1 Inleiding
1.1 Indeling van de hersenen
5 delen (embryologisch verdeeld):
Telencephalon: hogere functies
o Hersenhemisferen
o Basale ganglia
Diencephalon: tussen beide hemisferen
o Thalamus
o Relais voor gevoelsbanen
o Hypothalamus (belangrijk voor controle lichaamstemperatuur, emoties en autonome
zenuwstelsel).
Mesencephalon
Pons
hersenstam
Medulla oblongata
1.2 Craniale zenuwen
Er zijn 12 paar craniale zenuwen, deze worden aangeduid met Romeinse cijfers. Men kan ze indelen
o.b.v. anatomie bij hersenletsel lokalisatie te bepalen.
De craniale zenuwen en hun lokalisatie:
I) N. olfactorius in telencefalon
II) N. opticus in diëncefalon
III) N. oculomotorius in mesencefalon
IV) N. trochlearis in mesencefalon
V) N. trigeminus in de pons (nucleus motorius)
VI) N. abducens in de pons
VII) N. facialis in de pons
VIII) N. octavus in medulla oblongata
IX) N. glossopharyngeus in medulla oblongata
X) N. vagus in medulla oblongata
XI) N. accessorius in het ruggenmerg
XII) N. hypoglossus in medulla oblongata
1
,De motorische zenuwen:
2 N. olfactorius (I)
2.1 Rol en betekenis
GEUR
Loopt van reukreceptoren in de neus bulbus olfactorius, hier synaps met 2e neuron: axonen
vormen tractus olfactorius loopt van ventraal naar dorsaal en splitst op in een mediaal en lateraal
deel projectie in hypothalamus.
Geur heeft een belangrijke rol in het ADL. Het bepaalt ons humeur, waarschuwt ons voor gevaren,
werkt mee bij aantrekking naar andere personen, het kan herinneringen oproepen… Goede reuk is
ook de basis voor fijne smaak.
Om reuk te testen, worden beide neusgaten apart getest (= unilateraal). Eerst wordt de
doorgankelijkheid getest, daarna wordt een herkenbare geur aangeboden. De patiënt mag 2 keer
snuiven. Dan vraagt men of hij iets ruikt, of hij weet wat hij ruikt en of beide zijden even goed
ruiken. Er wordt ook nagegaan of de patiënt verschillende geuren kan onderscheiden. Het komt vrij
veel voor dat iemand een geur kan onderscheiden maar niet herkennen (dit is normaal).
De interpretatie van deze test is dus erg moeilijk, ook omdat het een subjectieve test is. Daarom
wordt het in de praktijk meestal niet gedaan.
2
, Anosmie = niet meer ruiken (uni- of bilateraal), bv. na hersentrauma of tumor
Parosmie = geuren niet meer onderscheiden
Ammoniak wordt waargenomen door de N. trigeminus en niet de N. olfactorius zie psychogene
anosmie.
3 N. opticus (II)
3.1 Visus
Functies:
Visus (gezichtsvelden)
Pupilreactie op licht
Test: op 6m afstand staan en kijken welke lijn de patiënt nog net kan lezen op de kaart van Snellen:
De ogen worden apart getest (het andere wordt afgedekt). De visus wordt uitgedrukt in een breuk:
afstand waarop je staat / afstand waarop de letters bij normale visus leesbaar zijn (bv. 6/60 de
patiënt kan op 6m lezen wat je normaal op 60m kan zien).
3