controversieel onderwerp. Er mag ook geen rechtsweigering zijn.
2. Anderzijds is er een verbod op rechtsweigering dat strikt wordt geïnterpreteerd door het HvC
het impliceert een situatie waarin een rechter aangeeft dat hij over de zaak geen
uitspraak kan of wil doen of er geen rechtsgrond ter beschikking staat om over hetgeen
uitspraak te doen.
Dat je uw zaak niet binnen een redelijke termijn behandelt ziet worden is GEEN rechtsweigering
HET BURGERLIJK PROCESRECHT IS:
Publiek- en privaatrecht
o Publiekrecht: Het gaat om een openbare dienst van het gerecht de goede
rechtsbedeling nl. het verschaffen van het recht aan burgers (= een openbare dienst).
o Privaatrecht: Het gaat om subjectieve rechten van
burgers/ondernemingen/overheden ultiem gaat het over subjectieve rechten
o Partijbelang – algemeen belang (Verslag Van Reepinghen, Parl.St. Senaat 1963-64, nr.
60, 213: “l’oeuvre d’intérêt général qu’est celle de la justice”)
Dienend
o Partijbelang (afdwingen subjectieve rechten, vrijheden en belangen) - algemeen
belang (herstel maatschappelijke rust – lites finiri oportet)
Formeel
o Formele regels met oog op rechtszekerheid: “la forme, soeur jumelle de la liberté”
Het gerechtelijk recht biedt vormelijke/formele regels, omdat we door het
vervaardigingen van formele regels een klimaat van rechtszekerheid scheppen. Je
wilt op voorhand weten hoe het proces zal verlopen en dat is de reden waarom er
formele regels zijn.
o Legaliteit (gesloten systeem van sanctionering, bv. art. 860 Ger.W.) en
proportionaliteit (bv. art. 861 Ger.W.) Legaliteit: is belangrijk want het hangt
samen et rechtszekerheid de rechter moet een wettelijke basis hebben voor zijn
sancties (‘= legaliteitsbeginsel). Meer en meer wordt de nadruk ook gelegd op
evenredigheid. Er is geen arb van evenredigheid, maar wel belangrijk dat als rechter
sanctie uitspreekt dat hij eerst nagaat of hij de situatie niet kan herstellen als er een
bepaald leed geleden is. = proportionaliteitsbeginsel. Het formalisme in het
2
, gerechtelijk recht wilt ook doelmatig zijn: wat de doelstelling van de regel is en in
functie daarvan van de doelstelling wordt nagegaan hoe men moet omgaan met die
regel.
o Doelmatig formalisme: procesvoorschriften toepassen naar hun finaliteit
Het procesrecht staat ten dienste van het materieel recht: zonder procesrecht is materieel recht
weinig waard, want als jouw materieel recht betwist wordt dan wil je het door de rechter laten
handhaven het staat ten dienste van het materieel recht.
Gebiedend
Gradaties in verhouding tot de aard van het belang dat beschermd wordt
o ‘aanvullend’ (bv. artikel 624 Ger.W.)
o ‘dwingend recht’ (bv. artikel 627 Ger.W.)
o ‘openbare orde’ (bv. artikel 633 Ger.W.): Gerechtelijk recht is niet van openbare
orde: er zijn regels waar partijen van kunnen afwijken
o
Ethisch en sociaal
o Gelijkheid van proceskansen voor eenieder, zonder onderscheid des persoons
Dynamisch
o Procesrecht voortdurend in evolutie en onder invloed van maatschappelijke ideeën
ADR (ALTERNATIVE DISPUTE RESOLUTION) - MARC (MODES ALTERNATIFS DE
RÈGLEMENT DE CONFLITS)
Conflicten oplossen ≠ geschillen beslechten (verschil van mening vs. gejuridiseerd verschil van
mening): de nadruk ligt op geschillenbeslechting en de conflictoplossing treed op de voorgrond.
Daarom heeft men ADR in het leven geroepen (= alternatieve geschillenbeslechting). Dit is een
kopelbegrip.
Geschillenbeslechtend (arbitrage, dading) of conflictoplossend (bemiddeling, art. 1723/1
Ger.W.)
o Arbitrage = een vorm van private rechtspraak. Je hebt geen overheidsrechter die over
jouw zaak uitspraak doet, maar partijen komen overeen om een of meer arbiters over
hun zaak recht te laten spreken bv. overname van de aandelen van Omegafarma
o Bemiddeling = conflict oplossend instrument waarbij er een derde is betrokken nl. een
bemiddelaar (derde) hij neemt echter geen standpunt in en gaat ook geen suggesties
doen want bemiddeling is een faciliterend proces waarbij een erkend bemiddelaar is
betrokken die onafhankelijk, onpartijdig en neutraal is hij gaat geen ander doel
3
, hebben dan de partijen met elkaar te laten praten en o.b.v. hen tot een akkoord te laten
komen (= niet meer dat een facilitator). Bemiddeling is conflictoplossoend met behulp
van een derde maar zonder toepassing van het recht.
(Onderscheid tussen arbitrage en bemiddeling goed kennen)!
Met beroep op derden (arbitrage, cf. art. 1677, § 2 Ger.W., bindende derdenbeslissing,
bemiddeling) of niet (collaboratieve onderhandelingen – art. 1738 Ger.W., dading,
partijbeslissing)
o Collaboratieve advocaat = advocaat met speciale opleiding = partijen samen met
raadslieden intensieve onderhandelingen voeren met het doel om een akkoord te
bereiken. Men werkt met een systeem van de stoomketel: als collaboratief begin je
samen met je client aan het traject en als je er niet in slaagt om een collaboratief akkoord
te bereiken dat je dan bij een mislukking de zaak gaat moet laten schieten (= hij moet
terugtreden) en als de client toch naar de rechter trekt dan zal de advocaat de zaak
moeten laten voor wat het is en dan zal het een andere advocaat zijn die voor die cdlient
in rechte moet optreden.
Met toepassing van het recht (arbitrage, cf. art. 1710, § 1 Ger.W., vgl. echter art. 1710, § 3
Ger.W.) of niet (bemiddeling, art. 1723/1 Ger.W.)
Verplicht (art. 734 Ger.W., art. 1345 Ger.W.) of niet (art. 1253ter/1, § 1 Ger.W.)
ADR is “the talk of the town”: art. 444,
tweede lid, art. 519, § 4, art. 730/1 en
731 Ger.W. Ja, maar: R.H. de Bock, De
toekomst van de civiele rechtspraak.
Een pleidooi om de rechter niet te
ontlasten.
BRONNEN
1. DE GRONDWET
In de Grondwet heb je bepalingen over het functioneren van de gerechtelijke macht (=fundamentele
bepalingen).
Artikel 40: “de rechterlijke macht wordt uitgeoefend door de hoven en rechtbanken”
Artikelen 144-159
4