1. Uitleg diagnose
2. Beleid
a. Waarom belangrijk?
b. Niet medicamenteus
c. Medicamenteus
i. Effecten
ii. Bijwerkingen
iii. Pro en contra afwegen
iv. Instructies therapie
v. Haalbaar?
3. Vervolgafspraken
4. Six steps: voorschrift afgeven
stap 1 wat is het probleem => Geslacht/ leeftijd/ klachten/relevante actieve problemen + nuttige
voorgeschiedenis + werkhypothese huidig probleem
stap 2 definieer het therapeutisch doel => Curatief preventief symptomatisch
stap 3 standaard therapie => niet medicamenteus + medicamenteus (1e,2e,3e keus)
stap 4 controleren op geschiktheid voor deze patiënt => Allergie, contra-indicatie, interactie,
ervaringen eerdere behandeling bijwerkingen mag je opzoeken
stap 5 praktische uitvoering => Geef uitleg + maak een voorschrift + geef instructies
R/ product + sterkte
Dt/ aantal + vorm
S/ duidelijke uitleg voor patiënt
stap 6 evaluatie opstellen/controle afspreken => alarmsymptomen + vervolgafspraak
Voorschrift
o Kinderen: berekenen
o Siropen: berekenen
o Zalven: berekenen
o Nooit 2 porties op 1 voorschrift
Altijd shared decision making ‘kan u zich daarin vinden dat ik AB
voorschrijf’
o Choice talk: verschillende opties benoemen
o Option talk: voordeel, risico, nevenwerkingen, preferentie pt
o Decision talk: help pt om eigen keuze te maken
Vragen naar begrip!
Je start met de diagnose, geen KO
Documenten te gebruiken
o BCFI, incl pdf BAPCOC: www.bcfi.be
o Farmacotherapeutisch Kompas:
https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/
o NHG richtlijnen Nederland: https://richtlijnen.nhg.org/
1
, o NICE richtlijnen UK https://www.nice.org.uk/guidance/published?
ngt=NICE%20guidelines
Examen complexer
o Bijwerking
o Comedicatie
o Copatho
o Allergie
o Stap 2 GM
o ZWS
2
,INHOUDSOPGAVE
INHOUDSOPGAVE.............................................................................................. 3
1. DIABETES MELLITUS TYPE 2.................................................................................................. 4
2. BROCHITIS/PNEUMONIE......................................................................................................... 9
3. IJZERGEBREKSANEMIE......................................................................................................... 13
4. ESSENTIËLE HYPERTENSIE.................................................................................................... 15
5. STABIELE ANGINA PECTORIS................................................................................................. 21
6. UWI/PROSTATITIS.............................................................................................................. 24
7. NIERKOLIEK...................................................................................................................... 29
7. ASTMA/COPD.................................................................................................................. 31
8. MIGRAINE........................................................................................................................ 39
9. DEPRESSIE....................................................................................................................... 44
......................................................................................................................................... 50
10. DYSPEPSIE/MAAGULCUS.................................................................................................... 51
11. ANTICONCEPTIE/VERGETEN PIL/URGENTIE AC........................................................................58
12. DYSMENNORROE............................................................................................................. 65
13. ARTROSE....................................................................................................................... 69
14. OTITIS MEDIA/EXTERNA..................................................................................................... 72
15. CONJUNCTIVITIS/HOOIKOORTS............................................................................................ 78
16. ECZEEM......................................................................................................................... 83
17. HUIDWONDE/HUIDINFECTIE/BEET........................................................................................88
18. RHINOSINUSITIS.............................................................................................................. 90
19. FARYNGITIS.................................................................................................................... 93
20. POLYFARMACIE: AFBOUWEN BENZO EN ANTIDEPRESSIVA..........................................................96
3
, 1. Diabetes Mellitus Type 2
1. Wat is het probleem/precisieer de diagnose?
Definitie
Diabetes is een ander woord voor suikerziekte. Er zit teveel suiker in je bloed omdat de cellen
in je lichaam niet goed reageren op insuline. Insuline is een hormoon die ervoor zorgt dat
cellen genoeg suiker uit je bloed halen.
⇨ Bij diabetes lukt dit niet goed, suiker blijft in het bloed en als dat te lang duurt geeft dat
schade aan hart, ogen en nieren
⇨ prevalentie België: 7%
Diagnose
- 2 nuchtere plasmaglucosewaarden > 126 mg/dl op twee verschillende dagen
- nuchtere plasmaglucosewaarde >126mg/dl of willekeurige plasmaglucosewaarde
>200mg/dl in combinatie met klachten passend bij hyperglykemie
2. Definieer het therapeutisch doel.
Korte termijn: Symptomatisch Lange termijn – preventief:
- Glycemieregulatie optimaliseren
(maar meestal weinig last)
Retinopathie
Nefropathie
Neuropathie
Cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit
3. Standaard therapie/geneesmiddelen
A. Niet-medicamenteus!
Bij vroegtijdige diagnose soms genoeg, ook belangrijk gedurende verder verloop van de ziekte!
o Gezonde voeding: elke dag 3 gezonde maaltijden, veel groenten en fruit, 1x/w vette
vis, 2L water per dag, geen alcohol => verwijzen naar dietist
o Gewichtsverlies (als BMI > 25kg/m2) => 5%
o Regelmatige lichaamsbeweging: wat is mogelijk? Liefst 30 min/d
o Rookstop: al over nagedacht?
B. Medicamenteus
Doel:
Streefwaarde HbA1c: meestal ≤ 53 mmol/mol (7%)
⬄ hogere streefwaarden: bij kwetsbare personen, ouderen, lang bestaande DM en belangrijke
DM-complicaties: dan 58 mmol/mol (tot 8,6%)
Welk GM?
4